Een maatpak op wielen: dat is de nieuwe auto van Bert Roubos. Als autoliefhebber raakte hij in de ban van het Amerikaanse merk Packard, dat tot 1958 bestond. Bij JB Classic & Bespoke werd zijn droom waargemaakt: het Nederlandse bedrijf bouwde een moderne Packard voor hem.
Als ondernemer maakte Bert Roubos naam door een nieuwe snack ‘uit te vinden’. Op de verjaardag van zijn zoon maakte hij met een medewerker een combinatie van pittig gehakt en Singaporese flensjes. Daarmee waren Vlammetjes geboren, waarmee hij zijn bedrijf Topking wist op te bouwen. In de jaren die volgden, kwamen er nieuwe hits als VlamTosti’s en KaasTengels. Dat stelde Roubos in staat om tijd en aandacht te geven aan zijn andere grote liefde: auto’s, voornamelijk van Amerikaanse afkomst. Initieel had hij auto’s van verschillende merken, zoals Pontiac en Cadillac. Toen hij eenmaal met het merk Packard in aanraking kwam, veranderde dat: hij ging zich focussen op één merk. Het leidde zelfs tot een eigen privémuseum, The Dutch Packard Collection, waar hij nu en dan liefhebbers ontvangt. Roubos: “Packard heeft bestaan van 1899 tot 1958. Mijn collectie bestaat in totaal uit 36 Packards. Ik heb ernaar gestreefd om een mooi beeld te hebben van wat er zoal geproduceerd is door Packard. Later is nog weleens geprobeerd het merk opnieuw van de grond te krijgen, vanaf 1978 door Bayliff en vanaf 1992 door Roy Gullickson. Bayliff heeft een aantal auto’s geproduceerd, waarvan ik er ook één heb. Voor Gullickson bleef het bij één exemplaar, dat eveneens deel uitmaakt van de collectie.” Een mooie verzameling, maar toch knaagde er iets. Voor zijn eigen vervoersbehoefte moest Roubos zijn heil namelijk zoeken bij andere merken. Al was dat ook weer geen ramp. “Ik ben ook gek op Bentley. Ze noemden Packard voor de oorlog wel de Amerikaanse Rolls-Royce, maar wat mij betreft mag dat ook de Amerikaanse Bentley zijn. Ik denk dat dat merk qua niveau niet onderdoet voor Packard, en andersom.” Zo ontstond het idee om die twee liefdes te combineren: een Bentley met het uiterlijk van een Packard.
Haakse slijper
Een nieuwe carrosserie op een bestaande auto zetten – het klinkt makkelijker dan het is. Ga maar na: zou je zelf de haakse slijper in een Bentley durven zetten? “Het begint met een ontwerp”, vertelt Jasper Beukenkamp, die de auto bouwde met zijn bedrijf JB Classic & Bespoke. “Ik had zelf weleens een schetsje gemaakt, met het idee om ooit eens een auto te bouwen. Ik weet nu dat je daar helemaal niets mee kunt, behalve het aan de muur hangen. We hadden dus iemand nodig die een auto kon ontwerpen, en die vonden we. Frank Reijenga kan dat met zijn bedrijf CinovarA. Hoe Bert dan toch bij mij terechtkwam? Hij heeft die prachtige collectie Packards, waar ook weleens iets aan moet gebeuren. Ik ben dit bedrijf zo’n 22 jaar geleden begonnen. In het begin restaureerden we auto’s en dat doen we feitelijk nog, alleen zijn de auto’s steeds moeilijker geworden. Als je iets heel bijzonders wilt restaureren, waarvoor weinig of geen onderdelen te koop zijn, dan komen wij in beeld. Zo kwam Bert bij ons met zijn Packard Twelve, de auto die in de jaren negentig door Roy Gullickson gebouwd is. Hij wilde met die auto kunnen rijden, maar feitelijk was het een prototype. Daar hadden we nog wel wat aan te doen.” Gaandeweg specialiseerde Beukenkamps bedrijf zich in Packards. “Eigenlijk waren we gespecialiseerd in het restaureren van Facel Vega’s, een Frans topmerk dat van de jaren dertig tot de jaren zestig bestaan heeft. Door Bert moesten we ons ook specialiseren in Packard. Het leuke is dat Facel Vega en Packard ooit bijna samen auto’s gingen bouwen. Packard stopte in 1958, maar er waren op dat moment plannen om een nieuw model te bouwen op basis van de Facel Vega Excellence. Daar komt de naam van onze auto ook vandaan, en daarom moest je in het design zowel elementen van Packard als van Facel Vega kunnen herkennen.”
Alles nieuw
Voor ontwerper Frank Reijenga was het bepaald niet de eerste auto die hij bouwde. In het verleden was hij verantwoordelijk voor talloze verlengde Mercedessen, terwijl ook de verlengde Audi A8 van koning Willem-Alexander van zijn hand is. Een ander opvallend project waarbij Reijenga betrokken was, is de Model SB, een shooting brake op basis van de Tesla Model S die hij samen met designer Niels van Roij creëerde. Ditmaal ging Reijenga echter verder dan bij al zijn vorige projecten. Voor de nieuwe Packard werd namelijk besloten om alles nieuw te ontwerpen, bijvoorbeeld ook de wielen en de verlichting. En dan moet je weer op heel andere dingen letten. Reijenga: “Je kunt iets heel moois verzinnen, maar je moet het ook nog kunnen maken, het moet uitvoerbaar zijn. Niet bij een showauto, maar bij een auto die ook daadwerkelijk gaat rijden.”
