MASTERS STORIES

Vrouw van goud

Dit worden alweer haar tiende Olympische Spelen. Eerst als schaatsster, vervolgens als celebrity en van 6 tot 22 februari in Milaan als teammanager van de Nederlandse schaatsploeg. Toch geldt Yvonne van Gennip voor velen nog altijd als de Koningin van Calgary, waar ze in 1988 driemaal goud won. Inmiddels is ze op allerlei fronten bezig om ook de nieuwe generatie aan een gouden toekomst te helpen. Daarover en nog veel meer spreekt ze uitgebreid met Jaap de Groot.

Tekst Jaap de Groot
Fotografie John van Helvert
Met dank aan Van der Valk Hotel Volendam

Wat doe je nu?

“Ik verdeel mijn activiteiten over twee banen. Momenteel ben ik teammanager van de nationale schaatsploeg en tegelijkertijd ook actief voor mijn eigen Yvonne van Gennip Talentfonds. Vanwege het schaatsen ben ik daarvoor in de winter minder actief dan in de zomer, maar zelfs nu houd ik voortdurend voeling met mijn organisatie.”

Wat houdt het Yvonne van Gennip Talentfonds in?

“Het fonds is er in eerste instantie om jonge sport- en cultuurtalenten op het financiële vlak te ondersteunen, zodat ze zich door kunnen ontwikkelen en niet afhaken vanwege een tekort aan financiën. Dat doen we via een crowdfundingplatform, waar in 2016 alles mee begonnen is. Daarop kunnen talenten donateurs werven en leren ze ook zelf ondernemen en een netwerk en fanbase op te bouwen. Het is een leerschool op weg naar de echte topsporter zijn. Het crowdfundingplatform Talentboek is daarom nog steeds ons paradepaardje. Het geeft talenten tools in handen waarmee ze verder kunnen.

Verder zijn we Missie 1 voor 100 gestart, een nieuw project waarbij we talenten begeleiden naar wijken, scholen en evenementen om kinderen enthousiast te maken voor sport, bewegen en een gezonde levensstijl. Bijna de helft van de kinderen in Nederland beweegt te weinig, dus is dat een van onze speerpunten. Maar ook hoe je met tegenslagen omgaat, waarom goede voeding en voldoende slaap van belang zijn. Dat is het verhaal wat de talenten tijdens een presentatie in de klas doen, gevolgd door een clinic in de gymles of op het schoolplein. Dat gebeurt meestal onder leiding van een docent. Het project heet Missie 1 voor 100, dus moeten ze minimaal honderd kinderen enthousiasmeren. Daarvoor krijgen ze 500 euro en dat doneren we weer op hun campagne op het crowdfundingplatform. Op die manier is er een win-winsituatie. Enerzijds ga je de bewegingsarmoede tegen en tegelijk geef je geld aan de talenten die daarmee hun sportcarrière kunnen financieren.
Onze derde speerpunt is Talentvoorziening. Een regeling voor talenten met een financieel lastige thuissituatie. Daarvoor kunnen de bonden bij ons geld aanvragen, wat ze aan het talent moeten besteden. Dat doen we samen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur en NOC*NSF. Dit geldt voor talenten tot en met 21 jaar met een NOC*NSF Talentstatus. Via het crowdfundplatform hebben we het afgelopen jaar 936.000 euro uitgekeerd en samen met de Talentvoorziening rond de miljoen.”

Dit doe je van 1 april tot 1 oktober, van 1 oktober tot 1 april ben je actief als teammanager bij de KNSB.

“In die rol moet ik alles regelen wat buiten het ijs nodig is. Dit geldt voor alle schaatsers van de merkploegen die zich geplaatst hebben voor de World Cups, EK’s, WK’s en Olympische Spelen. Ook ben ik de tussenpersoon voor de schaatsbond richting de diverse organisaties ter plekke en houd ik contact met bondscoach Rintje Ritsma over de samenstelling van de teampursuit, die hij uiteindelijk moet bepalen. Verder is er het regelen van accreditaties, vervoer, speciale maaltijden en schakelen als de kamers niet goed zijn. En als er iemand ziek is, moet ik sparren met de dokter. Kortom, heel divers en erg leuk.”

Milaan wordt je tiende Spelen.

