MASTERS STORIES

Leven na Ajax: in gesprek met Edwin van der Sar

Zijn sportcarrière is met goud omrand. Twee keer winnaar van de Champions League met Ajax en Manchester United, twee keer de wereldtitel voor clubs en 130 interlands. Op 40-jarige leeftijd nam hij afscheid met opnieuw een Champions-Leaguefinale, om een jaar later als directeur bij Ajax aan de slag te gaan. In die fase leidde hij de club opnieuw naar ongekende hoogte, om af te haken toen het team om hem heen uit elkaar viel. Nog geen drie maanden later werd hij getroffen door een hersenbloeding. Daarover en nog veel meer praat Jaap de Groot uitgebreid met de weer kerngezonde Edwin van der Sar.

Tekst Jaap de Groot
Fotografie Károly Effenberger
Met dank aan Grand Hotel Huis ter Duin

Hoe is het met je?

“Het gaat heel goed. Ik geniet van het leven en doe een hoop leuke dingen. Haast is er niet meer en ik krijg niet langer allerlei problemen op mijn bord. Mijn leven is relaxter geworden. Ook wat mijn gezondheid betreft gaat het heel goed. Ik ben gelukkig hersteld van die hersenbloeding en voel me nergens meer door gehinderd.”

Dus ga je op termijn weer ergens aan de slag?

“Ik heb mijn hele leven een doel gehad. Eerst als speler en later als directeur, toen ik als doel had om Ajax te beschermen en naar een hoger niveau te brengen. Dat mis ik nu. Het gemeenschappelijke iets dat je met een team van mensen als punt op de horizon hebt gezet.  Met alle kennis die ik de afgelopen jaren als voetballer en directeur hebt verzameld, doe ik momenteel weinig. Wel heb ik af en toe gesprekken met headhunters of bepaalde partijen. Dat is sowieso waardevol voor mezelf en de mensen met wie ik praat. Alleen ben ik nog niet iets tegengekomen waarbij ik weer het gevoel krijg dat ik er voor de volle honderd procent in wil knallen.”

Intussen maak je wel promotietrips naar Azië en andere continenten.

“Dat zijn interessante commerciële uitjes waarbij van mijn bekendheid gebruik wordt gemaakt. Laatst nog in China, waar een melkproducent kinderen uit heel China bij elkaar had gebracht voor een jeugdtoernooi. Twee- tot driehonderd geselecteerde fans mochten met mij op de foto of deelnemen aan een Q&A. Was heel leuk om te doen. Door het enthousiasme om je heen en het bezoek aan steden waar je nooit eerder geweest bent. Zoals Chengdu, in het zuidwesten van China. Een heel mooie stad, met fijne mensen. Heel groen, heel modern en ik heb er heerlijk gegeten. Eerlijk gezegd had ik er best wat langer willen blijven. Als geheel was het een heel dynamische trip. Dan twee dagen hier, daarna weer drie uur vliegen en je ding doen, om met de bullettrein terug naar Beijing te gaan. Daarna volgde Maleisië, voor een activiteit van een zakenman die iedere maand een bekend persoon binnenhaalt om zijn supermarkten te promoten. Dan merk je opnieuw hoe groot het voetbal in Azië is en hoe, ondanks de problemen die ze op het veld hebben, Manchester United nog altijd wereldwijd leeft. Eind oktober staat er weer een trip op het programma. Ik verveel me dus niet.”

Word je in Maleisië gezien als de Edwin van der Sar van het Nederlands elftal, Ajax of Manchester United?

“Getuige de shirts die ze dragen is dat 95% Manchester United. En zo’n 3% heeft een shirt van Ajax of het Nederlands elftal aan. Af en toe zie je er eentje van Juventus en laatst zelfs een shirt van mijn afscheidswedstrijd in 2011. Het maakt duidelijk hoe enorm groot Manchester United is. Er waren zelfs fans uit Thailand naar Maleisië gevlogen om mij te ontmoeten, waarvoor ze acht uur in de hotellobby hebben gewacht. Toch merk ik regelmatig ook het effect vanuit zaken die we met Ajax voor elkaar hebben gekregen. Deuren die geopend worden, omdat jij de persoon was die toen leidinggaf. Gaaf om te ervaren.”

