THEKLA & RAYMOND: SCHOONHEID TEGENOVER RAUWE REALITEIT

Ze hebben het afgelopen jaar in twee van Europa’s meest succesvolle Netflix-producties gespeeld: Thekla Reuten (Bussum, 1975) in Warrior Nun, Raymond Thiry (Amsterdam, 1959) in Undercover. Series die wereldwijd worden gebingewatcht. “Ik werd door wildvreemde mensen uit Singapore aangesproken: ‘Are you the guy from Undercover? We watch it at home!’ “MASTERS brengt beide kijkcijferkanonnen bij elkaar.

Tekst: Bart-Jan Brouwer | Online redactie: Natasha Hendriks
Beeld: Rahi Rezvani

Jullie schelen zestien jaar. Welke geuren en klanken herinneren jullie je van vroeger?

Thekla: “De geur van de heide – ik ben naast de Bussumerheide opgegroeid, lucky bastard! Die van knoflook en een uitje in de pan. Mijn moeder kookt heerlijk en stond ’s ochtends soms al iets voor het avondeten te bereiden. Of de basilicumgeur als ze van haar eigen basilicumplantage kilo’s pesto maakte. En de geur van mijn vaders jasjes; hij had altijd pakken aan. Klanken? ‘Het is half acht!’ – zo werd ik ’s ochtends wakker geroepen door mijn moeder. Dan stond mijn vader al in de badkamer aan het einde van de gang, steevast met Radio 1 aan. Hij had best wel high-maintenance haar. Elke ochtend waste hij het, waarna hij de spaarzame haartjes die hij overhad, heel lief over zijn kale hoofd drapeerde en met haarlak verstevigde. Het zat altijd onberispelijk. Vind ik heel ontroerend, achteraf. Die klassieke Wella haarlak hoort ook bij het geurenpalet uit mijn jeugd.”
Raymond: “Mijn vader kon niet ruiken, dus ik was zijn neus. Alle producten in de koelkast moest ik op versheid beoordelen. Is de melk nog goed? Kunnen deze vleeswaren nog? Ruikt dit overhemd schoon? En er werd flink gerookt bij ons. De vitrage, overgordijnen, het interieur van de auto: alles was doordrenkt met nicotine. Reuk heeft dus altijd een grote rol gespeeld in mijn jonge jaren. Wat klanken betreft, vond ik het altijd prettig als mijn ouders in de huiskamer nog aan het praten waren, terwijl ik in het kamertje ernaast lag te wachten tot ik in slaap viel.”

Jullie hebben een heel andere achtergrond. Thekla, jouw moeder, een volbloed Italiaanse, werkte met moeilijk opvoedbare kinderen, jouw vader was priester. Hoe liefdevol gingen ze met elkaar om?

Thekla: “Een huwelijk tussen een priester en de veel jongere dochter van rooms-katholieke Italiaanse ijsmakers, dat was niet hoe het hoorde natuurlijk. Maar mijn vader was een vrije geest. Hij streed voor homo- en vrouwenrechten, had kritiek op het Vaticaan… En hij vond dat liefde ook hoorde bij het geloof, bij alles waar hij om gaf. Zij hebben dus heel bewust voor elkaar gekozen en de liefde tussen hen heb ik als heel vanzelfsprekend ervaren – ik zag hoe ze naar elkaar keken. Thuis ging het er altijd heel zachtmoedig aan toe, er werd nooit geschreeuwd. Mijn moeder ergerde zich soms wel aan dingen van mijn vader. Op zulke momenten stak het Italiaanse temperament de kop op, maar dat ging nooit op luide toon. Mijn vader was duidelijk heel dankbaar voor alles wat mijn moeder deed, waardeerde bijvoorbeeld hardop de bloemen die ze neerzette. Hij genoot echt elke avond van het eten dat zij maakte en zocht daar met zorg een mooie wijn bij uit. Ik heb altijd een veilig gevoel over hun tweeën gehad.”

Wat is de belangrijkste les die je van je ouders hebt meegekregen?

