MASTERS STORIES

Rein Wolfs: “De stad is onze muze, het Stedelijk haar spiegel”

In 750 jaar is Amsterdam uitgegroeid tot een culturele wereldstad vol verhalen, beelden en stemmen. Nergens wordt dat tastbaarder dan in haar musea – poorten naar het verleden én spiegels van het heden. Aan het roer van het Stedelijk Museum staat Rein Wolfs (Hoorn, 1960), die sinds 2019 de koers bepaalt. MASTERS sprak met hem over het jubileumjaar, de evolutie van kunst en waarom rebelsheid onmisbaar blijft in een wereld vol regels.

Wat betekent kunst voor jou?

“Net als televisie of internet is kunst een lens op de wereld. Je ziet bepaalde dingen net een beetje anders gespiegeld.”

Welke ervaring heeft jouw liefde voor kunst aangewakkerd?

“Als kind ging ik met mijn ouders ongeveer twee keer per jaar naar Amsterdam, waarvan minstens één keer naar het Stedelijk. Daar is mijn fascinatie voor kunst ontstaan. Ik kan me specifiek het werk van de Zwitserse schilder en beeldhouwer Jean Tinguely herinneren: van die grote kinetische machines, met een grote rode knop waarop je mocht drukken – dan kwam het geheel in beweging. Magisch! Dat is waar het begon.”

Je had ook zelf kunstenaar kunnen worden?

“Zeker niet. Ik ben niet creatief – ik kan niet zingen, dansen, tekenen of schilderen. Maar ik kan wel kijken, erover nadenken, reflecteren, er iets mee doen. Ik ben een secundaire speler, maar dat maakt mijn betrokkenheid niet minder.”

In 2019 werd jij aangesteld als directeur van het Stedelijk. Wat trof je aan?

“Achterdocht vooral. Vanuit verschillende hoeken: gemeente, sponsoren, begunstigers, bezoekers, de kunstwereld… Er is best gerommel bij jullie geweest, wat ga je daarmee doen? We hebben rust gebracht. En een spannend programma. We blijven een spraakmakend museum. Dat zit in ons DNA sinds Willem Sandberg (van 1945 tot 1963 directeur, red.) hier kort na de oorlog CoBrA naar binnen haalde – tegen de stroom in. De kritieken op die tentoonstelling toen waren vernietigend. Tegenwoordig weten we allemaal dat Sandberg de man is die het Stedelijk revolutioneerde en tot een heel belangrijk museum in de wereld maakte.”

Zit dat rebelse ook in jouw beleid?

“Dat is zelfs noodzakelijk: wij mogen geen behoudend museum zijn, maar moeten onszelf voortdurend opnieuw uitvinden. Je moet durven bewegen en af en toe op de troepen vooruitlopen.”

Noem eens een wapenfeit van dat beleid.

“Wij zijn globaler geworden in ons denken, kijken verder dan alleen maar naar westerse kunst. Tegelijkertijd zijn we opener geworden, transparanter. We laten meer zien waar we voor staan en proberen ook de deuren meer te openen.”

Wat zie jij als de grootste kracht van het Museumkwartier?

“Samen met het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum, en het Concertgebouw als de andere grote culturele instelling, vormen wij een powerhouse van wereldniveau. Wij vullen elkaar echt goed aan. Dat maakt het Museumplein tot een zeldzame plek, waar je onze kunstgeschiedenis van de middeleeuwen tot vandaag op één vierkante kilometer bij elkaar vindt. Er zijn weinig plekken ter wereld waar dat zo breed wordt gedaan en met zo veel oog voor kwaliteit. Met genoemde musea horen we tot de belangrijkste collecties die überhaupt denkbaar zijn – één grote ‘collectie Nederland’. Met als gevolg dat het Museumplein in de loop der jaren een pelgrimsoord voor kunstliefhebbers uit de hele wereld is geworden.”

Hoe kan het Museumkwartier zich nog verder versterken?

“In de inrichting van de openbare ruimte. Het plein zit best ingewikkeld in elkaar: één grote groene locatie met daaromheen de musea. Er zou meer mogen worden uitgestraald waar het plein voor staat. Sculpturen in het groen, verbinding tussen binnen en buiten – zonder hekken, mét zorg voor veiligheid.”

Hoe ervaar jij Amsterdam in dit jubileumjaar?

“Als een stad die eeuwig jong is. Internationaal ook, en toch eigenzinnig. Amsterdam wil altijd net even anders zijn. Dat maakt haar uniek.”