Tegelijk ervaar je hierdoor hoe de geopolitieke macht ook in de topsport steeds meer in Azië, Amerika en het Midden-Oosten is komen te liggen.

“Als je ziet waar de komende tien jaar de WK’s en Olympische Spelen worden gehouden, dan is dat een open deur intrappen. Voor sommige landen heeft het ook een duidelijke marketingfunctie. Zoals Saoedi-Arabië, waar in tegenstelling tot andere landen in het Midden-Oosten de tribunes wel vol zitten. Er is inmiddels een aardige competitie en het land wordt nu op een bepaalde manier neergezet om in een volgende fase meer geaccepteerd te worden. Sport wordt vaak misbruikt, laten we hopen dat het hier ook goed wordt gebruikt. Alleen kan je niet verwachten dat het binnen twee of drie jaar volgens het westerse ideaal functioneert. Kijk maar naar het WK in Qatar. Uit Zuid-Amerika hoorde je niks, uit Zuid-Europa ook weinig, uit Azië en Amerika hoorde helemaal niks… Alleen Noord-Europa trok aan de bel. Als je veel op verschillende continenten komt, dan zie dat in veel verschillende landen veel verschillende standaarden zijn om verder te groeien. En ieder land doet dat in een tempo dat bij zo’n land en cultuur past. Het is in ieder geval fascinerend om te zien hoe de waarde van het topvoetbal zo’n vlucht neemt, tegelijk moeten we niet de waarde voor de samenleving uit het oog verliezen. Het is een groot goed dat dankzij het voetbal kinderen met elkaar kunnen spelen. Sociaal gezien, maar ook voor hun gezondheid. Dat geldt ook voor oudere mensen. Zeker nu de zorg zo onder druk staat, is gezond sporten een middel om gezonder te leven. Waar ook ter wereld.”

Hoe zie jij de toekomst van het Nederlandse topvoetbal, nu de ontwikkeling internationaal in een stroomversnelling zit?

“Tijdens de periode dat ik bij Ajax werkte hebben we geprobeerd om internationaal aan te haken en de top van Europa na te streven. Daar heb ik twaalf jaar middenin gezeten. In Nederland moeten we vooral blijven zorgen voor een goede opleiding, spelers op een goede manier scouten en clubs genoeg laat betalen voor de talenten die worden overgenomen. Het is de formule voor Nederland om je elftal en club te laten groeien. Daarbij zijn er verschillende wegen die naar Rome leiden. Ajax had de beursgang, PSV een groep sterke regionale partners en Feyenoord heeft de Vrienden. Vorig jaar zat ik in Italië bij een seminar over verschillende vormen van eigenaarschap bij voetbalclubs. FC Porto en Ajax zijn een beetje hetzelfde. In de basis verenigingen die spelers zelf opleiden. Dan heb je Lille, waar een private equity partij in zit; Torino, dat eigendom is van een lokale zakenman; AC Milan heeft inmiddels vier eigenaren meegemaakt; terwijl in Engeland bijna geen enkele club nog in Engelse handen is. Het was heel interessant. Wat zijn de verdienmodellen? Hoe trek je vermogen aan om de club te versterken? Wetende dat we in een markt zitten die enorm divers is. Met Amerika als meest effectieve model. Daar heb je een x aantal teams in één competitie – klaar. Daardoor is er een heel directe benadering van de markt en commerciële partners, waar je in Europa niet uit gaat komen. Nog niet tenminste.”

Had je al bestuurlijke ambities toen je met voetbal stopte?

“Het is me meer overkomen. Het verhaal toen bij Ajax om meer oud-spelers in de organisatie te krijgen en niet alleen als trainers. Na gesprekken met Johan Cruijff en Edgar Davids, die toen in de rvc zat, is dat balletje gaan rollen tijdens mijn laatste jaar bij Manchester United. Ik had niet echt zin om als trainer of coach verder te gaan en heb een jaar in mezelf geïnvesteerd door een managementopleiding te volgen. In die periode heb ik veel gesproken met bestuursleden en ben in de herfst van 2012 samen met de toenmalige algemeen-directeur Michael Kinsbergen in een mooi traject gestapt.

