In Amsterdam is bier niet zomaar bier: het is geschiedenis in een glas, een vloeibaar archief van opstand en ambacht, van crisis en creativiteit. Wat begon als een noodzaak – een veilig alternatief voor troebel grachtenwater – groeide uit tot een trotse traditie. Van de pioniers die hun ketels aan de grachten plaatsten tot de industriële grootmachten tot de dwarse ambachtsbrouwers van nu: bier is de levensader van Amsterdam.
Ergens in de late middeleeuwen, wanneer Amsterdam nog een jonge stad is die haar grenzen langzaam tegen de horizon aanduwt, omarmen de stedelingen de kunst van het bierbrouwen. Het water uit de grachten is niet bepaald drinkbaar, dus bier wordt een dagelijkse noodzaak – een veiliger alternatief voor het vervuilde water. Het merendeel van dit bier heeft een bescheiden alcoholpercentage, amper 2%, maar genoeg om het stadsleven te smeren. Water, de bron van dit gouden vocht, wordt uit onder meer de Vecht gehaald en moet met schuiten worden aangevoerd, door weer en wind, door ijs en kou. In de winter breken boten zich een weg door het bevroren oppervlak van de Vecht – een beeld dat eeuwen later nog resoneert in de naam van café De Ysbreeker aan de Weesperzijde. De brouwerijen, wijs en praktisch, nestelen zich dicht bij het water.
In de 17e eeuw bloeit Amsterdam op als handelsstad. De Gouden Eeuw is een tijd van overvloed, en Amsterdamse bieren reizen mee op de schepen van de VOC, over de wereldzeeën, naar kusten die de brouwers zelf nooit zullen zien. Menig brouwerij specialiseert zich in scheepsbier, een redmiddel tegen de verveling en het brakke drinkwater aan boord. Je zou verwachten dat veel brouwerijen zich ophouden aan de Brouwersgracht, die haar naam aan de beroepsgroep ontleent. In 1664 staan echter slechts drie van de toen bestaande 22 brouwerijen aan deze gracht. Het complex van De Hooyberg, dat is opgericht in 1592 en zal uitgroeien tot een van de grootste brouwerijen van Amsterdam, strekt zich uit over een aanzienlijk gebied tussen de Nieuwezijds Voorburgwal en de Nieuwezijds Achterburgwal, met panden aan beide grachten.
Maar rijkdom is vluchtig en de 18e eeuw brengt krimp. Het aantal brouwerijen slinkt als een leeglopend biervat. Buitenlandse bieren, met name de Engelse porters, maken hun intrede, en de Amsterdammer, altijd nieuwsgierig, ontwikkelt een nieuwe smaak. Veel kleinere brouwerijen kunnen de concurrentie niet aan en sluiten hun deuren voorgoed. De industriële revolutie wakkert een nieuwe storm aan: stoommachines en technische innovaties veranderen de manier waarop bier wordt gebrouwen. Massaproductie wordt de norm. Heineken, dat in 1864 door Gerard Adriaan Heineken wordt opgericht in Amsterdam, speelt hierin een significante rol en ontwikkelt zich tot een symbool van bierinnovatie en wereldwijde expansie. Het is een van de pioniers in de toepassing van de Pasteur-methode in het brouwproces, wat een revolutie teweegbrengt in de houdbaarheid en kwaliteit van bier. Dit stelt Heineken in staat om een consistent product op grote schaal te produceren. Bovendien introduceert Heineken gekoelde vergistingstechnieken, wat leidt tot de productie van een helderder en frisser type bier dat nu bekendstaat als pils.
