Ruim twintig jaar na een sportcarrière vol wereldtitels en olympische medailles is er weinig veranderd rond Leontien van Moorsel. Als sportster was de missie altijd al winnen, inmiddels is die link ook op sociaal-maatschappelijk gebied gelegd en in haar rol als onderneemster. Zelfs op 55-jarige leeftijd staat alles nog in het teken van tegenslagen overwinnen en winnen. Vooral wat haar kroonjuweel Leontienhuis betreft, een uniek project voor jongeren met een eetstoornis. Een fascinerend verhaal dat zij deelt met Jaap de Groot.
Tekst Jaap de Groot
Fotografie Károly Effenberger
Je bent nog enorm actief. Van sport tot showbusiness. En natuurlijk het Leontienhuis, dat je in 2013 opende nadat je zelf de strijd tegen anorexia had overwonnen.
“Ik ben inderdaad heel actief, ook omdat ik daar nog altijd veel energie van krijg. Alleen zitten we nu te praten in het Leontienhuis, dat me momenteel juist veel energie kost. Vooral om het draaiende te houden. Maar je redt met elkaar wel levens en dat is toch iets heel moois. Vroeger zat ik op een racefiets en maakte ik met sportieve successen mensen blij, nu maken we met elkaar het verschil. Ik zeg met nadruk met elkaar, want mijn naam is er weliswaar aan verbonden, maar inmiddels werken hier zes hulpverleners en 175 vrijwilligers. Verder ben ik koersdirectrice van de Amstel Gold Race vrouwenkoers. Ook onwijs gaaf om te doen. En af en toe mag ik aanschuiven bij SBS Shownieuws om over sport te praten en doe ik presentaties voor het bedrijfsleven. Maar het allerbelangrijkste is dat ik moeder ben van een prachtige dochter. Voor mij het aller-, allerbelangrijkst.”
Hoe ziet jouw week eruit?
“Veel tijd zit in het draaiende houden van het Leontienhuis. Er zijn veel bedrijven die iets willen doen, maar er wordt altijd bij gezegd dat ik dan zelf de cheque in ontvangst moet nemen of dat ik als tegenprestatie een fietsclinic geef of een presentatie bij het bewuste bedrijf. Dat doe ik met alle liefde, maar zo blijft er natuurlijk weinig tijd over. Alleen haal ik zo wel geld voor dit project binnen, dus het is het allemaal meer dan waard. Jaarlijks is er 600.000 euro nodig voor het Leontienhuis en ondanks een beetje subsidie en bijdrages van verschillende fondsen, moet ik keihard buffelen om ieder jaar tussen de 250.000 en 350.000 euro zelf binnen te harken. En dan bedoel ik ook echt harken. Soms breek ik bijna en heel eerlijk gezegd bevind ik me nu in zo’n fase. Maar dan zeg ik tegen mezelf: dit ga je gewoon volhouden! Maar ik voel wel dat het me heel veel energie kost, terwijl ik het meeste energie krijg om in de oude keuken waar we nu zitten één op één mensen te coachen vanuit mijn eigen ervaring. Bezig zijn met hoe iemand beter kan worden. Daar is nu te weinig tijd voor en dat vind ik heel erg jammer.”
Wat zijn de hobbels; hoe zou je dit op kunnen lossen?
“De afgelopen tien jaar zijn hier levens gered en nooit hebben we een beroep gedaan op mensen die van het Leontienhuis gebruik hebben gemaakt. Heel veel mensen zijn genezen en ik zou het nu wel fijn vinden als al die families maandelijks een kleine bijdrage zouden leveren. Voor de één is dat vijf euro en voor de ander tien, om zo weer de levens te redden van de mensen die nu bij ons zitten. Ik ben nu bezig een mooie brief op te stellen met het verzoek: ‘Jongens, ik heb jullie hulp nu keihard nodig om levens te blijven redden.’ Aan de andere kant denk ik ook aan een oplossing met misschien tien bedrijven die de komende drie jaar ambassadeur van het Leontienhuis willen worden en dat ik weer iets voor die bedrijven ga doen. Dan is het voor mij wat overzichtelijker en wat gemakkelijker te behappen. Maar wat ik nog belangrijker vind, is dat ik dan hier weer op de werkvloer bezig kan zijn.”
Wat stelt de subsidie van de overheid voor?