Wat heb je tijdens die tien jaar als bestuurder geleerd?

“Eigenlijk alles. Als voetballer ken je de kleedkamer, weet je wat een trainer zegt bij een voorbespreking en hoe er tijdens wedstrijden gecoacht wordt. Je bent voornamelijk gefocust op het veld en wat daar moet gebeuren. Als bestuurder heb ik zo’n beetje dezelfde stappen gemaakt als eerder als talent. Eerst aan het eerste elftal snuffelen, dan een invalbeurt, vervolgens zit je vier wedstrijden achter elkaar op de bank en uiteindelijk sta je in het basisteam. Zo is het met mij ook als bestuurder gegaan. Met eerst alle aandacht voor Ajax. Later heb ik via mijn netwerk bij de KNVB, ECA, UEFA en FIFA denk ik voor het Nederlandse voetbal, onze opleidingen en de clubs toch een paar positieve zaken voor elkaar gekregen.”

Wat is er uiteindelijk bij Ajax fout gegaan?

“Om even een term van Leo Beenhakker te gebruiken: ‘Heb je even…’ Ik heb eigenlijk niet zoveel zin om daar veel over te zeggen. Ook omdat ik nog best veel contact heb met de mensen die er nog zitten uit die tijd en die ga ik niet in de weg zitten. Zo zit ik niet in elkaar.”

Na de Fluwelen Revolutie zaten er 14 oud-spelers in de ledenraad, het bestuur, de directie en was er een technisch hart met vier oud-voetballers. Tien jaar later was alleen jij nog over. Zit daarin de kern van het probleem?

“Stap voor stap zijn er tussenstukken weggevallen en op een gegeven moment had ik het niet meer zo naar mijn zin. Dat ik ging denken: dit wil ik niet meer jarenlang blijven doen. Wel heb ik het eervol gevonden om de club, die me als speler kansen heeft gegeven, als bestuurder een aantal jaren te leiden naar een niveau waar weinigen rekening mee hadden gehouden.”

Wat jullie vooral hebben bewezen is dat in topsport kan niet, niet bestaat.

“Klopt. Niemand had verwacht dat een club uit een kleiner land met een begroting van 120, 130 miljoen euro, zo kon presteren in Europa. Puur op basis van een gedegen scouting, goede jeugdopleiding en het maken van de juiste keuzes. Dat op die manier nog veel te halen is, zie je nu ook bij andere clubs en zelfs in de Premier League bij Brentford, Bournemouth en Crystal Palace. Nog steeds hoeft het grote geld niet altijd te winnen van een club die inventiever is en met een goed team een duidelijke lijn neerzet. Een lijn die je van boven naar beneden goed moet hebben. Die lijn werd het laatste anderhalf jaar bij Ajax op verschillende vlakken onderbroken. Die lijn liep niet recht meer, die ging van links naar rechts en niet meer strak naar beneden.”

Hebben jullie Ajax groter gemaakt dan de vereniging aan kon?

“De vereniging is natuurlijk een ding. Bij succes kan je dat op afstand houden. Maar zodra er bepaalde zaken gaan spelen, zie je toch dat er mensen opstaan die verschillend denken of nog appeltjes te schillen hebben. Dat creëert tegenstellingen en dat komt Ajax helaas niet ten goede. Op een gegeven moment maak je een optelsom voor jezelf: heb je het nog naar je zin, hoeveel energie kost het en wat levert het op. Ik kwam tot de conclusie dat de polsstok die ik had om de club verder te brengen niet lang genoeg meer was en het tijd was om anderen het over te laten nemen.”

Hoe kijk je op die periode terug?