Thekla: “Voor elkaar zorgen, denk ik. En mijn vaders gevleugelde woorden waren ‘niet uit elkaars genade vallen’. Dat vind ik zo mooi. Ruzietjes, strijd of gedoe, treed een ander altijd met open hart tegemoet. Het resoneert nog steeds bij mij: blijf elkaar zien en blijf verbinding zoeken.”
Raymond: “Mijn vader zei altijd: ‘Vertrouw niemand, zelfs je beste vrienden niet.’ Dat was zijn lijfspreuk. Heel wat anders dan ‘niet uit elkaars genade vallen’, haha!”
Hoe was de sfeer in huize Thiry?
Raymond: “Soms om te snijden. Ik heb wel meegemaakt dat mijn vader met een Turks zwaard in de hand mijn moeder tegen de deur klemde, helemaal over de rooie. Stond ik als klein mannetjes tussen ze in. Geen idee waar het om ging, maar de ruzie was onmiskenbaar daar. Toch voelde thuis wel als een veilige haven, ook omdat mijn opa en oma naast ons woonden. Maar niet in de zin dat het alleen maar met liefde omgeven was. Het was meer de familieband die een onvoorwaardelijk vertrouwen gaf dat je gewenst was.”

Raymond, jouw moeder overleed toen jij negen was. Hoe heb je dat ervaren?

Raymond: “Dat was een behoorlijke klap. Maar ja, het leven gaat gewoon door. Dat was een beetje de instelling. Als kind weet je niet beter, je krijgt geen brochure van ‘zo hoort het’. Natuurlijk was ik bang om een ouder kwijt te raken. Ik vroeg altijd aan mijn moeder, ook toen ze nog gezond was: ‘Je gaat toch niet dood, hè?’ En toch, op het moment dat het gebeurt, is het een kwestie van verder gaan. Ik denk ook dat een kind daar heel flexibel in is. De dag na haar overlijden ging ik alweer naar school. Hoewel ik dat niet de hele dag heb volgehouden. Dat kwam omdat alle meisjes tegen me aan schurkten om me te troosten. Toen ben ik naar huis gerend en heb ik de rest van de middag rouwenveloppen zitten plakken.”

Thekla, wanneer wist jij dat je actrice wilde worden, wat heeft jou geprikkeld?

Thekla: “Dat is een geleidelijk proces geweest van bioscoop- en theaterbezoek. Als kind keek ik natuurlijk naar Annie en Pippi. Op iets latere, maar nog altijd jonge leeftijd namen mijn ouders me mee naar films als Cry Freedom. En zelf keek ik in het filmhuis in Bussum naar werk van Ken Loach en Zhang Yimou, van die sociaal-realistische verhalen. Daar kwam het binnenste van de mens naar buiten, de onderbuik van de samenleving. Bij Zhang Yimou was ik ineens in China, met volslagen andere kleuren en geuren en de maatschappelijke misstanden die hij blootlegde. Dat wilde ik ook! Verhalen vertellen. Mensen laten reizen, de blik verruimen. Deel uitmaken van het hart van het leven. Mijn voelsprieten stonden heel erg naar buiten gericht, ook naar de grote emoties. Over wat er allemaal borrelde vanbinnen, aan angsten en verlangens. Daar ging het bij ons thuis niet veel over. Mijn vader en moeder hadden dat niet meegekregen. Hen werd van huis uit niet gevraagd naar wat ze voelden, no way! Ik was daarnaar, denk ik, op zoek in theater- en filmverhalen: om te leren over het leven, emoties, mens-man-vrouw… alles! Vanaf mijn tienerjaren ging ik naar de Jeugdtheaterschool in Amsterdam. Ik was er serieus mee bezig, wist al op vrij jonge leeftijd dat ik iets met acteren wilde.”

Je werd zowel door de toneelschool in Maastricht als die in Amsterdam aangenomen. Wat bepaalde jouw voorkeur voor Amsterdam?

