Director Marketing & Sales Operations bij Leolux, Hans Filippini, vertelt aan MASTERS hoe hij is begonnen bij Leolux en over het vakmanschap van het bedrijf. Een familiebedrijf waarbij passie voor vakmanschap, creativiteit en trots hoog in het vaandel staan.

Tekst: Bart-Jan Brouwer | Online redactie: Natasha Hendriks
Beeld: John van Helvert

Trots

Hans Filippini: “Na een bedrijfskundige opleiding heb ik eerst sales gedaan in de kopieerbranche, vervolgens productmanagement bij een onderdeel van BNP Paribas en daarna als zelfstandig ondernemer met twee compagnons een eigen verlichtingsmerk opgezet. Gaandeweg kwam ik erachter dat marketing ook mijn passie heeft: hoe zoek je op het juiste moment met de juiste boodschap de juiste consument op? Toen ik in gesprek kwam met meubelfabriek Leolux om de marketing voor hen te doen, was ik snel om. Ook omdat het een bedrijf is met een rijke historie en een Nederlands product, dat met de hand in Venlo wordt gemaakt. Het draait heel erg om esthetiek, kwaliteit en comfort. Je hebt echt een verhaal, het is geen fake story die je over een product gooit om het mooier te maken dan het is. Bovendien is Leolux een familiebedrijf – met sinds 2012 de derde generatie aan het roer in de persoon van Sebastiaan Sanders – dat als voordeel heeft dat men naar de lange termijn kijkt. In het achterhoofd van de leiding zit toch dat er kleine kinderen rondlopen die ooit het bedrijf gaan overnemen. Ook op de werkvloer vind je dat familiaire terug: veel werknemers zitten daar van generatie op generatie, er hangt een sfeer van trots. Andere bedrijven zijn meer spreadsheet driven en kiezen voor shareholder value. Bij een familiebedrijf worden beslissingen genomen op een basis van langere termijn – dat geeft rust.”

Fantastisch zitcomfort

Leolux richt zich op meubels in en om de woon- en eetkamer. Denk aan een zithoek met een salontafel, karpet, poef en kussentjes, waarbij onze kerncompetentie in de gestoffeerde zitmeubelen schuilt. Leolux onderscheidt zich door vormgeving, met als signatuur vaak ronde vormen, hoge detaillering, kwalitatieve afwerking en een fantastisch zitcomfort. Het is een dankbaar product om de marketing voor te doen. Als marketeer nu moet je er vooral voor zorgen dat identiteit en imago meegroeien met de tijd. Daarom hebben we onder meer geïnvesteerd in social media en online. Natuurlijk kunnen klanten zich laten inspireren in onze designcenters in Utrecht en Eindhoven, maar tegenwoordig kan dat ook digitaal. Alle producten zijn achter een beeldscherm te configureren, wat maar liefst 30 miljard opties oplevert dankzij onder meer een andere stiknaad, de kleur van de pootjes, verschillende combinaties van materialen en de diverse leersoorten. Een brede selectie, voor ieder wat wils. Zoek je een eyecatcher voor in je interieur, stevig zitcomfort of juist een loungebank? Dat is allemaal in de collectie aanwezig. Om de identiteit mee te laten groeien zijn we verder een samenwerking aangegaan met Studio Truly Truly van Joel en Kate Booy. Zij hebben een goede visie over hoe het merk te vertalen naar de consument. Als artdirectors van Leolux kijken zij onder meer mee naar welke designers bij ons passen en ontwerpen zij ook zelf producten voor onze collectie. Leolux heeft een lange historie van originele en gedurfde ontwerpen met sprankelende kleuren en expressieve vormen. Op deze traditie wordt voortgebouwd, maar tegenwoordig hoeft niet elk meubel uitgesproken te zijn. Er is nu meer ruimte voor nuance en detail.”

“Leolux onderscheidt zich door vormgeving, met als signatuur vaak ronde vormen, hoge detaillering, kwalitatieve afwerking en een fantastisch zitcomfort. Het is een dankbaar product om de marketing voor te doen”

Trends

Hans Filippini: “In de meubelbranche volgen de trends elkaar gelukkig niet zo snel op als in de modebranche. Soft seating en een wat nonchalantere uitstraling is echt iets van de laatste jaren, een bank die uitnodigt om in te leven. Het meubelstuk heeft door de tijd heen een ander belang gekregen. Vroeger stond de bank gericht op de televisie en was dat de plek waar je gasten ontving. Het is veel meer een plek geworden waar je je terugtrekt met je iPad of mobieltje – draagbare beeldschermen doen wat met onze leefomgeving. Wat de kleuren betreft, zijn combinaties van zachtere tinten of juist sterkere contrasten steeds belangrijker geworden. Steeds meer consumenten plaatsen iets kleurrijks op de muur en kiezen juist voor een rustig meubelstuk, want dat gaat lang mee. Dat tekent ook de duurzaamheid van onze meubels. Die gaan over van generatie op generatie, van woonkamer naar studeerkamer. Omdat wij onze carbon footprint steeds verder terugdringen en goed letten op de productiewijze en de materialen die we inzetten en streven naar zo weinig mogelijk verkwisting, durven wij de stelling aan dat onze meubelen een minimale belasting voor het milieu vormen. Daarbij voorziet Leolux op dit moment al voor 67 procent in haar eigen energiebehoefte door zonnepanelen en het gebruik van bodemwarmte.”

Vakmanschap

“We hebben een bijzonder jaar achter de rug. We zijn enorm positief gestart, totdat we in maart gierend hard werden geconfronteerd met het virus. Wij zijn een bedrijf dat erop gericht is om orders te produceren en direct door te leveren aan onze dealers in binnen- en buitenland. Toen de eerste lockdown in Italië werd aangekondigd, hebben we alle voorraden materialen die daar lagen, meteen naar Nederland laten komen. Dus hadden we nagenoeg geen problemen met de toelevering. Alleen konden we de eindproducten niet kwijt. We moesten voorzien in opslag en hebben letterlijk een hal moeten huren om dat de faciliteren. Een ander probleem was de afname van de vraag met 70 procent. We hebben besloten de fabriek een week te sluiten om ervoor te zorgen dat de werkvoorraad op een stuurbaar niveau bleef. Vervolgens begon het moment dat mensen heel hard in hun interieur gingen investeren, en dat is niet meer gestopt. Uiteindelijk hebben we een fantastisch mooi jaar gedraaid. Wij hadden maanden waarin we meer dan 30 procent plusten in vergelijking met normaal. Maar wij werken met mensen die handwerk verrichten. Het is niet dat we iemand even van straat plukken en vragen of hij een Leolux-meubel kan stofferen – het gaat om vakmanschap. Dus moet de consument iets meer geduld hebben. Maar daar wordt hij dan wel voor beloond met vakwerk.” Hans Filippini

Hans Filippini

De behoefte aan een lekker huis waar je kan wonen maar bovenal ook kan werken, neemt enorm toe. MASTERS vroeg ’s lands meest gezaghebbende real estate-ondernemers, gebaseerd op hun projecten, welke trends zij waarnemen en ze laten hun licht op de nabije toekomst schijnen in deel 2 van dit drieluik.

Online redactie: Natasha Hendriks

EcoCabins

De volledig voorgefabriceerde ‘Tiny-houses’ van EcoCabins zijn met ongeveer 60 m2 klein (maar ook weer niet zo piepklein), terwijl ze wel betaalbaar zijn (73.900 euro, ex btw, ex plaatsing). Een aanschaf onder de 200.000 euro inclusief grond is het streefbedrag. “Het is in
Nederland heel lastig geworden om een goede woning te krijgen”, zegt Siebesma, mede-eigenaar van EcoCabins. “Dit komt doordat bouwgrond de laatste jaren steeds duurder is geworden. Onze missie is om starters de mogelijkheid te bieden om een goede en betaalbare
woning te kopen. EcoCabins zijn opgebouwd als blokmodules van 5 meter breed en 12 meter lang. Volledig van hout geproduceerd, standaard uitgerust met triple glas en ingericht met alles wat een huishouden nodig heeft. Ze zijn bovendien zo geproduceerd dat ze makkelijk kunnen worden gestapeld. Ook kunnen ze eenvoudig worden gecombineerd tot grotere woningen. Bovendien worden de woningen duurzaam geproduceerd. Nu de strengere normen voor PFAS en stikstof flink impact op de bouwwereld hebben, is dit een mooie bijdrage aan het milieu.”

Spaanse Droomhuizen

Spaanse Droomhuizen (onderdeel van de Dream Properties Group) vindt haar oorsprong in de liefde voor Spanje. Gastronomie, cultuur, klimaat, de vriendelijkheid en vooral de manier van leven zijn de pijlers van deze liefde. Met deze passie en uitgebreide kennis en jarenlange ervaring in Spanje, begeleiden wij mensen bij het realiseren van hun droom: een huis kopen in Spanje. “Wat we in deze tijd merken is dat de liefde voor Spanje en het investeren in een vakantiehuis, permanente bewoning of als goede belegging onverminderd groot is. Mensen willen nog meer genieten, ze realiseren zich dat het leven ineens een compleet andere wending kan krijgen. Ook is iedereen nu gewend online te werken en dat kan natuurlijk ook vanuit jouw droomhuis in Spanje.”

Coral Estate

Curaçao wint aan populariteit als vakantiebestemming, maar ook investeerders in real estate ontdekken dat dit fraaie Caribische eiland binnen het Koninkrijk een goede keuze is. Wie op zoek is naar luxury & exclusivity komt al snel uit bij Coral Estate, gelegen aan het Rif St. Marie op het tropische eiland, op slechts 15 autominuten van de luchthaven. Ruim 25 jaar geleden zag projectontwikkelaar Jan van Rootselaar de kansen van deze bijzondere locatie. Met rust, ruimte, veiligheid en luxe als fundamenten voor een prachtig ruim opgezet resort dat de Curaçaose natuur eerbiedigt, genieten inmiddels ruim 300 villa’s en luxe appartementen van een panoramisch uitzicht over de Caribische Zee. De villawijk beschikt over een exclusief (dorps)centrum, Coral Estate Luxury Resort genaamd, waar bewoners en toeristen genieten van het goede leven aan het strand en in de restaurants en het wellnesscentrum. Coral Estate is nog niet uitontwikkeld, als opvolger van Jan van Rootselaar heeft Tom Voogd in de afgelopen jaren de rol van projectontwikkelaar overgenomen en zal hij vanuit Coral Estate nieuwe plannen voor luxe vastgoedobjecten in de nabije toekomst ontwikkelen.

Sneller, dat wil elke auto zijn. Maar er kan er maar één de snelste zijn. In 2017 haalde de Koenigsegg Agera RS het record van 447 km/h. Zou de mythische grens van 500 km/h geslecht kunnen worden? In 2020 deed de SSC Tuatara een poging die voor commotie zorgde. ‘SSC accused of faking speed-record.’

Tekst: Eltjo Nieuwenhuis
Online redactie: Natasha Hendriks

Snelheidsrecord

Het snelheidsrecord voor auto’s is in 1997 door de geluidsbarrière gegaan. De Thrust SSC haalde een topsnelheid van 1.228 km/h en dit record staat nog steeds. Formeel is deze Thrust SuperSonic Car een auto, maar dan wel in de meest ruime definitie. Laten we het erop houden dat de bestuurder niet voor niets een straaljagerpiloot was. Er bestaat tevens een snelheidsrecord voor productieauto’s. Ook dit is geen strijd tussen alledaagse middenklassers, maar dit zijn wel degelijk auto’s die in serie geproduceerd worden en te koop zijn. Stel dat je een half uurtje op een terras in Monaco zit, dan zouden alle hoofdrolspelers uit deze competitie zomaar voorbij kunnen rijden.

