Amsterdam 750

In gesprek met augurkenkoning Oos Kesbeke

3 oktober 2025Door Patrick Stoffer9 min lezen

Oos Kesbeke, een geboren en getogen Amsterdammer, staat sinds 1999 aan het roer van het familiebedrijf Kesbeke Fijne Tafelzuren, met als voornaamste activiteit het inleggen van augurken, Amsterdamse uien en zilveruitjes. Kesbeke is uitgegroeid tot een ijzersterk en vernieuwend merk. In zijn eigen realityserie De Augurkenkoning geeft Oos een uniek kijkje in zijn imperium: een viering van familie, hard werken en de Amsterdamse geest. MASTERS de temperamentvolle ondernemer/augurkenkoning, die augurken booming wist te maken.

Kesbeke is sinds 1948 een echt familiebedrijf. Hoe uit zich dat binnen jullie bedrijfscultuur?

“In mijn optiek is er in een familiebedrijf veel meer verbondenheid. Ik zie mensen die bij ons werken als familie, want je deelt lief en leed. Je ziet elkaar vaker dan je levenspartner. We zijn maar een klein clubje, dus er ontstaat al snel het ‘houden van’-gevoel. Als het gaat om betrokkenheid van het personeel? Werknemers worden onderdeel van de familie en dat straalt gewoon door. De betrokkenheid is naar mijn idee veel groter dan bij corporates, wat zich uitbetaalt in sfeer en kwaliteit. En voor die hele jonge gasten ben ik een soort vaderfiguur.”

Jij bent de derde generatie Kesbeke, en je nam het bedrijf over van jouw vader. Hoe was jullie verstandhouding?

“Pa was heel belangrijk voor mij. Hij heeft mij leren werken. Hij was mijn beste vriend, maar we hebben diverse oorlogen met elkaar uitgevochten. Ik ben een eigenwijze klootzak en hij had hetzelfde karakter. Dat botste vaak. Hij was streng, niet voor de jongens in het bedrijf, maar wel voor mij. Ach ja, ik ben er niet slechter van geworden. Toen ik het bedrijf overnam, was het geruzie gelukkig over en stond hij me met raad en daad bij. Het gemis is nog steeds enorm: er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk. Zijn ziel zit nog in dit bedrijf.”

Wat zou papa Kesbeke over jou gezegd hebben?

“Ik heb zo veel gedaan waarvan hij zei dat ik knettergek was, maar ik deed alles waarin ik zelf geloofde. Mijn vader zei eerder tegen een ander dat ik het goed deed dan tegen mij. Stiekem denk ik dat hij heel trots zou zijn.”

Wat maakt de Kesbeke augurk zo iconisch?

“We zijn het enige tafelzurenbedrijf dat alles nog op ambachtelijke wijze maakt. Van het schoonmaken tot het inleggen: we doen het allemaal zelf, en dat proef je. Uiteindelijk is het een combinatie van factoren: de opvallende pot die heel herkenbaar is, de smaak, alles wat erover geschreven is. Zo’n augurk krijgt dan een imago. Wat ik het lekkerst vind? Ik houd van een zoetzuur augurkje.”

De Augurkenkoning, de realityserie over het reilen en zeilen van je bedrijf, is een groot succes. Wat gaf de doorslag voor jouw medewerking?

“Ik kwam bij de producenten in the picture toen ik te zien was in het programma Boven Water, waarbij vijf familiebedrijven werden gevolgd. Ze zeiden: ‘Jullie moeten een eigen realityserie krijgen.’ Dat sprak mij wel aan, want met de serie kon ik iedereen kennis laten maken met mijn vak. Zo’n potje augurken staat niet vanzelf in de supermarkt: mensen beseffen niet hoe arbeidsintensief het proces is dat eraan voorafgaat. We zijn geen doorsnee bedrijf en het is leuk dat mensen zo een kijkje in de keuken krijgen. Ik wilde daarnaast ook een soort legacy achterlaten voor mijn zoons die straks het bedrijf gaan overnemen. Het is toch fantastisch als iedereen dan weet wie Kesbeke is?”