Thekla: “Dat was een heel praktische keuze. Ik wist toen net dat mijn vader ziek was en vond het fijn om dichter bij huis te zijn.”
Raymond, net als Thekla heb jij het vwo gedaan, die alleen niet afgemaakt. Waar ging het mis?
Raymond: “In de derde klas van het Hervormd Lyceum heb ik er de brui aan gegeven. Ik kon me niet concentreren, was meer bezig met cannabis. Mijn huiswerk maakte ik in de coffeeshop en als ik ’s avonds met mijn vader naar de Willem Ruis Show aan het kijken was, stak hij een Caballero op en ik een joint. Hij kon niet ruiken hè, had niets door. Soms kwam hij beneden, dan zat ik met wat vrienden in het voormalige atelier en stond het echt helemaal blauw. Toch ging er nooit een belletje bij hem rinkelen. Op mijn zestiende ging ik van school af en het huis uit. Ik woonde in kraakpanden en leefde op een uitkering. Volgens de Sociale Dienst was ik ‘onbemiddelbaar’. Ze hadden daar al gauw in de gaten: geef die jongen een paar centen, want anders gaat hij rare dingen doen. In eerste instantie was het één grote ontdekkingstocht langs partycentra en nachtclubs. Ik bracht veel tijd door in coffeeshops en theehuizen, en had mijn eigen wietplantages op allerlei plekken in de stad: achter een schutting op de Weteringschans, op de Ringdijk had ik wat wild groeien, in mijn eigen tuin… In de oogsttijd nodigde ik meisjes van school uit om wiet te komen plukken. Zaten er acht meisjes te plukken. Van de gekke!”

Raymond, wanneer kwam jij in aanraking met acteren?

Raymond: “Op mijn eenentwintigste. Ik zat om drie uur ’s nachts in Carels 3, een kroeg in De Pijp, in de Privé of Story een artikel over Willem Ruis te lezen. Daarboven stond als kop deze quote van hem: ‘Eerst ja zeggen, dan pas nadenken.’ Op dat moment stapt een vriendin die de regieopleiding volgde, op me af. Ze zocht mensen zonder spelervaring om in een stuk van haar te spelen. Of ik wilde meedoen. ‘Ja, is goed’, antwoordde ik meteen. Ik had nog nooit een schouwburg van binnen gezien, maar liet me drijven door de woorden van Willem Ruis: ‘Eerst ja zeggen…’ Zo is het gekomen. Mijn carrière heb ik dus indirect aan hem te danken.”
Thekla: “Had je nooit eerder aandrang gehad om te acteren?”
Raymond: “Ik kon wel veel dingen nadoen vroeger. Bijvoorbeeld mijn oma die op sterven lag. Dat gekreun en zo. Totdat mijn vader zei ‘nou is het afgelopen’.”
Thekla: “Keek je als kind veel films?”
Raymond: “Op televisie keek ik graag Rawhide. Ik kon me wel in een verhaal verliezen. En ook in het spel. Als we buiten cowboytje & indiaantje speelden, zat ik er helemaal in.”
Thekla: “Dat is wel de essentie ja, dat je kunt opgaan in verhalen.”
Raymond: “Het acteren moet bij mij een beetje vanzelf gaan. Ik ben niet van de methodes en leef me ook niet overmatig in voordat er ‘actie’ wordt geroepen. Ik lees het verhaal gewoon goed, zodat ik een beeld van de sfeer heb. Daar probeer ik aan te beantwoorden, meer met fantasie dan met methode.”

Merk je een verschil met acteurs die wel zijn opgeleid, dat je een achterstand hebt?

Raymond: “Achterstand niet. Ik mis soms een soort vertrouwen dat mensen met een diploma wel hebben.”
Thekla: “Meerdere wegen leiden naar Rome. Als je van de toneelschool komt, heb je weer niet die ervaring van twee jaar spelen die jij had. En uiteindelijk begint je acteursschap pas echt na school, door te doen. Op de toneelschool leer je vakken en mag je talenten ontwikkelen. Maar jij hebt jouw kennis on the road opgedaan.”