Fake News

Recordpogingen moeten geverifieerd worden, en daar zitten heel wat voorwaarden aan vast. Zo moeten onder andere de GPS-data gevalideerd worden en moet de uiteindelijke certificatie komen van Guinness World Records. Heel uitgebreid waren de data van SSC niet, maar alles leek te kloppen, totdat SSC’s YouTube video’s online kwamen. Vrijwel onmiddellijk ontstonden op basis van de beelden complottheorieën. Dit record zou fake news zijn. En eerlijk is eerlijk, de verlopen tijd, gemeten snelheden en afgelegde afstanden in de video’s leken niet volledig synchroon te lopen. Volgens SSC waren er onbewust fouten in de montage van hun video’s geslopen, maar ja, die hadden ze wel zelf online gezet. Dus werd het record niet officieel erkend. Zoals dat gaat online, werd SSC met pek en veren over het Internet rondgedragen. Serieuze autojournalisten daarentegen gunden de bewezen recordhouder uit 2007 voorlopig het voordeel van de twijfel. Maar het was natuurlijk wel aan te raden dat SSC niet te lang zou wachten met een nieuwe poging.

SSC slaat terug

Op 17 januari 2021 was het zover. Op het Kennedy Space Center in Florida haalde de Tuatara, over een run van slechts 3,7 kilometer een gemiddelde topsnelheid van 455 km/h. Dit nieuwe record is inmiddels bevestigd. Natuurlijk is 455 beduidend minder dan het eerdere, niet gevalideerde record van 508 km/h, maar de SSC werd bestuurd door de eigenaar en niet door een professioneel coureur. Mede daarom werd er gereden met 1370 pk en niet de maximaal beschikbare 1.775 pk. Daarnaast is 3,7 kilometer eigenlijk te kort voor een recordpoging. Zowel het omstreden record als het oude record van Koenigsegg werden gezet op een traject van ruim elf kilometer. Aangezien bij 450 km/h een kilometer slechts acht seconden duurt, is een langere run noodzakelijk om de mythische 500 km/h te kunnen bereiken. Het plannen van een recordpoging kost tijd. Je kunt niet zomaar een stuk snelweg afzetten, zoiets vergt planning, crew en vergunningen. Daarnaast is er in de winter op veel plaatsen kans op sneeuw, dus vallen veel locaties af. Maar natuurlijk komt die lange run er echt wel, inclusief beroepscoureur, racebenzine en genoeg tijd om door te accelereren ná de 455 km/h. Van de SSC Tuatara gaan we nog meer horen.

Cor van Zadelhoff is een internationale vastgoedondernemer, die ruim vijftig jaar in Nederland marktleider is geweest. Zijn laatste aankoop is het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, dat daardoor zijn huidige bestemming, maatschappelijke zorg en welzijn, kan behouden.

Tekst: Jaap de Groot | Online redactie: Natasha Hendriks
Beeld: John van Helvert

U heeft uw clubgevoel breder getrokken dan de anderen in deze reportage. Uw club is Oranje. Hoe bedoelt u dat?

Cor van Zadelhoff: “Het is voor mij de associatie met mijn instelling. I’m double Dutch! En Oranje hoort bij Nederland, het land waar ik woon, het land waar ik leef en het land waar ik mijn belasting betaal. Met heel veel respect voor de multiculturele samenleving, waarin de nieuwe landgenoten zich niet als buitenstaanders gedragen, maar hun mooie gewoontes en tradities kunnen meenemen. Uiteraard met honderd procent respect voor de Nederlandse cultuur, door onder meer de Nederlandse taal zo snel mogelijk eigen maken. Sport heeft daarbij een voorbeeldfunctie. In het Nederlands elftal bestaat geen verschil, Oranje is één team.”

Wanneer is dat speciale Oranjegevoel ontstaan? 

“Dat is in 1968 begonnen met de oprichting van mijn eigen makelaarskantoor als reactie op de opdoemende trend in Nederland om buitenlandse makelaars in te schakelen, en dan de Engelsen in het bijzonder. Ik heb er totaal geen probleem mee als iemand beter is, maar niet dat de voorkeur gebaseerd is op een imago. Bovendien hoefden de Engelsen zich niet aan de ethische en strenge Nederlandse (tarief)regels te houden, die wel voor mij golden en mijn zakelijke bewegingsvrijheid beperkten. Het was mijn eer te na dat er in mijn branche in Nederland sprake zou zijn van een buitenlandse marktleider. Daarom ben ik dezelfde lijn gaan aanhouden als de Britten, dus hield ik me bijvoorbeeld niet meer aan de voorgeschreven tariefregels, die ik toen al onzin vond. Ik ben trots dat het me uiteindelijk is gelukt om vijftig jaar marktleider van ons land te zijn. Dat ik heb laten zien dat wij Nederlanders ook het nodige in ons mars hebben. Opvallend is dat in dezelfde periode dit ook via de sport gebeurde. Voetballers, schaatsers, olympiërs gingen eind jaren zestig de strijd aan met de wereldtop en met succes. Met natuurlijk het WK in 1974 als kers op de taart, toen voor het eerst heel Nederland oranje kleurde.”

“Het zou heel mooi zijn als de situatie het toestaat dat Oranje straks de EK-wedstrijden in de Johan Cruijff ArenA kan spelen. Normaal gesproken zorgt sport al voor verbinding, in dit geval kan het de mensen weer hoop bieden”

Wat maakt het Oranjeshirt bij u los?

Cor van Zadelhoff: “Het is een gevoel dat onbewust ontstaat. Je hoeft niet van hockey, zwemmen of voetbal te houden om dat gevoel te krijgen. Gecreëerd door Nederlanders die, bijvoorbeeld op de Olympische Spelen, iets heel bijzonders presteren. Apetrots zijn op iemand als Johan Cruijff, ook al speelt hij voor Barcelona. Omdat hij een Hollander is. Daarom hoort ING ook op het shirt van het Nederlands elftal en niet een buitenlands bedrijf. Je hoeft als RvC van de bank niet van voetbal te houden om te beseffen dat de pr-kracht en uitstraling van een succesvol Oranje zijn weerga niet kent. Zo helpt de bank het voetbal en het voetbal de bank. Is heel Nederland bij gebaat.”

Wat is uw meest dierbare moment met Oranje? 

“Natuurlijk talloze wedstrijden van het Nederlands elftal en unieke prestaties van onze olympiërs, maar mijn meest dierbare moment houd ik dicht bij mezelf. Dat was in 2017 toen mijn Friese paard Tjebbe 500 kampioen dekhengst van Nederland werd. Een Nederlands kampioen die niet in Friesland is gefokt, maar in Breukelen. Daar kreeg ik een heel speciaal gevoel bij. Een ‘Fries’ is tenslotte een uniek inlands paardenras. Het winnen van die titel was daarom ook echt een heel bijzonder moment.”

Cor van Zadelhoff

Nadat bosbranden hun vakantiehuis in Dunalley op Tasmanië hadden verwoest, grepen Simon en Sarah Younger de kans aan om op die plek hun droomhuis te bouwen. Ze creëerden een adembenemend strandhuis, dat zowel een ode aan beton als aan de immense kracht van de natuur is.

Tekst: Philippine Wright
Online redactie: Natasha Hendriks

Een feniks uit de as

Simon en Sarah Younger zagen in 2013 hun vakantiehuis verzwolgen worden door wrede bosbranden in het rustige vissersdorpje Dunalley aan de oostkust van Tasmanië, Australië. Het echtpaar koos ervoor om de verwoesting van hun bakstenen landhuis uit de jaren zeventig als een kans te zien. “We hebben nooit echt stilgestaan bij wat verloren was, in plaats daarvan concentreerden we ons op het geluk dat we veilig waren”, beschrijft Sarah. “Het ontwerpen van het nieuwe huis was onderdeel van het herstelproces.” Drie jaar later, als een feniks uit de as, steeg uit een door vlammen verschroeid landschap een oase met een uniek design op.

Gelegen op een uur buiten de hoofdstad, Hobart, ligt het gelijkvloerse huis op een vijftien hectare groot perceel aan de Tasmaanse kust. Dunalley House bestaat uit een tweedelig plan, waarin twee betonnen blokken optisch samensmelten met het landschap. Terwijl het ene blok lijkt te verankeren in de rotsen, zweeft het andere moeiteloos boven de kust. Het ontwerp toont de veelzijdigheid van beton, dat verschuift van een robuuste beschermer naar een meterslange zwevende massa in een open ruimte. “Het idee van iets massiefs dat bijna, maar niet helemaal, de grond raakt fascineert me. Het creëert een spanning tussen het gebouw en het landschap”, legt architect Stuart Tanner uit. Aan de westelijke kant zakt de massieve betonnen bunker naar beneden, waar de slaapvertrekken en badkamers zich bevinden. De slim geplaatste spiegel in de minimalistisch ingerichte badkamer weerspiegelt het adembenemende uitzicht op het natuur. De solide ‘slaapbunker’ zakt in de grond weg en beschermt niet alleen tegen de barre weersomstandigheden, maar ook tegen de sterke, westelijke, Tasmaanse wind. De tweede, met glas ingezette, betonnen kubus wordt gescheiden door een foyer en staat in schril contrast met de introverte slaapvertrekken. Deze kubus wordt omschreven als een ‘paviljoen om te leven’.

huis in natuur
huis in natuur

Duurzaamheid en kracht

De woning ligt aan de rand van het water en biedt een 260 graden uitzicht over de baai van Dunalley, de Saltwater-rivier, door naar Mount Wellington tot aan de 4.500 meter hoge berg van Hobart. In plaats van de omgeving te negeren of passief als achtergrond te gebruiken, heeft Tanner die een leidende rol in zijn ontwerp gegeven. De gelijkvloerse betonnen omlijsting met de uitstekende vloer en dakplaat strekken zich horizontaal uit naar de verre achtergrond van de bergen die het brede landschap weerspiegelen. Dit wordt verder benadrukt door het lange, steigerachtige dek dat tussen de twee betonnen helften direct naar het toppunt van Mount Wellington loopt.

Ondanks de schijnbare onderwerping van het paviljoen aan natuur, zijn duurzaamheid en kracht dominant. Het huis wordt betreden via een zware deur van zacht staal, het bewijs dat deze met glas beklede betonnen box allesbehalve fragiel is. Het massieve staal loop door naar de keuken, met werkvlakken die zijn geboetseerd uit industrieel materiaal. Een door de architect ontworpen deurklink, gesneden uit een massief stuk hout, injecteert een gevoel van vakmanschap in het project door terug te grijpen naar een eenvoudigere manier van leven. Meubels in mid-century stijl, waaronder de Eames-stoelen en -tafel in notenhouten afwerking, en bruin lederen Natuzzi-banken geven de modernistische betonnen woning een unieke, vintage afwerking. De onderkant van het betonnen dak is bekleed met Tasmaanse eik die ononderbroken van het interieur naar de veranda loopt, de grenzen tussen binnen en buiten vervaagt en het woeste landschap tot een leefbare ruimte temt. Binnen en buiten communiceren verder via de vensters in de keuken, waardoor de interne kookruimte naadloos wordt verbonden met een externe bar. “’We wilden dat er geen duidelijk onderscheid tussen binnen en buiten zou zijn”, beschrijft Sarah. “Omdat het een vakantiehuis is, spenderen we evenveel tijd binnen als buiten, en de enorme openingen in de woonkamer en de buitenbar geven ons de ruimte om zo veel mogelijk van het huis en de omgeving te genieten.” De rauwheid van het grijze beton, de variabele uitstraling van Tasmaanse eik en de kracht van het stalen schrijnwerk laat het gebouw harmoniëren met het natuur en ruige landschap. “Ik denk dat de kracht van het huis in zijn eenvoud ligt”, bekent Sarah.

uitzicht op oceaan
mooi uitzicht

Niet leuker dan je woonkamer een make-over geven en inspiratie opdoen voor je nieuwe interieur. LXRY List 2021 etaleert verschillende stukken die je zeker in huis wilt halen.