Wat doe je als ondernemer als je product opeens een hype wordt?

“De exposure die we kregen dankzij De Augurkenkoning was overweldigend en de vraag naar onze producten steeg enorm. We hebben een periode gehad dat we het productioneel niet aankonden. Dat is het ergste wat er is, en de jongens in het magazijn liepen op hun tandvlees. Alles was in één keer op. Ik heb er weken van wakker gelegen. Weet je wat het is? Zo’n serie en de populariteit gaan voorbij, maar de klanten wil je graag houden. Als mijn klanten moeten gaan lijden onder het succes van een tv-serie, dan gaan we de verkeerde kant op. De zaak is altijd nummer één, wat er ook gebeurt. Ik werd nerveus van het feit dat we achter de kar aanliepen. Het loopt nu weer gesmeerd.”

Waarom vinden kijkers De Augurkenkoning zo leuk?

“De spontaniteit denk ik. Het Amsterdamse, zeggen hoe het is en waar het op staat: goed is goed en klote is klote. Ik ben wars van gespeeld gedoe. De cameraploeg filmt gewoon wat er voorhanden is. En dat zie je terug in de serie. Aan die bekendheid moet ik wel wennen, hoor. Wie ben ik nou? Ik kan niet zingen, dansen of acteren. Ik ben gewoon een augurkenboer.”

En dan ben je plots een BN’er…

“Nou, lekker dan. Laatst was ik gevraagd om naar een tuincentrum te komen voor een actie. Stonden daar mensen twee uur in de rij voor een foto! Wie ben ik dat die mensen dat doen? In eerste instantie dacht ik: dat moet wel een stelletje lijpo’s zijn. Maar het bleken allemaal lieve mensen. Ze waren gewoon fan. Da’s echt raar, geloof mij maar.”

Je was ook aanwezig bij de Televizier-Ring. Wat vond je van die sfeer tussen alle mediamensen?

“Figuren die me normaal gesproken straal voorbij zouden lopen, kwamen contact met me zoeken. Alleen maar omdat je serietje het goed doet. Van die kijk-mij-nou-types. Daar heb ik helemaal niets mee. Doe lekker normaal, joh.”

Je bent af en toe flink aan het mopperen op de werkvloer, Oos. Levert dat geen problemen op?

“Ik ben een Amsterdamse jongen met een leuk bedrijf. Dat heb ik met hard werken en buffelen opgebouwd. Je denkt toch niet dat dat lukt zonder ooit iets vervelends te zeggen? Als ik tegen iemand roep dat ie een lul is omdat hij vergeten is een pallet op te ruimen, dan bedoel ik niet dat diegene per definitie niet deugt. Ik zeg gewoon: ‘Mafkees! Hoe ken je dat nou doen? Kost een paar duizend euro als daar iets mee gebeurt. Als je daar niet mee om kunt gaan moet je hier niet komen werken.’ Ja, als er iets stoms gebeurt, dan schiet ik uit mijn panty. Maar goed, het gaat dan op z’n Amsterdams: ik ben vijf minuten boos, daarna drinken we een kop koffie met elkaar. Die jongens weten dat ik voor ze door het vuur ga.”

Omschrijf jezelf eens als leidinggevende?

“Ik ben gewoon mezelf, en zonder mijn werknemers ben ik helemaal niks. Mijn mensen zijn het échte kapitaal van het bedrijf. Mijn deur staat altijd open. Als je ergens een probleem mee hebt, kom dan naar me toe en we lossen het op. Het is een kwestie van geven en nemen. Zo zit ik in de wedstrijd.”


Wat typeert jou als Amsterdammer?

“Mijn directheid is typisch Amsterdams, ik maak van mijn hart geen moordkuil. Ik heb af en toe wel een grote bek, maar een klein hart. Ik voel me echt een Amsterdammer, ik vind het de mooiste stad van de wereld. Ik houd van Ajax en ik heb een fascinatie voor de Westertoren. Ik kan het niet verklaren, maar die toren heeft voor mij iets magisch. Ik kom eerlijk gezegd ook liever niet buiten de stadsgrenzen. En als ik op reis ben, heb ik heel snel heimwee.”