“Dat is niet zoveel hoor. Je hebt het persoonsgebonden budget en we worden gesteund door het Oranje Fonds. Maar zo’n subsidie kan volgend jaar weer afgelopen zijn, wat het allemaal heel kwetsbaar maakt. Wat ik wel heel krom vind, is dat sommige gemeentes wel persoonsgebonden budgetten toekennen en andere gemeentes weer niet, terwijl er in Nederland enorme wachtlijsten voor dit probleem zijn. In Amsterdam vijftien maanden, in Rotterdam negen maanden, terwijl een kind binnen drie maanden kan komen te overlijden. Dan denk ik: Den Haag word wakker! Wij kunnen met data aantonen dat ons project werkt. Waarom gaan jullie deze kosten niet structureel dekken, waardoor ik weer de werkvloer op kan? Anders worden die wachtlijsten alleen langer en komen er steeds meer jonge mensen te overlijden. Dat is toch vreselijk? Er komen hier duizenden mensen per jaar over de vloer en we helpen zo’n honderd gezinnen per jaar. Dus niet alleen het kind dat ziek is, ook de aanhang eromheen. Want als je een eetstoornis hebt, dat heb je het echt met elkaar. Daarom is het is ook belangrijk dat je de broertjes, zusjes, ouders, opa’s en oma’s ook een luisterend oor geeft.”
”In Nederland zijn enorme wachtlijsten voor dit probleem. Dan denk ik: Den Haag word wakker!”
Vang jij ook mensen op van de wachtlijsten in Amsterdam en Rotterdam?
“Sterker: tot Groningen en Limburg aan toe. Stel je voor dat je in Amsterdam woont en je krijgt te horen dat je achter in de rij moet aansluiten, terwijl je kind met één been in het graf staat. Waar je ook vandaan komt, dan ga je ervoor. Dat maak ik hier dus mee. Als ouder doe je alles om het leven van je kind te redden. Daarom is het niet normaal dat in ons land, waar zo veel dingen goed geregeld zijn, de psychische zorg er zo slecht voor staat. Vind ik echt in en in triest.”
Mooi om te zien, dat die fanatieke sportmentaliteit nog altijd in je zit. Je geeft nooit op.
“Ik slaap er echt slecht van en tegelijk denk ik dat dit niet weer ten koste van mijn eigen gezondheid mag gaan. Maar als ik hier stop dan staan al die gezinnen aan de kant. Dat kan toch niet? Het kan toch niet zo zijn dat we hier de stekker uit moeten trekken? Ik vind het echt verschrikkelijk dat ze in Den Haag nu nog meer op de psychische zorg gaan bezuinigen. Dan denk ik: jongens, kom hier een dag meelopen!”
Op zoek naar de oplossing blijf je de grens opzoeken. Nogal een tegenstelling met NOC*NSF, waar ze bezuinigen op de premies van olympische medaillewinnaars. Milaan was zelfs de laatste keer dat ze betaald kregen. Hoe kijk jij daar als oud-olympiër en onderneemster tegenaan?
“In mijn tijd stond er voor de eerste medaille een premie die bij iedere volgende medaille werd afgebouwd. Dat geld hadden we nodig, want wij waren bij wijze van spreken al blij met een broek en een shirt. Gelukkig is dat in het wielrennen veranderd. Iemand als Demi Vollering verdient nu bijna één miljoen euro per jaar. Ook als je naar de prijzengelden kijkt, zoals de Amstel Gold Race, dan is dat gelijkwaardig aan de mannen. Was ooit 1.600 euro voor de winnaar en nu zo’n 16.000 euro. Ik ben daar trots op, heb er ook jarenlang voor geknokt. Een positieve ontwikkeling, omdat het sporters minder afhankelijk maakt. Neemt niet weg dat als iemand op de Olympische Spelen goud wint, helemaal bij de kleinere sporten, dan kan het niet zo zijn dat er geen premie meer wordt uitgekeerd. Dat is gewoon niet okay.”
Jij bent in 2017 door koersdirecteur en oud-wielrenner Leo van Vliet betrokken geraakt bij de Amstel Gold Race. Hij is van huis uit een ondernemer en jij bent dat momenteel ook. Intussen wordt de Nederlandse topsport geleid door mensen die allesbehalve ondernemers zijn. Zowel bij NOC*NSF als KNVB.
“We hebben te maken met onze helden, jonge mensen die onze nieuwe generatie motiveren. Het is toch niet meer van deze tijd dat we deze mensen niet belonen? Harry Lavreysen en Jutta Leerdam, die inspireren anderen om te sporten, om te bewegen, om iets te doen. Als dat niet met deze generatie gebeurt, dan creëer je een ongezonde maatschappij die onder aan de streep ons nog veel meer gaat kosten. Dus waarom doen we dit? Ik begrijp er niets van.”
Neem de Amstel Gold Race. Daar moet het budget toch ook ieder jaar worden afgedekt en het prijzengeld marktconform worden verhoogd?
