Hij geldt als één van de grootste zwemmers aller tijden. Een wereldburger, maar tegelijk sterk verbonden met Brabant, waar hij zijn liefde voor innovatie en samenwerking kwijt kan. Intussen blijft Pieter van den Hoogenband op zoek naar inspiratie. Niet alleen om zelf te pieken, maar vooral om anderen dat te laten doen. Jaap de Groot in gesprek met een nog altijd gedreven idealist.
Wat doe je momenteel?
“Ik ben met veel dingen bezig, maar het belangrijkste is de Topsport Community. Daar doe ik wat ik met de olympische ploeg en als sportman heb gedaan: werelden bij elkaar brengen. Sport en bedrijfsleven en dan vooral innovatie en wetenschap. Ik ben die brug gaan bouwen terwijl ik er overheen liep, en nu zijn we vijftien jaar verder en heb ik vaste partners die dat mogelijk maken. Gekoppeld aan een mooi netwerk. Via de Community kan ik mijn ei kwijt, net als met de verschillende petten die ik op heb. Naast allerlei andere activiteiten is dit wel mijn kernactiviteit.”
Wat heeft de Topsport Community allemaal gerealiseerd?
“Ik geloof enorm in samenwerking door mensen bij elkaar brengen. Dan is er kennisdeling, uitwisseling van informatie en ontstaan nieuwe ideeën. In de topsport zijn we heel vaak bezig om toeval uit de bannen en via de Topsport Community doen we hetzelfde. Daarom komen het hele jaar door partijen bij elkaar met verschillende strategieën en uitdagingen, en daarin probeert de Community een nuttige en positieve bijdrage te leveren in het realiseren daarvan. Daartussen hebben we een theaterevenement, Walk and Talk, waar we topmensen uit het bedrijfsleven en de sport bij elkaar brengen. Heel laagdrempelig, met wel weer met de focus op het stimuleren van kennisdeling.”
Kan je voorbeelden geven?
“Binnenkort komt er een boek uit van een oud-topman van Fokker, bij wie de Community het verschil heeft kunnen maken in zijn inzichten. Die was bij onze eerste ontmoeting enorm sceptisch. Die dacht dat die oude zwemmer alleen maar kwam halen. Toen zag hij de interactie en wat er allemaal gebeurde. Uiteindelijk heeft de Community voor hem het verschil kunnen maken in de transitie in de ideeën die ze hadden en de strategie uitvoerbaar te maken. Inmiddels zijn we ook een samenwerking aangegaan met de TU Delft met het project Sportploeg voor de Eeuw, waarbij maatschappelijk betrokken sporters en coaches input gaan geven. Samen met de wetenschap om weer nieuwe en mooie oplossingen aan te reiken richting alle uitdagingen die we nu in onze wereld zien.”
Is de Topsport Community een typisch Brabants project?
“In het Brabantse is het wel zo dat je altijd kwaliteit moet leveren. Ik heb een mooi netwerk en met sommigen ben ik ook bevriend. Anderen kan ik een keer bellen, maar dan moet ik wel met een goed verhaal komen. Dan ontstaat er vertrouwen, geven ze er een klap op en kijken niet meer terug. Die manier van werken en zaken doen heb ik van kinds af aan geleerd.”
Zoals tijdens jouw zwemcarrière met het professionaliseren van de zwemsport?
“Omdat er op dat moment geen plan bij de zwembond was en ook geen geld, zijn we inderdaad een stichting begonnen. Daardoor moest ik proactief te werk met het netwerk van mijn vader, die een bekend chirurg was. Dat waren regionale ondernemers die het fantastisch vonden om mijn droom en die van andere zwemmers mogelijk te maken. Om van niets iets te maken. Dat deed ik op 15-jarige leeftijd en doe het op mijn 48e nog steeds. Is dat typisch Brabants? Weet ik niet, maar ik heb het hier wel geleerd.”
De High Tech Campus zit om de hoek. In hoeverre is er met jouw activiteiten de wisselwerking met innovatie?