“Ik heb de Winterspelen drie keer als olympiër ervaren, vijf keer werd ik uitgenodigd en dit wordt na Beijing 2022 mijn tweede Spelen als teammanager. Alle landen hebben in Milaan een eigen begeleiding, meerdere coaches en fysiotherapeuten en ik communiceer vooral met hen. Het gaat erom ze over de randzaken goed te informeren. Voor, tijdens en na de wedstrijden. Ik zit in een teamleader-app van alle landen, wat ook handig is om te lobbyen. Soms doen zich situaties voor dat het geen kwaad kan om samen met andere landen op te trekken om iets te kunnen veranderen. Het is straks in Milaan dus een continu samenspel met de coaches om te zorgen dat alles zo goed mogelijk gaat.”

 

Hoe kijkt de nieuwe schaatsgeneratie tegen je aan?

“Hahaha, er zijn er zelfs bij die vragen: ‘Kan zij ook schaatsen?’ Vind ik wel leuk, want je bent daar niet voor jezelf, je zit daar voor die sporters. Die maakt het niks uit of ik ooit goed geschaatst heb, als het maar goed geregeld is.”

Wat betekenen voor jou de Olympische Spelen?

“Het blijft natuurlijk een wedstrijd waar heel veel omheen is. Het is één keer in de vier jaar en dat maakt het uniek. Maar de allereerste keer dat ik meedeed, in Sarajevo in 1984, dacht ik toch: is dit het nou? Dezelfde ijsbaan, dezelfde mensen, het is eigenlijk dezelfde wedstrijd als ik gewend was. Was voor mij heel ontnuchterend. Wel was de openingsceremonie heel spectaculair. Dat was echt speciaal, maar de wedstrijd nee. Als ik een tip aan sporters mag geven: het is niet anders dan je gewend bent. Het verschil zit ’m in het gegeven dat er veel aan je getrokken wordt en er veel media-aandacht is. Daarom had ik het voor mezelf zo klein gemaakt om het behapbaar te maken en de druk omlaag te halen.
Vier jaar later in Calgary was een heel ander verhaal. Daar viel alles op z’n plek, al merkte ik daar weinig van wat mijn prestaties losmaakten. Ik zat in het atletendorp en liep ondergronds van de campus naar de ijsbaan. Ik heb bijna geen daglicht gezien, werd nauwelijks afgeleid en kon heel erg in mijn bubbel blijven. Terug in Nederland kon ik het niet meer klein houden. Er was toen echt sprake van een leven voor en een leven na Calgary. Waar ik veel moeite mee had, was dat iedereen wat van me vond en wat van me wilde. Terwijl ik op de lagere school het liefst achter in de klas zat, had mijn vader me voorgehouden dat ik altijd gehoor moest geven als mensen iets aan me vroegen. Hij leerde me dienstbaar te zijn. Alleen kon dat na de Spelen niet meer. Ik had altijd moeite gehad om nee te zeggen, tot ik wel moest. Ik werd overvallen door zoveel aandacht en dingen die op mijn pad kwamen. Het duurde wel even voordat ik de bevoorrechte positie die ik had onderkende en het als een cadeautje ging zien.”

Je hebt lang buiten het schaatsen geleefd. Bewust?

“Als sporter leef je in een tamelijk kleine wereld. Van kinds af aan ben ik nogal nieuwsgierig aangelegd en vind heel veel dingen leuk. Na mijn schaatscarrière kon ik daarom eindelijk los. De wereld is zoveel groter dan het schaatsen en dat wilde ik gaan ontdekken. Toen ik in 1992 stopte, was ik daar echt aan toe. Heb toen veel van de wereld gezien. Niet alleen privé, ook voor goede doelen en de werkzaamheden die ik toen deed”

Uiteindelijk was je uitgeraasd.

“Na vier jaar keerde ik terug in de sport. Ik werd gevraagd voor een project in Haarlem, met als doel kinderen enthousiast te maken voor sport. Een snuffelproject dat op mijn lijf geschreven was. Vanuit een intrinsieke motivatie heb ik dat opgepakt. Dan kom je weer in de sport en merk je wel dat dit mijn wereld is, dat dit de taal is die ik spreek. Ik ben er nooit meer uitgegaan. Het is mijn habitat.”

Je was ook een zeer talentvol tv-presentatrice, waarom ben je daarmee gestopt?