“Ik heb niet geschroomd om uit mijn comfortzone te komen en dingen op te pakken waar ik niet voor had geleerd. Daarvoor heb ik mensen met verschillende kwaliteiten om me heen verzameld en geprobeerd daar een zo goed mogelijk team van te maken. Net zoals een team er op het veld moet staan, geldt dat ook voor de directiekamer. Het is net als met een elftal. Je kijkt vanaf de onderkant wat je daar kunt afhalen om erboven weer iets bij te zetten. Alleen is bij Ajax de realiteit dat ze vaker aan de bovenkant wegvallen, wat uiteindelijk met Marc Overmars, Erik ten Hag, Frank de Boer, Dennis Bergkamp en Wim Jonk is gebeurd. Met een directieteam is het dan net als met een elftal. Op de juiste momenten moet je weten wie er vertrekt en wat er zich aandient. Dat proces had een stuk beter gekund.”

Hebben de medici een verband gelegd tussen de spanning bij Ajax en de hersenbloeding die je drie maanden later kreeg?

“Niet echt eigenlijk. Ik trouwens ook niet. Je hoort inderdaad de verhalen dat mensen die stoppen met werken, kort daarna een hartaanval krijgen. Maar je hoort niet van die 99,5 procent die met pensioen gaat en wel zonder problemen doorleeft. Mijn vrouw heeft ’m in 2009 gehad, wat duidelijk maakt dat je soms pech hebt en soms geluk. Annemarie en ik hebben allebei het geluk gehad dat we er goed uit zijn gekomen. Alleen zal ik nooit weten of het te maken heeft gehad met de extra druk bij Ajax. Omdat het ook andere gezonde mensen overkomt. Maar dat ik een rustiger leven wilde was duidelijk, maar dit was wel een heel acute stop na mijn afscheid.”

Van wie heb je als voetballer het meeste geleerd?

“Ik kwam pas op mijn achttiende bij Ajax en werd meteen door een wasstraat gehaald. Wat kon je wel, wat kon je niet, wat moest je verbeteren. Keeperstrainer Frans Hoek en Louis van Gaal zaten daar bovenop, terwijl ik ook veel naar Stanley Menzo heb gekeken die toen eerste doelman was. Dus die drie zijn heel belangrijk geweest. Alex Ferguson? Dat is toch anders. Ik kwam bij Manchester United binnen op mijn 34e. Ik wist dat ik het niveau aankon en Ferguson heeft me de kans gegeven om dat te laten zien, waardoor ik op latere leeftijd ook mijn Van Breukelen-moment mocht meemaken. Dat jij de hoofdprijs binnenhaalt voor een club als Manchester United, door in de Champions-Leaguefinale de beslissende strafschop te stoppen. De impact daarvan merk ik nog steeds. Waar ook ter wereld. Laatst in Kenia, waar een agent spontaan stopte en vroeg: ‘Are you Edwin van der Sar, can I shake your hand!’ Of een ober die je herkent in een restaurant in Sjanghai. Hetzelfde in Amerika en Mexico: iedere keer merk ik hoe dat ene moment voor heel veel mensen heel veel betekend heeft. Dat is dus wat sport doet. Marianne Timmer die Olympisch kampioen wordt, Tom Dumoulin die de Giro wint, de wereldtitel van Joop Zoetemelk, Max Verstappen niet te vergeten, het zijn momenten die voor altijd in het geheugen gegrift staan. Ik ben heel dankbaar dat ik ook voor zo’n moment heb kunnen zorgen.”

 

“Zodra er bepaalde zaken gaan spelen, zie je toch dat er mensen opstaan die verschillend denken of nog appeltjes te schillen hebben. Dat creëert tegenstellingen en dat komt Ajax helaas niet ten goede”

 

Van wie heb je bestuurlijk het meest geleerd?

“Ik heb veel geleerd van Michael Kinsbergen, de verschillende voorzitters van de rvc en collega’s van andere clubs in Europa. Ik ben niet eenkennig en sta open voor invloeden van buitenaf. Ik wil een team leiden en vooral geen eenling zijn. Dat ben ik als doelman al lang genoeg geweest, hoewel ik zelfs vanuit die positie altijd bezig was met het team. Dat had ik ook als algemeen directeur. Het besef dat je een goede organisatie nodig hebt om te presteren. Natuurlijk moet jij als eindverantwoordelijke er uiteindelijk een klap op geven, maar dat is altijd op basis van adviezen van mensen die er het meeste verstand van hebben.”

Van wie heb je als mens het meest geleerd?

