Bij een supercar denk je eerder aan een Ferrari, McLaren of Porsche dan aan een Renault. Toch komt het Franse merk nu met een mini-supercar. Perry Snijders reisde namens MASTERS af naar Frankrijk om kennis te maken met de spectaculairste Renault aller tijden.
Het uiterlijk heeft wat weg van de Renault 5, maar de techniek is totaal anders. Wie een goed geheugen heeft, weet dat Renault een lange geschiedenis heeft op dat gebied. Die begon in 1978, toen het merk voor het eerst de Renault 5 Turbo toonde. In 1972 had het merk de Renault 5 geïntroduceerd; zes jaar later werd het tijd voor een versie die serieus mee kon doen in de autosport. De regels van die tijd vereisten echter dat er ook een straatversie te koop zou worden aangeboden, die in technisch opzicht min of meer gelijk moest zijn aan de autosportversie. Dus kwam er een Renault 5 in de showroom met wild uitgebouwde spatborden en de motor achterin. Een turbo was in die jaren nog iets bijzonders, dus over een naam hoefde niet lang te worden nagedacht: Renault 5 Turbo. Zelfs in een heel ander deel van de markt was dat nog opmerkelijk. Toen Porsche in 1975 voor het eerst een turbo gebruikte voor de 911, werd er ook trots Turbo aan de naam toegevoegd.
Rally van Monte-Carlo
Renault liet die 5 Turbo voor het eerst zien in 1978, maar de auto was toen nog helemaal niet af; dat duurde nog tot 1980. Er moesten 400 exemplaren verkocht worden om de auto te kunnen gebruiken in de autosport, maar de vraag bleek veel groter. Daarom veranderde Renault een paar kleinigheden en kwam met een nieuwe versie, die de naam Renault 5 Turbo 2 meekreeg. Van die eerste en tweede versie samen werden uiteindelijk bijna vijfduizend exemplaren gebouwd!
In de autosport ging de 5 Turbo als een razende van start: in het jaar na zijn introductie won hij direct de legendarische Rally van Monte-Carlo.
Ruim twintig jaar geleden herhaalde Renault de truc nog eens met de Clio — de opvolger van de 5. Daarbij deed Renault wat het met de 5 ook gedaan had: woest uitgebouwde spatborden, de motor achterin. Ditmaal was het geen turbomotor, maar een drieliter V6. Het begon met de Clio V6 Trophy, die alleen voor de autosport bedoeld was. Daarna volgden nog twee versies. In totaal bouwde Renault ruim drieduizend exemplaren. Top Gear’s Jeremy Clarkson zei eens dat deze Clio tot zijn tien favoriete auto’s behoorde.
”De motoren zijn heel bijzonder, want die zijn achterin geplaatst — ín de wielen!”
Derde generatie
Inmiddels is het 2025 en heeft Renault een nieuwe versie van de 5 op de markt gebracht. Wie in december op MASTERS EXPO was, heeft hem wellicht gezien en inmiddels zijn de eerste exemplaren van de 5 ook in het verkeer te spotten. Wij reden afgelopen jaar met de 5 naar Monaco en we waren er echt enthousiast over. Inmiddels hebben we ook met zijn sportievere broer gereden, de Alpine A290. Sindsdien weten we dat MINI er een probleem bij heeft. We zijn niet de enigen die enthousiast zijn over de Renault 5 en Alpine A290, want de auto’s werden verkozen tot Auto van het Jaar.
Renault heeft gemerkt dat zo’n retromodel goed ontvangen wordt en bouwt het succes in de komende periode verder uit met een nieuwe versie van de Twingo en de 4. Maar daarbij blijft het niet, want er komt ook weer zo’n wilde Renault 5 Turbo. De derde generatie van de 5 Turbo, en ditmaal elektrisch. Dat verklaart direct de naam: Renault 5 Turbo 3E. En net als in 1978 neemt het merk twee jaar de tijd, want kopers krijgen hun nieuwe Turbo pas afgeleverd in 2027.
540 pk
Renault heeft echt z’n best gedaan om er iets spectaculairs van te maken. De 5 Turbo 3E heeft maar een paar onderdelen die gelijk zijn aan die van de reguliere 5: de deurgrepen en het digitale instrumentenpaneel. De voorruit is een aangepaste versie van die van de reguliere 5, en verder is alles (!) anders.
De 5 Turbo 3E is volgens Renault een supercar in het klein, en daarmee zegt het merk niets te veel. Het platform waarop deze auto gebouwd is, is compleet anders dan dat van de auto waarmee hij zijn naam deelt. Het is gemaakt van aluminium en daarop staat een carrosserie van carbon. De normale 5 heeft vijf deuren, de Turbo 3E heeft er slechts drie. Een achterbank is er niet. De motoren zijn heel bijzonder, want die zijn achterin geplaatst — ín de wielen!
Voor een elektrische auto is hij erg licht, want het gewicht blijft beperkt tot 1.450 kilogram. Combineer dat met de 540 pk en je snapt dat dit een bommetje is. Hij brengt je in minder dan 3,5 tellen naar de 100 en de topsnelheid ligt op 270 kilometer per uur.
Als je rustig rijdt, kun je er meer dan 400 kilometer mee rijden. Niemand koopt zo’n auto echter om er kalm mee te rijden, daarom levert Renault ook andere informatie: op het circuit kun je er ruim twintig minuten mee tekeergaan voordat je een snellader moet opzoeken. Als je denkt dat dat kort is: op trackdays komt het maar zelden voor dat mensen een halfuur of langer voluit rijden. In een kwartiertje kun je de accu’s daarna weer opladen van 15 naar 80 procent. Voor de veiligheid monteert Renault overigens ook standaard een rolkooi, zoals bijvoorbeeld Porsche dat bij de 911 GT3 RS doet.
“Combineer dat met de 540 pk en je snapt dat dit een bommetje is”
Oplage van 1.980
Her en der horen we fluisteren dat hij anderhalve ton gaat kosten, maar Renault heeft over de prijzen nog niets bekendgemaakt. Goedkoop zal de 5 Turbo 3E hoe dan ook niet worden. Ga maar na: handgebouwd, met bijzondere techniek, een aluminium platform en een carbon carrosserie. Plus een beperkte oplage, want Renault bouwt 1.980 exemplaren — een verwijzing naar het jaar waarin de oorspronkelijke 5 Turbo op de markt kwam. Dit voorjaar start de verkoop en de verwachting is dat de 5 Turbo 3E binnen de kortste keren uitverkocht zal zijn. Misschien toont Renault de auto wel op MASTERS EXPO 2025, maar wie er een wil bestellen, doet er goed aan om niet tot december te wachten.