Het cadeau van het Stedelijk aan de jubilerende stad is de Don Quixote Beeldentuin, die op 14 november 2024 door koningin Máxima werd geopend. Vertel.

“Wij wilden 150 jaar na de oprichting van het museum een nieuwe plek realiseren, waar iedereen – jong en oud, toerist en buurtbewoner – kan genieten van indrukwekkende werken uit de Stedelijk-collectie. Met dank aan genereuze steun van de Don Quixote Foundation is het gelukt deze ambitie waar te maken en de geliefde beeldentuin van het Stedelijk te laten herleven op dezelfde plek waar die zich tot het begin van deze eeuw bevond – wat destijds tuin was, is nu het entreegebied van het museum. De bouw van de ‘badkuip’ vormde een belangrijk architectonisch signaal, maar het was niet altijd eenvoudig om meteen te zien dat je een museum binnenstapte. Door de entreehal erbij te betrekken, met de plaatsing van sculpturen van onder anderen Henry Moore, Anne Imhof, Damien Hirst en Karel Appel, is ook die ruimte in één oogopslag museum geworden.”

De steun van vermogende particulieren was cruciaal bij de oprichting van het Stedelijk in 1895. Hoe belangrijk is die particuliere betrokkenheid anno nu? En hoe zorgt het museum ervoor dat deze steun geen invloed heeft op de onafhankelijkheid van de programmering?

“Particuliere betrokkenheid is ongelooflijk belangrijk. Om additioneel dingen te doen die anders niet mogelijk zouden zijn, maar ook om mensen te engageren en daarmee de gevoelswaarde van het museum te vergroten. Als directeur kan ik heel goed onze onafhankelijke positie duidelijk maken. Wij staan voor een bepaalde inhoud en aan mij de taak om de particulieren zodanig te enthousiasmeren dat die zich daar ook achter scharen, zodat we samen op zoek kunnen gaan naar elementen die het museum versterken. Zoals belangrijke aankopen, restauraties en, heel recent dus, de beeldentuin.”

Welke rol speelt Amsterdam in de collectie van het Stedelijk?

“Er zijn heel veel kunstwerken die iets over Amsterdam vertellen, mede omdat de stad zo divers en veelzijdig is. Zoals het grote kleurrijke werk dat Karel Appel in 1956 in het vroegere restaurant van het museum geschilderd heeft, waarbij een gekuifde vogel, een mens en een bloem over de muur dansen. Een werk dat niet alleen teruggaat op de geschiedenis van Amsterdam, maar ook speciaal voor het museum is ontstaan. Net zoals het ‘velum van Keith Haring’, dat de Amerikaanse kunstenaar in 1986 speciaal voor zijn solotentoonstelling in het Stedelijk heeft gemaakt. Het met dansende poppetjes, kruipende baby’s en krioelende beesten beschilderde doek van 12 bij 20 meter diende om daglicht te filteren. Keith Haring maakte het in één dag met spuitbusverf op de vloer in een van de museumruimtes, terwijl hij zich op hiphopmuziek ritmisch over het doek bewoog. Dit werk werd gespannen onder de glazen kap boven de historische trap. Het was direct een publiekslieveling. We kunnen het slechts eens per tien jaar laten zien, omdat het heel lichtgevoelig is. Twee jaar geleden hing in de IMC-zaal een ander groot werk van Keith Haring, dat hij in 1986 speciaal voor Amsterdam geschilderd heeft. Op dit 38 meter lange werk, Amsterdam Notes getiteld, komen allerlei, destijds actuele, Amsterdamse thema’s naar voren zoals de drie andreaskruizen, AIDS en drugs. Ook zie je de stad terug in werken van Marina Abramovic, die bijna dertig jaar lang in Amsterdam heeft geleefd en gewoond. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. De stad is onze muze, het Stedelijk haar spiegel.”

Wanneer werd jij voor het laatst geraakt in het museum?

“Dat gebeurt best vaak. Bijvoorbeeld wanneer je dingen ontdekt in kunstwerken, die daarvoor niet waren opgevallen. Maar het heeft ook te maken met de manier waarop bezoekers met het museum omgaan. Zo zie ik de laatste tijd talloze mensen met hun mobieltje in de hand filmpjes of foto’s maken van de installatie die Anselm Kiefer speciaal voor het Stedelijk heeft gemaakt: het indrukwekkende Sag mir wo die Blumen sind, dat de gehele omloop van de historische trap beslaat. Ik kijk dan door de ogen van de bezoeker.”

