Power
Jort Kelder: “Een kapitalistische braderie met veel camaraderie”
FotografieKároly Effenberger
TekstIrene van de Laar
FotografieKároly Effenberger
TekstIrene van de Laar
Jort Kelder behoort al jarenlang tot de meest markante opiniemakers van Nederland. Met zijn scherpe observaties, gevoel voor stijl en uitgesproken meningen weet hij te prikkelen én te vermaken. In dit gesprek blikt hij terug op zijn carrière, spreekt hij openhartig over succes, invloed, vriendschap en ondernemerschap en laat hij zien dat achter de publieke persoonlijkheid ook een nieuwsgierige observator schuilgaat.
Ze deed ooit mee aan de Miss Universe-verkiezingen, nu wendt ze haar charmes aan om voor MASTERS spannende mannen tot een interview te verleiden. Dit keer richt Irene van de Laar haar pijlen op mediaondernemer Jort Kelder.
Je interviewt al decennialang anderen. Hoe is het voor je om zelf het onderwerp van gesprek te zijn?
“Geïnterviewd worden is geen hobby, vooral ook omdat ik een flapuit ben en geen zin heb in onzinnige relletjes. Geschreven interviews zijn ondeugdelijk, want de schrijver is de regisseur en bepaalt wat wel en niet de eindredactie haalt. Daarom prefereer ik live voor radio, tv, podcast of liever nog mail. Wat betreft die bekendheid: ach, het went. En laat ik eerlijk zijn: in de aandacht staan, besproken worden, heeft mij ook heel veel gebracht. Een beter tafeltje in een restaurant, toegang tot interessante mensen, een voor- of juist een nadeel als de politie je aanhoudt.”
Wat is volgens jou de grootste misvatting die mensen over je hebben?
“Dat ik een rechtse egoïst ben, want ja, ik sta voor de zegeningen van de markteconomie, maar ik ben niet conservatief en neig naar het libertaire. We zijn in toenemende mate een regeltjesrepubliek aan het worden, daar moeten we echt tegen in verzet komen, desnoods met burgerlijke ongehoorzaamheid.”

Wanneer je terugkijkt op je jongere zelf: welke overtuiging ben je kwijtgeraakt en welke is juist sterker geworden?
“Ik weet nu meer dan toen ik die luidruchtige twintiger was, maar ben volgens mij niet fundamenteel veranderd in mijn kijk op de wereld. Misschien ben ik het wel iets meer met Rutger Bregman eens geworden: de meeste mensen deugen, of zijn althans van goede wil. Tegelijkertijd zou ik iedereen die vuil op straat gooit, zich misdraagt in het verkeer of openbare leven het liefste stokslagen toedienen ;-)”
Je staat bekend om je gevoel voor stijl en presentatie. In hoeverre is dat pure interesse, en in hoeverre ook een strategisch bewustzijn van hoe de wereld werkt?
“Toen ik begon als stagiair bij Quote, nu al bijna veertig jaar geleden, liep ik niet dagelijks in een pak met bretels. Maar ik vond de journalistiek zo’n pluizige, slecht geklede wereld dat ik als contrast de bretels tot mijn handelsmerk maakte. Paste ook goed bij Quote. Mij dunkt, dat heeft zijn marketing wel gedaan; ik kan nog steeds geen podium zonder die dingen bestijgen of ze zeggen: ‘Waar zijn je bretels?!’”
Iemand die nieuwsgierig is naar anderen, leert vaak ook zichzelf beter kennen. Welke ontmoetingen hebben jou het meest over jezelf geleerd?
“Oei, het enige voordeel van ouder worden is dat je er steeds beter achter komt waar je je tijd niet aan moet verdoen. Dus liefst zo weinig mogelijk tijd te besteden aan negatieve types die energie kosten en leren nee zeggen op verzoeken waarvan je maag een beetje samentrekt. Anderzijds, soms mag je ook weer eens een onverwacht pad in slaan. Zo heb ik afgelopen winter 37x het theaterstuk Rat van Fortuin gedaan, samen met Fré Hooft van Huysduynen. Dat stuk ging over, zoals de onderregel luidde, ‘geld, geluk en breakdancen’. Die eerste twee thema’s kwam ik wel uit, maar dat dansje voel ik nog in m’n gewrichten. Tienduizend kilometer door winters en nachtelijk Nederland gereden, maar ik had het niet willen missen omdat het niet een gebruikelijk dagvoorzitterschap was, maar heus theater met zang en dans.”