“Het is niet helemaal mijn ding. Terwijl ik wel met veel plezier terugdenk aan de samenwerking met Martijn Krabbé, voor wie ik assistent in een spelprogramma was. Verder deed ik ook Ter land, ter zee en in de lucht. Televisie was puur vanwege mijn nieuwsgierigheid. Maar ik ben een mensen-mens en miste de sport. Dus kwam dat project in Haarlem als geroepen; bovendien werd daar een tv-programma aan gekoppeld dat helemaal op mijn lijf geschreven was. Sport in Holland werd eerst door TV Noord Holland uitgezonden en later bij SBS. Met als thema mensen enthousiast te maken voor sport. Door mooie interacties met mensen die vol enthousiasme over hun sport spraken. Er hangt bij mij altijd wel een sociale component aan.”

Je bent nog altijd heel zorgvuldig met je tv-optredens.

“Ik ben voor veel programma’s gevraagd, zeker in het begin, maar heb er geen behoefte aan. Laat mij gewoon lekker mijn ding doen. Het is een beetje vergelijkbaar met toen ik in Calgary mijn medailles won. Mijn mooiste moment was na mijn laatste afstand, de vijf kilometer, toen ik naar de eetzaal ging. Iedereen was zich op de sluitingsceremonie aan het voorbereiden en ik zat daar in mijn eentje in die immens grote ruimte. Het klinkt misschien vreemd, maar dat was mijn momentum. Dat het besef indaalde dat het me gelukt was. Ik had het bereikt. Uit zo’n moment haal ik dan de meeste energie. Hoef ik ook niet met de hele wereld te delen. Zo’n moment is voor mij voldoende. Ik hoef niet die schouderklop te hebben en heb genoeg aan mijn eigen voldoening. Vooral de voldoening dat ik met mijn eigen gezonde lijf van mensen heb gewonnen van wie later bekend werd dat ze versterkende middelen hadden gebruikt.”

Toen kwam toch ook het besef dat je fraaie erelijst en nog veel fraaier uit had kunnen zien?

“Maar zelfs dan. Dat is toch naar buiten toe. Terwijl het primair gaat om in hoeverre ik het maximale met mijn eigen gezonde lichaam heb kunnen bereiken. Of je kampioen wordt of tweede of derde, maakt dan weinig uit. So be it. Je krijgt een lichaam, daar moet je het mee doen en het belangrijkste is dat je daar alles uit hebt gehaald. Gaat puur om je eigen ervaring, niet wat anderen ervan vinden. Of jij nou honderdste wordt of eerste, als dit jouw max is dan mag je trots zijn. Daarom kon ik leven met een tweede plaats, simpelweg omdat die ander beter was. Later veranderde dat, omdat duidelijk werd dat ze troep hadden gebruikt. Zoiets gaat mijn pet te boven. Ik zou never nooit trots op mezelf kunnen zijn als ik dat spul had gebruikt. Dan word je continu op dat schild gehesen, terwijl je beseft dat het niet eerlijk is gegaan. Ik zou niet met mezelf kunnen leven.”

Terug naar het Yvonne van Gennip Talentfonds. In hoeverre ben jij daarmee in een hiaat binnen het systeem gedoken?

“Toen ik bij Sportservice Noord-Holland in Haarlem werkte, kwamen er veel talenten over de vloer en de belangrijkste vraag betrof steeds geld. Toen ik bij Jong Oranje kwam, waar alles redelijk geregeld was, zag ik al dat het bij andere sporten stukken minder was. Zelfs op mijn zestiende vond ik dat niet eerlijk. Zoveel jaren later kwam het weer op m’n pad en zag ik hoe talenten nog steeds moeite hebben om hun carrière te financieren. In een land als Nederland mag dat geen issue zijn. Als jij talent hebt, moet je geholpen worden om je verder te kunnen ontwikkelen. Dat is voor mij een soort van basisrecht. We leven in een welvarend land en als ik een steentje kan bijdragen om kinderen kansen te bieden, dan doe ik dat. Ongeacht of ze de top halen. Dat is helemaal mijn drive niet. Mijn drive is om te voorkomen dat kinderen aan de basis al moeten afhaken omdat er geen geld is. Vind ik gewoon niet eerlijk.”

 

”Het klinkt misschien vreemd, maar dat was mijn momentum. Dat het besef indaalde dat het me gelukt was”

Wat merk je van de houding van het bedrijfsleven richting de sport en jouw fonds in het bijzonder?