“Dat is voor mij wel hét woord, intuïtie. Als ik een script voor het eerst lees, voel ik in mijn lijf waar het vandaan moet komen bij een personage. Natuurlijk komt er soms ook research bij kijken of moet je iets leren. Maar het is vooral die ontvankelijkheid. Dat is een levenshouding, een gretig oog voor mensen, hun gedrag en hoe ze met elkaar omgaan”

Thekla Reuten

Thekla, een jaar na jouw filmdebuut stierf je vader. Hoe heb je dat ondergaan?

Thekla: “Hij was ziek, dus we leefden ernaartoe. Uiteindelijk besef ik ook wat een groot cadeau het is dat je met elkaar door dat sterfproces kan gaan. Mijn moeder, broer en ik waren erbij toen hij zijn laatste adem uitblies. Mijn vaders laatste gedachten die hij nog helder uitsprak, vond ik heel mooi: ‘Doodgaan is opgaan in… iets eeuwigs… mysterie.’ Dat je op je sterfbed durft te twijfelen aan God, terwijl je nota bene priester was. Dat vind ik getuigen van iets heel krachtigs.”

Raymond, jouw vader stierf op je eenentwintigste, je was nu beide ouders kwijt. Bleef je niet met onbeantwoorde vragen achter?

Raymond: “Het is niet dat ik met vraagtekens zit waarop ik graag antwoorden zou willen hebben. Sowieso is het leven één groot vraagteken. Het was natuurlijk verdrietig dat ik mijn beide ouders kwijt was, maar tegelijkertijd voelde het als een bevrijding. Dat je denkt: okay, nu sta ik op eigen benen. Het geeft ook een boost van ‘ik ga het zelf doen’.”

Jullie hebben het eenentwintig jaar volgehouden. Word je op een gegeven moment nog wel uitgedaagd?

Raymond: “Gaandeweg was de koek een beetje op, in elk geval de samenwerking. Ko wilde duidelijk iets anders. Hij wilde niet meer per se met alle leden van het collectief een voorstelling maken. Dat schoot ons een beetje in het verkeerde keelgat. Er was absoluut sprake van een diep respect voor de artistieke leiding, maar tegelijkertijd heerste een trots gevoel dat we het met z’n allen deden.”

Raymond, jij was geknipt voor de rol van huurmoordenaar Luther in Penoza. Kon je ook maar enigszins bevroeden dat die rol zo’n impact op jouw leven zou hebben toen je het script las?

Raymond: “Nee. En het heeft mijn leven ook niet echt veranderd. Wel heb ik vaker een goed humeur. Tijdens de fotoshoot net ging ik even een pakje sigaretten halen. In de tien minuten dat ik weg was, wilden drie mensen met mij op de foto. Daar word ik wel blij van. Ik krijg ook alleen maar leuke reacties. Laatst werd ik tussen de Ferdinand Bol en de Hobbemakade gepasseerd door een tram, Lijn 3. Hij ging langzamer rijden, klinkt er plotseling luid door de speakers: ‘Dag Luther!’ Ook kwam een keer een politieauto langsrijden. Gaat het raampje open: ‘We houden je in de gaten, hoor.’ Haha! Sinds Luther kan ik ’s nachts veilig over straat in de armere wijken van Amsterdam. Voor veel hangjongeren en criminele gasten ben ik een held. Laatst stond ik voor een verkeerslicht, stopt er een dikke Mercedes naast me met vier Marokkaanse Nederlanders erin, gaat het raampje open: ‘Hey Luther, je moet een boek over ons schrijven, man!’ Waarna ze vol gas wegscheurden. Het rare is, iedereen wil een podium. Ook criminelen willen hun succes laten shinen. Ze willen niet alleen met hun gejatte poen dik lopen doen in een discotheek, ze willen dat er een boek over hen geschreven wordt, over wat ze doen, de spannende situaties waarin ze zitten. In hun ogen heb ik het soort van gemaakt. Ik heb een stoer imago – dat brengt die rol met zich mee – en ik kom ermee weg. Dat is wat ze appreciëren.”

Bijna tien jaar lang heb jij Luther gespeeld. Hoe ontwikkelt de psychologie van een karakter zich tijdens zo’n lange periode?