Je spreekt veel mensen, van politici tot kunstenaars en ondernemers. Wat maakt iemand voor jou een echt interessante gesprekspartner?
“Al die corporate types die zich laten omringen door bange voorlichters: laat maar, en succes met uw bonus en aandelenopties. Maar een écht gesprek met nieuwe inzichten of desnoods prima oneliners was dat met grootindustrieel Paul Fentener van Vlissingen op zijn Schotse landgoed. Hij was in zijn nadagen, had African Parcs opgericht als club die enorme stukken Afrika tracht te beschermen en contempleerde op het leven. Hij zei zoiets als: in mijn jeugd kon je twee types broodrooster krijgen, maar groeiden er twintig soorten paddenstoelen in het bos van mijn ouders; nu zijn er twintig verschillende broodroosters maar nog maar twee type paddenstoelen. Wat is waarde, wat is schaarste? Vrij essentieel, want de consumptiemaatschappij met een overvloed aan alles staat in veel opzichten tegen.”

Welke gast heb je ooit volledig verkeerd ingeschat?
“Robert de Niro. Ik mocht hem vorig jaar interviewen ter gelegenheid van de komst van Nobu naar Amsterdam. Als acteur bewonder ik hem zeer, van The Godfather tot The Irishman, maar meneer De Niro had er helemaal geen zin in, zei niets opmerkelijks en maakte zich overal vanaf met niksigheid. Een teleurstelling die nog eens bevestigd werd toen we ’s avonds mochten dineren onder De Nachtwacht. Je zou zeggen: dat maakt de tongen los, maar De Niro hield iedere conversatie af, zat verveeld op z’n telefoon te scrollen en beperkte zich tot verplichte chitchat. Hij had net de paus ontmoet en een hele Europese rondreis gemaakt, dus hij zal moe zijn geweest; ik hoop dat dat de reden was en dan vergeef ik ’t hem. Anders is het gewoon een lul.”
Kijk je nog wel eens terug op een interview en denk je: vandaag zou ik dat anders hebben aangepakt?
“Zeker. Om mijn onervarenheid en zenuwen te maskeren ging ik er vroeger vaak met gestrekte benen in. Soms amusant om naar te kijken, maar vaak ook gênant. Op één zo’n gelegenheid werd ik geconfronteerd met de jonge actrice Georgina Verbaan. Ik wist nauwelijks wie ze was, en stelde even bevooroordeelde als ongeïnformeerde vragen. Zij vond mijn stoere gespartel wel aandoenlijk – we spraken nog eens af, raceten een autorally en bleven bijna vijf jaar bij elkaar. Uniek wezen met een originele geest en een loepzuiver taalgevoel, ik heb haar altijd bewonderd. Overigens overkomen mij ook tegenwoordig nog onverwachte zaken als ik live op tv begin te kwebbelen. Laatst heb ik vrouwen ervan beticht dat ze financiële desinteresse hebben en te weinig ambitie om de Quote 500 te halen. Ik heb feitelijk volstrekt gelijk, maar het onderwerp ligt gevoelig, waardoor zich nu divisies boze carrièrevrouwen op mijn socials melden. Ach ja, luisteren is een kunde, ik beheers het zelf ook maar matig.”

Je ontmoet nog altijd veel ondernemers en bestuurders aan de top. Wat valt je op aan hoe zij hun positie hebben opgebouwd?