Zijn er kunstvormen die jij moeilijk vindt om te omarmen, zoals AI en NFT?

“Nee, eigenlijk niet. Artificiële intelligentie vind ik heel interessant, dat biedt mogelijkheden. Over NFT ben ik vanaf het begin redelijk sceptisch geweest. Het was een heel commerciële hype, al vanaf het begin – meer markt dan kunst. En een heel korte hype ook.”

Marina Abramovic onthulde vorig jaar nog een eigen NFT in het Moco Museum. Is dat museum, met een hang ook naar digitale en immersieve kunst, een verrijking voor het museale landschap?

“Zelf vind ik Nxt Museum en STRAAT Museum veel meer een verrijking voor het veld. Die laten op een heel eigen manier zien hoe je met immersieve kunst kunt omgaan. Bij Moco vind ik het wat ingewikkelder. Dat heeft te maken met het feit dat het zichzelf museum noemt en ik niet zo scherp zie waar dat museale in zit. Omdat ik van mening ben dat je dan een collectie zou dienen te hebben. En een museum zonder collectie… dat wringt.”

In geval van AI is er vaak discussie: is dat wel kunst? Maar als ik iets mooi vind, dan is het voor mij toch kunst?

“Als museumdirecteur is het mijn taak om te oordelen en te beslissen over kunst. Maar ik besef terdege dat er een subjectief aspect aan vastzit. Kunst is interpretatie. Ik ben blij als mensen ergens kunst in zien.”

Maakt het feit dat kunst geen volledig afgebakend veld is, jouw werk nog interessanter?

“Ja. Ik houd van spanningsvelden. En kunst is een bijzonder spanningsveld omdat er geen twee mensen zijn die er precies hetzelfde naar kijken. Ik zeg altijd: laat een paar interpretatieve speelruimtes in deze wereld over. Niet alles hoeft zwart op wit vastgelegd, een paar raadsels moeten erblijven. De ontraadseling van de wereld is al zo ver gegaan. We hoeven niet alles te weten. En kunst vind ik typisch een domein van het leven waarin we tegen de grenzen van kennis en weten mogen oplopen.”

Hoe verbindt het Stedelijk de gelaagde geschiedenis met de toekomstdromen van de stad?

“Door onszelf te blijven. Wij hebben altijd gezegd dat wij niet precies hetzelfde willen zijn als het Pompidou in Parijs of het Tate in Londen – we willen net een beetje anders zijn. En dat is ook een kans voor de toekomst. We moeten niet willen kopiëren. Zoals Amsterdam uniek wil blijven, zo blijft het Stedelijk zichzelf.”

Je ziet aardig wat musea in de wereld. Welke hebben zich ook vernieuwend getoond?

“Toen het Tate Modern twintig jaar geleden opende, was dat vernieuwend. Daar kon je echt van leren. Net zoals het Zeitz MOCAA in Kaapstad een fris perspectief biedt. En enige tijd geleden ben ik in Seoul geweest, waar de museale wereld weer heel anders in elkaar steekt. Zo blijven we leren.”

Kunst heeft de wind niet bepaald in de zeilen door het huidige politieke klimaat. Wat merkt het Stedelijk daar concreet van?

“Subsidies staan onder druk. De inflatiecorrectie blijft achter. En dan zitten musea ook nog eens aan de grenzen van de bezoekersaantallen, terwijl Amsterdam qua toerisme evenmin verder kan groeien. Waar de overheid niet bijdraagt, moeten we steeds meer op zoek naar andere gelden. Gelukkig zijn er heel veel particulieren in Nederland die grote interesse hebben ontwikkeld in kunst. Kunst is hot, en ik merk dat heel veel mensen een open mind hebben en geïnteresseerd zijn in hedendaagse kunst.”

 

”Op het Museumplein vind je onze kunstgeschiedenis van de middeleeuwen tot vandaag op één vierkante kilometer bij elkaar. Er zijn weinig plekken ter wereld waar dat zo breed wordt gedaan en met zo veel oog voor kwaliteit”

 

En sponsorships?

