Morgan roadtrip: Van Ambacht naar Beter

Morgans worden al meer dan een eeuw met de hand gebouwd in Malvern. De kennis gaat er vaak van vader op zoon. Dat maakt een Morgan de uitgelezen auto om kennis te maken met vakmanschap op Nederlandse bodem.

Tekst: Perry Snijders
Online redactie: Mical Joseph
Beeld: Luuk van Kaathoven

Het is nog vroeg als we arriveren bij het Nederlands Wijnbouwcentrum in Groesbeek. Hoewel het aantal duiventelers in Nederland in snel tempo groeit, staan ‘we’ nog niet bekend als wijnland. Hier doen ze er alles aan om dat te veranderen. Behalve dat er wijn wordt gemaakt, kun je er zowel hobbymatig als professioneel leren wijnproeven. “De wijnbeleving staat hier centraal”, zeggen ze zelf. Niet zo gek: Nederland mag dan geen wijnland zijn, Groesbeek is wel een wijndorp, met het Wijnbouwcentrum als hart van het dorp. Dat is de plek waar Freek Verhoeven in 2001 wijngaard Colonjes begon. Die is in de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot de grootste biologische wijngaard van Nederland. Verhoeven zelf is inmiddels overleden, maar het vakmanschap leeft voort. Dat blijkt als Berry Emmen ons rondleidt door het bedrijf. Samen met Jeroen Wismans en oenoloog Adam Dijkstra bestiert hij Wijnhoeve de Colonjes. “We hebben hier verspreid over drie locaties tien verschillende druivenrassen. Daarbij hebben we het voordeel dat de wijngaarden op een lössbodem liggen, dat geeft een volle en mineraalrijke smaak.” We kunnen het niet proeven, want we moeten nog een hele dag door met de drie Morgans die we bij ons hebben. Niet dat dat een straf is, want we begonnen onze trip juist om een dag lang rijplezier te hebben met deze handgebouwde sportauto’s. Dat was echter niet de enige bedoeling die we hadden. We wilden ook merken hoe groot de verschillen tussen deze drie Morgans nu écht zijn. Is een Plus Four met automaat een totaal andere belevenis dan een handgeschakelde? En maakt de zescilinder de Plus Six tot een heel andere auto dan de Plus Four met zijn viercilinder? Het is dus niet alleen een ontdekkingsreis in vakmanschap, maar ook een uitgebreide kennismaking met de drie Morgans.

Drie kernelementen

Op de Morgans is de term vakmanschap ook van toepassing. Pickersleigh Road is al meer dan een eeuw de plek waar Morgans gebouwd worden, een ambacht dat niet zelden van vader op zoon gaat. Verrassend is dat niet, want de fabriek ligt in Malvern Link, een kleine gemeenschap met iets meer dan zesduizend inwoners; als je daar al ruim een eeuw auto’s bouwt, ligt het voor de hand dat hele families bij een bedrijf betrokken zijn. Dat wil niet zeggen dat het geen serieuze business is, want er worden per jaar zo’n achthonderd auto’s gebouwd. Evenmin wil het zeggen dat Morgans verouderd zijn, want sinds het bedrijf vorig jaar stopte met het stalen chassis, wordt iedere Morgan op het CX-platform gebouwd, een splinternieuw aluminium platform dat veel stijver is dan het eerder gebruikte staal. En het hout dan? Dat een Morgan een houten chassis had, is een mythe. Wel werd (en wordt) er hout gebruikt in de constructie van de carrosserie. Morgan noemt het zelfs een van de belangrijkste onderdelen van de auto. ‘Iedere Morgan is vakkundig met de hand vervaardigd uit drie kernelementen: essenhout, aluminium en leer’, aldus het merk zelf. Toch loopt het merk ook weer niet voor de muziek uit. De oude Peter Morgan, die het merk leidde van 1959 tot zijn dood in 2003, zei in een interview eens dat hij niet tegen veranderingen was: “We veranderen onze auto’s als het moet, maar we laten ze hetzelfde als het kan.” Toch moet je je niet vergissen in het merk. De fabriek ziet er op foto’s soms zelfs gezellig uit en citaten als die van Peter Morgan brengen je wellicht op het idee dat er in een oude schuur auto’s in elkaar geknutseld worden, maar niets is minder waar. Het vakmanschap is onveranderd, maar onder iedere Morgan gaat een aluminium platform schuil, en bovendien worden de modernste motoren van BMW gebruikt. Dat zou in München van z’n levensdagen niet goed worden gekeurd als het om knutselprojectjes ging.