“Ik zou die fundamenteel verschillende types niet op een hoop gooien, want ondernemers verschillen van bestuurders zoals een Formule 1-auto van een op de autopiloot bestuurde Tesla. Die laatste groep, de managers, heeft zich door handig opereren en uiteraard hard werken opgewerkt, waar de meeste ondernemers gewoon een keer een goed idee hadden en daar als een malle achteraan zijn gaan hollen. Je hebt ze allebei nodig, de vernieuwers en de beheerders, maar de sympathie gaat uit naar de zelfgemaakte mannen – al gezegd, het zijn zelden mevrouwen, sorry – die niet het mogelijke maar onmogelijke presteren.”
Bestaat er een Nederlandse elite, en hoe heeft die zich ontwikkeld in de afgelopen twintig jaar?
“Overal zijn elites, zelfs in ons vlakke land. Maar wij hebben niet zoals in Engeland of Frankrijk een systeem waardoor ze elkaar nog van de schoolbanken kennen, bovendien raken de financiële, politieke en culturele elites elkaar nauwelijks. Die werelden zijn gescheiden, er is geen gemeenschappelijk esprit de corps. Dat is gevaarlijk, want in het parlement hoor je bijvoorbeeld onthutsend domme dingen zeggen over ondernemerschap en grote bedrijven, en in het zakenleven wordt weer met veel te weinig respect naar de publieke en cultuursector gekeken. Ze hebben elkaar allemaal nodig, maar door onze egalitaire drang en populisme ontmoeten ze elkaar steeds minder.”

Nederland heeft een ambivalente houding ten opzichte van succes: bewondering en wantrouwen tegelijk. Waar komt dat volgens jou vandaan?
“We zijn een jaloers volk: iedereen moet hier hetzelfde zijn en de premier zien we graag met een appeltje op de fiets naar een koning in een minipaleis gaan. Ik lees wel eens verklaringen als de watersnood, waardoor iedereen emmertjes om te hozen moet doorgeven. We hebben geen sterke militaire en feodale tradities en een kneuterige en stervende adel. De haat die vroeger de Miljonair Fair opwekte, zegt alles: doe maar gewoon, dan... brrrr!”
Welk misverstand over rijk worden en ondernemen stoort je het meest?
“Alsof het vanzelf komt. Er zijn rich kids die erven, zeker, dat is uit meritocratisch oogpunt niet handig. Maar de meeste leden van de Quote 500 zijn eerste generatie geld en hebben in het begin voor iedere knaak moeten knokken. Allerlei onderzoeken naar de 1% beschrijven hen als geprivilegieerden bij wie het allemaal is komen aanwaaien, maar dat is een karikatuur. Mijn ervaring met rijke mensen is dat het vechters zijn.”
Dit jaar viert MASTERS EXPO haar 25e editie. Je komt er al jarenlang, onder meer als presentator. Wat is je in al die jaren het meest opgevallen aan de ontwikkeling van het evenement?
“Eerlijk? In het begin was het allemaal nieuw voor Nederland en stonden de demonstranten op de stoep. Het was een beetje wij, de luitjes die met een limo in avondkleding arriveerden, tegen hen, de booslinkse activisten. Het heette toen ook Miljonair Fair, dus de SP had de tomaten al klaar staan. Nu oogt het iets braver en heet het MASTERS EXPO, maar als je eenmaal binnen bent is de sfeer op de VIP-avond vergelijkbaar. Het is een kapitalistische braderie met veel camaraderie met als stralend middelpunt Yves. Die man heeft een van de guitigste grijnzen die ik ken.”
Welke rol vervult MASTERS EXPO vandaag de dag voor ondernemers en het Nederlandse bedrijfsleven?
“Het heeft wel iets van een geheim genootschap, zeker in de linkse stad Amsterdam, dat elkaar een paar dagen kan ontmoeten. Ik weet niet of er deals gesloten worden, in ieder geval wordt het er veel geklonken met glazen en zien de vrouwen er spectaculair uit in soms laag gesneden jurken. Je begrijpt, Irene, dat ik altijd tracht mijn ogen boven de schouderpartij te houden…”

Wat valt je op aan hoe de nieuwe generatie naar ondernemerschap kijkt?