“Die zijn gevoeliger geworden, omdat musea best onder druk staan van activisme. Kijk naar de protestactie afgelopen maart van Extinction Rebellion tegen het Rijksmuseum in verband met het sponsorship door ING (de actiegroep had vooraf veel toegangskaarten gereserveerd maar niet opgehaald, waardoor het stil bleef in het museum, red.). Niet dat wij momenteel sponsoren hebben die activisten aantrekken, maar je weet nooit wat er gebeurt. Dus we moeten meer investeren in onze bestaanszekerheid. Tegelijkertijd willen we onderscheidend blijven. Een goede tendens is dat sponsorships zich steeds meer ontwikkelen richting partnerships. Dat betekent dat je je vindt in bepaalde kwaliteiten die je al gemeenschappelijk uitdraagt. Zo hebben we met ABN AMRO een partnership waarbij we allebei aan kansenongelijkheid werken. De tentoonstelling van de winnaar van de ABN AMRO Kunstprijs is sinds 2024 jaarlijks in het Stedelijk te zien. Door de focus van deze prijs te verschuiven van het aanmoedigen van jong talent naar het aanmoedigen van vrouwen in de kunst, dragen we bij aan het doorbreken van bestaande genderbarrières en het creëren van gelijke kansen. En dat past in de gemeenschappelijke thema’s van kansen en gelijkheid die we samen met ABN AMRO hebben geformuleerd.”

Ook al maak je geen kunst, je moet als museumdirecteur dus toch creatief zijn…

“Dat is absoluut zo. Tot twintig jaar geleden waren musea een gemeentelijke dienst. We zijn nu zelfstandige stichtingen geworden. En cultureel ondernemerschap hoort daarbij. Daarover spar ik met de andere museumdirecteuren: regelmatig ga ik op de koffie bij de buren. Wij hebben goed contact met elkaar, wat zich afgelopen voorjaar nog uitte in een samenwerking met het Van Gogh Museum: voor het eerst in onze geschiedenis bundelden wij de krachten voor één grote tentoonstelling over een van de belangrijkste kunstenaars van onze tijd, Anselm Kiefer.”

Hoe zou Amsterdam zich in jouw ogen als kunststad verder moeten ontwikkelen om zich te onderscheiden van andere wereldsteden?

“Door net even anders te blijven. Niet mainstream, maar karaktervol en open. Ik denk dat we op de goede weg zijn als Amsterdam.”

Stel, je zou een avond mogen dineren met één kunstenaar – levend of overleden. Wie zou dat zijn?

“Kazimir Malevich (1879-1935), omdat zijn werk een fundament van onze collectie vormt. Wij hebben de grootste verzameling van deze kunstenaar buiten Rusland. En naast Mondriaan is hij toch een van de grondleggers van de abstracte kunst. Met iemand als Keith Haring had ik ook graag willen dineren, maar helaas is hij heel jong gestorven. Met andere kunstenaars heb ik regelmatig het genoegen gehad om een tafel te delen. Maar we moeten de kunstenaar niet romantiseren – ieder heeft zijn of haar eigenheid. Vroeger was de kunstenaar voor ons een figuur die onaangepast was, buiten de maatschappij stond en in een roes van alcohol en andere geestverruimende middelen een meesterwerk maakte. Tegenwoordig is kunst ook deel van economische processen geworden. De kunstenaar leidt een kleine en soms zelfs middelgrote onderneming. En was dat niet historisch ook al zo, toen de kunstenaars met veel assistenten werkten?”

Hoe betrekt het Stedelijk jonge makers bij het gesprek over de toekomst van Amsterdam?

“Twee jaar geleden hebben we een ‘project’-ruimte in het leven geroepen. Dit is een plek, gevestigd in het Stedelijk zelf, waar curatoren, kunstenaars en andere makers de vrijheid hebben om nieuwe werken te creëren en presenteren die Amsterdam nieuw elan zullen geven. Buro Stedelijk, zoals we deze hybride kunstruimte noemen, die extern gefinancierd wordt door twee grote particuliere fondsen, moedigt grensverleggende kunst aan en is alert op de behoeften van de gemeenschap.”

Wat hoop jij dat bezoekers meenemen uit hun bezoek aan het Stedelijk in dit bijzondere jubileumjaar?

“Dat Amsterdam altijd al heel bijzonder is geweest – een stad van vrijheid, openheid, tolerantie en nieuwsgierigheid. En dat het museum een vrijplaats is die dat weerspiegelt.”

Wat is jouw boodschap voor Amsterdam in de komende 750 jaar?

“Blijf jezelf. Blijf anders. Koester je verleden én je dromen voor de toekomst. En probeer oud en nieuw dicht naast elkaar te laten bestaan. We zijn een stad van tegenstellingen, maar wel tegenstellingen die geworteld zijn in een gevoel van vrijheid en anders zijn.”

