Amsterdam heeft er een nieuwe culinaire hotspot bij: Toet, van de makers van Troef. Maar kan dit initiatief tippen aan het succes van hun eerste zaak? Of wordt Toet zelfs dé nieuwe culinaire troef van de hoofdstad? Eén ding is zeker: de verwachtingen zijn torenhoog.
Als een van de allereerste gasten mocht MASTERS aanschuiven bij Toet, de kersverse tweede zaak van de mannen achter Troef: Niels Leijssenaar, Roderick Kunst, Willem Alberts en Raymond Plat. Hun succesvolle restaurant in de Weesperzijde-buurt heeft inmiddels een stevige reputatie opgebouwd. Bij binnenkomst wordt meteen duidelijk dat Toet en Troef één ding gemeen hebben: die aanstekelijke vibe – uitgelaten geroezemoes, klinkende glazen, tafels vol gelach en bedienden die je benaderen als een goede vriend. Niet stijf, wel scherp. Als de fles nog eens langskomt, een hand op je schouder en: “Zal ik nog even bijschenken? Weet je wat, ik laat ’m gewoon bij jullie staan.” Dat dus. Amicaal en attent.
Toet huist aan het Europaplein in Amsterdam-Zuid, op de plek waar voorheen restaurant Toetanchamon zat. Maar van de faraonische sfeer is niets meer over. Het pand werd tot op het bot gestript, van riolering tot bedrading, en opnieuw opgebouwd. De nieuwe naam ontstond min of meer bij toeval. “Toet was eerst gewoon de werknaam”, vertelt Niels. “Daarna kwamen er allerlei ingewikkelde opties voorbij. Maar Toet… dat bekt gewoon lekker. Net als Troef.” De Egyptische keuken heeft plaatsgemaakt voor een Italiaans-mediterrane signatuur, waarmee Toet zich onderscheidt van de Franse basis van Troef. Het niveau is even hoog, net als de drempel: geen stijve bedoening, wel casual fine dining: verfijning zonder dat het formeel aanvoelt. Of zoals Roderick het treffend omschrijft: “De look & feel die Sergio Herman in La Pristine heeft neergezet.”
Er is plek voor zo’n 60 couverts, met de private dining boven loopt dat op tot 76. En al tijdens de proefperiode oogt de open keuken, met een brigade van zo’n tien man sterk, als een geoliede machine. Van de mise-en-place tot de uitgifte, alles loopt gesmeerd. Gerechten verschijnen pas op tafel als er al een nieuw glas met bijpassende wijn is ingeschonken. De pairing is buitengewoon. Match na match na match. We openen de avond met bubbels en bites: Parmaham met rozemarijnolie, een BBQ-tomaat met aardbei en Thaise basilicum, en grissini met mortadella, pistache en ansjoviscrème (die laatste… daar hadden we serieus een heel bord van gewild). En dan moet het voorgerecht nog komen. Dat is een carpaccio van zeebaars, met een frisse groene pepervinaigrette, jalapeño, lavasmayonaise en als finishing touch gedroogde vissenkuit eroverheen geraspt. Ernaast een verrassend soepele Petit Bourgeois Sauvignon Blanc 2024 van Domaine Henri Bourgeois. Onze smaakpapillen weten niet wat ze overkomt… Dat dit bestaat!
Er is voor deze gelegenheid een speciaal menu samengesteld; normaal eet je hier à la carte. Het tussengerecht: Hollandse fles (Noordzee pijlstaartinktvis) met een saus van citroengras, mosselen, schelpjes en zwezerik. Niet alledaags, en met orgaanvlees als ingrediënt zeker geen crowdpleaser op papier. Maar op het bord ontstaat magie. De begeleidende Bourgogne Chardonnay 2023 van Domaine Louis Moreau maakt het af. Dan het hoofdgerecht, Bistecca dell’Onglet: sappige longhaas met Blu di Capra-schuim, een diepe runderjus en radicchio rosso, met daarnaast een fijne bel Rioja Altún 2022. Hier dreigt even een misverstand: de vleesloze optie waarom wij hadden gevraagd, is er op deze drukke avond kennelijk even bij ingeschoten. Maar hoe dat wordt opgelost, zegt alles over de souplesse en creativiteit van de keuken. Binnen een paar minuten verschijnt er een improvisatie van rode mul met kreeftenbisque op tafel. En dat is allerminst een snelle goedmaker… Het is goddelijk!
We sluiten af met een tiramisu met feuilletine (voor de crunchy twist) en… groene olijf. Verrassend. En lekker. Tijdens de koffie, waarbij soesjes gevuld met amaretto en vanille, is de conclusie snel getrokken: Toet is een aanwinst voor iedereen met smaak.