Raymond: “Niet! Het is heel eenduidig wat ik doe. Ik was gewoon een secondant, een soldaat die Carmen (Monic Hendrickx; red.) uit penibele situaties redde. Veel meer viel er niet te spelen. Er is weliswaar altijd een seksuele spanning tussen Carmen en Luther geweest, maar die is nooit uitgewerkt waardoor het tot interessantere spelscènes had kunnen leiden. Op de een of andere manier had er wel een verdieping in gekund, zodat ik net even wat meer te spelen had. Gaandeweg werd het meer modelleren. Ik had het redelijk goed in de vingers, het karakter verrast je niet. Er had wat meer vlees aan kunnen zitten.”

In 2009 won jij het Gouden Kalf voor beste bijrol voor jouw rol in Oorlogswinter, zes jaar later kreeg jij dezelfde award voor je bijdrage aan Bloed, Zweet & Tranen. Wat weegt voor jou zwaarder: de erkenning door het publiek of de beeldjes op de schoorsteenmantel?

Raymond: “Geef mij maar Lijn 3! Ik doe het niet voor de beeldjes. Maar het doet me wel wat. Bij het eerste Gouden Kalf dacht ik: dat is toeval. Bij de tweede had ik zoiets van: ik doe kennelijk toch iets goed. Langzaam ontstaat een Wall of Fame in huis en realiseer je je dat je helemaal niet zo’n sukkel bent. Ik ben de eerste die mezelf altijd downgradet. Dat zit nu eenmaal in me. Sommige mensen hebben het heel erg getroffen met zichzelf, andere hebben het gevoel dat ze er eigenlijk niet zo toe doen. En ik behoor tot die laatste groep. Wat me er niet van weerhoudt om goed te presteren.”

Hoe vond jij het als ras-Amsterdammer om Joop Hazes te spelen in Bloed, Zweet & Tranen?

Raymond: “Dat was leuk! André komt uit De Pijp, hij zat in het blok waar ik woonde op school. En ik kende natuurlijk de kroegcultuur die in de film terugkomt, waarin de hele buurt met elkaar rond de tap zit en iedereen elkaars oom en tante is. Ik houd niet zo van de muziek van André, maar hij is wel een van de weinige Nederlandse zangers met soul. Nummers als Bloed, zweet en tranen en Dit is de laatste keer raken me echt.”

Stopt er weleens een metro voor jou, Thekla?

Thekla: “Nee, nooit. Ik heb het tegenovergestelde van het Luther-effect, haha. Ik kan met iemand staan praten die een film met mij erin heeft gezien zonder dat diegene mij herkent. Geen idee hoe dat komt. Maar ik vind dat helemaal niet onprettig, want ik ben erg op mijn privéleven gesteld. Als ik iets te horen krijg, gaat het meestal over de Nederlandse dramaserie Tessa (2015) of de films Schone Handen (2015) en The American (2010), waarin in speel naast George Clooney. In Duitsland heb ik wel vaak meegemaakt dat ik door fans werd benaderd. Daar printen ze foto’s van je uit, dat zit daar veel meer in de cultuur, en dan vragen ze om een handtekening. Heel beleefd, ‘Bitte, Frau Reuten…’, maar dan wel vaak een pak van tien foto’s, haha. Uit Duitsland komen per post ook veel Autogrammanfragen bij mijn agent binnen. Ik heb best veel in Duitsland gespeeld. Het gekke met mij en Nederland is dat ik heel veel dingen heb gedaan die veel mensen hier nooit gezien hebben. Bijvoorbeeld Lucky Man (2016), een grote serie voor Sky, waarin ik de hoofdrol speel naast James Nesbitt; de Duitse films Hotel Lux (2011) en Da Geht Noch Was! (2013), een paar BBC-series… Voor mij waren dat grote stappen. En ook de chauffeur van Lijn 3 krijgt dat niet mee, denk ik.”

Jouw cv puilt uit met internationale producties, waaronder Sleeper Cell (2006), Lost (2008), In Bruges (2008) en vorig jaar nog Marionette. Waar komt die drang vandaan?