“Mijn ouders, die mij in een heel normale omgeving hebben laten opgroeien. Daardoor was ik op mijn achttiende klaar om een belangrijke stap in mijn leven te nemen door naar Ajax te gaan. Ze leven allebei nog en hebben mijn carrière op een heel mooie manier mogen beleven. Vanwege gezondheidsredenen had mijn moeder elf, twaalf jaar geen wedstrijd meer live van me gezien, tot ze per se naar de Champions-Leaguefinale van 2008 tussen Manchester United en Chelsea wilde komen kijken. Zo’n beetje de spannendste wedstrijd ooit, terwijl ze last had van haar hart. Met aan het slot al die penalty’s en dan pakt je zoon de beslissende bal. Je kunt je niet voorstellen wat zoiets voor ouders betekent.”

In welke rol zien we je straks terug in het voetbal?

“Als ik wat ga doen, dan zal dat meer op het internationale vlak zijn. Nederland heb ik gedaan en ook nog bij de mooiste club. Het is mooi zo.”

And the Most Brilliant Player is… GASSAN zet uitblinkers in de spotlight
Met GASSAN als officiële celebration partner kreeg de KNVB Futsal Cup ook dit jaar een verfijnde glans. Tijdens The Finals in Rotterdam, speelde het Amsterdamse familiebedrijf een dubbele rol: als official timekeeper én als naamgever van de ‘Most Brilliant Player’-awards.
MASTERS Travel: Check in met Ivo Weyel
Twee dingen doet hij het liefst: reizen én zich in de watten laten leggen. Als geen ander weet Ivo waar je een kamer of suite moet boeken. Van een privé-eiland omringd door schildpadden tot tot afgelegen Vipp-guesthouses: dit zijn plekken waar luxe zich steeds subtieler verstopt.

Meer

And the Most Brilliant Player is… GASSAN zet uitblinkers in de spotlight
Met GASSAN als officiële celebration partner kreeg de KNVB Futsal Cup ook dit jaar een verfijnde glans. Tijdens The Finals in Rotterdam, speelde het Amsterdamse familiebedrijf een dubbele rol: als official timekeeper én als naamgever van de ‘Most Brilliant Player’-awards.
MASTERS Travel: Check in met Ivo Weyel
Twee dingen doet hij het liefst: reizen én zich in de watten laten leggen. Als geen ander weet Ivo waar je een kamer of suite moet boeken. Van een privé-eiland omringd door schildpadden tot tot afgelegen Vipp-guesthouses: dit zijn plekken waar luxe zich steeds subtieler verstopt.
Henri Tibosch van B&O over wat je wél (en juist niet) wil horen deze zomer
In aanloop naar MASTERS SUMMER EXPO spreekt MASTERS met bijzondere exposanten die deze zomer van 11 tot en met 14 juni samenkomen in Nistelrode. Deze week: Henri Tibosch van Bang & Olufsen Tibosch, het Brabantse familiebedrijf. Hij vertelt waarom gebruiksgemak de nieuwe standaard is, personalisatie belangrijker wordt en technologie deze zomer vooral níét mag opvallen.
Deze fles wijn brak alle records
Sommige flessen bewaar je voor een bijzonder moment. Andere verdwijnen linea recta in een kluis met klimaatregeling en een indrukwekkend prijskaartje. In New York werd onlangs zo’n fles geveild die eerder in de categorie ‘mythe’ thuishoorde dan in een wijnrek.
Hoog tafelen is dé tuintrend van dit moment
De zon laat zich weer zien, agenda’s vullen zich spontaan met borrels en lange avonden en ineens kijk je nét iets kritischer naar je tuin. Kan dat niet wat stijlvoller? Goed nieuws: dit zijn de trends die je tuin dit seizoen precies de juiste uitstraling geven.
Coachella 2026: wat kost een weekend festivalwalhalla in woestijn?
Aanstaand weekend staat je Instagram-feed waarschijnlijk op het punt volledig overgenomen te worden. Het eerste weekend van ’s werelds meest besproken festival, Coachella, staat voor de deur. Maar hoeveel betaal je anno 2026 eigenlijk voor zo’n weekendje woestijn en muziek?