In Amsterdam leidt dit niet tot een toename van het aantal brouwerijen. Het aantal blijft relatief laag, maar de schaal en efficiëntie van de productie nemen toe. Grote spelers zoals Heineken en het in 1870 opgerichte Amstel domineren de biermarkt. Maar bier is koppig. De geschiedenis laat geen rechte lijn zien, maar een kronkelend pad van dorst, experiment en overleving. Soms verdwijnen brouwerijen in de maalstroom van de tijd, soms keren ze terug als een spook dat nooit rust vond. En zo, tegen het einde van de twintigste eeuw, begint het langzaam weer te borrelen in de onderbuik van de stad. De ambachtelijke bierbeweging steekt de kop op, aangewakkerd door nostalgie en verzet tegen de uniformiteit van de grote merken. Kleine, onafhankelijke brouwerijen poppen op, aangewakkerd door een hernieuwde interesse in lokaal bier. Deze ‘craft beer’ revolutie leidt zeker ten tijde van de kredietcrisis tot een explosie van nieuwe micro- en ambachtelijke bierbrouwerijen. Veel mensen verliezen hun baan of vinden dat hun traditionele carrièrepaden niet langer zeker zijn, hetgeen leidt tot een heroverweging van persoonlijke en professionele ambities. Waarom een suffe baan als je ook bier kunt brouwen? Wat begint met een paar dappere pioniers, explodeert vanaf 2010 tot een ware renaissance.
Vanaf 2010 tot nu stijgt het aantal brouwerijen in Amsterdam spectaculair. Vijftien jaar geleden waren er slechts tien brouwers actief, in 2023 zijn het er vijfenzeventig. Maar zoals altijd blijft de markt in beweging. Een aantal kleine brouwerijen is inmiddels overgenomen, zoals Oedipus door Heineken en Brouwerij ’t IJ door Duvel Moortgat. En volgens het CBS hebben afgelopen jaar alweer tien brouwerijen hun deuren sloten, waaronder De Prael op De Wallen. Toch blijft de stad bruisen. Wie nu Amsterdam doorkruist, vindt een schat aan ambachtelijke brouwerijen. Elk vat draagt het gewicht van de stad – van krakers en kloosterlingen tot zeelui en visionairs. En of je nu een liefhebber bent van bock, blond, stout of kloosterbier, er is altijd een plek waar je kunt proosten op het verleden, het heden en de eeuwige dorst. Hier een greep uit de brouwers die de stad laten bruisen.
Brouwerij ’t IJ (1983)
Soms begint een revolutie met een dorstige muzikant. Kaspar Peterson, bandlid van Door Mekaar, reist in de jaren tachtig geregeld naar België. Daar, tussen abdijen en cafés, raakt hij in de ban van de brouwkunst van de Zuiderburen. Omdat soortgelijk speciaalbier in Nederland nog nauwelijks gebrouwen wordt, besluit hij het zelf te doen – eerst in een kraakpand, later in een oud badhuis naast molen De Gooyer in Amsterdam-Oost. Zijn eerste bieren, Zatte en Natte, slaan in als een mokerslag: krachtig, ongepolijst, oprecht. De stad is wakker! In 2012 opent een tweede brouwlocatie aan het Zeeburgerpad, maar de ziel van de brouwerij blijft waar hij begon – in de schaduw van de molen, op een terras dat altijd gonst van verhalen en schaterlachen. En nu, ter ere van Amsterdams 750e verjaardag, schenkt Brouwerij ’t IJ ons een nieuwe ode in vloeibare vorm: Mokums Overdreven IJwit. Met een trotse 7,50% alcohol en een royale hand van alles wat het originele IJwit zo karakteristiek maakt, is dit een bier dat net iets te veel van alles heeft. Een glas vol Amsterdam: eigenzinnig, een beetje overdreven, maar altijd met een glimlach. Op het etiket dansen illustraties van typisch Mokumse taferelen, met een knipoog naar clichés die we maar al te graag omarmen. Want zoals de stad zelf: dit bier neemt zichzelf niet té serieus, maar weet dondersgoed wat het waard is.
Oedipus Brewing (2012)
Vier vrienden, een keuken, een droom. Sander Nederveen, Rick Nelson, Alex Mager en Paul Brouwer brouwen hun eerste batches in een Amsterdams appartement en brengen met Mannenliefde, een bier met citroengras en Szechuanpeper, een statement naar de markt: bier kan speels, onverwacht en vrijmoedig zijn. De flessen stralen in felle kleuren, de namen lezen als uitnodigingen tot avontuur: Panty, Swingers, Club Paradise. In 2015 opent hun eigen brouwerij en taproom in Amsterdam-Noord. Acht jaar later koopt Heineken de brouwerij op. Maar Oedipus blijft zichzelf heruitvinden, en in 2024 opent aan Schaafstraat 19 in Noord de Oedipus Craft Space, een nieuwe speeltuin voor bier en creativiteit.
