Taste

Black Badge in Brabant: Op zoek naar het geheim van het zuiden

6 augustus 2026Door Fleur de Jong14 min lezenCARS & BOATS

Als je de A2 afzakt, lijkt de Martinus Nijhoffbrug de logische overgang van Gelderland naar Noord-Brabant. De brug is vernoemd naar de dichter, die in 1934 over de vorige brug schreef: ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien. Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden, worden weer buren.’ Op de middelbare school moest ik dit gedicht uit het hoofd voordragen, maar inmiddels ken ik nul andere mensen die het gedicht nog uit de mouw weten te schudden. Echt mooi heb ik het nooit gevonden, en de natuurlijke grens van Noord-Brabant is die brug ook al niet: daarvoor moet je nog een kwartiertje doorrijden, over de Maasbrug bij Empel. Het geeft me een kwartiertje langer de tijd om na te denken over de schoonheid van Brabant. Een paar weken eerder had ik fotograaf Luuk van Kaathoven ernaar gevraagd. Hij is er geboren en getogen, woont er al zijn hele leven, maar moest toch het antwoord schuldig blijven – opmerkelijk voor iemand die wonen in Den Bosch als het hoogst haalbare in het leven ziet.

Luxe koekjes

Eerder die week had ik een splinternieuwe Rolls-Royce Spectre Black Badge opgehaald bij Cito Motors in Eindhoven. Dat familiebedrijf bestaat inmiddels bijna een eeuw. Tegenwoordig zwaait Marissa van Laarhoven er de scepter, maar ook Hein van Laarhoven is nog vrijwel dagelijks aanwezig. Het bedrijf behoort tot de eredivisie van de Nederlandse autodealers: niet alleen worden de merken Jaguar en Land Rover gevoerd, ook voor een nieuwe McLaren kun je er terecht. Bovendien is het bedrijf de Nederlandse importeur van Rolls-Royce. De familie Van Laarhoven is bovendien mede-eigenaar van een van de grootste BMW- en MINI-dealers van Nederland. “Gewoon blijven doen is ons geheim”, vertelde Hein van Laarhoven ooit. “Dat verwachten onze klanten hier ook, Brabantse gezelligheid. We moesten eens de koektrommel vervangen door luxe koekjes – voorschriften van Rolls-Royce. Onze klanten moesten er niks van weten, die wilden massaal die vertrouwde koektrommel terug. Misschien is dat wel tekenend voor de Brabantse nuchterheid.”

Wereld van werken

Vincent van Gogh prees in zijn brieven niet de nuchterheid van de Brabanders, maar vooral de natuur. Hij werd geboren in Zundert, ging naar school in Tilburg en woonde na diverse omzwervingen in binnen- en buitenland in Nuenen. ‘Ik vind hier nog altijd iets dat mij aantrekt in het boerenleven, iets dat mij ernstiger stemt en mij doet voelen dat men hier dichter bij de natuur leeft dan in de stad. Het is hier een wereld van werken en van stilte’, schreef hij in een brief aan zijn broer Theo. Dat is een prima reden voor ons om de Loonse en Drunense Duinen als eerste tussenstop te kiezen. Het natuurgebied was een nationaal park van 2002 tot 2024. Daarna ging het op in het grotere Van Gogh Nationaal Park. Eerder dit jaar werd het park bestempeld tot meest duurzame bestemming ter wereld, waardoor ‘onze’ elektrische Rolls-Royce hier extra op z’n plek lijkt. We maken wat foto’s, van de Spectre in dit gebied, maar met een drukke dag voor ons hebben we niet de rust om echt van dit nationaal park te genieten. Slechts een paar kilometer verderop vinden we onze tweede locatie van deze dag: Experience Island, een plek waar talloze zakelijke events en bedrijfsuitjes worden georganiseerd. Onwillekeurig gaan je gedachten bij die omschrijving uit naar het obligate vlotten bouwen, maar ondernemer Gerard Rond geeft aan dat er veel meer mogelijk is. “Laatst hadden we hier duizenden mensen op het terrein voor TechBeach 2026, waar bedrijven de jeugd proberen te interesseren voor een baan in de techniek. Defensie stond daar bijvoorbeeld, met een F16. En het wordt in samenwerking met vlogger MasterMilo georganiseerd. Jij en ik hebben daar geen weet van, maar reken maar dat alle jongeren ervan weten!” En over Defensie gesproken: daarmee heeft Rond warme banden, want hij nam het initiatief voor ‘de Nederlandse Hummer’. Rond: “Met die omschrijving weet iedereen wat je bedoelt én doe je de auto tekort. De Hummer, eigenlijk Humvee, is nu decennia oud; bij Defenture (fabrikant van hoogwaardige licht tactische mobiliteitsoplossingen voor militaire en gespecialiseerde eenheden van Defensie en veiligheidsorganisaties; red.) bouwen we iets moderns. Met één voornaamste eigenschap: je moet er áltijd weer mee thuiskomen.”