Online redactie: Natasha Hendriks

Hoogwatermeubels

De regelmatige overstromingen in Venetië inspireerden de Italiaanse ontwerper Federico Rosa tot zijn ‘hoogwatermeubels’. Hij beschermt zijn houten meubels met ‘sokjes’ van verguld brons, waarin hij gestileerde weekdieren, schelpen en zeewier verwerkte als sporen van voorbije overstromingen – een grimmige waarschuwing voor klimaatverandering. De stijlvolle maar tot nadenken stemmende meubellijn met de toepasselijke naam ‘Acqua Alta’ bestaat uit een stoel, een salontafel en een spiegel. Voor de productie is gebruik gemaakt van restanten van Venetiaanse dokpalen en, voor de bekleding, van hergebruikte materialen.

Bell Chair

De stapelbare stoel ‘Bell Chair’ weegt slechts 2,7 kilo. De Duitse industriële vormgever Konstantin Grcic heeft hem zo ontworpen dat hij in minder dan een minuut en met een absoluut minimum aan materiaal wordt geproduceerd. De stoel is vervaardigd uit gerecycled polypropyleen en is zelf wederom voor 100 procent recyclebaar. En daar houdt het qua duurzaamheid niet mee op: het speciaal ontworpen opslag- en transportsysteem werkt bovendien energiebesparend. Er is keuze uit de kleuren Sunrise, High Noon en Midnight.

Skull Chair

In de rug van deze fauteuil grijnst een doodshoofd je tegemoet. Geïnspireerd op zeventiende-eeuwse vanitas-schilderijen, herinnert Vladi Rapaport de gebruiker er luchtig aan dat het aardse leven eindig is. Zijn ‘Skull Chair’ attendeert de gebruiker erop dat hij van elk moment van het leven moet genieten. De ‘Color Table’ is, in een lengte en breedte tot maximaal zes meter, opgebouwd uit veelkleurige stalen buizen en klemmen.

Uit liefde voor de watersport richtte Bernhard van Oranje in 2012 Waterdream op dat handgemaakte premium aluminium boten van hoge kwaliteit ontwerpt en bouwt. Na een reeks sloepen en een Venetiaanse Tender ligt de focus nu op de California-lijn: dagboten met sublieme vormgeving en ultiem leefcomfort. “Wij denken vanuit de beleving, stellen de ruimte en de stijl voorop en willen daarin geen compromis maken.”

Tekst: Bart-Jan Brouwer
Online redactie: Natasha Hendriks

Waar is jouw passie voor watersport ontstaan?

“Ik ben met watersport opgegroeid. Mijn grootouders hadden een boot; mijn ouders hadden goede vrienden in Friesland, waar we iedere zomer naartoe gingen en windsurfend, waterskiënd en zeilend op de plassen doorbrachten; en vanaf mijn twaalfde ging ik op zomerkamp in Canada, waar ik alleen maar met watersport bezig was.”

Wat betekent het voor jou om op het water te zijn?

“Voor mij is dat de ultieme vorm van ontspanning. Als ik op het water ben, sta ik even helemaal uit. Het is de makkelijkste manier om alles los te laten. Mijn eerste huis in Amsterdam was een woonboot, daar hadden we ons eerste bootje bij, een kleine twee meter lang met buitenboordmotor. ’s Avonds na het werk gingen Annette en ik vaak met z’n tweeën even op dat bootje, dat was gewoon genieten. Voor mij heeft water iets magisch.”

Jij bent een ondernemer pur sang én gek op water. Dan heeft het nog best lang geduurd voordat je Waterdream startte.

“Het is natuurlijk mooi om een bedrijf te hebben waar je je passie in kwijt kunt, maar het moet wel ergens over gaan. Sinds ik in Amsterdam woon, heb ik een keur aan bootjes gehad: RIB’s, sloepjes, mooie klassieke houten modellen. Die ervaring en kennis had ik nodig om te weten wat beter kon aan boten. Vaak wordt een boot meer een zorg dan dat je er plezier aan beleeft. Ik heb er altijd over gedroomd om hier een verschil in te maken. In 2012 was ik klaar om mijn eerste sloep te lanceren, de Waterdream S-800. Daarmee zette ik in mijn ogen iets neer wat er nog niet was: multifunctioneel – je kan er van alles mee doen, van cruisen tot waterskiën –, onderhoudsvrij, met veel ruimte en een centrale positie voor de stuurman, zodat die echt onderdeel is van het geheel. Qua lay-out, functionele manier van denken en vaareigenschappen was het iets nieuws.”

Hoe is de lijn gegroeid sinds die eerste sloep?

“In de sloepenrange hebben we momenteel boten met een lengte van 5,50, 7,40, 8,50 en 11 meter. Bij alle zijn het basisidee en de vaareigenschappen hetzelfde. De S-550 heeft praktische voordelen vanwege zijn geringe lengte en breedte, zoals bereikbaarheid en het vinden van een aanlegplaats; de S-740 spreekt een brede doelgroep aan en is de sloep die het meest wordt verkocht; de S-850 is zeewaardig en bovendien kun je erachter wakeboarden. De S-850 is de snelste sloep ter wereld; en met de S-1100 wilde ik kijken in hoeverre je de sloep zo kon stretchen dat de stoere eigenschappen gehandhaafd bleven, maar hij wel comfortabeler en qua design mooier werd, wat ik een sloep in de basis niet vind. De S-1100 biedt onder meer slaapmogelijkheden, een warmwaterdouche, generator en in de achterbank ruimte voor drie surfplanken. Het is een minijacht met het robuuste van een sloep. Met deze vier maten tikken we alle boxen aan en is de sloepenlijn wat mij betreft af. Natuurlijk kunnen we de boten op wens nog personaliseren en is er keuze uit inboard, outboard en elektrische motor. Voor ieder wat wils.”

Waterdream

“Dit is zo uniek! Als dit niet slaagt, stop ik ermee”

Afgelopen zomer heb je de Waterdream California 52’ gelanceerd. Was het logisch om na de 65’ in meters een stapje terug te gaan?

“Ook de 52-voeter is nog altijd supergroot. De meeste andere merken beginnen met een 40-voeter en stoppen bij 55 voet. Dus onze tweede boot meet zich met de grootste dagboot van een heleboel andere merken. Dat is een marktsegment dat al ontwikkeld is, terwijl het speelveld van de 65-voeter een superniche is waarin het moeilijker is om door te dringen. Met de 52’ hebben we een product waarmee we iedereen gek kunnen maken, qua snelheid – harder dan 40 knopen –, zuinigheid, duurzaamheid en natuurlijk vormgeving en functionaliteit.”

Wat is de usp van de Waterdream California 52’?

“De 52’ is de meest ruime, zuinige en de duurzame boot en ik vind het de mooiste – maar dat is smaak. Hij heeft de grootste dekruimte van alle boten in die klasse, die ook nog eens optimaal wordt gebruikt omdat je alle tafeltjes kan verzinken, en hij heeft een garage die plek biedt aan bijvoorbeeld een tenderboot of jetski. De boot biedt accommodatie aan vijf personen, die in de twee meter hoge kajuit gewoon rechtop kunnen staan. De boot is op een innovatieve manier volledig uitgerust om in alle gemakken te voorzien. Omdat onze jachten semi-custom zijn, kunnen we voor een afwerkingsniveau kiezen dat je eigenlijk alleen op superjachten vindt. Aan de andere kant probeer ik de boot zo lowtech mogelijk te houden, omdat – zeker op zout water – alles enorm op de proef wordt gesteld. Dus geen fancy fratsen, dat kan alleen maar stuk gaan. Maar wel een hufterproof ankermechanisme, want mensen ankeren al snel drie, vier keer op een dag. Van het aluminium casco tot elk detail is goed over het materiaal nagedacht. Dat maakt onze boten laag in onderhoud en voor 80 procent recyclebaar.”

Tijdens de World Yachts Trophies op het Cannes Yachting Festival won de Waterdream California 52’ de prestigieuze Best Innovation Award. Wat betekent die prijs voor jou?

“Heel veel. Voor grote merken betekent dat meestal een verkoopstijging van 15 à 20 procent van het bewuste model. Maar voor ons is het bovenal een belangrijke erkenning. Ik kan wel denken dat ik iets innovatiefs doe, maar als ik de enige ben, schiet dat niet echt op.”

Waterdream
Waterdream

Ben je zelf weleens met een sloep de zee opgegaan?

“Natuurlijk. Je kunt dat wel op papier uitrekenen, maar het doen is natuurlijk de definitieve bevestiging. Met de oversteek van Vlissingen naar Londen wilde ik aantonen dat de S-850 zeewaardig is. Al twee keer had ik die trip uitgesteld, omdat het weer niet goed was. Uiteindelijk gingen we met een trailer naar Breskens. Het zou mooi weer zijn, maar dat was het dus helemaal niet: er stond windkracht 6. Het water spoot vijf à zes meter over de boot heen. We waren in no time volledig doorweekt. Na twee uur stoten op de golven zagen we Vlissingen nog steeds achter ons liggen – harder dan 25 km/h per uur konden we niet. Ik dacht nog: dit gaat hem niet worden. Maar uiteindelijk hebben we de oversteek in zeven uur tijd gedaan. Dat was echt een overwinning. En daarmee hebben we aangetoond dat die boot alles kan.”

Na de sloepen ligt nu de uitdaging in de California-lijn.

“Op sloepen zit best een lage marge, op lange termijn kun je daar geen merk op bouwen. Bovendien is het vooral een lokaal product. Het heeft financieel gezien geen zin om voor de S-550 of S-740 een distributienetwerk in het buitenland op te zetten. We wilden ook een dagboot voor een doelgroep in het hogere segment, die verder kijkt dan de grachten en de plassen. Met de California-lijn hebben we iets neergezet wat in zijn klasse echt uniek is. Als dit niet slaagt, stop ik met Waterdream.”

Wat is er zo uniek aan de California?

“Ten eerste de vormgeving. Van neus tot achter zit er een welving in, die door geen raam of rail wordt onderbroken. De California is het summum van minimale esthetiek, bijna een beeldhouwwerk. Wij zijn begonnen met een 65-voeter. Het ontwerp daarvan nam twee jaar in beslag, de bouw een jaar. Als je een plaatje van de California 65’ ziet, denk je dat het een speedboot is – zo mooi zijn de proporties geworden! Maar met twintig meter is het de grootste dagboot die er is. ‘Dagboot’ klinkt een beetje denigrerend, want je kan er natuurlijk hartstikke goed op slapen, maar het concept is heel erg gericht op het buitenleven. Dat brengt mij op het volgende punt dat de California zo uniek maakt: de functionaliteit. In het kader van comfort is de breedte van de boot veel belangrijker dan de lengte. Daar hebben wij met de ontwikkeling rekening mee gehouden. De hele breedte wordt gebruikt voor het leefcomfort. Niet alleen de aangeboden ruimte maakt de lay-out van de California uniek, maar ook de centrale opstelling van het stuurconsole. Ik ken niet één motorjacht waarop je in het midden stuurt. Bijna alle motorboten hebben twee of vier stoelen met twintig schermen ervoor. Dat neemt 20 à 30 procent van de bootruimte in beslag, voor iets wat je alleen tijdens het varen nodig hebt. Het varen is maar een klein onderdeel van het plezier. Voor anker gaan, stilliggen, een flesje opentrekken, de flow van de lucht: dat is veel belangrijker. Uiteraard zit er een garage op de California, zodat je alle ruimte hebt om je speelgoed mee te nemen. En alle boten maken wij zo dat je ze in je eentje kunt varen, met een joystick. Wij denken vanuit de beleving, stellen de ruimte en de stijl voorop en willen daarin geen compromis maken.”

