Beste Gebouw van 2022: “Alle zintuigen prikkelen, dat willen we”

Singer Laren is onlangs gerenoveerd, vernieuwd en uitgebreid met de kunstcollectie van Jaap en Els Blokker. MASTERS sprak directeuren Jan Rudolph de Lorm en Evert van Os. “We zitten op een hoger niveau, hebben meer ruimte, een veel betere collectie… Nu begint het spel!”
Portretfotografie John van Helvert

Het vernieuwde museum is inmiddels een aantal weken open. Wat zijn de reacties?

Van Os: “De bezoekers zijn unaniem enthousiast. Dat de wereld weer open is, dat de musea weer open zijn, dat deze prachtige collectie hier te zien is en dat het gebouw zo mooi is geworden. De kunstcritici zijn heel positief. En we hebben natuurlijk een geweldig compliment gekregen met de uitverkiezing tot BNA Beste Gebouw van het Jaar 2022.”

Het werd op 8 maart geopend door prinses Beatrix. Wat vond zij ervan?

Van Os: “Beatrix is in het verleden vaker in ons museum geweest. Tijdens de opening fluisterde ze toe dat ze het nauwelijks meer terug herkende. Bij het afscheid vertelde ze dat ze het museum zó mooi vond geworden.”

Met welke vernieuwingen zijn jullie persoonlijk het meest content?

De Lorm: “Met welke niet, kun je beter vragen. Ik vind lelijkheid heel moeilijk, daar heb ik last van. Dankzij de architecten is alles mooi gemaakt. Vanuit mij gezien moet het museum een ideale drager zijn om de kunst zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Daar zijn ze zo ongelooflijk goed in geslaagd. En ze hebben niet alleen dit nieuwe zalencomplex gerealiseerd, maar in het verlengde daarvan het hele museum gerenoveerd en aus einem Guss gemaakt. Alle zalen zijn op dezelfde manier afgewerkt en hebben eenzelfde soort verhouding. Ik vind het een vrij perfecte tentoonstellingsmachine geworden.”
Van Os: “We hebben van Singer Laren eindelijk één geheel gemaakt, met een vernieuwd theater, een centrale entree, een fraaie beeldentuin van Piet Oudolf en nu als sluitstuk het vernieuwde museum.”

Niets meer aan doen?

De Lorm: “Nou, het begint nu. Aan het gebouw en interieur hoeven we niets meer te doen, maar we moeten nu wel het carillon gaan bespelen. Dus we moeten zo veel mogelijk tentoonstellingen, in een nieuwe dynamiek, de komende jaren gaan laten spelen.”

Er viel de afgelopen twee jaar niet veel te spelen. Was het een gelukje bij een ongeluk dat de verbouwing samenviel met het coronatijdperk?

Van Os: “We moeten niet doen alsof corona een zegen is geweest, maar binnen de omstandigheid hebben we de tijd goed kunnen gebruiken door te gaan verbouwen. Want dat hadden we niet zo gepland in die mate. Met de verbouwing en renovatie van de bestaande museumzalen zouden we eigenlijk pas na de zomer van 2022 beginnen. Die hebben we naar voren gehaald en daarmee slim van de tijd gebruik gemaakt.”
De Lorm: “Het was best een onzekere tijd en Evert is meteen keihard in z’n vooruit gegaan. Niet alleen, maar hij is daar wel heel erg de motor in geweest. Hij heeft op een heel goede manier gebruik gemaakt van de omstandigheden.”

De meeste innovaties van musea resulteren in moderne blikvangers, zoals het spiegelende depot van Boijmans Van Beuningen en de ‘wolk’ boven op De Fundatie. Singer Laren doet niet mee aan die trend?

De Lorm: “Nee. We hebben een flink aantal architectenbureaus de revue laten passeren toen wij van mevrouw Blokker de toezegging hadden dat we mochten bouwen. Met het theater hadden we al een onderscheidend gebouw laten maken in vergelijking met de rest van het complex. We wilden in harmonie blijven met de villa van waaruit het museum in 1956 door architect Wouter Hamdorff is gebouwd en die vormentaal, volumes en materialisering als leidraad nemen.”

Van Os: “Ons uitgangspunt daarbij was niet de architectuur op zich, maar de collectie en de bezoeker. Menig museum focust op een onderscheidend gebouw, maar vergeet dat er ook nog kunst in moet. En die komt binnen zulke bijzondere architectuur niet altijd tot haar recht.”