Ons kent ons

Dat is heel wat anders dan voormalig motorcrosskampioen Rond gewend was. “Dan reden we een paar rondjes en kon die hele motor in elkaar storten, dat maakte voor mij niet uit. Toen ik Dakar ging rijden, werd dat al heel anders, daar moest je iets betrouwbaars hebben, een motor waarmee je de finish kon halen.” De fabriek van Defenture staat in Gelderland, maar het testwerk doet Rond hier en ook het demonstreren van de auto aan potentiële klanten gebeurt vaak in Loon op Zand. “Ik heb hier een prachtig terrein van veertig hectare. Toen ik hier twintig jaar geleden begon, vroeg iedereen wat ik ermee moest. Wacht maar af, antwoordde ik dan. Nu mogen we niks meer in dit land, behalve hier. Zelfs de speciale eenheden van Defensie trainen hier, dan landen de helikopters hier. Ze hebben hier even verderop een prachtig oefenterrein, maar dat is alleen maar zand – voor moderne oorlogsvoering hoef je daar niet te oefenen.” Heeft twee decennia ondernemen in Brabant hem dan ook een voorliefde voor worstenbroodjes en Bossche bollen bijgebracht? “Ik moet eerlijk zeggen van wel, ja. Overal heb je weleens iets, maar hier kom je er altijd weer uit, want Brabant is ons kent ons. Heel anders dan bij mij in de Betuwe, waar ik woon. Daar ken je je buurman van twee huizen verder niet. Hier is het wat gemoedelijker allemaal, lekker relaxt. Daar wordt je zelf ook relaxt van. Bijvoorbeeld in de zomer, als we het wat rustiger hebben met evenementen. Dan gooien we het park open en liggen hier dagelijks een paar duizend mensen op het strand. Onderhand ken je die mensen die hier al jaren komen, dat maakt het gezellig. Dat Brabant, ik vind het wel oké!”

