Power
Michael van Gerwen: Tussen wereldtop en wasmand
VVorig jaar stond zijn wereld op zijn kop na de scheiding van Daphne. Aan de oche was Michael van Gerwen (Boxtel, 1989) altijd al op zichzelf aangewezen, maar sinds kort geldt dat ook thuis, in Vlijmen. MASTERS zocht de drievoudig wereldkampioen darten op en kreeg een zeldzaam inkijkje in het leven van een topsporter die opnieuw balans probeert te vinden: tussen winnen en verwerken, reizen en thuiskomen, vaderschap en volle zalen. “Papa is nog even bezig, we gaan zo naar de speeltuin.”
Weet jij nog wanneer je voor het eerst een pijl in je hand had?
“Nee, dat kan ik me niet meer herinneren. Ik denk dat ik ergens tussen de acht en elf jaar oud was. Mijn broer, die vierenhalf jaar ouder is, had een dartbord in de eetkamer hangen. Af en toe mocht ik ook een pijltje gooien.”
Wanneer merkte jij voor het eerst dat je talent had voor darten?
“Ik ben begonnen met voetbal, bij ‘BOC’ (bijnaam van RKSV Boxtel, red). Dat was echt helemaal niks: van de E3 ging ik naar de D4, de laagste van de laagste elftallen. Ik kon er werkelijk geen hout van. In diezelfde tijd – ik was een jaar of twaalf, dertien – verdiende ik een centje bij met ‘schrijven’ tijdens darttoernooien in de kroegen, de stand bijhouden. Verdiende ik zo honderdvijftig gulden op een avond. Op een gegeven moment werden competities voor de jeugd georganiseerd. Ik wilde wel meedoen, maar de wedstrijden vielen op dezelfde tijden als die van het voetbal, op woensdag- en zaterdagmiddag. Toen moest ik gaan kiezen.”
“Papa, ik heb trek.” “Pak maar even iets te eten.”
Wat maakt iemand een echte topdarter: talent, discipline, obsessie?
“Eigenlijk alles. Je moet een beetje zelfingenomen zijn, schijt hebben aan de wereld, talent hebben… En ik heb er ook veel voor moeten laten, héél veel. Geen feestjes, geen verjaardagen, niet lang leve de lol. Want je moet op jonge leeftijd veel uren maken, dat is wel het belangrijkste.”
Je hebt er veel voor moeten laten, maar veel mensen zien darten nog steeds als een kroegsport: een biertje in de ene, een pijl in de andere hand. Hoeveel klopt er nog van dat cliché?
“Ik ben zelf in de kroeg begonnen, dus ik heb die wereld meegemaakt. Maar die tijd ligt achter ons. Inmiddels reis ik al zo’n vierentwintig jaar de wereld rond en speel ik in uitverkochte zalen als Ahoy, de Uber Arena in Berlijn en de Lanxess Arena in Keulen. Daar zitten soms wel 16.000 mensen. Darten is in die jaren veranderd van een informeel kroegspel in een internationale professionele televisiesport én een volwaardige stadionsport.”

Maar de meeste darters lijken toch een bierbuikje met zich mee te zeulen…
“Misschien is dat nog een restant van waar de sport vandaan komt: de kroeg, het onregelmatige leven. Maar je ziet nu steeds jongere darters opstaan. De gemiddelde leeftijd in de Premier League Darts ligt tien, vijftien jaar lager dan toen ik daar veertien jaar geleden mijn debuut maakte. Die jongere generatie leeft ook gezonder. Hoe meer geld er in een sport omgaat, hoe professioneler alles wordt. Kijk naar voetbal: vroeger rookten profs nog rustig een sigaretje in de kleedkamer. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Hoe serieus wij ermee omgaan, zie je alleen al aan onze warming-up: wij staan tweeënhalf uur te gooien voordat een wedstrijd begint. Dat is langer dan de wedstrijd zelf.”
Darten was in jouw jeugd nog niet groot. Had jij desondanks een doel voor jezelf?
“Geen concreet doel, wel de hoop dat ik zou doorstromen. Dat ik beter was dan mijn leeftijdsgenoten werd al snel duidelijk, maar ik heb ook genoeg jeugdspelers gezien die veel talent hadden en het uiteindelijk niet hebben gehaald.”
Darten oogt voor buitenstaanders soms bedrieglijk simpel. Een pijl op een bord gooien lijkt makkelijker dan een vrije trap in de kruising schieten.
“Begin er maar aan. Een vrije trap in de kruising schieten heeft alles te maken met techniek: hoe je de bal raakt, hoe je lichaam staat. Maar bij darten heeft iedereen zijn eigen techniek. Niemand gooit hetzelfde. Er bestaat geen formule voor de perfecte worp. Mijn geheim? Je moet een geboren winnaar zijn. Een mentaliteit van ‘ik heb lekker meegedaan’ zit er bij mij niet in. Ik kan al doodziek zijn als ik met kaarten verlies. Tegelijk moet je weten hoe het voelt om te verliezen voordat je een grote winnaar kunt worden.”