Rijplezier

Modern of niet, het rijplezier staat bij een auto als een Morgan natuurlijk op de allereerste plaats. We treffen het met het weer, want tijdens onze roadtrip door Nederland is het warm en zonnig. Weliswaar zijn de auto’s van een dak voorzien, maar een Morgan moet je als het maar half kan open rijden. Vanuit Groesbeek zetten we koers richting Apeldoorn, waar we geen al te specifieke bestemming hebben; het doel is vooral om op de Veluwe mooie wegen te vinden. Met een Morgan geldt immers nog sterker wat eigenlijk voor iedere auto geldt: een snelweg brengt je van A naar B, maar rijplezier is te vinden op heel andere wegen. Alle drie zijn ze hier op hun gemak: de handgeschakelde Plus Four biedt ouderwets rijplezier, de Plus Four met automaat verrast je met het gemak waarmee hij zich laat rijden en de Plus Six is weliswaar voelbaar iets zwaarder, maar laat je versteld staan van de snelheid waarmee je deze wegen aan kunt vallen. Vooral als je bij het uitaccelereren van de bocht weer op het gas gaat, kun je je keer op keer verbazen over zijn snelheid. De Plus Four komt met zijn 258 pk helemaal niets tekort, maar dit zijn de plekken waar je voelt dat de Plus Six ruim 80 pk extra tot zijn beschikking heeft. Als je deze motoren kent uit BMW’s, weet je hoe gretig ze zijn. Alleen hebben ze in deze Morgans honderden kilo’s minder te verslepen.

Gesprokkeld hout

Als we Apeldoorn binnenrijden, komen we langs de winkel van Hans de Louter, die 35 jaar geleden begon met het vervaardigen van gitaren, violen, altviolen, Ierse bouzouki’s en mandolines. De Louter staat wijd en zijd bekend om zijn vakmanschap, ook al omdat hij een van de weinige luthiers is die daadwerkelijk instrumenten bouwt (de meeste repareren ze alleen). De winkel blijkt gesloten: De Louter is alleen op afspraak open, omdat hij meestal in zijn atelier zit te werken. Van een eerder bezoek weten we dat het de moeite waard is. Als je van muziekinstrumenten houdt, is dit de plek waar je moet zijn. Al is het alleen al om het verhaal van De Louter te horen. Het was namelijk de film Woodstock die hem inspireerde zijn eigen instrumenten te gaan bouwen. Met in het Orderbos gesprokkeld hout bouwde hij zijn eerste sitar. Volgens hemzelf een complete mislukking, maar het zaadje was geplant. Even verderop strijken we voor een korte pauze neer bij de ambachtelijke ijsmakers van Van Swoll. Eigenaar Klaas Brasjen kijkt direct op als hij de drie Morgans ziet. Niet verwonderlijk, want met zijn klassieke Bedfords is hij regelmatig aanwezig bij auto-evenementen, waaronder het jaarlijkse Concours d’Elegance Paleis Soestdijk. Dat klassiekerevenement heeft zijn oorsprong bij het Apeldoornse paleis Het Loo en was daardoor een thuiswedstrijd voor Van Swoll. Met een welgemeend “veel plezier!” wuift de ijsmaker de drie Morgans uit.

Welkome uitzondering

En plezier, dat heb je met een Morgan. Waar sommige dure auto’s nog weleens negatieve reacties oproepen, krijgt een Morgan met zijn klassieke uiterlijk alleen maar sympathie. De boodschap die je met een Morgan uitdraagt is niet ‘moeders, houd uw dochters binnen’, maar simpelweg dat je van mooie dingen houdt en over de juiste dosis joie de vivre beschikt. Maar het plezier zit natuurlijk niet alleen in reacties van omstanders. In een wereld waarin auto’s steeds digitaler worden, is een Morgan, iedere Morgan, een welkome uitzondering. Want de techniek mag dan modern zijn, het gevoel tijdens het rijden is ouderwets, in de goede zin van het woord. Dat rijden gaat dan ook sneller dan we denken. Bijna ongemerkt zijn we vanaf de Veluwe via de Utrechtse Heuvelrug in Stoutenburg beland, onder de rook van Amersfoort. Daar staat De Kopermolen, de kaasboerderij van Martin en Marieke van Klooster. Al doet de naam ‘kaasboerderij’ hun bedrijf tekort: er wordt niet alleen kaas gemaakt, maar er is ook een boerderijwinkel, waarin ze onder meer ook hun eigen melk en boter verkopen. Hier zijn de dieren niet weggestopt in een grote stal die meer wegheeft van een fabriek; de stal is bescheiden van omvang en als het mooi weer is, staan de koeien buiten. Je kunt hier terecht voor een kop koffie, maar met evenveel plezier vertellen ze je hier de fijne kneepjes van het kaasmaken. Wij hebben voor dat laatste niet al te veel tijd, want we hebben nog een bezoek op ons lijstje staan. Daarvoor gaan we de kant van Rotterdam op, waar we Herman en Dave Braun treffen.