Trots tonen

Na een korte tussenstop in het Van Mossel Museum (het automuseum van de grootste autodealergroep van Nederland) zetten we koers naar het DAF Museum, dat ruimte biedt aan de 98-jarige historie van het vrachtwagenmerk uit Eindhoven. “We laten hier ruim 98 jaar geschiedenis van DAF zien”, vertelt museummanager Maurice Klaassens. Die geschiedenis waaiert breed uit. “We laten hier het verhaal van de familie Van Doorne zien, de oprichters van DAF – het verhaal van een familie met een techneut en een economische man die het bedrijf hebben laten floreren. We laten de personenauto’s zien die van 1958 tot midden jaren zeventig zijn gebouwd, maar ook de Continu Variabele Transmissie waar die auto’s beroemd om waren. En dan zijn er de grote voertuigen: vrachtwagens, maar bijvoorbeeld ook militaire voertuigen en brandweerwagens. Daarnaast proberen we het museum breder te trekken, omdat we nu in een periode terechtkomen dat er kinderen zijn waarvan opa niet meer in een Dafje heeft gereden. Daarom hebben we een vleugel waarin we tijdelijke tentoonstellingen organiseren. Daarin hebben we nu tot en met september de tentoonstelling Design met AI — Verleden & Toekomst. Daarna hebben we in die vleugel een tentoonstelling over in Nederland geproduceerde automerken, waarbij je naast DAF bijvoorbeeld aan Spyker en Donkervoort kunt denken.” Klaassens komt zelf niet uit Noord-Brabant, maar werkt er inmiddels al lang. Vorig jaar begon hij bij het DAF Museum, daarvoor werkte hij zeventien jaar bij DAF Trucks. Is Brabant hem inmiddels onder de huid gaan zitten? “Ik wil er bewust een beetje buiten blijven staan, om het beter te kunnen beoordelen. In het DNA van DAF en voorheen de Van Doornes zit dat ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’ diep verweven. Soms mogen we wel een klein beetje van die bescheidenheid laten varen. Het mag allemaal best wat brutaler. Als ik dat zeg tegen mensen die echt uit Eindhoven afkomstig zijn, dan kijken ze me weleens boos aan. Je mag best wat meer tonen – trots tonen – wat hier allemaal gedaan en gebeurd is. De burgemeester zei me laatst dat de stad industrieel gezien op twee grote pijlers gebouwd is: DAF en Philips. Misschien dat de Philipsen net wat meer marketeers waren en de Van Doornes meer technische mensen, want in deze hele stad is geen enkel standbeeld te vinden dat met DAF te maken heeft. Maar misschien kunnen we dat wel veranderen met het honderdjarig bestaan in het vooruitzicht.”

Verboden stad

Nu Klaassens de naam Philips heeft laten vallen, moeten we wel op zoek naar de sporen die het elektronicabedrijf in Eindhoven heeft nagelaten. Het bedrijf is nog steeds actief in Eindhoven, maar niet meer zo allesoverheersend als vroeger. ‘We’re a health technology company improving people’s health and well-being through meaningful innovation’ dendert de website je tegenwoordig tegemoet. Verlichtingssystemen, cd-spelers, koffiezetapparaten, broodroosters, strijkijzers, chips, wasmachines, tv’s – ooit maakte Philips het allemaal, maar al deze producten behoren nu niet meer tot het assortiment. Sommige ervan worden nog wel onder de naam Philips verkocht, zoals de slimme verlichtingssystemen van Philips Hue, maar daarvoor wordt de naam Philips in licentie gebruikt. Op de High Tech Campus zijn nog altijd bedrijfsonderdelen van Philips te vinden en ook het Philips Museum is een tastbare herinnering aan het verleden. Dé plek waar het allemaal gebeurt in Eindhoven is tegenwoordig echter Strijp-S, een voormalig fabrieksterrein van Philips dat pal naast het Philips Stadion ligt. Ooit gold Strijp-S als ‘verboden stad’: zonder Philipspas kwam je vroeger niet verder dan de slagboom van de portiersloge. In 2002 verkocht Philips het terrein, om het direct terug te huren voor een aantal jaren. Nu kun je er wonen en uitgaan, maar is het vooral het hart van de Brabantse creativiteit. Niet voor niets is dit de locatie waar de jaarlijkse Dutch Design Week wordt georganiseerd.