Als jij één gewaagde ingreep mocht doen in het Stedelijk, welke zou dat dan zijn?

“De deuren nog verder open. Letterlijk. Meer buitenruimte bij het museum betrekken. Maar ja: klimaatbeheersing, veiligheid… Het blijft een droom.”

Wat is de grootste uitdaging voor musea de komende tien jaar?

“Relevant blijven. In een wereld die steeds virtueler wordt, moet het museum de plek blijven waar het echte nog bestaat. Waar je geraakt wordt door iets wat je kunt aanraken. Laten we hopen dat de mensen dat inzien. En dat we dat tegenwicht tegenover een compleet virtuele wereld met het museum kunnen blijven uitdragen.”

Het succesrecept van Bisous: in gesprek met Bas Noorman
Een zaak die al vanaf dag één vol zit en waar het diner moeiteloos overgaat in een avond uit: Bisous. Met een uitgesproken Parijse knipoog en een scherp gevoel voor sfeer wisten oprichters Bas Noorman en Lowie Jansen in korte tijd een vaste plek te veroveren op de Amsterdamse kaart. MASTERS ging met (jonge) ondernemer Bas in gesprek over het bouwen van een sterk concept en de veranderende markt: “Er is nu een grote verschuiving gaande.”
Waarom steeds meer reizigers naar dit ijzige stukje wereld trekken
Spitsbergen is zo’n bestemming waar je niet zomaar belandt. IJzig, afgelegen en indrukwekkend stil. Juist daarom wint het aan populariteit onder reizigers die iets anders zoeken dan het gebaande pad. ExperienceTravel speelt daar op in met een reeks kleinschalige expeditiecruises.

Meer

Het succesrecept van Bisous: in gesprek met Bas Noorman
Een zaak die al vanaf dag één vol zit en waar het diner moeiteloos overgaat in een avond uit: Bisous. Met een uitgesproken Parijse knipoog en een scherp gevoel voor sfeer wisten oprichters Bas Noorman en Lowie Jansen in korte tijd een vaste plek te veroveren op de Amsterdamse kaart. MASTERS ging met (jonge) ondernemer Bas in gesprek over het bouwen van een sterk concept en de veranderende markt: “Er is nu een grote verschuiving gaande.”
Waarom steeds meer reizigers naar dit ijzige stukje wereld trekken
Spitsbergen is zo’n bestemming waar je niet zomaar belandt. IJzig, afgelegen en indrukwekkend stil. Juist daarom wint het aan populariteit onder reizigers die iets anders zoeken dan het gebaande pad. ExperienceTravel speelt daar op in met een reeks kleinschalige expeditiecruises.
Bey Clinics over de nieuwe esthetiek: dit zijn de trends
Bij Bey Clinics tekent zich een duidelijke verschuiving af in de esthetische wereld. Behandelingen worden verfijnder, technieken intelligenter en de vraag van cliënten verandert merkbaar mee. Wat vandaag in de behandelkamer speelt, is morgen onderwerp van gesprek. Dit zijn de drie ontwikkelingen die momenteel de toon zetten.
Kamran Ullah: “Zonder humor geen goede nieuwsdag”
In de serie Business Lunch gaan Floris Kappelle en zijn kompaan Rijk de Gooijer aan tafel met een entrepreneur van naam. Anekdotes en succesverhalen afgewisseld door klinkende glazen en prikkende vorken. In deze aflevering gaat het servet op schoot bij Kamran Ullah, hoofdredacteur van De Telegraaf. “We zoeken nog een columnist uit het radicale midden.”
Zo ontdek je het echte Schotland
Schotland prikkelt je verbeelding nog vóór je er voet aan wal zet. Mistflarden boven spiegelgladde lochs, eeuwenoude kastelen en een cultuur die even warm als eigenzinnig is. Volgens de reisspecialisten van Travel Legends zijn dit de ervaringen die je absoluut niet mag missen.
And the Most Brilliant Player is… GASSAN zet uitblinkers in de spotlight
Met GASSAN als officiële celebration partner kreeg de KNVB Futsal Cup ook dit jaar een verfijnde glans. Tijdens The Finals in Rotterdam, speelde het Amsterdamse familiebedrijf een dubbele rol: als official timekeeper én als naamgever van de ‘Most Brilliant Player’-awards.