De Lorm: “Toen ik in het Rijksmuseum werkte (van 1990 tot 2001 als conservator Goud en Zilver en van 2002 tot 2009 Hoofd Tentoonstellingen; red.), heb ik Rijksmuseum Schiphol gemaakt. De hele insteek van toenmalig directeur Ronald de Leeuw was: ‘Je moet omgeven zijn door kunst. Het gaat om de kunst, die moet je op een voetstuk zetten.’ Singer Laren heeft heel mooie zalen. Ze waren weliswaar een beetje afgetrapt, maar de volumes en het ritme wilden we zo houden in plaats van dat er een vleugel aan werd gebouwd die als een kathedraal zou afsteken tegen de andere zalen. Een doorlopend, éénvormig tentoonstellingscircuit door het hele museum heen, te beginnen met de oude zalen en te eindigen aan het einde van de nieuwe zalen, dát was eigenlijk het doel. Verschillende architecten gaven presentaties en er waren er ook die wél onderscheidende aanbouw toonden. Wij hebben gekozen voor de harmonieuze lijn van Bedaux de Brouwer Architecten. Omdat zij als bureau al honderd jaar bestaan, hebben ze geleerd om eerst heel erg goed de initiële architectuur te bestuderen. De architectuur van Wouter Hamdorff heeft geleid tot een heel mooi helder museum. Vanuit die helderheid hebben zij ons meegenomen in hun plan. Ze hebben niet iets nieuws gebouwd, ze hebben iets bijgebouwd.”

Van Os: “De tuinkamer waar we nu zitten, is architectuur in de fijnste zin. Daarmee hebben ze hun signatuur gezet. Ze hebben naar de villa gekeken met die warme uitstraling en daar een moderne variant van gemaakt.”
De Lorm: “Zij zijn baksteenarchitecten, wat past bij de bouw die we al hebben. Zij werken met eerlijke materialen zoals eikenhout, natuursteen, messing… Allemaal materialen die mooi verouderen, een bepaalde warme uitstraling hebben en ook in de villa zijn terug te vinden. Het is natuurlijk niet toevallig dat we hen hebben gekozen.”

De nieuwe vleugel was nodig om de geschonken collectie van Els en Jaap Blokker een plek te geven. Hoe hebben jullie de collectie voor het museum weten te verwerven?

De Lorm: “Singer heeft een groot aantal supporters, mensen die ons financieel steunen, maar die ook het museum een beetje als hun tweede huis zien. De Larense bevolking komt hier graag en vaak; het is een soort culturele huiskamer. Jaap en Els Blokker hoorden al heel lang tot die supportersgroep. Toen ik hier in 2009 kwam, heb ik hen meteen ontmoet in de villa, waar ze hun stamtafeltje hadden. Na het overlijden van Jaap Blokker ben ik op uitnodiging gaan kijken naar hun verzameling en heb ik meteen kenbaar gemaakt dat ik daar heel graag een keertje iets mee zou willen doen. De relatie met mevrouw Blokker is in de loop der tijd alleen maar geïntensiveerd. Langzamerhand hebben onze wens, die we toch wel een beetje kenbaar hadden gemaakt, en haar idee om de collectie, of in elk geval delen daarvan, hier permanent een plek te geven, elkaar gekruist.”

Els Blokker woont op loopafstand van het museum. Nemen jullie dan taartjes mee als jullie op gesprek gaan?

Van Os: “Op een gegeven moment wisten we dat de tijd rijp was en zijn we bij haar langsgegaan. Niet met taartjes, maar met een boekje waarin we onze droom hadden gevisualiseerd. Daarin stond hoe die vleugel eruit zou kunnen zien, hoe dat een thuis voor haar collectie zou kunnen zijn en ook wat de financiële consequenties waren.”
De Lorm: “Toen ik voor het eerst de Collectie Nardinc zag, een coherente verzameling van 117 werken, dacht ik echt: dit is het beste wat niet in Singer te vinden is. En het sloot perfect aan op de bestaande collectie van de Amerikaanse oprichters. In ons museum is het impressionisme goed vertegenwoordigd en we hadden een beetje modernisme – dat was meer een soort inhaalslag, want dat hadden Anna en William Singer nooit verzameld. De collectie van Jaap en Els Blokker bevat de top van Nederlands modernisme, museale kwaliteit. Ik ben ook echt dolgelukkig dat het zo is gelopen en dat iedereen dit kan zien. De collectie wordt door het publiek omarmd. We leven in een heel donker moment en dit is een collectie die gaat over kleur, vrolijkheid, uitbundigheid en vrijheid, je losmaken van regels, je gevoel laten spreken. We krijgen van best veel bezoekers persoonlijke berichtjes met het verzoek om die door te sturen naar mevrouw Blokker, dat ze haar echt heel dankbaar zijn.”
Van Os: “Els Blokker wilde uiteindelijk niet alleen de collectie schenken, maar ook het behoud ervan en de huisvesting meefinancieren. Want, zei ze, kom je over de hond dan kom je ook over de staart. Alles zonder verdere voorwaarden, op één na: de uitbreiding mocht niet de Blokker-vleugel heten.”
De Lorm: “Die hebben we de Nardinc-vleugel genoemd, naar de naam van de verzameling en het vroegere landgoed Nardinclant van de Blokkers.”

Wat voor prijskaartje hing aan de verbouwing?