Jullie hebben zelfs een kledinglijn en een eigen Waterdream-fiets.

“Mijn ambitie is om van Waterdream een compleet watersportlifestylemerk te maken. Het gaat om het maritieme leven en alles wat daarbij komt kijken. We ontwerpen daarom praktische, kwalitatieve kleding en werken wij samen met diverse merken watergadgets. Als dealer maken wij het ultieme waterspeelgoed voor onze klanten beschikbaar: seabobs, supplanken, eFoils, stand-up jetski’s… Ik probeer verder te denken dan alleen een boot, het is een onderdeel van service en de beleving.”

Steeds meer bedrijven besteden extra aandacht aan mens, milieu en maatschappij. Het overkoepelende doel is de bijdrage aan duurzame ontwikkeling zo groot mogelijk te maken. Lees mee en laat je inspireren door deze innovatieve ontwikkelingen. 

Online redactie: Natasha Hendriks

Floating Farm

Steeds meer mensen wonen in de grote steden. Dus leek het Peter van Wingerden niet meer dan logisch om zuivelproductie zo dicht mogelijk bij de consument te brengen. Dat scheelt transport en dus vervuiling en belasting op infrastructuur. En aangezien 70 procent van het aardoppervlak water is, bedacht hij de Floating Farm: ’s werelds eerste drijvende, zelfvoorzienende boerderij, in de Rotterdamse Merwe-Vierhavens. Prioriteiten zijn: dierenwelzijn, milieu bewust, duurzaamheid, innovatie en circulariteit (een groot deel van het dieet van de koeien bestaat uit organische reststromen afkomstig uit de stad). Gezond voedsel produceren in steden, dicht bij de consument. Want volgens Van Wingerden is Urban Food de toekomst.

Cinema Ecologica

De klimaatcrisis woedt in volle heftigheid, er móét iets gebeuren. Kan cinema hierin iets betekenen? Eye Filmmuseum organiseert het programma Cinema Ecologica, waarin het laat zien hoe filmregisseurs de verhouding tussen mens en aarde hebben verbeeld. Van nagelbijtende rampenfilm tot kunstzinnige meditatie, van romantische natuurervaring tot verbijsterende sciencefictionvoorspelling. Cinema Ecologica stelt zich de vraag hoe fictie ons milieu bewustzijn kan vergroten van de gevolgen van het Antropoceen – het tijdperk waarin de mens de aarde milieuverwoestend naar zijn hand heeft gezet. Met films van regisseurs als Guillermo del Toro (Shape of Water), Lars von Trier (Epidemic), Nikolaus Geyrhalter (Homo Sapiens) en Terrence Malik (Tree of Life) biedt Eye een waaier aan perspectieven op een actueel thema: hoe geven wij ons leven op aarde vorm? Cinema Ecologica: 21 t/m 29 april; 26 augustus t/m 1 september; 4 t/m 10 november. Vervolg in 2022.

Brae

Chef Dan Hunter zocht in de buurt van Melbourne een plek waar hij zijn eigen ingrediënten kon verbouwen, dicht bij zee, goed bereikbaar. Het duurde vier jaar voordat hij die vond, in het plaatsje Birregurra. Het is een plek die draait om interactie met de natuur. Met een prachtig uitzicht over het landgoed met bomen, olijven, bessen en groente. Hij wil de dialoog aangaan over ethiek en eerlijkheid, over smaak en gastvrijheid. “Dat doen wij niet verbaal, maar door de manier van werken. Het is een visuele dialoog”, aldus Hunter. Brae, dat behoort tot de honderd beste restaurants ter wereld, voert een regeneratieve landbouw, een landbouw die heelt in plaats van op de bodem inteert, en ook nog eens milieu bewust. Standaard laten ze minimaal 20 procent van de tuin rusten. Restafval wordt op het land uitgestrooid, om daar pas vier of vijf maanden later opnieuw op te verbouwen. Het werkt als compost. Zelfs de as van de open haard wordt daaraan toegevoegd. De accommodatie draait volledig op zonne-energie. Alles is organisch. En het voedsel dat niet wordt gebruikt, gaat naar de kippen. Pure duurzaamheid op je bord!

Marcel Boekhoorn is CEO van Ramphastos Investments NV. Tevens is de geboren en getogen NEC-supporter eigenaar van Ouwehands Dierenpark en heeft hij een belang in meer dan dertig bedrijven met een gezamenlijke omzet van 5 miljard euro.

Tekst: Jaap de Groot | Online redactie: Natasha Hendriks
Beeld: NEC Nijmegen

Wat betekent het shirt van NEC voor u? 

Marcel Boekhoorn: “Heel veel. Al van jongs af aan. Het is het klassieke verhaal van een Nijmeegse jongen die vanaf zijn geboorte door vader met NEC wordt geïnjecteerd. De club is me met de paplepel ingegoten. Ik woonde in de Nimrodstraat, vlak bij de Hazenkamp waar het stadion ligt. Achter ons huis, in de Wolfstraat, woonde de legendarische doelman Nico de Bree. Die moedigde ik ’s zondags aan vanaf de jongensrang op Staanplaats Oost, want geld voor een zitplaats hadden we niet. NEC was alles voor mijn vader, die meer dan 75 jaar supporter is geweest. Ik zie die ouwe nog staan, met zijn pyjamabroek onder zijn pantalon en zijn cognacje in de binnenzak. Het zijn herinneringen die direct aan de club gekoppeld zijn. Dat zegt genoeg.”

Heeft u het shirt ooit aangehad?

“Wel als supporter, nooit als speler. Als actief voetballer heb ik altijd voor Oranje Blauw uit Nijmegen gespeeld. Ik was een snelle rechtsbuiten, die weleens een doelpunt maakte. Niks bijzonders. Wat dat betreft kan ik beter tafeltennissen. Als voetballer dus niet goed genoeg voor NEC, maar dat maakt de supporter in mij er niet minder om. Na de jeugdtijd met mijn vader, ga ik nu al vijfenveertig jaar met de jongens van Oranje Blauw 4 naar NEC. Ik heb een eigen box in het stadion die bekendstaat als de leukste kroeg van Gelderland. Daar heb ik het goed met mijn club en vrienden die ik allemaal nog ken uit de tijd dat ik nog geen cent op zak had. Dat zijn de echte.
Oh ja, ik heb wel ooit met een paar van mijn bedrijven op het shirt gestaan. Eerst met Telfort en daarna met Ouwehands Dierenpark, nadat we de panda’s uit China hadden gehaald. Ik heb het wedstrijdshirt dus nooit aangehad, maar wel gehad.”

“Ik heb een eigen box in het stadion die bekendstaat als de leukste kroeg van Gelderland”

Wat is uw meest dierbare moment met NEC?

Marcel Boekhoorn: “Daar hoef ik geen seconde over na te denken: 3 december 2008 de uitwedstrijd in de UEFA Cup tegen Spartak Moskou. Vijf minuten voor tijd stond NEC met 1-0 achter en waren we uitgeschakeld. Schieten Jhonny van Beukering en Lasse Schöne er ineens twee in en winnen we met 1-2. Die ontlading op de tribune en daarna het feest in het hotel vergeet ik nooit meer. Spelers, trainers en alle supporters waren er en met zijn allen gingen we compleet uit ons dak. Ik had een rekening laten openen en heel Nijmegen mocht gratis drinken. Dat is de hoogste barrekening uit de Russische historie geworden. Daarna wonnen we nog van Udinese en overwinterden zelfs in Europa. Het kon niet op. Uiteindelijk werd NEC door HSV Hamburg uitgeschakeld, maar dat mocht de pret niet meer drukken. Die avond in Moskou nemen ze me niet meer af. “

De cultwedstrijd NEC-NAC is om zeep geholpen omdat ze het in Nijmegen alleen nog over ‘ENIESÉ’ willen hebben.

“Het is en blijft ENIESÉ. Dat komt vanuit het hart. Daar zit het gevoel in. Geen Nijmegenaar die het over NEK heeft. Nooit van ons leven. Bij NAC hebben ze die emoties blijkbaar niet. Jammer dan.”

Nog toekomstdromen met NEC? 

“Jazeker, volgend jaar terug zijn in de Eredivisie. Helaas gaat dat dit jaar niet meer lukken, maar dat is dan echt de laatste keer. Ik ben de Eerste divisie helemaal zat. Dus snel wegwezen daar en dan meteen in het linkerrijtje.”

Duncan Stutterheim,  levenslange Ajax-supporter, is momenteel mede-eigenaar van onder meer de A’DAM Toren en zeventien gebouwen van het media- en horecacomplex Westergasfabriek in Amsterdam. Hij is een ondernemer die tot de buitencategorie behoort en dagelijks intens met zijn core business bezig zijn, met vaak een reikwijdte tot ver buiten de landsgrenzen. In deze bijzondere reportage toont de BV Nederland een andere liefde: hun voetbalclub.

Tekst: Jaap de Groot | Online redactie: Natasha Hendriks
Beeld: Lin Woldendorp

Wat betekent het shirt van Ajax voor jou? 

Duncan Stutterheim: “Het is echt een mooi shirt. Zo mooi. Dat vind ik al vanaf de jaren zeventig, toen het nog zonder logo’s en reclame was. Het is een shirt om trots op te zijn. Alleen als ik ’m aantrek is het anders. Dan word ik een krijger en ontstaat er een ondefinieerbaar over-mijn-lijkgevoel.
Ik koop ook elk jaar het uitshirt en heb inmiddels een mooie collectie. Die shirts zijn voor mij een memory lane, zoals dat eerste exemplaar met TDK erop. Als ik op reis ga, koop ik ook altijd een paar shirtjes. Leuk voor kinderen of voor de mensen die ik bezoek. Iedereen vindt het een geweldig cadeau. Laatst nog met een vriend in Australië. Twee jaar nadat ik hem het shirt had gegeven, zocht ik hem op en had hij het weer aangetrokken. Dat heeft toch iets van een predikant die het geloof verkondigt. In plaats van de Bijbel geef je iemand het shirt van Ajax.
Ik heb ’m één keer aangehad. In een wedstrijd dan. Namens Ajax op De Toekomst. Ik krijg daar nog koude rillingen van. Sjaak Swart had een BN’ers-team samengesteld en daarvoor was ik ook gevraagd. Stond ik daar in het volledige tenue, in een echte wedstrijd en op het veld van Ajax. Niet normaal. Dat shirt heb ik dus niet geruild.”

Wanneer ben je bij Ajax betrokken geraakt?

