Power

Business Lunch: John de Bever

3 september 2026Door Fleur de Jong10 min lezenMASTERS Magazine

In de serie Business Lunch gaan Floris Kappelle en zijn kompaan Rijk de Gooijer aan tafel met een entrepreneur van naam. Anekdotes en succesverhalen afgewisseld door klinkende glazen en prikkende vorken. In deze aflevering gaat het servet op schoot bij zanger John de Bever. “Agge mar leut êt.”

Op weg naar De Peel duiken we bij golfclub The Duke in Nistelrode de groene oase in. Tussen het romige lover doemt heel smaakvol het clubhuis op met Frans-Belgische looks. Popelend staat general manager Hendrik Jan Guitink ons al toe te wenken met een treetje gul gevulde flûtes. Dat komt goed uit want perfect getimed verschijnt ook John de Bever, de gevierde Brabantse vedette die al jaren de podia beheerst van feestend Brabant en ver daarbuiten. Ook sidekick Rijk de Gooijer meldt zich, zij het enigszins verhit. De thans te Tilburg toevende ex-Gooier kwam zojuist niet door de ballotage bij de caddiemaster. The Duke is dan ook een exclusieve business club voor beter gesitueerde Brabanders. Bummer voor de voormalige Bimmer-buff. Echter niet getreurd, vol goede zin en Blanc de Blancs van Pommery tijgen we restaurant-waarts en nemen plaats in The Charles. Uitzicht: de 9e hole waar twee golfers na plotse putt terplex afzwinden richting bar voor puike verpozing. Brabantse dagen zijn goed.

Rijk en knap

Als vleesgeworden Brabander is ras-Brabo John de Bever de ideale gast voor deze editie. Ook Rijk, als verse Tilbo, past goed in het plaatje: “Mijn pa was Rijk in Frankrijk… et moi? Ach, was ik maar rijk, en niet zo knap.” Een ontboezeming die John doet schateren. Zijn hit met die titel blijft een kraker. “Humor… ik kan dat goed hebben. Ik zou zeggen, vol d’rin!” John woont alweer een tijdje in Den Bosch. Zijn carrière als profvoetballer bracht hem naar België waar hij woonde in Antwerpen, Diest, Schoten, tot zelfs in Zwijndrecht. Nu is hij dan gesetteld in de Brabantse hoofdstad met zijn partner Kees.
Het typische Brabantse gevoel? John: “De gemoedelijkheid. Typisch voor Brabanders.” Wij herinneren ons enige Bossche vrienden die altijd zeiden: ‘Agge mar leut êt.’ John is opgegroeid in Den Bosch en begon daar met voetballen. “De mooiste en gezelligste stad van het land. En carnaval? Dan moet ik meestal zingen. Eigenlijk is dat voor mij niet te doen omdat ik te bekend ben. Wat carnaval betekent? Voor heel veel mensen niet zo veel. Voor mij is het gewoon een verkleedpartij met flink wat drinken.” En zo belanden we midden in het universum van John de Bever. Een wereld waar vrolijkheid hand in hand gaat met discipline. Waar een volkszanger de uitstraling heeft van een vriendelijke buurman, maar ondertussen wel driehonderd boekingen per jaar wegwerkt alsof het niets is. En waar succes nooit ver weg is, maar kapsones gelukkig nog veel verder.

UFO op zijn bord

De eerste bites verschijnen als kleine kunstwerkjes op tafel. Shiso met bergamot en schapenkaas: krokant filodeeg, frisse citrus en romige toetsen die bijna te elegant zijn voor het Brabantse gezelschap aan tafel. Bijna, want Rijk oogt alsof er zojuist een UFO op zijn bordje is geland. “Ik zou zeggen: aanvallen.” Dat doet hij vervolgens ook, met de subtiliteit van een shovel bij grondwerkzaamheden in Best. John grijnst beleefd. Hij heeft duidelijk erger meegemaakt. Bijvoorbeeld zaalvoetbalfinales in Brazilië. Of carnavalspubliek in Roosendaal om kwart over twee ’s nachts. Prins Carnaval is John nog niet geweest. Opmerkelijk eigenlijk voor iemand die inmiddels elf albums uitbracht, tientallen hits scoorde en met de megaknaller Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht ongeveer even onvermijdelijk werd als filevorming rond Utrecht. “Dat is over veertig jaar nog een hit”, zegt hij met die ontwapenende vanzelfsprekendheid die hem zo sympathiek maakt. Rijk wil weten wat John chagrijnig kan maken. “Onrecht”, zegt hij direct. “Daar kan ik slecht tegen. Als voetballer wilde ik altijd winnen, dan maak je wel eens ruzie. Dat is winnaarsmentaliteit.”