Cubaanse sigarenijs

In het Gloeilampplantsoen herinnert een metershoge buste van oprichter Gerard Philips aan de historie van dit stadsdeel. Op een steenworp afstand zijn chipmaker NXP en chipmachinefabrikant ASML ontstaan, als divisies van Philips. Nu zijn het echter vooral creatieve bedrijven die je in dit deel van de stad vindt, met ‘sloophoutkeizer’ Piet Hein Eek als bekendste voorbeeld. Zelfs de ijsjes zijn hier creatief, blijkt als we Jeffrey Claassen ontmoeten. Hij komt direct naar buiten om te kijken als we de Rolls-Royce Spectre voor zijn ijssalon Intelligentia ICE by Jeffrey parkeren. Hij ziet wel overeenkomsten met zijn eigen werk. “Alles wat je ziet is mooi gemaakt. Daar houd ik ook van als ik mijn ijs maak. Je kunt smaakpasta’s gebruiken, maar het hóéft niet. Als je hier bananenijs ziet, dan zijn daar verse bananen in gegaan.” En dat creatieve? “Ik ben pas 26, maar ik werkte hier ook al bij de vorige eigenaar. Die ging failliet, onder meer door corona, daardoor nam ik de zaak drie jaar geleden over. Ik begon hier bijna tien jaar terug met een stage tijdens mijn patissieropleiding. Gaandeweg gingen we onze eigen smaken creëren. Een standaardsmaak als stracciatella vind je hier niet, maar bijvoorbeeld wel aardbeien-vlierbloesem of yoghurt-lemoncurd. Tijdens de Dutch Design Week doen we er nog een schepje bovenop. Afgelopen jaar hadden we bijvoorbeeld Cubaanse sigarenijs.” Claasssen kan zich niet voorstellen dat hij een ijssalon op een andere plek zou hebben. “Ik kom zelf uit Brabant en dit is voor mij de allermooiste plek van Brabant. Het is hier typisch Brabants, maar ook internationaal. Gemoedelijk, maar niet benauwd. Er is hier veel creativiteit, maar het laatste uurtje dat we open zijn is de voertaal Engels, dan komen de expats van ASML nog even een ijsje halen.”

Zoete inval

Heel wat traditioneler gaat het eraan toe bij banketbakkerij Jan de Groot in Den Bosch, dé plek voor Bossche bollen. Je kunt een Brabander bijna niet erger beledigen dan door te vragen of dat niet ‘gewoon een moorkop’ is. We maken van ons bezoek aan de winkel gebruik om ons te verdiepen in de verschillen. In beide gevallen is het een soes gevuld met slagroom, in beide gevallen is die afgewerkt met chocola. De moorkop is echter luchtiger en wordt met andere chocola gemaakt, terwijl het bij een Bossche bol een doodzonde is om bovenop nog een toef slagroom te spuiten – laat staan dat je er een kers of een partje mandarijn op legt. Gewapend met Bossche bollen zetten we koers naar Sint-Michielsgestel – als je er vandaan komt zeg je Gèssel – waar we hebben afgesproken met Imke Walenberg. De hoofdredacteur van MarketingFacts en Twinkle heeft een voorliefde voor auto’s én is een Brabantse in hart en nieren. Alhoewel Sint-Michielsgestel de ‘duurste’ gemeente van Brabant is (de gemiddelde huizenprijzen liggen er het hoogst), valt de Spectre in de straat waar Walenberg woont onmiddellijk op. “Ja, dat was niet te missen”, zegt ze. “Wat een ongelooflijke auto, hè?” Walenberg woonde eerder onder meer in Milaan en Amsterdam, maar keerde terug naar Brabant. “Ik ben opgegroeid in Valkenswaard, waar ik achttien jaar lang heb gewoond. Ik vertrok er met de gedachte: ga ik ooit terugkomen? Voordat we naar Sint-Michielsgestel verhuisden, woonden we in Amsterdam. Daar vond ik het lastig om een echt goede band met mensen te krijgen. Daar bleef het toch altijd een beetje ‘het is hier geen zoete inval’, wat ik wel gewend ben.”

Hossen met een boerenkiel

We zijn zo’n beetje de enigen die de voordeur gebruiken, blijkt. “Zo lang als ik hier woon, heb ik nooit een deurbel gehad. Niet nodig. Hij was er niet toen ik het huis kocht en daarna is het er nooit van gekomen. Het is hier toch altijd: kom maar achterom. Die gemoedelijkheid is tekenend voor Brabant. Mijn vriend komt uit Haarlem, hij zegt ook altijd: wat zijn de mensen hier toch aardig.”