“Dat was op 5 augustus 1977. Ik was zes jaar en mijn vader trakteerde op Ajax – Liverpool tijdens het Amsterdam 702-toernooi. We hadden eigen drinken mee en zaten op houten tribunes. Ajax won met 2-1 en ik was meteen verkocht.
Zo hakte ik al jong de knoop door, want ik had ook wel iets met AZ. Ik kom uit Landsmeer, dat weliswaar heel Amsterdams georiënteerd is, maar ook dicht tegen de Zaanstreek aanschurkt. Hoewel ik nog steeds sympathie voor AZ voel, is Ajax toch mijn club gebleven. Vanaf mijn 14e ben ik altijd naar De Meer gegaan en tussen mijn 16e en 21e stond ik op de F-Side en later Vak M. Na de verhuizing naar de ArenA in 1996 had ik mijn eerste businessseat en toen ik Sensation ging organiseren is er een skybox gekomen. Die heb ik dit jaar trouwens opgezegd en heb ik nu weer drie businessseats.”

“Als ik het Ajax-shirt aantrek, word ik een krijger en ontstaat er een ondefinieerbaar over-mijn-lijkgevoel”

Was voelt als het meest dierbare moment?

Duncan Stutterheim: “Real Madrid uit, die 1-4. De wedstrijd waarvan het kant en klaar was dat we die zouden verliezen. Dat dit niet gebeurde en wat er toen wel gebeurde, zit nog heel diep. Zelfs dieper dan het winnen van de Champions League in 1995.
Hetzelfde gebeurde met de kampioenswedstrijd tegen FC Twente op 15 mei 2011. Die ongekende spanning voor de wedstrijd en hoe zenuwachtig iedereen was. Toen gebeurde het toch en pakte Ajax eindelijk die derde ster. De ontlading was waanzinnig mooi explosief; ik kan me niet herinneren dat we ooit zo veel lol in de skybox hebben gehad.
Daarentegen was de 2-3 tegen Spurs het ultieme prut moment. De finale missen in de laatste seconde en na zo’n reeks. Ik was helemaal kapot. Niet alleen die avond, ook een hele tijd daarna. Na de dood van mijn broer heeft niets me meer zo geraakt, wat aangeeft wat voetbal met je doet.
Voetbal is een mannenmoment, waarin je helemaal kan verdrinken. Thuis begrijpen ze daar niets van. Ik heb drie dochters en een vrouw die zelfs niet naar de WK-finale van 2010 heeft gekeken. Ik heb mijn hoop nu op mijn jongste dochter van zes gevestigd. Die probeer ik een beetje de liefde voor het voetbal en natuurlijk Ajax bij te brengen. Ik hoop dat het lukt.”

Heb je met Ajax nog een stip op de horizon? 

“We hebben in 2019 aan de internationale top geroken en zitten er nog steeds niet ver vanaf. Ik kan me momenteel goed vinden in de visie en het transferbeleid. Het verschil is te overbruggen, bovendien doemt weer een gouden lichting op en er is geld. Eens was die stip heel ver, nu is die dichterbij gekomen en bijna tastbaar. Hahaha, we staan er zelfs financieel beter voor dan FC Barcelona! Ik hoop daarom dat we snel weer in de situatie van 2019 belanden. Dat er overal ter wereld met ontzag over Ajax gesproken wordt en je apetrots op jouw club bent.”

Duncan Stutterheim

Wat kunnen we verwachten op het gebied van real estate in de nabije toekomst? MASTERS vroeg ’s lands meest gezaghebbende real estate-ondernemers, gebaseerd op hun projecten, welke trends zij waarnemen, wat de wensen van de hedendaagse klant zijn en met welke innovaties we rekening moeten houden.

Online redactie: Natasha Hendriks

Kaza Exclusiva

Kaza Exclusiva onderscheidt zich ten opzichte van andere makelaars in Spanje door een andere weg in te slaan en zich te richten op een nichemarkt binnen de markt: kwalitatief hoogstaand real estate. Ons zorgvuldig geselecteerde team heeft persoonlijke ervaring en de juiste kennis, en geniet een goede reputatie aan de Costa Blanca. Wij staan persoonlijk garant voor de klantbegeleiding tijdens het aankoopproces. De Costa Blanca en Costa del Sol zijn de twee populairste regio’s in Spanje voor een vakantieverblijf of tweede woning. Wij geloven dat de vastgoedmarkt snel een nieuwe boost zal ervaren en men opnieuw zal kiezen voor deze beide Costa’s, om te investeren in een eigen stek of een ‘opbrengst eigendom’. Exclusiviteit gaat vandaag de dag niet over bezitten, maar over het kunnen voelen en delen van unieke en persoonlijke ervaringen. Deze nieuwe manier van kijken naar het leven, waarin andere prioriteiten worden gesteld, stelt Kaza Exclusiva in staat om aan te sluiten bij deze denkwijze en onze klanten luxe vastgoedervaringen aan te bieden.

Ibiza Estates

Ibiza Estates is opgericht door de altijd in potentie denkende ondernemer François Verhoeven. “Ondernemen is voor mij kansen zien, deze aannemen en ontwikkelen.” Naast aankoop- en verkoopbegeleiding en het verhuren van luxueuze vakantievilla’s in het hoogste segment, gaan de eerste grote ontwikkelingsprojecten dit jaar van start. Waarmee de cirkel rond is voor dé makelaar op Ibiza. Voor de aan- en verkoopbegeleiding werkt Ibiza Estates middels een succesvolle formule, waardoor zij de investeringsparels er zo voor je uit pikken. Meer weten? Vraag dan een vrijblijvend kennismakingsgesprek aan. Dit kan bij je thuis, online of kom langs bij één van de twee kantoren: in Eindhoven of op Ibiza.

Voorma en Walch Makelaars in het Gooi

Jacques E. Walch, Register Makelaar – Register Taxateur, lid NVM/Fiabci: “Door de huidige covid-19 perikelen merken wij op al onze zes NVM-kantoren in het Gooi en Ibiza dat de behoefte aan een lekker huis waar je kan wonen maar bovenal ook kan werken, enorm aan het toenemen is. Het gevolg daarvan is dat er de afgelopen twaalf maanden bijzonder veel compacte appartementen alsmede kostbare riet gedekte villa’s zijn verkocht door onze kantoren. De te koop staande woningvoorraad is mede daarom met circa 30 procent gedaald. Bovendien zien wij een enorme opwaartse druk van het prijsniveau, zeker in geliefde dorpen als Laren, Blaricum en Bussum. De belangrijkste vraag van veel woonconsumenten is: hoe kom ik aan een passende woning binnen mijn beschikbare budget? Het zal je niet verbazen dat ik als Gooische NVM Makelaar iedereen adviseer om een deskundige in de hand te nemen die je wegwijs kan maken in de woningmarkt in onze regio. Bovendien is het meer dan verstandig om in deze tijd van elk huis een thuis te maken.”

Ze hebben het afgelopen jaar in twee van Europa’s meest succesvolle Netflix-producties gespeeld: Thekla Reuten (Bussum, 1975) in Warrior Nun, Raymond Thiry (Amsterdam, 1959) in Undercover. Series die wereldwijd worden gebingewatcht. “Ik werd door wildvreemde mensen uit Singapore aangesproken: ‘Are you the guy from Undercover? We watch it at home!’ “MASTERS brengt beide kijkcijferkanonnen bij elkaar.

Tekst: Bart-Jan Brouwer | Online redactie: Natasha Hendriks
Beeld: Rahi Rezvani

Jullie schelen zestien jaar. Welke geuren en klanken herinneren jullie je van vroeger?

Thekla: “De geur van de heide – ik ben naast de Bussumerheide opgegroeid, lucky bastard! Die van knoflook en een uitje in de pan. Mijn moeder kookt heerlijk en stond ’s ochtends soms al iets voor het avondeten te bereiden. Of de basilicumgeur als ze van haar eigen basilicumplantage kilo’s pesto maakte. En de geur van mijn vaders jasjes; hij had altijd pakken aan. Klanken? ‘Het is half acht!’ – zo werd ik ’s ochtends wakker geroepen door mijn moeder. Dan stond mijn vader al in de badkamer aan het einde van de gang, steevast met Radio 1 aan. Hij had best wel high-maintenance haar. Elke ochtend waste hij het, waarna hij de spaarzame haartjes die hij overhad, heel lief over zijn kale hoofd drapeerde en met haarlak verstevigde. Het zat altijd onberispelijk. Vind ik heel ontroerend, achteraf. Die klassieke Wella haarlak hoort ook bij het geurenpalet uit mijn jeugd.”
Raymond: “Mijn vader kon niet ruiken, dus ik was zijn neus. Alle producten in de koelkast moest ik op versheid beoordelen. Is de melk nog goed? Kunnen deze vleeswaren nog? Ruikt dit overhemd schoon? En er werd flink gerookt bij ons. De vitrage, overgordijnen, het interieur van de auto: alles was doordrenkt met nicotine. Reuk heeft dus altijd een grote rol gespeeld in mijn jonge jaren. Wat klanken betreft, vond ik het altijd prettig als mijn ouders in de huiskamer nog aan het praten waren, terwijl ik in het kamertje ernaast lag te wachten tot ik in slaap viel.”

Jullie hebben een heel andere achtergrond. Thekla, jouw moeder, een volbloed Italiaanse, werkte met moeilijk opvoedbare kinderen, jouw vader was priester. Hoe liefdevol gingen ze met elkaar om?

Thekla: “Een huwelijk tussen een priester en de veel jongere dochter van rooms-katholieke Italiaanse ijsmakers, dat was niet hoe het hoorde natuurlijk. Maar mijn vader was een vrije geest. Hij streed voor homo- en vrouwenrechten, had kritiek op het Vaticaan… En hij vond dat liefde ook hoorde bij het geloof, bij alles waar hij om gaf. Zij hebben dus heel bewust voor elkaar gekozen en de liefde tussen hen heb ik als heel vanzelfsprekend ervaren – ik zag hoe ze naar elkaar keken. Thuis ging het er altijd heel zachtmoedig aan toe, er werd nooit geschreeuwd. Mijn moeder ergerde zich soms wel aan dingen van mijn vader. Op zulke momenten stak het Italiaanse temperament de kop op, maar dat ging nooit op luide toon. Mijn vader was duidelijk heel dankbaar voor alles wat mijn moeder deed, waardeerde bijvoorbeeld hardop de bloemen die ze neerzette. Hij genoot echt elke avond van het eten dat zij maakte en zocht daar met zorg een mooie wijn bij uit. Ik heb altijd een veilig gevoel over hun tweeën gehad.”

Wat is de belangrijkste les die je van je ouders hebt meegekregen?

Thekla: “Voor elkaar zorgen, denk ik. En mijn vaders gevleugelde woorden waren ‘niet uit elkaars genade vallen’. Dat vind ik zo mooi. Ruzietjes, strijd of gedoe, treed een ander altijd met open hart tegemoet. Het resoneert nog steeds bij mij: blijf elkaar zien en blijf verbinding zoeken.”
Raymond: “Mijn vader zei altijd: ‘Vertrouw niemand, zelfs je beste vrienden niet.’ Dat was zijn lijfspreuk. Heel wat anders dan ‘niet uit elkaars genade vallen’, haha!”
Hoe was de sfeer in huize Thiry?
Raymond: “Soms om te snijden. Ik heb wel meegemaakt dat mijn vader met een Turks zwaard in de hand mijn moeder tegen de deur klemde, helemaal over de rooie. Stond ik als klein mannetjes tussen ze in. Geen idee waar het om ging, maar de ruzie was onmiskenbaar daar. Toch voelde thuis wel als een veilige haven, ook omdat mijn opa en oma naast ons woonden. Maar niet in de zin dat het alleen maar met liefde omgeven was. Het was meer de familieband die een onvoorwaardelijk vertrouwen gaf dat je gewenst was.”

Raymond, jouw moeder overleed toen jij negen was. Hoe heb je dat ervaren?