“Het voordeel van het sponsoren van talenten is dat ze in verhouding met weinig al heel blij zijn. Hoewel een kunstrijdster als Lindsey van Zundert jaarlijks 60.000 tot 100.000 euro nodig had. Ook werd ik door een autocoureur benaderd of ik hem aan een miljoen kon helpen. Dat is natuurlijk een tak van sport waarvoor je niet bij een fonds moet zijn. Hoewel Max Verstappen wel een voorbeeld is van hoe het ook kan. Die werd al heel jong door Jumbo ondersteund en is Jumbo daarna trouw gebleven. Daardoor heeft Jumbo het hele traject van talent tot wereldtitel samen met hem af kunnen leggen. Dat is het mooiste. Ook voor mijn fonds. Juist omdat het om relatief lage bedragen gaat, is het leuk om die weg samen met een talent af te leggen. Natuurlijk halen ze niet allemaal de top, maar de skills die ze opdoen kunnen voor de rest van hun leven heel waardevol zijn. Je leeft als jong talent in een snelkookpan. De druk die dat met zich meebrengt is heel leerzaam. Ik hoop dat meer bedrijven gaan inzien dat dit soort ontwikkelprojecten meer is dan alleen presteren. Je helpt de nieuwe generatie zich ook op andere gebieden te ontwikkelen. Inmiddels hebben we bijna 3.000 talenten via crowdfunding kunnen ondersteunen en zo’n 200 teams. Op dit moment draaien we 176 campagnes, wat bij ons een continu proces is.”

Jouw mazzel schijnt te zijn, dat de decisionmakers van nu, de verliefde jongens van toen zijn.

“Hahaha, ik denk het niet. Anders was het fonds al vele malen groter geweest.”

Je was succesvol als sporter en nu ook succesvol buiten de ijsbaan.

“Met mijn fonds mag ik inderdaad niet klagen, maar het blijft hard werken om aandacht te vragen voor talenten die financiële ondersteuning nodig hebben. Nog altijd denken veel mensen dat de bond of NOC*NSF alles betaalt, dus moeten wij dat verhaal elke keer opnieuw over de bühne zien te brengen. Dat onder de top een onderlaag zit die ook aandacht verdient. Daarin moet het fonds complementair zijn. Zie ons echt als hulp voor wat er al is. Daarom leg ik het accent ook op onder meer die voorbeeldfunctie, hoe jong ze ook zijn. Zie het als een leerschool als mens zijnde. Natuurlijk hoop je dat ze topsporter worden, maar die zekerheid heb je niet. Ik wil dat ze beseffen dat alles wat ze nu leren op weg naar die top, zelfs al halen ze die niet, van belang is geweest. Dat ze daar later hun voordeel mee kunnen doen. Het zijn skills die je normaal gesproken niet op school leert. Voor het bedrijfsleven kan dat een aandachtspunt zijn om toch te gaan sponsoren, omdat er mogelijk toekomstige werknemers tussen kunnen zitten. Niet alleen de medaille, maar ook die hele leerschool en de maatschappelijke impact is relevant. Het raakt zoveel meer.”

Wat gaat de toekomst brengen?

“Ik ben 61 en zoals ik me nu voel zou ik nog heel graag in het schaatsen blijven. Ik vind de wereld van topsport sowieso heel mooi. Mensen die met hun ziel en zaligheid alles geven voor één doel. Heb ik trouwens met meer dingen. De fascinatie van iemand die postzegels verzamelt of kunst; ik kan enorm genieten van iemand die ergens een passie voor heeft en daar helemaal voor gaat. Daarom hoop ik nog een paar jaar in die sportwereld te blijven. Wat betreft mijn fonds: uiteindelijk heb ik het eeuwige leven niet en zou het mooi zijn als er een structurele ondersteuning voor deze doelgroep komt. We werken inmiddels samen met NOC*NSF en het Jeugdfonds Sport & Cultuur, die al jaren heel goed bezig zijn. Wij zijn de next step. Als kinderen naar muziekles willen of willen sporten, dan heb je het Jeugdfonds. Blijkt een kind een bijzonder talent te hebben, dan ontstaat er een gat. Daarom zou het mooi zijn als mijn fonds op termijn opgaat in een soort van Yvonne van Gennip Talentfonds Sport & Cultuur of zo. You name it. Daarin kunnen de krachten worden gebundeld.”

Wat verwacht je van de Winterspelen van Milaan?

