Amsterdam viert dit jaar haar 750-jarig bestaan, en wat is er nu een betere manier om de rijke geschiedenis van de stad te proeven dan in haar oudste cafés? Achter eeuwenoude gevels gaan verhalen schuil van zeelieden, schilders, burgemeesters en stadsgenoten die hier al generaties lang hun borrel drinken. Santé!
Café De Druif
De legendarische sfeer van Café De Druif begint al bij de voordeur. Gelegen aan het rustige Rapenburgerplein, vlak bij het Entrepotdok en het Scheepvaartmuseum, voelt deze kroeg bijna als een tijdcapsule. Het gebouw dateert uit 1566 en volgens het stadsarchief kreeg De Druif al in 1631 een drankvergunning. Toch werd het café in zijn huidige vorm pas in 1863 geopend, door een katholieke kleermaker en zijn Pruisische vrouw. De naam verwijst naar de druiventrossen die vroeger aan de gevel hingen, als teken van de vroegere functie als likeurstokerij. Die historie is nog altijd zichtbaar: de houten vaten aan de wand, met tapijt beklede tafels en gaskroonluchters geven de ruimte een bijna museumachtige uitstraling.
Volgens overlevering zou zelfs zeeheld Piet Hein hier zijn borrels drinken – hoewel hij in 1629 stierf, jaren vóór de officiële oprichting als café. Vroeger fungeerde De Druif als inschepingscafé voor VOC-zeelieden die zich hier kwamen aanmelden voor lange reizen over zee. Na het pensioen van de vorige eigenaar in 2022 is de zaak overgenomen, met de belofte dat alles hetzelfde blijft.
Café Karpershoek
Volgens historische bronnen werd op deze plek al in 1606 drank geschonken, en in 1641 stond hier officieel de herberg De Oldenburger Kelder, een geliefde stop voor Friese en Duitse schippers.
Karpershoek was oorspronkelijk een pension voor bemanning van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De ligging was destijds ideaal: pal aan het water. De gracht is inmiddels gedempt, maar binnen lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De zandvloer – ooit bedoeld om pruimtabak makkelijk op te ruimen – is gebleven en geeft het café nog altijd zijn authentieke karakter.
Ook de rest van het interieur ademt historie: originele Delftsblauwe tegels van meer dan 400 jaar oud, spreuken en wijsheden op de muren, ouderwets houtsnijwerk en foto’s uit vervlogen tijden. Muziek is hier taboe – de sfeer wordt bepaald door geroezemoes, het tikken van glazen en het gekraak van oude vloerdelen.
Volgens de huidige uitbater Peter Brugman mag Karpershoek zich met recht het oudste café van de stad noemen: “Wij waren het eerste café dat belasting betaalde.”
Proeflokaal De Drie Fleschjes
Aan de voet van de Nieuwe Kerk, op de hoek van de Gravenstraat, bevindt zich een waar icoon: De Drie Fleschjes. Volgens de gemeente Amsterdam verdient dit historische etablissement met recht de titel van oudste kroeg van de stad. Het proeflokaal opende zijn deuren in 1618 en werd al snel een geliefde plek voor kunstenaars, distillateurs en andere levensgenieters. In 1650 nam de Bootz likeurstokerij het over en werd het een officiële plek waar klanten verschillende jenevers en likeuren konden proeven voordat ze tot aankoop overgingen.
De opening in 1650 was een ware gebeurtenis, met onder meer Jacob Cats, Rembrandt, Jan Steen, Constantijn Huygens en zelfs zeehelden als De Ruyter en Tromp als aanwezigen – al is dat volgens sommigen net zo legendarisch als de dranken die er geschonken worden.
De sfeer is sindsdien nauwelijks veranderd. Het zand ligt nog altijd op de vloer, precies zoals in de 17e eeuw, en langs de muren pronkt een indrukwekkend drankorgel: een wand vol houten vaten, waarvan het geluid vroeger werd gebruikt om te bepalen hoeveel drank er nog in zat. De meeste vaten zijn tegenwoordig ‘geadopteerd’ door vaste gasten, bedrijven of bekende Amsterdammers.
Café Hoppe
Sinds 1670 is Café Hoppe een vertrouwd gezicht aan het Spui. Ooit begonnen als distilleerderij waar men drank kon kopen, groeide Hoppe uit tot een geliefd café waar het proeflokaalgevoel nog altijd voelbaar is.
Hoppe is niet alleen een plek van historie, maar ook van verhalen. Zo zou Hans van Mierlo hier de basis hebben gelegd voor D66, kwam Freddy Heineken er graag voor een borrel, en vereerde zelfs prinses Beatrix de kroeg ooit met een bezoek.
Tegenwoordig borrelt het café op vrijdag nog altijd van het leven. Van studenten tot zakenmensen, van vaste Amsterdammers tot nieuwsgierige bezoekers – hier komt iedereen samen.
De Sluyswacht
Aan de rand van de Oude Schans, pal naast de historische St. Anthoniesluis, prijkt het karakteristieke, scheve huisje van De Sluyswacht. Wat nu een geliefd café is, werd in 1695 gebouwd als woning voor de sluiswachter, die vanuit hier toezicht hield op de waterkering. De sluis zelf – aangelegd in 1602 – was van strategisch belang: niet alleen om vijandige schepen buiten te houden, maar ook om het Amstelwater te reguleren en de grachten te verversen. Een functie die ze tot op de dag van vandaag nog altijd vervult.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de buurt in verval en in de jaren zeventig verdween veel historisch erfgoed onder de sloophamer voor de aanleg van de metro. Toch bleef De Sluyswacht gespaard. In de jaren negentig werd het pand prachtig gerestaureerd en omgetoverd tot café.
Leuk detail: Rembrandt zelf tekende ooit de sluis waarop dit café uitkijkt, vanuit zijn huis met de rode luiken aan de overkant – nu het Rembrandthuis.
Lees ook: ‘De stad viert feest op alle fronten: hier moet je zijn’