Raymond: “Dat was een behoorlijke klap. Maar ja, het leven gaat gewoon door. Dat was een beetje de instelling. Als kind weet je niet beter, je krijgt geen brochure van ‘zo hoort het’. Natuurlijk was ik bang om een ouder kwijt te raken. Ik vroeg altijd aan mijn moeder, ook toen ze nog gezond was: ‘Je gaat toch niet dood, hè?’ En toch, op het moment dat het gebeurt, is het een kwestie van verder gaan. Ik denk ook dat een kind daar heel flexibel in is. De dag na haar overlijden ging ik alweer naar school. Hoewel ik dat niet de hele dag heb volgehouden. Dat kwam omdat alle meisjes tegen me aan schurkten om me te troosten. Toen ben ik naar huis gerend en heb ik de rest van de middag rouwenveloppen zitten plakken.”

Thekla, wanneer wist jij dat je actrice wilde worden, wat heeft jou geprikkeld?

Thekla: “Dat is een geleidelijk proces geweest van bioscoop- en theaterbezoek. Als kind keek ik natuurlijk naar Annie en Pippi. Op iets latere, maar nog altijd jonge leeftijd namen mijn ouders me mee naar films als Cry Freedom. En zelf keek ik in het filmhuis in Bussum naar werk van Ken Loach en Zhang Yimou, van die sociaal-realistische verhalen. Daar kwam het binnenste van de mens naar buiten, de onderbuik van de samenleving. Bij Zhang Yimou was ik ineens in China, met volslagen andere kleuren en geuren en de maatschappelijke misstanden die hij blootlegde. Dat wilde ik ook! Verhalen vertellen. Mensen laten reizen, de blik verruimen. Deel uitmaken van het hart van het leven. Mijn voelsprieten stonden heel erg naar buiten gericht, ook naar de grote emoties. Over wat er allemaal borrelde vanbinnen, aan angsten en verlangens. Daar ging het bij ons thuis niet veel over. Mijn vader en moeder hadden dat niet meegekregen. Hen werd van huis uit niet gevraagd naar wat ze voelden, no way! Ik was daarnaar, denk ik, op zoek in theater- en filmverhalen: om te leren over het leven, emoties, mens-man-vrouw… alles! Vanaf mijn tienerjaren ging ik naar de Jeugdtheaterschool in Amsterdam. Ik was er serieus mee bezig, wist al op vrij jonge leeftijd dat ik iets met acteren wilde.”

Je werd zowel door de toneelschool in Maastricht als die in Amsterdam aangenomen. Wat bepaalde jouw voorkeur voor Amsterdam?

Thekla: “Dat was een heel praktische keuze. Ik wist toen net dat mijn vader ziek was en vond het fijn om dichter bij huis te zijn.”
Raymond, net als Thekla heb jij het vwo gedaan, die alleen niet afgemaakt. Waar ging het mis?
Raymond: “In de derde klas van het Hervormd Lyceum heb ik er de brui aan gegeven. Ik kon me niet concentreren, was meer bezig met cannabis. Mijn huiswerk maakte ik in de coffeeshop en als ik ’s avonds met mijn vader naar de Willem Ruis Show aan het kijken was, stak hij een Caballero op en ik een joint. Hij kon niet ruiken hè, had niets door. Soms kwam hij beneden, dan zat ik met wat vrienden in het voormalige atelier en stond het echt helemaal blauw. Toch ging er nooit een belletje bij hem rinkelen. Op mijn zestiende ging ik van school af en het huis uit. Ik woonde in kraakpanden en leefde op een uitkering. Volgens de Sociale Dienst was ik ‘onbemiddelbaar’. Ze hadden daar al gauw in de gaten: geef die jongen een paar centen, want anders gaat hij rare dingen doen. In eerste instantie was het één grote ontdekkingstocht langs partycentra en nachtclubs. Ik bracht veel tijd door in coffeeshops en theehuizen, en had mijn eigen wietplantages op allerlei plekken in de stad: achter een schutting op de Weteringschans, op de Ringdijk had ik wat wild groeien, in mijn eigen tuin… In de oogsttijd nodigde ik meisjes van school uit om wiet te komen plukken. Zaten er acht meisjes te plukken. Van de gekke!”

Raymond, wanneer kwam jij in aanraking met acteren?

Raymond: “Op mijn eenentwintigste. Ik zat om drie uur ’s nachts in Carels 3, een kroeg in De Pijp, in de Privé of Story een artikel over Willem Ruis te lezen. Daarboven stond als kop deze quote van hem: ‘Eerst ja zeggen, dan pas nadenken.’ Op dat moment stapt een vriendin die de regieopleiding volgde, op me af. Ze zocht mensen zonder spelervaring om in een stuk van haar te spelen. Of ik wilde meedoen. ‘Ja, is goed’, antwoordde ik meteen. Ik had nog nooit een schouwburg van binnen gezien, maar liet me drijven door de woorden van Willem Ruis: ‘Eerst ja zeggen…’ Zo is het gekomen. Mijn carrière heb ik dus indirect aan hem te danken.”
Thekla: “Had je nooit eerder aandrang gehad om te acteren?”
Raymond: “Ik kon wel veel dingen nadoen vroeger. Bijvoorbeeld mijn oma die op sterven lag. Dat gekreun en zo. Totdat mijn vader zei ‘nou is het afgelopen’.”
Thekla: “Keek je als kind veel films?”
Raymond: “Op televisie keek ik graag Rawhide. Ik kon me wel in een verhaal verliezen. En ook in het spel. Als we buiten cowboytje & indiaantje speelden, zat ik er helemaal in.”
Thekla: “Dat is wel de essentie ja, dat je kunt opgaan in verhalen.”
Raymond: “Het acteren moet bij mij een beetje vanzelf gaan. Ik ben niet van de methodes en leef me ook niet overmatig in voordat er ‘actie’ wordt geroepen. Ik lees het verhaal gewoon goed, zodat ik een beeld van de sfeer heb. Daar probeer ik aan te beantwoorden, meer met fantasie dan met methode.”

Merk je een verschil met acteurs die wel zijn opgeleid, dat je een achterstand hebt?

Raymond: “Achterstand niet. Ik mis soms een soort vertrouwen dat mensen met een diploma wel hebben.”
Thekla: “Meerdere wegen leiden naar Rome. Als je van de toneelschool komt, heb je weer niet die ervaring van twee jaar spelen die jij had. En uiteindelijk begint je acteursschap pas echt na school, door te doen. Op de toneelschool leer je vakken en mag je talenten ontwikkelen. Maar jij hebt jouw kennis on the road opgedaan.”

“Dat is voor mij wel hét woord, intuïtie. Als ik een script voor het eerst lees, voel ik in mijn lijf waar het vandaan moet komen bij een personage. Natuurlijk komt er soms ook research bij kijken of moet je iets leren. Maar het is vooral die ontvankelijkheid. Dat is een levenshouding, een gretig oog voor mensen, hun gedrag en hoe ze met elkaar omgaan”

Thekla Reuten

Thekla, een jaar na jouw filmdebuut stierf je vader. Hoe heb je dat ondergaan?

Thekla: “Hij was ziek, dus we leefden ernaartoe. Uiteindelijk besef ik ook wat een groot cadeau het is dat je met elkaar door dat sterfproces kan gaan. Mijn moeder, broer en ik waren erbij toen hij zijn laatste adem uitblies. Mijn vaders laatste gedachten die hij nog helder uitsprak, vond ik heel mooi: ‘Doodgaan is opgaan in… iets eeuwigs… mysterie.’ Dat je op je sterfbed durft te twijfelen aan God, terwijl je nota bene priester was. Dat vind ik getuigen van iets heel krachtigs.”

Raymond, jouw vader stierf op je eenentwintigste, je was nu beide ouders kwijt. Bleef je niet met onbeantwoorde vragen achter?

Raymond: “Het is niet dat ik met vraagtekens zit waarop ik graag antwoorden zou willen hebben. Sowieso is het leven één groot vraagteken. Het was natuurlijk verdrietig dat ik mijn beide ouders kwijt was, maar tegelijkertijd voelde het als een bevrijding. Dat je denkt: okay, nu sta ik op eigen benen. Het geeft ook een boost van ‘ik ga het zelf doen’.”

Jullie hebben het eenentwintig jaar volgehouden. Word je op een gegeven moment nog wel uitgedaagd?

Raymond: “Gaandeweg was de koek een beetje op, in elk geval de samenwerking. Ko wilde duidelijk iets anders. Hij wilde niet meer per se met alle leden van het collectief een voorstelling maken. Dat schoot ons een beetje in het verkeerde keelgat. Er was absoluut sprake van een diep respect voor de artistieke leiding, maar tegelijkertijd heerste een trots gevoel dat we het met z’n allen deden.”

Raymond, jij was geknipt voor de rol van huurmoordenaar Luther in Penoza. Kon je ook maar enigszins bevroeden dat die rol zo’n impact op jouw leven zou hebben toen je het script las?

Raymond: “Nee. En het heeft mijn leven ook niet echt veranderd. Wel heb ik vaker een goed humeur. Tijdens de fotoshoot net ging ik even een pakje sigaretten halen. In de tien minuten dat ik weg was, wilden drie mensen met mij op de foto. Daar word ik wel blij van. Ik krijg ook alleen maar leuke reacties. Laatst werd ik tussen de Ferdinand Bol en de Hobbemakade gepasseerd door een tram, Lijn 3. Hij ging langzamer rijden, klinkt er plotseling luid door de speakers: ‘Dag Luther!’ Ook kwam een keer een politieauto langsrijden. Gaat het raampje open: ‘We houden je in de gaten, hoor.’ Haha! Sinds Luther kan ik ’s nachts veilig over straat in de armere wijken van Amsterdam. Voor veel hangjongeren en criminele gasten ben ik een held. Laatst stond ik voor een verkeerslicht, stopt er een dikke Mercedes naast me met vier Marokkaanse Nederlanders erin, gaat het raampje open: ‘Hey Luther, je moet een boek over ons schrijven, man!’ Waarna ze vol gas wegscheurden. Het rare is, iedereen wil een podium. Ook criminelen willen hun succes laten shinen. Ze willen niet alleen met hun gejatte poen dik lopen doen in een discotheek, ze willen dat er een boek over hen geschreven wordt, over wat ze doen, de spannende situaties waarin ze zitten. In hun ogen heb ik het soort van gemaakt. Ik heb een stoer imago – dat brengt die rol met zich mee – en ik kom ermee weg. Dat is wat ze appreciëren.”

Bijna tien jaar lang heb jij Luther gespeeld. Hoe ontwikkelt de psychologie van een karakter zich tijdens zo’n lange periode?

Raymond: “Niet! Het is heel eenduidig wat ik doe. Ik was gewoon een secondant, een soldaat die Carmen (Monic Hendrickx; red.) uit penibele situaties redde. Veel meer viel er niet te spelen. Er is weliswaar altijd een seksuele spanning tussen Carmen en Luther geweest, maar die is nooit uitgewerkt waardoor het tot interessantere spelscènes had kunnen leiden. Op de een of andere manier had er wel een verdieping in gekund, zodat ik net even wat meer te spelen had. Gaandeweg werd het meer modelleren. Ik had het redelijk goed in de vingers, het karakter verrast je niet. Er had wat meer vlees aan kunnen zitten.”

In 2009 won jij het Gouden Kalf voor beste bijrol voor jouw rol in Oorlogswinter, zes jaar later kreeg jij dezelfde award voor je bijdrage aan Bloed, Zweet & Tranen. Wat weegt voor jou zwaarder: de erkenning door het publiek of de beeldjes op de schoorsteenmantel?

