MASTERS Stories
Deze verdwenen Van Gogh kan na halve eeuw geschiedenis schrijven
Een Van Gogh die ruim een halve eeuw vrijwel niemand heeft gezien, duikt ineens weer op. En niet bepaald geruisloos. Châtaigniers en fleurs gaat in november onder de hamer in New York, waar het schilderij zomaar een nieuw veilingrecord kan vestigen.
Van Gogh schilderde de bloeiende kastanjebomen in mei 1890 in Auvers-sur-Oise, tijdens de laatste maanden van zijn leven. Na zijn dood bleef het werk in particuliere handen en wisselde het meerdere keren van eigenaar. In 1975 kwam het via kunsthandel Wildenstein terecht bij de Argentijnse familie Blaquier-Arrieta.
Daarna verdween het vrijwel volledig uit beeld. De collectie werd decennialang op het familielandgoed buiten Buenos Aires bewaard, terwijl het schilderij voor het laatst publiekelijk te zien was in 1964 in het Guggenheim Museum in New York. In 2011 gingen werken uit de verzameling over naar de kinderen van het echtpaar. Zij brengen nu een deel van de collectie op de internationale veilingmarkt.
Dat maakt de veiling ook financieel interessant. Hoeveel de familie destijds voor de Van Gogh betaalde, is niet openbaar bekend en dus ook niet hoeveel winst er eventueel wordt gemaakt. Wel staat vast dat het werk nu wordt geschat op ongeveer 180 miljoen dollar. Een bedrag dat laat zien hoe uitzonderlijk hoog de waardering voor belangrijke werken van Van Gogh inmiddels is.
Naast Van Gogh brengt de familie ook werken van Claude Monet, Paul Cézanne, Edgar Degas, Pierre-Auguste Renoir en Camille Pissarro naar de veiling. In totaal gaan twaalf werken uit de Blaquier-Arrieta-collectie onder de hamer, met een gezamenlijke geschatte waarde van bijna 450 miljoen dollar.
Alle ogen zullen op 18 november echter gericht zijn op Châtaigniers en fleurs. Het huidige openbare veilingrecord voor Van Gogh staat op 117 miljoen dollar. Een verkoop rond de huidige schatting zou dat bedrag ruimschoots overtreffen.