“Onrecht, daar kan ik slecht tegen. Als voetballer wilde ik altijd winnen, dan maak je wel eens ruzie. Dat is winnaarsmentaliteit”

Pierre Kartner

Daar is-ie dan, die andere John de Bever. Niet de zanger met de lach, maar de sportman. De jongen die ooit door Pierre Kartner werd ontdekt tijdens de Nijmeegse Vierdaagse, maar besloot eerst profvoetballer te worden. “Ik was veertien toen Pierre me hoorde zingen. We maakten platen, ik reisde Duitsland en België door, maar ik zei: eerst voetballen.” Dat werd geen verkeerde keuze. John schopte het tot prof in België en werd zelfs uitgeroepen tot beste zaalvoetballer ter wereld. Een carrière waar menig ex-international een documentaire van zou laten maken door Netflix. John vertelt het echter alsof hij uitlegt waar de fietsenstalling is. Intussen arriveert amuse nummer één: bluefin tuna met ingelegde tomaat, limoenrasp en krokant koekje. Een subtiel, fris gerechtje dat perfect samengaat met de Grand Apanage Blanc de Blancs van Pommery. John neemt kleine nipjes. Rijk neemt grote. Veel grotere. “Ik heb een Bob-arrangement”, beweert hij parmantig, terwijl een plas champagne de tafel test op waterdichtheid. John kijkt toe met de gelatenheid van een man die al jaren werkt met feestpubliek. Over succes gesproken: De Bevers, de realitysoap op RTL 5, groeide uit tot een onverwachte megahit. “Televisie in een succes. Theater is een succes. Ahoy is een succes. Nu komt er een speelfilm.”

Zingen en voetballen

“Een Kalf?”, vraagt Rijk alert. “Kalf… mits goed klaargemaakt!” “Nee,” lacht John, “een Gouden Kalf!” Het gesprek schiet alle kanten op. Over Johnny Kraaijkamp, Café De Zon in Amsterdam, fan-cruises naar verre oorden en optredens op begrafenissen. “Dat doe ik nooit meer”, zegt John over die laatste categorie. “Te emotioneel.” Wat opvalt: hij praat over roem alsof het een regenjas is. Nuttig, prettig, maar vooral niet iets om naast je schoenen van te gaan lopen. “Ik ben gezond, dat vind ik het belangrijkste. Ik ben bevoorrecht. Ik kan zingen en voetballen, en heb van mijn hobby’s mijn beroep gemaakt.” Maître Jim van der Velden serveert nu kalfswang met Parmezaan. Smeltend zacht vlees met diepe jus, krachtig maar verfijnd. Een gerecht dat je stil krijgt, zelfs als je Rijk de Gooijer heet. Al duurt dat in zijn geval slechts vier seconden. “Ook in mij is een groot chef verloren gegaan”, verzucht hij schijnbaar zelfbewust. “Was namelijk in de wieg gelegd voor een carrière als society-boer.” Daar heeft de voormalige flatsen-keizer uit Giethoorn een punt. John heeft zelf overigens wel op de koksschool gezeten. Een half jaar in Veghel. “Toen moest ik eraf omdat ik er niet vaak was.” Dat krijg je wanneer je op je veertiende al ontdekt wordt door Vader Abraham. Een kruiwagen van jawelste, zo bleek later. 

Snackbarpoëzie

Bij de skrei schenkt de sommelier een fraaie Grüner Veltliner uit Wachau. Rank en mineralig. De vis laat zich begeleiden door bloedsinaasappel, kokkeltjes en schaafsel van Buddha’s hand, een citrusvrucht die het gerecht prachtig laat balanceren tussen zilte elegantie en frisse zuren. Het doet John denken aan zijn eerste hoog-culinaire ervaring, veertig jaar geleden bij De Swaen van Cas Spijkers. “Cas zei: ‘Jongske, ik ga morgen op vakantie, dus ik maak twaalf gangen voor jullie.’ Dat was ongelooflijk.” Thuis aten ze schnitzels met boontjes. In België ontdekte John de gastronomie. “Maar als ik vanavond thuiskom, is een frikandel ook goed.” Dat typeert John nog wel het beste. Hij kan genieten van een complexe Muscadet bij ganzenlever, maar wordt net zo blij van snackbarpoëzie. Geen pose maar gewoon echt. En dan weer door naar de top. Zoals het volgende fraaie gerecht. Coquille met een fruitige Pinot Blanc, vergezeld van een kroketje van doperwten met beurre blanc die het soort comfort biedt waar zelfs de meest verwende lekkerbek stil van wordt. Alleen Rijk natuurlijk niet. Die informeert inmiddels of de wijn “ook per liter verkrijgbaar is”. Dat blijkt zo te zijn, want welke goede gastheer zet niet graag een magnum op tafel?