Van Os: “Gerekend vanaf 2017, het jaar waarin de nieuwe theaterzaal en entreefoyer werden gerealiseerd, is het in totaal ongeveer 23 miljoen euro. Daarvan is een kleine 20 miljoen door particulieren en cultuurfondsen geschonken.”

Leunen jullie als privaatmuseum zwaar op donaties?

Van Os: “Onze exploitatie bestaat voor 4 procent uit subsidie en 96 procent uit publieksinkomsten. Daarmee houden we onze eigen broek op. De donaties maken vernieuwingen, investeringen in het gebouw en collectie-uitbreidingen mogelijk. Deze zijn dus voor ons onmisbaar om mee te kunnen met de tijd.”

 

De nieuwe tuinkamer: geschikt voor meetings en events

Jan Rudolph, wat zijn voor jou de pareltjes uit de Collectie Nardinc?

De Lorm: “Als conservator is het zo fijn als je echt belangrijke kunsthistorische momenten aan de collectie kunt toevoegen. Zoals Café de nuit (Café Olympia), het eerste van drie grote schilderijen die Jan Sluijters in Parijs maakte exact op het moment dat toekomstige fauvisten als Picasso en Kees van Dongen op de Salon des Indépendants van april 1906 hun werk voor het eerst presenteerden. De andere twee werken hangen in het Stedelijk, Bal Tabarin, en het Van Gogh Museum, Femmes qui s’embrassent. Een belangrijk momentum in het ontstaan van het modernisme kunnen wij hier dus permanent laten zien. Maar het vertelt ook over de nieuwe lichtstad Parijs, de middeleeuwse stad die in de negentiende eeuw totaal getransformeerd is – het nieuwe uitgaan, de nieuwe vrijheden van de mens. Een heerlijk werk om te hebben! Ook De avond voor de werkstaking (1888) van Jan Toorop is een gamechanger: het is een van de eerste pointillistische schilderijen in Nederland. Een ander pareltje, ook van Sluijters, is Larens landschap met fietsers uit 1911: een humanistisch landschap met een voetbalveld, telegraafpalen, elektriciteitspalen en fietsende vrouwen, in felle ongemengde kleuren geschilderd. In dat werk vallen gevoel voor schoonheid en besef van tijd samen. Hij schilderde het tijdens zijn driejarige verblijf in de kunstenaarskolonie in Laren, Villa Vita Nuova aan de Hilversumseweg. En de collectie bevat nóg een sleutelwerk van Jan Sluijters: Portret van Greet van Cooten, uit 1910. Ons gezicht van het modernisme. Evert noemt haar wel liefkozend de ‘Mona Lisa van Singer’. Met 41 nieuwe werken van Jan Sluijters zijn wij nu het Nederlandse museum met de meeste schilderwerken van zijn hand.”

Hoe belangrijk is het om kunstenaars te tonen die een link hebben met Laren?

De Lorm: “Wij noemen de kunstenaarskolonie in Laren, Blaricum en een stukje Huizen, waar vanaf 1870 heel veel kunstenaars naartoe kwamen, ‘heilige grond’. Het was voor het eerst sinds de zeventiende eeuw dat Nederland weer op originele wijze en op hoog niveau kunst maakte, en ook meteen internationaal daarmee opzien baarde. Daardoor kwamen er Amerikanen naar deze omgeving, onder wie William Singer. Maar ook Max Liebermann, de grootste Duitse impressionist, heeft hier talrijke zomers doorgebracht; Max Beckmann, de grootste Duitse expressionist; Piet Mondriaan, die hier samen met Jan Sluijters en Leo Gestel het luminisme beoefende… Al die ontwikkelingen in de kunst rond 1900 hebben voor een belangrijk deel hier plaatsgevonden. Om het op de plek te laten zien waar het is gebeurd, in de omgeving die er nog is, dat is natuurlijk een schot voor open doel. Els Blokker heeft dat mogelijk gemaakt.”

 

MASTERS MAGAZINE

Meer lezen van het interview? In de zomereditie van MASTERS een interview met Sven Kramer, een rijimpressie van de Bugatti Chiron Super Sport en een onderzoek naar het Effect van Max. Maar bovenal komen mensen aan bod die licht brengen in de duisternis. Zoals Henk Jan Beltman, die Tony’s Chocolonely overnam omdat je met een bedrijf de wereld mooier kan maken. Chef-kok Emile van der Staak, die de ambitie heeft om onze eetcultuur te veranderen en daarom kookt met planten en groenten die hij betrekt uit het voedselbos. Designer Nienke Hoogvliet, die natuurlijke zeewierverf als alternatief voor schadelijke textielverf heeft geïntroduceerd. En Anna Nooshin, die de huidige socialmediacultuur van de mooie plaatjes hekelt. In haar documentaire deelt ze ook de minder mooie aspecten uit haar leven. Stuk voor stuk mensen die vragen stellen, spiegels voorhouden, stappen maken. Stappen naar een gezondere wereld en meer begripvolle samenleving.

 

MASTERS #50