“Bier is koppig. De geschiedenis laat geen rechte lijn zien, maar een kronkelend pad van dorst, experiment en overleving”
Poesiat & Kater (2015)
Een van de weinig echt onafhankelijke brouwerijen met eigen ketels in Amsterdam. De naam is geen toevallige samenstelling, maar een eerbetoon aan twee medewerkers van de ooit grootste brouwerij van Nederland: Van Vollenhoven’s bierbrouwerij De Gekroonde Valk. Waar Heineken in 1949 de brouwerij opslokt en slechts één bier overhoudt, Van Vollenhoven’s Extra Stout, grijpen de oprichters van Poesiat & Kater – Eymert van Manen, Jesse van Vollenhoven, Julian Alvarez en Pieter Teepe – decennia later hun kans om de oude recepten nieuw leven in te blazen. Vanuit een voormalig dierenasiel in Oost maken ze nu de historische bieren opnieuw én verrassende craftbieren zoals de Meyer Hazy IPA en Kaintz Modern Triple. In 2021 wordt de brouwerij verplaatst naar een grotere locatie aan de HJE Wenckebachweg. Het proeflokaal is nog steeds op dezelfde locatie (Polderweg 648).
Brouwerij Friekens (2016)
Sommige brouwerijen ontstaan in spreadsheets, andere in pure rebellie. Friekens ontspringt in een gekraakte oude ventilatorfabriek aan de Kadoelenweg in Amsterdam-Noord, Villa Friekens, waar Sid Benson bier brouwt voor feesten en vrije geesten. Zonder kunstmatige rommel, zonder compromis. Sinds eind 2017 is de brouwerij gevestigd op het stadslandbouwproject NoordOogst in de wijk Tuindorp-Oostzaan, in een voormalige kleedkamer van een voetbalclub met aangrenzende biertuin, waar de geur van hop zich mengt met die van aarde en vrijheid. Hier drink je Friekens zoals het bedoeld is: ongepolijst, eerlijk en rechtstreeks van de bron.
De Bekeerde Suster (2004)
Er was een tijd waarin vrouwen hier niet kwamen om te drinken, maar om vergeving te vinden. De Bekeerde Susters waren voormalige zondaressen die in het Bethaniënklooster een nieuw leven begonnen. Nu vloeit er geen heilig water meer, maar ambachtelijk bier. De Manke Monnik, de Blonde Barbier, Witte Antonia – namen die klinken als hoofdstukken uit een oud kloosterboek. Hier, aan de Kloveniersburgwal, wordt bier gebrouwen zoals het ooit begon: met geduld, toewijding en een vleugje mystiek.
Brouwerij Homeland (2015)
In 2015 zijn ‘veteranen uit de festival- en horecawereld’ Koen Vollaers en Joost Carlier op de oude Marinewerf deze brouwerij begonnen. Twee jaar later heeft brouwerszoon Bart Maes zich door dit illustere duo dronken laten voeren en was het driemanschap een feit. Als hedendaagse vrijbuiters voelen zij zich helemaal thuis op deze locatie, waar honderden jaren geleden houten fregatten werden volgeladen met tonnen gerstenat. De bieren van nu – Ketelbinkie, Zeebonk, Zwartbaard, Zeerover, Kielzog… – ademen zout, avontuur en vrijheid. Hier proef je geschiedenis, maar ook vernieuwing. Want de brouwerij streeft niet alleen de beste bieren na, maar zet ook hoog in op verduurzaming. Zo draait de brouwerij op een elektrische stoomgenerator, worden de bieren in blik gestopt (Homeland was de eerste brouwerij in Amsterdam met een eigen blikkenlijn) en wordt met de hightech Meura Mashfilter maximaal rendement uit de ingrediënten gehaald, waardoor unieke bieren kunnen worden gerealiseerd. Dit leidde al tot menig gouden en zilveren medaille bij de jaarlijkse biercompetitie The Dutch Beerchallenge. Ter ere van ‘Amsterdam 750 jaar’ heeft Homeland IEPa, de smaak van Amsterdam! gemaakt. Deze IPA is gebrouwen met iepenzaad, dat in het voorjaar de grachten bedekt (‘lentesneeuw’). Proeven? Bij het op een steenworp afstand gelegen Pension Homeland drink je het vers van de tap.