Wat is cruciaal voor het succes van Kesbeke?

“Een belangrijk onderdeel van het succes is de berg liefde die in onze producten zit. Er gaat bij Kesbeke niets de deur uit waar wij als team niet trots op zijn. Wij doen onze stinkende best om steeds nieuwe dingen op de markt te brengen en de kwaliteit hoog te houden. Je moet je als klein familiebedrijf onderscheiden, anders loop je achteraan. Ik wil vooroplopen.”

Je bent ook leverancier van topchefs. Wat houdt deze samenwerking in?

“Wij staan voor traditie, kwaliteit en innovatie. Topchefs kiezen graag voor onze producten: kwaliteit is het hart van elke culinaire creatie. Wij spreken vaak met topchefs en weten dat variatie zorgt voor unieke gerechten. Wij bedenken op maat gemaakte oplossingen en dit stelt hen in staat om te experimenteren en de creativiteit de vrije loop te laten. Samen met Jonnie Boer lanceerde ik Jonnie & Oos, een collectie producten met authentieke smaken voor iedere fijnproever.”

Kesbeke helpt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Waarom is dit zo belangrijk?

“Ik vind dat je mensen die het moeilijker hebben ook een kans moet geven. Er werken bij mij mensen van allerlei pluimage: qua afkomst, achtergrond, mét of zonder handicap. Iedereen is hier welkom. Dat zorgt voor een gezellige en positieve werksfeer. Er wordt veel over gesproken, maar door allerlei vooroordelen nog te weinig gedaan door bedrijven. Het is een misvatting dat medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt veel gedoe opleveren of dat het veel tijd kost.”

Je zoons, Camiel en Silvian, worden klaargestoomd om het bedrijf over te nemen. Wat leer jij hen?

“Ik probeer hen alles te leren wat ik ook weet, soms tot in het extreme. Als zij zouden willen dat ik minder ga werken of zelfs helemaal stoppen, moet ik de zekerheid hebben dat ze het bedrijf naadloos over kunnen nemen. Dat kost tijd. Ze zijn allebei gedreven en hebben zelf de keuze gemaakt om aan boord te komen van het familiebedrijf. Dat is het grote verschil tussen mijn zoons en ik: van mij werd het verwacht, het was een veredeld ‘moetje’. Ik heb echter nooit druk uitgeoefend op hun keuzes en ben ontzettend blij dat ze me willen opvolgen.”

Denk je dat je Kesbeke ooit los kunt laten?

“Nee. Mijn zoons zijn zich heel goed aan het ontwikkelen, maar ik ben nog steeds de baas. Ik moet me er op een gegeven moment niet meer mee bemoeien, want meerdere kapiteins aan boord werkt niet. Maar loslaten? Dat zal nooit lukken. Het is mijn leven.”

Wat zeg je tegen iemand die geen augurken lust?

“Iedere gek heeft zijn gebrek.”

Heb je nog een waardevolle tip voor jonge ondernemers?

“Succes komt niet vanzelf. Als je iets écht wilt en je verzamelt de juiste mensen om je heen, dan geloof ik dat het lukt. Maar je drive is ontzettend belangrijk. Als je iets wil bereiken, werk je niet van acht tot vijf. Je moet continu bezig zijn om je zaak beter te maken. Dat betekent ook dat je offers moet brengen.”

Wat maakt jou trots?

“Ik heb nooit durven dromen dat mijn zoons bij me zouden komen werken. Ze hebben dat uit liefde gedaan. Liefde voor het vak en voor het merk. Als ik in een supermarkt kom en er staat een potje achterstevoren, dan draai ik het altijd om, met het etiket naar voren. Dat doen zij ook. Ze zijn trots, net zoals ik. Dat vind ik geweldig. Ik wil het familiebedrijf aan hen doorgeven, net zoals mijn vader heeft gedaan. Het bedrijf is ons leven.”