Beukenkamp vertelt dat er een lijst van eisen werd opgesteld waaraan de auto moest voldoen. “We wilden bijvoorbeeld per se suicide doors, achterdeuren die ‘andersom’ openen. We wilden alles in rvs uitvoeren, omdat Facel Vega dat ook had. En we wilden dus niets kopiëren van andere auto’s.” Met die laatste eis maakten de bouwers het zichzelf lastig. Zelfs autofabrikanten maken vaak gebruik van bestaande lichtunits, bijvoorbeeld. De Morgan Aeromax gebruikte de achterlichten van de Lancia Thesis, de Lotus Esprit moest het doen met de achterlichten van de Toyota Corolla en de Aston Martin DB7 kreeg de achterlichten van de heel wat doordeweeksere Mazda 323. Een recenter voorbeeld is de Bovensiepen Zagato, een Duitse sportauto met een door Zagato ontworpen carrosserie: van voor tot achter nieuw, maar de koplampen werden rechtstreeks overgenomen van de BMW M4, de donorauto. Voor de nieuwe Packard werd dat echter te gemakkelijk geacht.
Uniek verhaal
“Bert heeft een museum met prachtige Packards. Daar ga je dan doorheen lopen met z’n drieën en dan ga je kijken waaraan een auto zou moeten voldoen om met recht een moderne interpretatie van een Packard genoemd te kunnen worden”, vertelt Reijenga. “We hebben vooral gekeken naar de jaren dertig, naar de modellen die Packard toen had. Die hebben we opnieuw geïnterpreteerd.”
“Inmiddels vindt Bert het een uniek verhaal”, vertelt Beukenkamp. “Dat we dit echt met z’n drieën hebben gedaan. Het is fantastisch om zo’n traject te doen met elkaar, dat je al die dingen met elkaar beslist. Soms ben je het niet eens met elkaar, vaak ook wel. Maar je moet er steeds met z’n drieën uit zien te komen. Wat soms wel makkelijker is dan met z’n tweeën.” Het is nogal een reis die ze gemaakt hebben, vertelt hij. “We hebben vijf jaar aan deze auto gewerkt, er zit zo’n 17.000 uur werk in.” Steekt het dan niet dat de auto online niet alleen maar positieve reacties oproept? “Helemaal niet, dat zie je wel vaker bij coachbuilding. Je maakt de perfecte auto voor die ene klant en die moet er blij mee zijn. Wat de rest van de wereld vindt, is niet zo belangrijk. Stel nou dat je niets met Packard hebt, of je kent het merk niet, dan zie je ook niet waarnaar het ontwerp van deze nieuwe auto verwijst.” Als je 17.000 uur werk in een auto steekt, is het dan eigenlijk niet logischer om een nieuwe auto te nemen in plaats van een exemplaar uit 2014? Beukenkamp: “Nee. De klant wilde in dit geval een auto met knoppen in het interieur, geen auto met alleen maar touchscreens. Het interieur is trouwens nagenoeg onveranderd. Er zitten nu Packard-logo’s in, maar verder hebben we er eigenlijk niets aan gedaan. Waarom niet? Omdat de klant dat niet wilde, hij was helemaal tevreden met het interieur zoals het was.”
Extreem moeilijk
Wat als er een volgende klant aan de poort rammelt? “Er zijn momenten geweest dat ik er helemaal klaar mee was”, vertelt Beukenkamp. “Dan gebeurde er van alles, maar er was geen zichtbare vooruitgang. Dan werden er bijvoorbeeld onderdelen buitenshuis gemaakt, en ik zag alleen maar dat de auto er aan het eind van de week nog net zo bij stond als aan het begin van de week. Voor Bert was dat soms ook lastig; hij kwam iedere week kijken hoe het ging. Tegelijkertijd was het een droom van me om ooit een keer zelf een auto te bouwen. We restaureren hier al twintig jaar auto’s en dat is echt niet makkelijk. Maar iets bouwen dat er nog niet is, dat is echt extreem moeilijk – en het geeft voldoening. Als er een volgende klant komt voor een one-off? Natuurlijk zeggen we dan ja. Of een volgende auto ook een Packard mag worden, ligt aan Bert Roubos, want hij is merkhouder in de Benelux. Hoe zo’n traject eruitziet? Het belangrijkste is natuurlijk om te weten wat je wil. Dan gaan we nadenken wat een geschikte basis zou zijn, een goede donorauto. En dan moet je het nog eens zien te worden over de kosten. Je kunt die enigszins in het oog houden door bijvoorbeeld een coupé te bouwen. Deze Packard heeft deuren die anders openen dan de originele deuren. Daar werd het project natuurlijk niet goedkoper van. Als je nou helemaal geen achterdeuren zou hebben… Maar goedkoop wordt zo’n project natuurlijk nooit. Datzelfde geldt voor onze restauraties. Je weet nooit vooraf wat je tegenkomt. Daardoor kun je vooraf ook nooit precies zeggen wat iets kost. Dat is een kwestie van vertrouwen, je moet echt een goede band hebben met de klant.” En nu? Wennen dat Bert Roubos niet meer iedere week op de stoep staat? “We hebben toevallig deze week een diner gehad met iedereen die aan het project heeft meegewerkt. Het zal wel wennen zijn, maar de trots overheerst. Dat hebben we toch maar mooi gedaan met z’n allen. Of er ook Vlammetjes bij het diner zaten? Bert heeft zijn bedrijf al jaren geleden verkocht. Zal ik je wat vertellen? Ik heb nog nooit Vlammetjes gegeten.”
De nieuwe Packard Excellence was te zien op MASTERS EXPO 2025.