“Papa, mag ik verven?” “Doe maar even niet.”

Jij hebt praktisch alles gewonnen wat er te winnen valt. Wat is moeilijker: de top bereiken of er blijven?
“Daar te blijven, denk ik. Ik heb zeven à acht jaar op nummer één van de wereld gestaan. Darten was altijd mijn eerste prioriteit. Maar je verandert als mens. De grootste verandering komt wanneer je kinderen krijgt; dan worden zij je eerste prioriteit. Dat merk je. Je wordt nét iets minder hongerig. Dan is het de kunst om de balans te vinden tussen presteren en plezier hebben in het leven. Alleen heb ik de laatste twee jaar niet gepresteerd zoals ik had gewild. Het fundament onder mijn leven was weggeslagen.”
Darten is een individualistische sport, je moet het allemaal zelf doen. Heb je wel begeleiding?
“Natuurlijk. Die heb ik ook nodig. Als je niet te stoppen bent, draag je de grootste target op je rug van iedereen. Dat is wel een last waarmee je moet dealen. Ik heb goeie mensen om me heen. Dat is ook anders dan vroeger, nu er meer geld in de sport zit. Het zijn professionals, die doen het niet voor niets.”
“Papa, wanneer is het half een?” “Over een uurtje.” “Gaan we dan naar de speeltuin?”
Voor veel mensen ben jij vooral ‘Mighty Mike’. Hoe moeilijk is het om achter die bijnaam gewoon jezelf te blijven?
“Als ik met mijn kinderen naar de Efteling ga, heb ik geen leven. Mensen komen gewoon naar je toe en vragen om een foto. Ik ben er wel aan gewend om een publiek figuur te zijn, maar voor mijn kinderen is het vervelend. Dat is de prijs die je betaalt. Tegelijk brengt mijn carrière ook veel moois. Ook hier draait het weer om balans.”

Je leven ligt op straat: je kunt de krant of bladen niet openslaan of er staat wel weer iets over jou in. Hoe ga je daarmee om?
“De ene keer makkelijker dan de andere. Soms denk je: laat me met rust. Maar in de huidige wereld van social media en juicekanalen is het niet anders. Toen ik net begon met darten, moesten we het doen met een Nokia 3310 of een Motorola, en liep niet iedereen de hele dag foto’s te maken. Daar kun je je niet tegen beschermen. Je moet het gewoon laten gebeuren, want je hebt er toch geen invloed op.”
Afgelopen jaar was voor jou persoonlijk zwaar. Hoe kom je uit zo’n periode zonder jezelf kwijt te raken?
“Daar ben ik nog niet achter. Wel weet ik dat ik 28 kilo lichter uit die periode ben gekomen; zoveel ben ik afgevallen. De scheiding van Daphne heeft een mega-aardverschuiving veroorzaakt. We zijn zeventien jaar samen geweest en hebben twee fantastische kinderen (zes en acht jaar oud, red.) op de wereld gezet. Als dat dan klapt, is niets meer hetzelfde. Alle gewoontes zijn in één keer weg, en dat is niet makkelijk. Voorheen deden we alles samen. Kom ik nu thuis, dan heb ik de volledige zorg over mijn kinderen wanneer ze bij mij zijn. Koken, een wasje draaien, naar de speeltuin…”
Is darten nu ook een uitvlucht, even weg van alles?
“Af en toe wel, maar ik vind het ook heerlijk om bij mijn kinderen te zijn. Als ik op het punt sta naar Londen te gaan voor een wedstrijd en bij het afscheid zeggen zij ‘blijf toch hier’… Ja, dan ga ik kapot.”
Je krijgt tranen in je ogen.
“Ja, natuurlijk… Dat is vervelend, dat doet pijn. Maar op latere leeftijd zullen ze snappen waarom ik zo vaak weg was: om hen ook een toekomst te geven.”
“Papa, ik heb dorst. Mag ik iets drinken?” “Ja, pak maar.”
Hoe moeilijk is het om persoonlijke onrust buiten de oche te houden?
“Vaak kan ik me goed focussen, maar als je door alle sores slecht slaapt, ben je nét iets minder geconcentreerd. En het afgelopen jaar heb ik die grote leegte vaak opgevuld met de verkeerde dingen. Als je alleen thuis bent, ga je sneller buiten de deur eten, zoek je de gezelligheid op, wijntje erbij.”
“Er bestaat geen formule voor de perfecte worp. Mijn geheim? Je moet een geboren winnaar zijn. Een mentaliteit van ‘ik heb lekker meegedaan’ zit er bij mij niet in”
Er zullen zich ook weer nieuwe dames aandienen…
“Ja, maar ik heb een heel grote filter. Ik leid niet het leven waar iemand zomaar even in past. Natuurlijk, je weet nooit wat er gaat gebeuren, maar daar ben ik nu niet mee bezig.”