Discreet

In hun werkplaats in Spijkenisse vervaardigen ze fietsen. Hun merk heet Braun en als je daar nooit van hebt gehoord, dan is dat niet zo gek. De jaarlijkse productie die ze met z’n tweeën realiseren, is namelijk niet erg hoog. Kwaliteit gaat hier voor kwantiteit, en de kwaliteit is indrukwekkend. Er zijn zelfs profs die op een fiets van een bekend merk rijden, die in werkelijkheid door Braun gemaakt is. De Brauns zelf zwijgen hier uiteraard discreet over. Een bekend voorbeeld is de fiets waarmee Leontien van Moorsel haar werelduurrecord reed, maar ook Maarten den Bakker en Jeroen Blijlevens reden op fietsen van Braun. Net als de autobouwers van Morgan zweert Braun echter bij traditionele materialen – carbon komt er niet in. “Eigenlijk heeft het alleen maar nadelen”, zegt vader Herman. “Het breekt snel, is minder comfortabel en je gaat er minder goed mee door de bocht. We lassen onze frames zelf, dat doet Dave. Maar daar gaat een hele meetsessie aan vooraf, want het is maatwerk. Voor de geometrie van de frames gebruiken we een computer. Dan kun je denken: wat is daar zo bijzonder aan? Maar van deze computer zijn er maar elf in de hele wereld.”

De basismodellen van Braun, gemaakt van staal, zijn wat zwaarder dan fietsen van carbon. Herman: “Je kunt je afvragen of dat erg is. Als je voor de lol fietst, hoef je geen fiets waarbij elke gram telt. Maar je wilt wél een fiets die lekker loopt, met een lage rolweerstand. Daar focussen we op, de kracht die je zet moet worden omgezet in beweging – zo efficiënt mogelijk.” Dat wil niet zeggen dat er geen lichte fietsen van Braun bestaan. De topmodellen, waarvoor je al snel 15.000 euro kwijt bent, zijn gemaakt van titanium.

Toewijding

Het is mooi om vader en zoon Braun vol vuur te horen vertellen over hun fietsen, zoals het ook prettig was om de verhalen van wijnmaker Berry Emmen te horen, of die van kaasmakers Martin en Marieke van Klooster. Stuk voor stuk zijn het verhalen van vakmanschap, van liefde voor een ambacht. En dat is ook precies wat er zo mooi is aan een Morgan: je ziet dat hier met toewijding aan gewerkt is. De enthousiaste verhalen die we tijdens onze roadtrip hebben gehoord, zorgden er wel voor dat de tijd sneller ging dan we vooraf dachten. Dat maakt dat we op de terugweg alsnog op de snelweg belanden. Om uit de wind te zitten moeten we wat onderuit zakken, maar verder gaat het probleemloos – en vooral ook zonder dat we het dak en de bovenste helft van de zijdeuren tevoorschijn hoeven halen. Eigenlijk is het wel een ontspannen afsluiting van een prachtige dag. Rest alleen de vraag welke van de drie we zelf zouden kiezen. Gaan we voor het relaxte karakter van de Plus Four automaat, voor het pure karakter van de handgeschakelde Plus Four of voor de brute kracht van de Plus Six? Ze hebben alle drie hun eigen kwaliteiten, een sterker eigen karakter dan je vooraf verwacht. Dat is dan ook gelijk het antwoord: je kunt hier geen foute keuze maken. En als je het mij vraagt, geldt dat al ruim 110 jaar voor het hele merk Morgan.

X