Imke kende Sint-Michielsgestel niet voor ze er ging wonen, vertelt ze. “We hadden een goed gevoel bij dit dorp. Maar Brabant is in dat opzicht ook wel anders dan bijvoorbeeld Utrecht. Als je in Amersfoort woont, heb je waarschijnlijk niks met Harmelen of Linschoten. Brabant is in dat opzicht meer één geheel. Ik verloochen mijn Brabanderschap niet. Mijn accent zal er altijd zijn en ik ben ook altijd heel trots om te zeggen dat ik hier vandaan kom.” Toch ziet ze wel een verandering. “De oudere generatie schoof dingen vaak onder het tapijt. Wij zijn de generatie Brabanders die dat niet meer doen. We houden van een feestje én van elkaar helpen, maar je mag ook wel echt over dingen praten.” Lachend: “Dat maakt de Brabander een soort 360 graden-mens, en dat is wel heel prettig.” Met die gedachte rijden we de Spectre weer terug naar huis, boven de rivieren. Brabant is zo veel méér dan tijdens carnaval hossen met een boerenkiel, een beeld dat in de Randstad vaak bestaat. Vincent van Gogh schreef al lovend over de Brabanders. ‘Ik houd veel van die boeren hier – het zijn geen mensen met manieren, maar ze hebben iets echts.’ En: ‘Ik zou ze niet anders willen maken dan ze zijn, want in hun ruwheid zit iets oprechts.’ Ruw en ongemanierd zijn de Brabanders niet meer, maar echt en oprecht nog altijd.

Rolls-Royce Spectre Black Badge

De Rolls-Royce Spectre is de eerste (en tot nu toe enige) elektrische Rolls-Royce. Net als bij andere modellen is er Black Badge, een variant die sneller is en gericht op een jonger publiek.

De motor van een Rolls-Royce loopt zo zijdezacht dat een muntstuk rechtop blijft staan, wist vroeger al iedereen. Een elektrische Rolls-Royce is nóg stiller. Als er dus één merk is waar elektrisch rijden bij past, dan is het Rolls-Royce wel. En het gehannes met laadkabels? Dat is een non-issue, legt de vriendelijke verkoper in Eindhoven me uit. “Er is niemand die per dag 450 kilometer met z’n Rolls-Royce rijdt, dus je hoeft niet onderweg te laden. Ze laden gewoon thuis in de garage op, dus die natte, modderige laadkabels waar jij het over hebt, zijn voor hen een niet-bestaand probleem.” Ook Rolls-Royce zelf zei eerder al dat klanten de privacy van laden in hun eigen omgeving prefereren boven de openbaarheid van een tankstation. De actieradius die het merk opgeeft, is overigens 493 tot 530 kilometer (afhankelijk van de gemonteerde banden). Wie toch méér wil rijden, kan uiteraard bij de reguliere laadpalen en snellaadstations terecht. De Spectre Black Badge heeft een vermogen van 659 pk, 75 pk extra ten opzichte van de reguliere Spectre. Meer zou wel mogelijk zijn geweest, maar van 0 naar 100 optrekken in drie seconden is niet comfortabel, legde een ingenieur van het merk me eens uit. De prijzen van de elektrische Spectre beginnen rond de 400.000 euro, de Black Badge doet daar een onbekende meerprijs bovenop. Omdat hij elektrisch is, is de belasting op dit model laag. Dat zorgt ervoor dat de Spectre in ons land de meest bereikbare Rolls-Royce is. De basisprijs is echter onbelangrijk, want door de uitgebreide mogelijkheden om een Rolls-Royce te personaliseren, loopt de prijs snel op. De gemiddelde Spectre is voor ruim een ton aan opties en accessoires voorzien.