“Ik ken veel politici en ben close met de Triple Helix, waarin captains of industry en topwetenschappers samenwerken. Op een gegeven moment zie je in dat wat zij doen niet een loos praatje is, maar een heel slimme manier van samenwerking. Er zijn dingen gecreëerd, zoals de High Tech Campus, waarin het toeval wordt uitgebannen. In gezamenlijkheid worden daar mooie dingen gerealiseerd. Toen in Eindhoven het zwemstadion naar mij werd vernoemd, wat het voor mij een must dat daarin ook innovatie zou komen. Dat jonge ambitieuze specialisten en wetenschappers er een kans kregen. Inmiddels hebben we de meest slimme startblokken van de wereld gecreëerd en zijn er dagelijks in het lab topwetenschappers met allerlei onderzoeken bezig. Van biomechanica tot heart rate variability. Er wordt getest hoe het lichaam op water reageert. Koud water, warm water. Van alles en nog wat. Dat is een ongoing proces. Ook in topsport is het essentieel om innovatie en wetenschap continu een plek te geven binnen het programma. Dat zijn de kleine details die in de top uiteindelijk het verschil maken.”
Is het een voordeel dat je hier zit en niet in de Randstad?
“Kan ik weinig over zeggen. Wel weet ik dat ik dankbaar ben dat het op mijn manier is gegaan. Dat ik me weleens verwonder dat in de Randstad en andere plaatsen waar veel talent beschikbaar is, het soms niet handig georganiseerd is. Heeft vaak met belangen te maken, met elkaar iets gunnen. Terwijl het heel simpel is. Talentvolle mensen koppel je aan zeer goede, vakkundige coaches. Dat moet je jarenlang volhouden. Met goede faciliteiten. Dan zie je successen ontstaan. Zoals in 2000 met de Olympische Spelen in Sydney. Leontien van Moorsel had haar eigen ploeg georganiseerd, Anky van Grunsven had haar eigen stallen, Jeroen Dubbeldam natuurlijk, ik had hier mijn ding en had de mazzel dat Inge de Bruijn soortgelijke ambities had. Eigenlijk het werk van een aantal vakidioten die de Spelen hadden uitgekozen om daar te pieken. Inmiddels zijn we zoveel jaren verder en is de manier waarop wij dat hadden georganiseerd nu de maatstaf.”
Verschilt het benutten van kennis hier in Brabant met dat van de Randstad?
“Ik heb laatst Worthy de Jong gesproken, die in Amsterdam bezig is een soort van basketbalarena bij de Johan Cruijff ArenA en de Ziggo Dome op te zetten. Met een aantal mooie mensen en investeerders, ook uit Amerika, die begrijpen waar hij mee bezig is. Waardoor zo’n jongen, met zo’n verhaal over waar hij vandaan is gekomen, wat hij gerealiseerd heeft en daarbij de gouden medaille als bewijslast heeft, zijn momentum kan aangrijpen om iets unieks achter te laten. Of dat nu op mijn of zijn manier gaat, het is dus alle twee mogelijk. Ik zag laatst de documentaire over Johan Cruijff. Als je ziet hoeveel weerstand er ook was. Hij had zoveel ideeën, was zijn tijd ver vooruit, maar had op een andere plek misschien nog meer kunnen realiseren. Een mooie combinatie van de Brabantse mentaliteit met een briljante Amsterdamse geest was misschien wel helemaal spectaculair geweest.”
Heb je dat zelf ervaren? Weerstand omdat je met het hoofd boven het maaiveld uitsteekt?
“Natuurlijk. Omdat ik mijn nek voor heel veel zaken heb uitgestoken. Neem het zwemstadion. Dat idee ontstond toen ik in Sydney om me heen keek en zag dat er 84 vijftigmeterbanen waren, terwijl we er in Nederland 4 hadden. Als je dan al die mensen in de polonaise ziet vanwege jouw gouden medaille, dan kan je dat moment gebruiken om een zaadje te planten. Gelukkig heeft de toenmalige staatssecretaris Margot Vliegenthart lef getoond en is er in Eindhoven een zwemstadion neergezet. Of in Beijing 2008, met de finales in de ochtend. Moest ik als olympisch kampioen ook mijn verantwoordelijkheid pakken en namens de zwemsport een statement maken. IOC-president Jacques Rogge had de klasse om mij serieus te nemen, me te bellen en uit te leggen wat voor belangen er speelden. Hoe belangrijk het voor de zwemsport in Amerika was dat het daar prime time op televisie kwam. Vervolgens ervaar je dat er ook negativiteit bij komt kijken. Inmiddels heb ik geleerd om met friendly eyes naar heftige of boze reacties te kijken. Maar ook om te kijken of je daardoor situaties kan veranderen, juist bij conflicten. Het is in sommige situaties een mooie tool.”