“Ik kijk ernaar uit. Zoals ik altijd naar de Spelen uitkijk. Ze blijven magisch. Het blijft het mooiste evenement dat je kunt bedenken. Wat de Nederlandse prestaties betreft, kan ik alleen de kansen van de schaatsploeg enigszins inschatten. Er is veel buitenlandse concurrentie, maar ik heb veel vertrouwen in onze coaches. Die stellen de atleten in staat op het juiste moment te pieken. Dat is een gave. Ik heb er een heel positief gevoel bij.”

Zo zochten musicalactrice April Darby & Alessandro hun trouwringen uit
Het is een symbool voor een leven lang samen: de trouwring. Het uitzoeken daarvan gaat vaak niet over een nacht ijs. Voor zangeres en musicalactrice April Darby en haar man Alessandro begon die reis niet in de vitrine, maar achter de schermen bij GASSAN. Zo zag dit proces eruit.
Pieter van den Hoogeband: ‘altijd op zoek naar inspiratie’
Hij geldt als één van de grootste zwemmers aller tijden. Een wereldburger, maar tegelijk sterk verbonden met Brabant, waar hij zijn liefde voor innovatie en samenwerking kwijt kan. Intussen blijft Pieter van den Hoogenband op zoek naar inspiratie. Niet alleen om zelf te pieken, maar vooral om anderen dat te laten doen. Jaap de Groot in gesprek met een nog altijd gedreven idealist.

Meer

Zo zochten musicalactrice April Darby & Alessandro hun trouwringen uit
Het is een symbool voor een leven lang samen: de trouwring. Het uitzoeken daarvan gaat vaak niet over een nacht ijs. Voor zangeres en musicalactrice April Darby en haar man Alessandro begon die reis niet in de vitrine, maar achter de schermen bij GASSAN. Zo zag dit proces eruit.
Pieter van den Hoogeband: ‘altijd op zoek naar inspiratie’
Hij geldt als één van de grootste zwemmers aller tijden. Een wereldburger, maar tegelijk sterk verbonden met Brabant, waar hij zijn liefde voor innovatie en samenwerking kwijt kan. Intussen blijft Pieter van den Hoogenband op zoek naar inspiratie. Niet alleen om zelf te pieken, maar vooral om anderen dat te laten doen. Jaap de Groot in gesprek met een nog altijd gedreven idealist.
6x zomerse ontsnappingen in de natuur
Zomer hoeft niet altijd te ruiken naar zonnebrand en drukke boulevards. Soms klinkt het als ritselende dennen, kabbelend bergwater of een zachte bries langs een kasteeltuin. Van boomhutten hoog tussen het groen tot verstilde retreats waar je agenda vanzelf smelt in de zon: deze adressen laten zien hoe heerlijk luxe kan zijn wanneer de natuur de hoofdrol opeist.
Van woestijnnachten tot poolstilte: vijf onvergetelijke avonturen
Van slapen onder een fonkelende sterrenhemel in de Sahara tot zweven boven de roodgloeiende duinen van Namibië: sommige reizen zijn veel meer dan een vakantie. Het zijn ervaringen die je blik op de wereld veranderen en nog jaren blijven nazinderen. Voor wie verlangt naar stilte, avontuur en landschappen die rechtstreeks uit een droom lijken te komen, heeft MASTERS vijf bijzondere escapades verzameld.
Ostreum Group brengt verfijnde oyster & caviar experience naar MASTERS SUMMER EXPO
Tijdens MASTERS SUMMER EXPO draaide het op hole 8 niet alleen om een strakke swing. Golfers werden er ondergedompeld in een exclusieve oyster & caviar experience van Ostreum Group, compleet met vers geopende oesters, premium kaviaar en een opvallende Oyster Gin Shot. Achter dit verfijnde concept staan twee jonge ondernemers met een opvallend grote ambitie: van Zeeuwse roots naar een internationale hospitalitybeleving die in elke wereldstad thuis is.
De zomer is officieel begonnen: dit zijn 5 plekken om hem te vieren
De zomer is officieel ingeluid. En hoewel veel Nederlanders dromen van Saint-Tropez, Mykonos of Ibiza, hoef je voor een stijlvolle zomerdag helemaal niet het vliegtuig te pakken. Van exclusieve rooftops in Amsterdam tot beachclubs met een Zuid-Franse uitstraling: dit zijn de plekken waar je deze zomer het liefst neerstrijkt.