Tinder nog niet geïnstalleerd?
“Hahaha, nee! Ik heb dat ooit gedaan, maar het er meteen weer afgegooid. Schei uit joh, dat is helemaal niets voor mij. Sowieso: wat is dat, daten? Ik was sinds mijn tienerjaren met Daphne, dus ik heb dat nooit meegekregen. Wij kwamen elkaar tegen in de kroeg waar ik dartte. Zij was een vriendin van de dochter van de eigenaar.”
Jij hebt enorm veel energie, bent best een druk baasje. Hoe verklaar jij dat iemand met zoveel onrust tóch zo’n extreme focus kan opbrengen?
“Veel mensen denken overal over na. Ik niet. Ik doe gewoon wat ik leuk vind en waar ik goed in ben, zonder alles kapot te analyseren. Ik kijk ook nooit wedstrijden van mezelf terug. Daar vind ik geen reet aan, daar word ik ongelukkig van. Een vriend van mij is een soort videoanalist. Hij kent mij door en door en vertelt mij alles wat ik moet weten: de energie die ik in een wedstrijd leg, de intensiteit, heel kleine details.”
Bij golf is de houding heel belangrijk. Hoe is dat bij darten?
“Bij darten heb je dat niet. Het is vooral een mentaal spelletje. Maar ik heb zoiets in mijn hoofd van ‘gewoon doorgaan’ en denk nooit negatief.”
Hoewel jij de enige bent die op het resultaat kan worden afgerekend…
“Klopt. Je staat alleen op het podium. Het is geen teamsport waarbij je je achter anderen kunt verschuilen. Afgelopen week heb ik in Ahoy niet gepresteerd; ik verloor meteen de eerste wedstrijd. Maar ik kom net terug van een toernooi uit Duitsland en morgen vlieg ik alweer naar Liverpool voor de volgende wedstrijd. Je hebt geen tijd om er lang bij stil te staan. Ga maar na: ik slaap meer dan tweehonderd nachten per jaar in hotels”
Welke andere sporten doe jij graag?
“Padel. Ik had een baan in mijn tuin willen laten aanleggen, maar de gemeente werkt niet mee. Vergunning zus, vergunning zo… Alles is tegenwoordig moeilijk. En ik heb de tijd er niet voor om me daarmee bezig te houden.”
Onder je huis heb je een eigen mancave waar je tot jezelf kunt komen.
“Ik dart daar, er is een sauna, ik kan er rustig tv kijken…”
Wat zijn voor jou in Brabant de plekken waar je echt kunt ademen en tot rust komt?
“De Loonse en Drunense Duinen, het Engelermeer… Maar soms vind ik het ook lekker om een festivalletje te pakken, zoals laatst Rebirth. Ik ben ook weleens twee dagen op Tomorrowland geweest, dat is een soort Efteling voor volwassenen.”
“Papa, waar is mijn iPad? Hier is je iPad, ik kom hem wel even brengen.”
Als je terugkijkt op alles wat je hebt bereikt: wat heeft succes je gebracht en wat heeft het je gekost?
“Het heeft me heel veel mooie dingen gebracht, maar het heeft me ook mijn scheiding gekost, honderd procent. En ik heb ook veel stomme dingen in mijn leven gedaan: te veel gokken, noem maar op. Levenslessen die met succes komen. Je verdient veel, hebt plotseling centjes, en voor sommige fouten heb ik de hoofdprijs moeten betalen. Dat is de valkuil van succes.”

Wat zou je anders hebben gedaan als je nog één keer opnieuw kon beginnen?
“Niets. Alles wat ik heb gedaan, heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben.”
Had jij je scheiding kunnen voorkomen?
“Dat denk ik niet.”
Ben jij bang voor de onvermijdelijke downfall waar elke topsporter ooit mee te maken krijgt?
“Nee. Ik weet waartoe ik in staat ben. Natuurlijk kan het soms even minder gaan, maar als ik zak op de ranking, valt er weer veel te winnen. Zo denk ik. Ik ben altijd positief ingesteld.”
Denk jij dat de beste versie van Michael van Gerwen al geweest is, of moet die nog komen?
“Ik denk dat die op persoonlijk vlak nog moet komen, als mens. Want als topsporter moet je een beetje een klootzak zijn, aan jezelf denken. Anders kom je niet op die plek en kun je daar niet blijven. Als sporter is de beste versie wel geweest. De successen die ik als darter heb meegemaakt, ga ik niet meer evenaren, daarvoor is de concurrentie te moordend. Maar kan ik mezelf in de top handhaven? Jazeker! Over vijf jaar wil ik nog steeds aan de top van de wereld staan, dat is mijn doel.”
“Papa, gaan we dan nu naar de speeltuin?”