“Ik maak mij oprecht zorgen over een hele generatie kinderen die opgroeit in belachelijke rijkdom. Rich kids kunnen er zelf ook niets aan doen, maar ik ben voorstander van een enigszins spartaanse opvoeding, dan overleeft het vermogen ook de derde generatie. Wat dat betreft kunnen de ‘kinderen van’ maar beter niet naar MASTERS EXPO, daar is veel te veel lekkers te zien voor begerige ogen.”
Wat maakt iemand een leider in plaats van alleen een manager of ondernemer?
“Managers begeleiden processen, prima, maar leiders durven alleen te zijn. Dat vergt moed en soms ook wel een zekere mate van krankzinnigheid en risicobereidheid.”
Je kent Mark Rutte al jarenlang. Nu hij op het internationale toneel opereert: welke eigenschap maakt hem in die rol zo effectief?
“Wij kennen elkaar al sinds onze studententijd, maar ergens halverwege ben ik in de positie beland van een ‘Rutte watcher’. Ongemakkelijk. Dacht ik dat het over was na zijn 13-jarige premierschap, gaat-ie goddomme naar de NAVO en moet ik The New York Times weer steeds uitleggen waarom die man zoveel lacht en appels op de fiets eet. Laat ik twee briljante eigenschappen roemen: Marks vermogen om hoofd- en bijzaken te scheiden en altijd de bal en nimmer de man te spelen. Het gaat dus niet om ene meneer Trump maar om ons aller veiligheid. Punt. Twee: een groot inzicht in mensen te paren aan een ongelofelijk talent om met iedereen amicaal overweg te kunnen, los van zijn eigen ego of voorkeur. En, vooruit, drie: goed slapen, goed humeur.”
Welke ontwikkeling in Nederland baart je oprecht zorgen?
“Dat mensen en vooral bestuurders niet lijken te zien waar onze rijkdom vandaan komt, namelijk van redenerende en innoverende bedrijven. Er ligt echt een tikkende bom onder onze welvaart, maar het enige dat groeit is de staat en het aantal regels. Dat is echt een existentieel probleem, maar het lijkt of niemand het ziet.”
Welke ontwikkeling stemt je juist optimistisch?
“We zijn een land van handelende opportunisten met weinig dogma’s en het vermogen om samen te klussen. Het moet alleen eerst slechter gaan voor we iets gaan doen en het beter wordt.”
Welke sectoren of type ondernemers gaan volgens jou de komende tien jaar bepalend zijn voor de Nederlandse welvaart?
“Tech, tech en tech. En binnen die tech vooral uitvindingen die profiteren van de vergrijzing, want dat is helaas demografisch de uitdaging van onze streken.”
Waar geniet je tegenwoordig het meest van: de dynamiek van nieuwe ontmoetingen en gesprekken, of juist de momenten van rust?
“Juist van het contrast. Ik kan een heftige tijd hebben gehad met heel veel publieke optredens, stukken schrijven en intense ontmoetingen. En dan pak ik de auto, rijd naar Harlingen, stap op de snelboot en kijk even later met mijn katten naar het duin en een eindeloos ruisende zee. Ik zou noch de heftigheid noch de rust willen missen.”
Waar ben je in de loop der jaren milder over gaan denken?
“Over relaties, over vrouwen. Het is een groot verdriet als een liefde ophoudt te bestaan, maar ook als zij wegging heb ik het begrepen. Zeker achteraf. Ik koester alle zuivere momenten, met wie dan ook.”
Je nieuwsgierigheid lijkt de rode draad in alles wat je doet. Wat fascineert je op dit moment het meest?
“Toch hoe we over een paar jaar terugkijken op AI als de grote gamechanger die het heet te zijn. Het is, net als het hele internet, belangrijk, maar het lukt mij niet goed de impact volledig in te schatten. Worden we er beter van, gelukkiger, completer? Of hebben we een monster gecreëerd dat ons zal verslinden? Hopelijk wordt ons de MASTERS 2030 nog gegund ;-)”