Raymond: “Geef mij maar Lijn 3! Ik doe het niet voor de beeldjes. Maar het doet me wel wat. Bij het eerste Gouden Kalf dacht ik: dat is toeval. Bij de tweede had ik zoiets van: ik doe kennelijk toch iets goed. Langzaam ontstaat een Wall of Fame in huis en realiseer je je dat je helemaal niet zo’n sukkel bent. Ik ben de eerste die mezelf altijd downgradet. Dat zit nu eenmaal in me. Sommige mensen hebben het heel erg getroffen met zichzelf, andere hebben het gevoel dat ze er eigenlijk niet zo toe doen. En ik behoor tot die laatste groep. Wat me er niet van weerhoudt om goed te presteren.”

Hoe vond jij het als ras-Amsterdammer om Joop Hazes te spelen in Bloed, Zweet & Tranen?

Raymond: “Dat was leuk! André komt uit De Pijp, hij zat in het blok waar ik woonde op school. En ik kende natuurlijk de kroegcultuur die in de film terugkomt, waarin de hele buurt met elkaar rond de tap zit en iedereen elkaars oom en tante is. Ik houd niet zo van de muziek van André, maar hij is wel een van de weinige Nederlandse zangers met soul. Nummers als Bloed, zweet en tranen en Dit is de laatste keer raken me echt.”

Stopt er weleens een metro voor jou, Thekla?

Thekla: “Nee, nooit. Ik heb het tegenovergestelde van het Luther-effect, haha. Ik kan met iemand staan praten die een film met mij erin heeft gezien zonder dat diegene mij herkent. Geen idee hoe dat komt. Maar ik vind dat helemaal niet onprettig, want ik ben erg op mijn privéleven gesteld. Als ik iets te horen krijg, gaat het meestal over de Nederlandse dramaserie Tessa (2015) of de films Schone Handen (2015) en The American (2010), waarin in speel naast George Clooney. In Duitsland heb ik wel vaak meegemaakt dat ik door fans werd benaderd. Daar printen ze foto’s van je uit, dat zit daar veel meer in de cultuur, en dan vragen ze om een handtekening. Heel beleefd, ‘Bitte, Frau Reuten…’, maar dan wel vaak een pak van tien foto’s, haha. Uit Duitsland komen per post ook veel Autogrammanfragen bij mijn agent binnen. Ik heb best veel in Duitsland gespeeld. Het gekke met mij en Nederland is dat ik heel veel dingen heb gedaan die veel mensen hier nooit gezien hebben. Bijvoorbeeld Lucky Man (2016), een grote serie voor Sky, waarin ik de hoofdrol speel naast James Nesbitt; de Duitse films Hotel Lux (2011) en Da Geht Noch Was! (2013), een paar BBC-series… Voor mij waren dat grote stappen. En ook de chauffeur van Lijn 3 krijgt dat niet mee, denk ik.”

Jouw cv puilt uit met internationale producties, waaronder Sleeper Cell (2006), Lost (2008), In Bruges (2008) en vorig jaar nog Marionette. Waar komt die drang vandaan?

Thekla: “Ik houd enorm van taal, van jongs af aan, ook op school. Ik vind het leuk ze te veroveren, die vreemde talen. Al snel na de toneelschool speelde ik in een Duitse film. En ik heb een tijd in Los Angeles gewoond en liep daar audities af. De aanvragen kwamen op mijn pad en ik kon ze beantwoorden in de zin dat de taal geen drempel was. Ik heb me nooit Nederlands gevoeld, meer wereldburger. Ik heb geacteerd in het Engels, Duits, Italiaans, Amerikaans met accent… Ik heb zelfs scènes in het Russisch gedaan.”

Hoe anders is het om in een andere taal te spelen?

Thekla: “Je moet er vooral veel meer voor doen om het gemak te vinden dat je in je moerstaal hebt. En dan begint het te spelen. Die uitdaging vind ik leuk. Elke taal geeft je ook iets cadeau, een andere klank, een ander ritme.”

Heeft de opkomst van streamingdiensten veel voor jou als actrice veranderd?

Thekla: “Zeker, die maken het mogelijk dat een serie heel snel een wereldwijde hype wordt. Het benadrukt ook dat we wereldburgers zijn. Aan de andere kant wordt er zo ontzettend veel gemaakt dat er ook een grote kans is dat je wordt ondergesneeuwd. Netflix kan het zich permitteren om risico’s te nemen en te gokken op die ene grote hit tussen de tientallen producties die ze maken. Dat kán bijzondere dingen opleveren. Ze hadden niet gedacht dat Stranger Things zo’n enorm succes zou worden. De makers kregen de vrijheid om hun gang te gaan en dat ontpopte zich tot iets waanzinnigs. Een filmproducent wedt op veel minder paarden per jaar, dat is moeilijker.”

Maak je veel vrienden op een set?

Thekla: “Op een set maak je soms heel intieme momenten van mensen mee. Je deelt samen een intense ervaring, maakt soms ook letterlijk een reis – dat verbindt. Maar als de opnames afgelopen zijn, kan het zijn dat je die mensen nooit meer ziet, hoewel er soms een diep vriendschapsgevoel is ontstaan. Dat is een heel gek iets dat bij dit vak hoort. Twintig jaar lang vond elke job die ik deed plaats met nieuwe mensen op een andere plek. Ik heb geweldige dingen meegemaakt, maar het is ook heel hard werken om elke keer jezelf voor te stellen. opnieuw te beginnen, de code binnen zo’n groep te ontdekken… Ik verlang nu heel erg naar herhaald samenwerken met dezelfde mensen.”
Raymond, jij hebt lang met je vriendin op de planken gestaan. Net als jij begon Raymonde de Kuyper haar carrière bij Alex d’Electrique. Hoe verzin je het: Raymond en Raymonde!
Raymond: “En dan hadden we ook nog eens een Ford RayMondeo, haha!”
In 2013 kwam er een einde aan jullie relatie. Waarop is die stuk gegaan?
Raymond: “We kusten niet meer nat. Maar ik houd nog altijd bijzonder veel van die vrouw. Ik zie haar elke week nog, we delen zelfs een hond.”
Thekla: “Stoppen is nog geen falen. Er hoeft niets mis te zijn om uit elkaar te gaan. Acteur Lykele Muus schreef er een boek over. Hij zegt: ‘Onze relatie was niet mislukt, hij was gewoon eindig.’”
Raymond: “De een schrijft er een boek over, de ander is in een interview spaarzaam met informatie. Ik denk dat ik tot die laatste categorie behoor als het over zulke persoonlijke dingen gaat. Nat kussen vind ik al grensoverschrijdend.”

Gaat het ook te ver om erover te praten dat je drie tienerzoons hebt bij andere vrouwen?

Raymond: “Nee, dat kan ik ook niet ontkennen. Ik was uitverkozen door twee lesbische stellen, die graag kinderen wilden. Zij doen het harde werk, het opvoeden. Ik ben niet de man die de jongens naar bed stuurt en hard optreedt omdat ze hun huiswerk niet hebben gemaakt. Ik ben de fun daddy. Ik doe leuke dingen met ze, we ondernemen avonturen. En soms bellen ze op: ‘Hey pa, ben je thuis?’ En dan horen ze meestal liever dat ik níét thuis ben, want dan kunnen ze mijn huis gebruiken om er te feesten.”

Terugkijkend, wat zijn de warmste, meest familiale producties geweest?

Raymond: “Villa Achterwerk.”
Thekla: “De meest recente film, die ik afgelopen najaar heb gedraaid, Narcosis van regisseur Martijn de Jong. Misschien dat het er ook mee te maken heeft dat we allemaal heel blij en extra dankbaar waren dat we überhaupt konden draaien in deze coronatijd. Het is de enige film die ik heb gedaan in 2020. En het was zo’n liefdevolle, fijne en goed samenwerkende club.”
Terry Gilliam heeft ooit een film willen maken, waarbij alles misging. Over deze productie is de documentaire Lost in la Mancha gemaakt. Thekla, wat is jouw persoonlijke Lost in la Mancha?
Thekla: “Waffenstillstand (2009), dat werd opgenomen in Marokko. De setting was Bagdad in 2004, ten tijde van de Irakoorlog. Het werd een heel ingewikkelde film omdat het totaal onverwacht voor de tijd van het jaar heel hard ging regenen in de woestijn. Het leek de Waddenzee wel! Op sommige plekken begonnen zelfs grassprietjes te groeien. Die hebben we een keer staan wegtrekken met z’n allen zodat we toch konden draaien. Het was een soort guerrilla-filmen. Als een locatie onder water stond, scheurden we in ons busje – hup! – door naar de andere. ‘Snel, nu dit stukje van de scène die we gisteren niet konden afmaken!’ De catering kon ons niet bijhouden, dus de lunch werd een pak biscuits; we werden nog ergens bekogeld met stenen, wat heel beangstigend was… Uiteindelijk is de film er gekomen, en je ziet niets van alle tegenslag.”

Wat betekenen succesvolle Netflix-series als Warrior Nun en Undercover voor jullie? Dat je een beter contract kunt afdwingen?

Thekla: “In Amerika werkt dat wel zo, ja.”
Raymond: “Misschien dat ik er een paar honderd euro op vooruitga. Maar ik zit al in de toplaag, behoor al tot het Ajax van het Nederlands acteren.”
Thekla: “Het levert vooral extra bekendheid op, omdat ontzettend veel mensen het hebben gezien of ervan weten.”
Raymond: “Ik werd in Bordeaux door wildvreemde mensen uit Singapore aangesproken: ‘Are you the guy from Undercover? We watch it at home!’ Dat is leuk.”

Hoe ondergaan jullie deze coronatijd?

Raymond: “Ik leef bij de dag, kan mij makkelijk schikken naar nieuwe situaties en heb niet constant mensen om me heen nodig. En de meeste films en series waarin ik speelde, gingen gewoon door. Ik ben de afgelopen maanden wel dertig keer getest. Volgende week heb ik een gesprek over het vervolg van Doodstil. En ik ga komende zomer een Duitse film maken.”
Thekla: “Ik wil natuurlijk voor niemand narigheid, maar ik vind de stillere, rustigere wereld wel fijn. En door de stilstand had ik de tijd voor iets wat ik altijd al wilde: zelf projecten ontwikkelen. Ik ontwikkel nu een film samen met een geweldige schrijfster en ik geniet enorm van dat proces. Ook werd ik al ruim voor corona door comedian en programmamaker Ikenna Azuike benaderd om mee te werken aan een televisieserie, waar ik ook heel enthousiast over ben. En ik zie uit naar het tweede seizoen van Warrior Nun in mei. Corona volente, als Corona het wil natuurlijk.”

MASTERS #45

MASTERS #45

Zien, ruiken, proeven: je kunt je zintuigen op verschillende manieren verwennen. Unieke parfums, gezellige geuren en exotische smaken: er zijn lekkernijen voor alle zintuigen. Of je nu thuis of onderweg bent, je kunt deze lekkernijen gebruiken als een kans om nieuwe sensaties te ervaren. Benieuwd? Lees verder.

Online redactie: Natasha Hendriks

Je eigen parfum

House of Rituals is een nieuw holistisch winkel- en lifestyleconcept van het Amsterdamse cosmetica- en lifestylemerk Rituals. De opening vindt in twee fases plaats. In oktober ging de eerste fase van start met de opening van de begane grond met vertrouwde Rituals-collecties en restaurant Rouhi, en de eerste verdieping met de nieuwe premium collecties. Daar kun je je eigen geurkaars maken, je eigen shampoo mengen en bij de parfumbar, samen met een geursommelier, je eigen parfum samenstellen op basis van de parfums uit The Talisman Collection. Fase twee volgt begin zomer 2021 met de opening van de Mind & Body spa’s. The Talisman Collection, prijs: € 99 (enkele fles), € 129 (set).