Geen podiumbeest

John vertelt over zijn fan-cruises. Vijfhonderd fans op een schip richting Barcelona, Curaçao of Kos. Binnen een dag uitverkocht. “Dat is eigenlijk de leukste week van het jaar. Met een machtig mooi gezelschap, van stratenmaker tot bankdirecteur”, zegt hij trots over zijn publiek. “Dat vind ik mooi.” En precies daar zit de magie van John de Bever. Hij verbindt werelden die elkaar normaal niet snel ontmoeten. De businessclub en de feesttent. Ahoy en het dorpsplein. De golfbaan en de kroeg. Iedereen zingt mee. Iedereen kent die lach. Tijd weer voor lekkers. De chawanmushi – Japanse custard met asperge en gezouten citroen – is technisch verfijnd en verrassend licht. Daarbij een Spaanse Cullerot uit Valencia: speels, floraal en net eigenwijs genoeg om indruk te maken. Rijk bemoeit zich ermee: “Een kwistige mix van zes druiven.” Wat waarschijnlijk ook geldt voor zijn mentale toestand na vier glazen wijn. John blijft ondertussen opmerkelijk beheerst. “Ik heb nooit veel gedronken. De discipline van voetbal heb ik altijd behouden.” Hij rijdt nog steeds honderdduizend kilometer per jaar naar optredens. En op het podium geen autocue. Tachtig nummers uit het hoofd. “Gelukkig heb ik een goed geheugen.” Geen podiumbeest trouwens, benadrukt hij. “Ik zing mijn liedje en ga er weer af.”

Perfecte balans

Maar onderschat die rust niet. Zodra het over voetbal gaat, verandert hij. “Dan word ik een ander mens. Ik wil winnen.” Een andere winnaar is de ganzenlever met peer en pistache: een absoluut hoogtepunt van deze mooi gebalanceerde lunch. Romig en perfect in balans met het mooie glas Fleur de Gabbro. “Now we are talking”, kraait Rijk enthousiast, alsof hij zojuist persoonlijk de wijnkaart heeft samengesteld. John lacht breeduit. Hij vindt Rijk zichtbaar amusant. Zoals je ook een iets te enthousiaste labrador amusant kunt vinden die per ongeluk in je vijver springt. Daar is Jim met het hoofdgerecht: zuiglam met daslook, knolselderij en een elegante Garnacha uit Catalonië van Alta Alella. We noteren diepgang en comfort tegelijk. Chef Jack Blackwell, ooit opgeleid bij de beruchte topchef Gordon Ramsay, kookt hier niet om te imponeren, maar om mensen gelukkig te maken. Een subtiel maar belangrijk verschil. Ondertussen mijmert John over de film die eraan komt: Alles voor de Fans. Opnames in Malta, première in Pathé Tuschinski. “Het script is echt leuk. Komedie, beetje huilen soms.” John is 61 en populairder dan ooit. Theaterreeksen uitverkocht. Een realitysoap met indrukwekkende kijkcijfers. Een film. En een fanbase waar menig influencer een spirituele crisis van zou krijgen.

Koe met een petje

“Waar ben je over tien jaar?”, vragen we. John haalt zijn schouders op. “Ik ben al zwaar bevoorrecht. Ik ben gezond. Ik heb alles mogen doen wat ik wilde. En als het stopt, dan is het ook goed.” Het klinkt niet gespeeld. Geen mediatruc of ingestudeerde nederigheid. Gewoon een man die begrijpt dat succes tijdelijk is, maar plezier essentieel. Dat blijkt ook tijdens het pre-dessert. Bij de cheesecake, Franse aardbeitjes en ijs van vlierbloesem arriveert een prachtige Doce van Coto de Gomariz uit Ribeiro. Friszoet, verfijnd en gevaarlijk doordrinkbaar. Vooral voor Rijk, die inmiddels praat alsof hij auditie doet voor een vergeten Vlaamse arthousefilm. De man maakt kans, vinden we. “Als ik nou een koe film met een petje op,” vraagt hij met serieuze blik aan John, “…kan ik dan ook bekend worden?” John knikt listig. “Jij waarschijnlijk wel.”

Mensen blij maken

Het slotdessert van rabarber, rozenblaadjes en amandelcrumble vormt een elegante finale van een lunch die nergens geforceerd chic wordt. En dat is ook de kracht van The Charles. Hier geen stijfdoenerij of Instagram-paniek. Wel klasse, aandacht en een keuken die techniek koppelt aan warmte. The Charles bewijst dat Brabantse gastvrijheid uitstekend samengaat met gastronomisch topniveau. De bediening is scherp zonder afstandelijk te worden, de wijnselectie slim en internationaal. En chef Blackwell kookt met een lichtheid die zeldzaam is in het hogere segment. Terwijl buiten golfers richting hole negen strompelen en binnen de glazen nog één keer worden gevuld, vat John de Bever de middag misschien wel het beste samen: “Succes stelt eigenlijk niet zoveel voor. Maar mensen blij maken wel.” En precies dat lukt bij The Charles voortreffelijk. Niet met poeha maar met kwaliteit en een zeldzaam gevoel voor sfeer. Een restaurant waar zelfs Rijk de Gooijer even beschaafd van leek te worden. Heel even dan.