Thekla: “Ik houd enorm van taal, van jongs af aan, ook op school. Ik vind het leuk ze te veroveren, die vreemde talen. Al snel na de toneelschool speelde ik in een Duitse film. En ik heb een tijd in Los Angeles gewoond en liep daar audities af. De aanvragen kwamen op mijn pad en ik kon ze beantwoorden in de zin dat de taal geen drempel was. Ik heb me nooit Nederlands gevoeld, meer wereldburger. Ik heb geacteerd in het Engels, Duits, Italiaans, Amerikaans met accent… Ik heb zelfs scènes in het Russisch gedaan.”

Hoe anders is het om in een andere taal te spelen?

Thekla: “Je moet er vooral veel meer voor doen om het gemak te vinden dat je in je moerstaal hebt. En dan begint het te spelen. Die uitdaging vind ik leuk. Elke taal geeft je ook iets cadeau, een andere klank, een ander ritme.”

Heeft de opkomst van streamingdiensten veel voor jou als actrice veranderd?

Thekla: “Zeker, die maken het mogelijk dat een serie heel snel een wereldwijde hype wordt. Het benadrukt ook dat we wereldburgers zijn. Aan de andere kant wordt er zo ontzettend veel gemaakt dat er ook een grote kans is dat je wordt ondergesneeuwd. Netflix kan het zich permitteren om risico’s te nemen en te gokken op die ene grote hit tussen de tientallen producties die ze maken. Dat kán bijzondere dingen opleveren. Ze hadden niet gedacht dat Stranger Things zo’n enorm succes zou worden. De makers kregen de vrijheid om hun gang te gaan en dat ontpopte zich tot iets waanzinnigs. Een filmproducent wedt op veel minder paarden per jaar, dat is moeilijker.”

Maak je veel vrienden op een set?

Thekla: “Op een set maak je soms heel intieme momenten van mensen mee. Je deelt samen een intense ervaring, maakt soms ook letterlijk een reis – dat verbindt. Maar als de opnames afgelopen zijn, kan het zijn dat je die mensen nooit meer ziet, hoewel er soms een diep vriendschapsgevoel is ontstaan. Dat is een heel gek iets dat bij dit vak hoort. Twintig jaar lang vond elke job die ik deed plaats met nieuwe mensen op een andere plek. Ik heb geweldige dingen meegemaakt, maar het is ook heel hard werken om elke keer jezelf voor te stellen. opnieuw te beginnen, de code binnen zo’n groep te ontdekken… Ik verlang nu heel erg naar herhaald samenwerken met dezelfde mensen.”
Raymond, jij hebt lang met je vriendin op de planken gestaan. Net als jij begon Raymonde de Kuyper haar carrière bij Alex d’Electrique. Hoe verzin je het: Raymond en Raymonde!
Raymond: “En dan hadden we ook nog eens een Ford RayMondeo, haha!”
In 2013 kwam er een einde aan jullie relatie. Waarop is die stuk gegaan?
Raymond: “We kusten niet meer nat. Maar ik houd nog altijd bijzonder veel van die vrouw. Ik zie haar elke week nog, we delen zelfs een hond.”
Thekla: “Stoppen is nog geen falen. Er hoeft niets mis te zijn om uit elkaar te gaan. Acteur Lykele Muus schreef er een boek over. Hij zegt: ‘Onze relatie was niet mislukt, hij was gewoon eindig.’”
Raymond: “De een schrijft er een boek over, de ander is in een interview spaarzaam met informatie. Ik denk dat ik tot die laatste categorie behoor als het over zulke persoonlijke dingen gaat. Nat kussen vind ik al grensoverschrijdend.”

Gaat het ook te ver om erover te praten dat je drie tienerzoons hebt bij andere vrouwen?

