GIJSBERT JOHAN HEITINGA

Geboren op Java, geadopteerd door kolonisten, gevlucht voor Indonesische nationalisten, gevestigd in Nederland als een van de eerste mensen met een donkere huid… Het levensverhaal van Gijsbert Johan Heitinga (19 juli 1927) leest als een jongensboek. De reconstructie van de lotgevallen van Johns opa was mogelijk door diens oom Andy, die zich in de familiegeschiedenis verdiept heeft. “Hier heeft men geen idee van wat er gebeurd is in Nederlands-Indië.”

Tekst: Bart-Jan Brouwer
Beeld: John van Helvert

Met dank aan Ellen Verkaaik-Van Meerkerk (voor de inzage van stukken over en brieven van Richard James Sutherland), Bart Verkaaik (scriptie ‘Onafhankelijkheid Indonesië’), Henk Notté (jongste broer van Gijsbert Johan)

Negentien jaar geleden vierden mijn ouders hun vijftigjarige huwelijksfeest. Dat wilde ik omhullen in de sfeer van de sentimenten, dus besloot ik me te gaan verdiepen in de familiegeschiedenis”,legt Andy Heitinga uit, de jongste van zes zoons. “Er werd bij ons nooit zo veel gesproken over het koloniale verleden en de oorlog. Tijdens familiefeestjes hoorde je hooguit flarden van die tijd, maar je stond er nooit zo bij stil. Ik kwam erachter dat het in de Oost minstens zo ernstig moet zijn geweest als in Nederland. Want daar had je niet alleen de oorlog, maar ook de gewelddadige periode nadat Soekarno de onafhankelijkheid had uitgeroepen.”

Het uitgraven van de roots begint aan de kant van Johns grootmoeder, Andy’s moeder. “Die tak van de familie heeft zijn oorsprong in Overijssel”, begint Andy de familiegeschiedenis. “Johns overgrootmoeder, Christina Wilhelmina Lugten (1906, Java – 1992, Voorburg), trouwt in 1927 in Batavia, het huidige Jakarta, met Charles Eduard Sutherland (1902, Celebes – vermist sinds 17 februari 1942). Deze Sutherland komt van origine uit Schotland. In de zeventiende eeuw waren er vier broers Sutherland, van wie er drie uitwaaierden naar de verschillende windstreken: één naar Duitsland, één naar Indië en één naar Amerika. Van die Amerikaanse tak is filmster Donald Sutherland een afstammeling. Charles is in dienst van de Billitonmaatschappij, als hoofd van het elektrisch district. Hij en Christina stichten een gezin op het eiland Billiton en krijgen vier kinderen: John Eduard (1928), naar wie Johnny later vernoemd is, Richard James (1930), Suzanna Carolina (1932) – mijn latere moeder – en Mildred Geraldine (1934). Eind 1941, als Nederland de oorlog heeft verklaard aan Japan, na de aanslag op Pearl Harbour, wordt Charles gemilitariseerd en bij een vernielingsbrigade ingedeeld. Hij heeft de taak alle energiebedrijven op Billiton te saboteren, zodat de oprukkende Japanners daar geen gebruik van kunnen maken. Op 17 februari 1942 gaat Charles in Tandjong Pandan, de hoofdstad van Billiton, samen met collega’s en militairen aan boord van de MS Sloet van de Beele om naar Batavia te worden geëvacueerd, onder escorte van torpedobootjager Hr.Ms. Van Nes.

Een half uur na vertrek wordt een Japans verkenningstoestel gesignaleerd. Dat wordt onder vuur genomen door de Hr.Ms. Van Nes, maar weet te ontkomen. Ongeveer twee uur later verschijnen zo’n twintig Japanse vliegtuigen aan de horizon, die beide schepen bombarderen en tot zinken brengen in de Javazee. 249 opvarenden van de Sloet van de Beele komen om, 203 worden door reddingsboten opgepikt. Charles wordt als vermist opgegeven.”

“Ook Christina en de kinderen worden uit voorzorg geëvacueerd. Zij laten huis en haard achter – alleen een klein rugzakje met kleding mag mee – en worden met een amfi bievliegtuig naar Java gebracht. Een kist met maatpakken van Charles en zilverwerk is dan al per schip onderweg naar Java. Met de verkoop van deze spullen is Christina verzekerd van geld om aan eten te komen. Via de Billitonmaatschappij worden ze eerst twee weken ondergebracht in hotel Sans Sourçi en vervolgens in boerderij Cramer in West-Java, net buiten Soekaboemi, op de berghelling van de vulkaan Gunung Gedeh.