Vol warmte en licht

Het branden van kaarsen voor elkaar symboliseert liefde en hoop, warmte en licht – iets wat we in deze tijd goed kunnen gebruiken. Vanuit deze gedachte is L’AIMÉ ontstaan: een collectie geurkaarsen met elk een bijzondere boodschap. Om ons aan momenten te herinneren van geluk en hoop, maar ook die van komen en gaan. Tijdens een moeilijke periode ontving oprichtster Cloé liefde en warmte in de vorm van tientallen kaarsjes die voor haar werden aangestoken. Dit gaf kracht en positiviteit en inspireerde haar tot het opzetten van dit merk. Wenskaarsen van L’AIMÉ worden handgemaakt in Nederland met natuurlijke oliën afkomstig van traditionele parfumeurs in Grasse. De kaarsen dragen stuk voor stuk een unieke geur en wens – speciaal bedacht om elke gelegenheid te vieren, en stil te staan bij ieder bijzonder moment. Ze zijn bij diverse luxe winkels te koop en online is er de mogelijkheid om de kaarsen volledig zelf samen te stellen, ook voorzien van persoonlijke tekst. Ook heeft L’Aimé prachtige giftsets, bestaande uit een gepersonaliseerde kaars, kaarsenstandaard en handgeschreven wenskaart. Perfecte manier om jouw zintuigen te verwennen

Must-read van het jaar

Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente filosofieboek breekt Roman Krznaric (1970) het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Volgens de Australisch-Britse publieksfilosoof, politicoloog en schrijver zitten we vast in economische systemen die verslaafd zijn aan groei. Maar je kunt niet alsmaar meer en meer hulpbronnen gebruiken, op een gegeven moment is het op. Zoals hij het in een interview met de Volkskrant verwoordt: ‘We behandelen de toekomst als een stortplaats van ecologische schade en technologische risico’s. Ik noem dat de kolonisatie van de toekomst.’ We staan op de rand van de afgrond. Léés dit alarmerende boek, De goede voorouder, 240 pagina’s, prijs: € 23.

Winst maken met whisky

Het begon in een oude bollenschuur. Inmiddels is Scotch Whisky International leading in het beleggen in Schotse single malt whisky en voorziet het in vermogensbeheer. Whisky komt over als een heel veilig beleggingsproduct: tussen 1936 en 2008 is whisky gemiddeld met 6,6 procent in waarde gestegen en vanaf 2008, toen whisky als beleggingsproduct is neergezet, zelfs met 15 procent. Oprichter Michel Kappen: “Het grote voordeel van whisky ten opzichte van andere alternatieve investeringen is dat in de fles whisky niet aan kwaliteit verliest en er geen kosten bij komen kijken. Aan whisky geef je nul euro uit en hij blijft goed.”

Benieuwd naar meer? Lees hier over s’werelds duurste parfum.

LXRY List 2021

LXRY LIST 2021

Het voorjaarsnummer van MASTERS #45 is er één om bij weg te dromen. In deze editie ligt de focus op Luxury Homes en Travel. Wat zijn volgens design-journalist Jeroen Junte dé villa-trends? En reizen… Mag er na 1 jaar ontzegging alweer stiekem gedroomd worden over tropische eilanden en onontdekte plekken? Daarnaast worden de pagina’s rijkelijk gevuld met een groot interview met twee van Nederlands meest succesvolle acteurs: Thekla Reuten en Raymond Thiry. En hoe staat het ervoor met de Nederlandse Clubliefde? Sportjournalist Jaap de Groot peilt er op los.

Online redactie: Natasha Hendriks
Tekst: Bart-Jan Brouwer

Zwevende zwembad

In het voorjaarsnummer van MASTERS komt een special over Luxury Homes, met daarin de visie van onze meest gezaghebbende real estate-ondernemers. Daarop aansluitend onderzoekt architectuur & design-journalist Jeroen Junte de meest opvallende trends in de bouw van villa’s in het hoge segment. Wat te denken van een zwembad dat zweeft tussen de woonlagen, met een groot onderwater venster waar je vanuit de living op uitkijkt? 

Droomreis

Daarnaast ligt de focus in deze editie op Travel. Na een jaar zonder reizen mogen we voorzichtig weer dromen over tropische stranden, plannen maken, een reis uitzetten, ons verheugen! 

Masters van het Witte Doek

Verheugen mag je je ook op het grote interview met twee van ’s lands meest succesvolle acteurs: Thekla Reuten, die afgelopen jaar te zien was in Netflix-kijkcijferkanon Warrior Nun, en Raymond Thiry, die sinds zijn rol van kille huurmoordenaar in Penoza geen stap meer buiten kan zetten zonder dat hij door vreemden wordt aangesproken. “Laatst stopte een politiewagen naast me, ging het raampje open, zei de agent: ‘We houden je in de gaten…’” Topfotograaf Rahi Rezvani heeft deze Masters van het Witte Doek op briljante wijze geportretteerd. 

Clubliefde

Om de clubliefde van de BV Nederland te peilen gaat sportspecialist nr. 1 Jaap de Groot langs bij topondernemers als Marcel Boekhoorn (suikeroom van NEC), René Neelissen (RvC-voorzitter AZ) en Duncan Stutterheim (levenslang Ajax-supporter): “Als ik het Ajax-shirt aantrek, word ik een krijger en ontstaat er een ondefinieerbaar over-mijn-lijk gevoel.” 

Triptyque

We gaan in Wateringen aan tafel bij Niven Kunz en zijn partner Virginie van Bronckhorst, die daar afgelopen jaar hun nieuwe restaurant Triptyque openden – in hetzelfde pand waar Niven, als jongste chef ooit, in 2009 een ster haalde. Gaat het hem hier voor de tweede keer lukken? 

Kunstwerk vol passie

Irene van de Laar ontmoet kunstenaar/curator Erik Kessels, die op BredaPhoto voor reuring zorgde met zijn kunstwerk Destroy my FaceVerder een interview met kunst- en design duo Rive Roshan. Hun installaties en objecten passen in de tijdgeest van nu, want ze dagen uit om vanuit een nieuw perspectief naar de wereld te kijken. “Ons werk impliceert progressie, ontwikkeling, beweging… Het is voor iedereen belangrijk om goed na te denken over hoe we met de wereld omgaan en hoe we verder moeten.” MASTERS – inspirerend, informerend, enerverend!

Dat voetballers in dikke auto’s rijden en veel geld verdienen is wel duidelijk. De beste voetballers ter wereld geven vaak de voorkeur aan sportwagens of supercars, maar er zijn uitzonderingen. Sommige voetballers geven misschien de voorkeur aan krachtige SUV’s of premium sedans van bekende premium automerken. Benieuwd waar de nederlandse voetballers in rijden? Lees verder.

Online redactie: Natasha Hendriks

Corvette Stingray

Daley Blind is eigenaar van een Corvette Stingray. De auto maakt een sprintje van 0 naar 100 km/u in 4,2 seconden en kost zo’n €125.000. De Stingray heeft een topsnelheid van 300 km/u en heeft een indrukwekkende 6.2-liter V8 met 466 pk.

Foto: Autoblog

Rolls Royce Wraith Mansory

Deze auto van Memphis Depay is van een ander kaliber. De auto trekt in 4,6 sec op van 0-100, heeft 2 turbo’s en 630pk, waarmee hij een snelheid van 300 km/h kan behalen. Deze Wraith is te koop vanaf €360.000, maar deze nederlandse voetballer koos om wat wat extra opties bij te nemen. De Mansory uitvoering van hem kost zo’n €550.000.

Foto: Bekendeburen

Porsche Macan S

Frenkie de Jong bezit een Porsche Macan S. Deze SUV heeft zo’n 354 pk onder de motorkap zitten en gaat van 0 – 100 km/u in 5,3 seconden. Met een topsnelheid van 254 km/u zal Frenkie nooit ergens te laat komen.

Foto: Porsche

Lamborghini Urus

Hakim Ziyech rijdt in een Lamborghini Urus in de kleur ‘Nero Helene’. De Lamborghini heeft een sleek stealth-look. Van binnen is de kleurstelling zwart leer met gele stiksels. Dit matcht met de gele remklauwen. De 4,0-liter V8 in de Lamborghini Urus produceert 650 pk en 850 Nm. Hiermee sprint de SUV van 2,2 ton in 3,6 seconden naar de 100 km/u en de topsnelheid is 306 km/u. De nieuwprijs in Nederland voor een Urus is minimaal €278.844.

Foto: TopGear

Mercedes G63 AMG

Aanvoerder van ons Nederlands elftal, Virgil van Dijk, rijdt naar veel wedstrijden in zijn Mercedes G63 AMG. De auto heeft 585pk en kost ruim €129.000. Dubbele turbocompressoren draaien tot 185.000 tpm om het koppel bij lage toerentallen drastisch te verhogen. We kijken naar een luxe SUV die iets meer dan vijf seconden nodig heeft om vanuit stilstand de 60 mph te bereiken.

Foto: Car and driver

Benieuwd naar meer? Klik hier om te lezen over autos waar de Formule-1 coureurs zelf in rijden.

 

Het koffietafelboek LXRY List biedt volop inspiratie en vormt een gids naar ‘nieuw geluk’. Innovatie en ecologie gaan goed samen. In de List deze week drie ontwerpers die met hun designs een grote rol kunnen spelen bij het oplossen van ecologisch-gerelateerde problemen.

Online redactie: Natasha Hendriks

The Dutch Biotope

Het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Dubai 2021, The Dutch Biotope geheten, krijgt een energie-opwekkend dak van gekleurde zonnecellen, een ontwerp van Marjan van Aubel. De panelen zijn niet alleen modulair maar ook circulair en gemaakt van organische materialen, wat zeldzaam is voor zonnepanelen. Ze zijn voorzien van een grafisch design dat, net als gebrandschilderd glas, zorgt voor fraaie licht- en kleurprojecties in het paviljoen. Alsof je in een gigantische moderne kerk bent. De panelen zijn gemaakt van PET en daarom vederlicht en dus eenvoudig te transporteren: na afloop worden ze gedemonteerd en elders opnieuw gebruikt.

Virtue of Blue

De ruim 500 zonnecellen in deze poëtische kroonluchter zijn gesneden in de vorm van vier verschillende vlindersoorten die fladderen rond een glazen lichtbron. Zij laden de luchter overdag op zoals echte vlinders zich via hun vleugels opwarmen in de zon. Hoewel ze statisch zijn, lijken de vlinders volop in beweging. ‘Virtue of Blue’, een kunstwerk van Jeroen en Joep Verhoeven, is maar liefst 144 x 144 cm groot.

Micro Water Structures

Om overtollig regenwater in de nabije toekomst effectief op te vangen, te zuiveren en distribueren ontwerpt Jólan van der Wiel stedelijke installaties. In ‘Micro Water Structures’ onderzoekt hij hoe we kunnen anticiperen op de verwachte waterproblematiek en verbeeldt hij op een speelse manier een hoopvolle oplossing, onder meer door ook fonteinen en zwemplekken te integreren. De installatie, die uitgaat van een symbiose tussen hemelwater en architectuur, moet fungeren als conversation piece en onze omgang met water en met ons ecosysteem bespreekbaar maken. Ook laat Micro Water Structures zien welke rol design kan spelen bij het oplossen van ecologisch-gerelateerde problemen.