Raymond: “Nee, dat kan ik ook niet ontkennen. Ik was uitverkozen door twee lesbische stellen, die graag kinderen wilden. Zij doen het harde werk, het opvoeden. Ik ben niet de man die de jongens naar bed stuurt en hard optreedt omdat ze hun huiswerk niet hebben gemaakt. Ik ben de fun daddy. Ik doe leuke dingen met ze, we ondernemen avonturen. En soms bellen ze op: ‘Hey pa, ben je thuis?’ En dan horen ze meestal liever dat ik níét thuis ben, want dan kunnen ze mijn huis gebruiken om er te feesten.”

Terugkijkend, wat zijn de warmste, meest familiale producties geweest?

Raymond: “Villa Achterwerk.”
Thekla: “De meest recente film, die ik afgelopen najaar heb gedraaid, Narcosis van regisseur Martijn de Jong. Misschien dat het er ook mee te maken heeft dat we allemaal heel blij en extra dankbaar waren dat we überhaupt konden draaien in deze coronatijd. Het is de enige film die ik heb gedaan in 2020. En het was zo’n liefdevolle, fijne en goed samenwerkende club.”
Terry Gilliam heeft ooit een film willen maken, waarbij alles misging. Over deze productie is de documentaire Lost in la Mancha gemaakt. Thekla, wat is jouw persoonlijke Lost in la Mancha?
Thekla: “Waffenstillstand (2009), dat werd opgenomen in Marokko. De setting was Bagdad in 2004, ten tijde van de Irakoorlog. Het werd een heel ingewikkelde film omdat het totaal onverwacht voor de tijd van het jaar heel hard ging regenen in de woestijn. Het leek de Waddenzee wel! Op sommige plekken begonnen zelfs grassprietjes te groeien. Die hebben we een keer staan wegtrekken met z’n allen zodat we toch konden draaien. Het was een soort guerrilla-filmen. Als een locatie onder water stond, scheurden we in ons busje – hup! – door naar de andere. ‘Snel, nu dit stukje van de scène die we gisteren niet konden afmaken!’ De catering kon ons niet bijhouden, dus de lunch werd een pak biscuits; we werden nog ergens bekogeld met stenen, wat heel beangstigend was… Uiteindelijk is de film er gekomen, en je ziet niets van alle tegenslag.”

Wat betekenen succesvolle Netflix-series als Warrior Nun en Undercover voor jullie? Dat je een beter contract kunt afdwingen?

Thekla: “In Amerika werkt dat wel zo, ja.”
Raymond: “Misschien dat ik er een paar honderd euro op vooruitga. Maar ik zit al in de toplaag, behoor al tot het Ajax van het Nederlands acteren.”
Thekla: “Het levert vooral extra bekendheid op, omdat ontzettend veel mensen het hebben gezien of ervan weten.”
Raymond: “Ik werd in Bordeaux door wildvreemde mensen uit Singapore aangesproken: ‘Are you the guy from Undercover? We watch it at home!’ Dat is leuk.”

Hoe ondergaan jullie deze coronatijd?

Raymond: “Ik leef bij de dag, kan mij makkelijk schikken naar nieuwe situaties en heb niet constant mensen om me heen nodig. En de meeste films en series waarin ik speelde, gingen gewoon door. Ik ben de afgelopen maanden wel dertig keer getest. Volgende week heb ik een gesprek over het vervolg van Doodstil. En ik ga komende zomer een Duitse film maken.”
Thekla: “Ik wil natuurlijk voor niemand narigheid, maar ik vind de stillere, rustigere wereld wel fijn. En door de stilstand had ik de tijd voor iets wat ik altijd al wilde: zelf projecten ontwikkelen. Ik ontwikkel nu een film samen met een geweldige schrijfster en ik geniet enorm van dat proces. Ook werd ik al ruim voor corona door comedian en programmamaker Ikenna Azuike benaderd om mee te werken aan een televisieserie, waar ik ook heel enthousiast over ben. En ik zie uit naar het tweede seizoen van Warrior Nun in mei. Corona volente, als Corona het wil natuurlijk.”

MASTERS #45

MASTERS #45



Subscribe to MASTERS NEWS Newsletter for the latest updates.
(Your details will never be shared with a 3rd party.)

 
INSCHRIJVEN

close-link