Als de oorlog echt aan de gang is, wordt dat gebied geannexeerd door Japanners als buitenpost. Om ze te vriend te houden, kookt Christina voor ze. Zij heeft het geluk dat zij en haar kinderen niet in een kamp worden gestopt, wat andere familieleden wel overkomt, onder wie haar opa en oma. Daar barst het van de ziektes, waaronder beriberi. Veel van haar verwanten overleven het niet. Vanaf de berghelling zien Christina en de kinderen de bombardementen op het lager gelegen Soekaboemi. Tijdens hun verblijf op de boerderij worden ze op de hoogte gebracht van het bombardement op de Sloet van de Beele en de vermissing van Charles. Christina raakt voor lange tijd in shock. Zij zou de rest van haar leven nooit meer een relatie aangaan, overtuigd als ze is dat Charles ooit zal terugkeren. Vriendinnen van haar ontfermen zich over de kinderen. Familie in Bandung, dat inmiddels ook bezet is door de Japanners, zorgt dat het gezin daarheen kan verhuizen.”

“Na ruim drie jaar oorlog dwingen de Amerikanen Japan op 15 augustus 1945 op de knieën na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Twee dagen later roept Soekarno de onafhankelijke staat Indonesië uit. Merdeka! luidt de strijdkreet: vrij! Radicale jongeren, nationalisten, openen de jacht op niet-inlanders – Indische Nederlanders, Europeanen, Molukkers… Bij de zuiveringsacties tijdens deze zogeheten Bersiap-periode, van oktober 1945 tot begin 1946, komen maar liefst 15.000 tot 30.000 mensen om het leven. Om te ontkomen aan de razzia’s moeten Christina en haar kinderen vluchten, al hun bezittingen achterlatend.

De bussen waarmee zij proberen te ontkomen, vermoedelijk naar een ander stadsgedeelte, worden beschoten en ingesloten. Op het nippertje worden ze bevrijd door kapitein G.S. Vrijburg. Na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 besluiten ze, net als veel andere Nederlanders, Indonesië te verlaten. Maar dat is nog niet zo eenvoudig, want de overtocht moeten ze zelf bekostigen – de regering doet niets voor ze. De twee oudste zoons maken als eersten de oversteek.

Op 26 augustus 1952 komen zij in Nederland aan. Een paar maanden later gevolgd door hun moeder en jongste zus. Zij vestigen zich in Den Haag. Christina wilde al eerder vertrekken, maar bleef omdat haar oudste dochter Suzanna Carolina zwanger werd. En meteen daarna werd ze weer zwanger, en wéér. Na de zoveelste zwangerschap had Christina zoiets van: nu is het genoeg, ik ga. Suzanna Carolina en de kinderen zouden later komen, met hun man en vader: Gijsbert Johan Heitinga.”

Een mooi bruggetje naar de roots van Johns grootvader, Andy’s vader: “Diens biologische ouders zijn Johannes Hubertus Notté (1889, Limburg) en de Javaanse Sabaria (achternaam niet te achterhalen, overleden in 1993, Java). Net als veel andere Nederlanders heeft Johannes Hubertus een minnares in de Oost. Elke keer weer als hij zijn gezin in Limburg achterlaat en naar Indië gaat, zoekt hij Sabaria op, met wie hij drie zoons en één dochter krijgt. Sabaria is niet in staat om zelfstandig vier kinderen op te voeden. Hun dochter heeft ze al weggegeven, maar drie kinderen is ook nog altijd veel.

De beste vriend van Johannes Hubertus, Gijsbert Berends Heitinga (overleden 1945, Jakarta), en zijn vrouw Theodora Heitinga-Vermeer (overleden ±1962, Ter Aar) hebben een kinderwens, maar kunnen die zelf niet in vervulling laten gaan. Johannes Hubertus stelt voor dat zij een van zijn Indische zoons adopteren: Gijsbert Johan, geboren 19 juli 1927. Zo is mijn vader een Heitinga geworden. Zijn zus heeft hij nooit gezien, en hebben we ook nooit meer kunnen traceren. Terwijl zijn biologische moeder en broers Jan (de oudste) en Henk Notté (de jongste) in het armenhuis zitten, komt Gijsbert Johan niets tekort: zijn pleegvader is rijksambtenaar op het gebied van financiën en woont in de zeer welgestelde ‘Arabische straat’ in Jakarta.

Zijn pleegouders hebben altijd goed contact met Sabaria gehouden, Gijsbert Johan heeft haar en zijn twee broers gekend, en in Nederland zouden hij, Jan en Henk elkaar weer vinden. Als de Japanners Nederlands-Indië bezetten, komt de adoptiezoon in een Jappenkamp terecht. Gijsbert Berends Heitinga, een invloedrijk man, weet de Japanners ervan te overtuigen dat de biologische vader van zijn pleegzoon ook Duits bloed heeft. Omdat Duitsland een bondgenoot van de Japanners is, wordt mijn vader betrekkelijk met rust gelaten. Hij mag het kamp in en uit wanneer hij maar wil. Zijn pleegvader komt vlak voor het einde van de oorlog op natuurlijke wijze te overlijden.”

MASTERS #42

Bestel via onderstaande knop MASTERS met inhoudelijke reportages, geweldige fotografie en unieke merken, trends en plaatsen in de wereld.

Masters #42



Subscribe to MASTERS NEWS Newsletter for the latest updates.
(Your details will never be shared with a 3rd party.)

 
INSCHRIJVEN

close-link