“Leo van Vliet heeft de afgelopen dertig jaar natuurlijk wel iets neergezet. Veel bedrijven vinden het mooi om aan de Amstel Gold Race verbonden te zijn. Ook omdat het meer is dan alleen de koers op zondag. De hele provincie wordt een weekeinde lang op de kaart gezet. Het is hun feestje. Intussen worden de sponsors van de Amstel Gold Race ook steeds internationaler. Het bedrijf dat de Amstel Gold Race runt, Vlaanderen Classics, heeft daar een belangrijke rol in als organisator van ook de Belgische klassiekers.”
Als je dit zo schetst, hoe kan het dat er zo weinig sponsors voor TeamNL te vinden zijn om de olympiërs op een normale manier financieel te belonen?
“Het begint met mensen die de gunfactor hebben. Ik houd dat altijd in mijn achterhoofd als ik op zoek ga naar ambassadeurs voor het Leontienhuis. Niet iedereen heeft iets met eetstoornissen, omdat ze dat niet zelf of in hun eigen omgeving hebben ervaren. Dan gaat het er wel om door wie je benaderd wordt. Zo iemand was de afgelopen dertig jaar Leo van Vliet. Die heeft ook een enorme gunfactor. Hij is ondernemer én hij kan het brengen. De Amstel Gold Race is heel mooi, maar Leo brengt het nog mooier dan het al is. Dat is dus wel een punt. Je moet mensen hebben die vanuit hun hart de ondersteuning van olympiërs verkopen. Als ik nu het aantal olympische partners zie, dan word ik daar niet vrolijk van. Daar moet toch meer uit te halen zijn?”
Ben jij wel eens gevraagd voor een functie bij NOC*NSF?
“Nee, nog nooit.”
Terwijl jij als oud-olympiër en onderneemster juist meer kan zijn dan alleen een boegbeeld.
“Je moet iedere keer terug naar de keukentafel. De maatschappij verandert en het sponsorgedrag verandert. Iedere keer weer moet je kijken hoe je het aan gaat vliegen. Ik ben met het Leontienhuis twaalf jaar geleden begonnen met 100.000 euro spaargeld, toen dit een vervallen boerderij was. Dus hoe pakken we dat aan als je maar 100.000 euro hebt en er moet voor 900.000 euro worden verbouwd?”
Hoe heb je dat inderdaad gedaan? Want wat hier in Zevenhuizen staat is echt heel bijzonder.
“Ik ben in contact gekomen met de Twentse ondernemer Dik Wessels, die helaas niet meer onder ons is. Een kennis van mij, Paulus van der Valk, had een afspraak geregeld. Ik ben nog nooit zo nerveus geweest. Het leek wel of ik voor de Olympische Spelen stond en dan nog erger. Het ging nu niet om mezelf, maar om dit hier vorm te gaan geven. Kom ik bij Dik Wessels en die begint meteen van: ‘Ik ben helemaal klaar met maatschappelijke projecten, dat heeft me alleen maar geld gekost. Miljoenen hier, miljoenen daar.’ Ik voelde het zweet zo over mijn rug lopen. Ik dacht meteen, ik ga Dik helemaal niet om geld vragen. Ik begrijp deze man. Iedereen weet dat hij vermogend is en iedereen komt hier om geld te vragen. Uiteindelijk zei ik alleen maar: ‘Dik, ik wil je één ding vragen, zou jij ambassadeur willen worden van de verbouwing van het Leontienhuis?’ Hij ging erover nadenken en voegde eraan toe: ‘Jij bent de eerste die ik thuis heb uitgenodigd en die mij niet om geld vraagt’ – wat in eerste instantie wel mijn bedoeling was. Tijdens mijn rit naar huis belde hij al en zei: ‘Ik wil heel graag ambassadeur worden en bij ieder bouwbedrijf dat jij benadert. mag jij aangeven dat ik ambassadeur van het Leontienhuis ben. Hier zijn de mobiele nummers en deze mensen mag je allemaal benaderen.’ Wat denk je? Alle deuren gingen open! Mensen die de kozijnen kwamen doen in ruil voor een presentatie, anderen deden de dakpannen voor niks… En op een gegeven moment werd Dik Wessels zo enthousiast dat hij een groot gala in het oosten van het land organiseerde. Zo hebben we met elkaar en met bijna gesloten beurzen het Leontienhuis kunnen verbouwen.”
Dat is precies zoals het zou moeten.
“Mijn hart en ziel zitten hierin. Ik doe het allemaal belangeloos en heb zelfs nooit een benzinebonnetje ingeleverd. Dan stoort het me wel als ik zie hoe sommige andere maatschappelijke projecten dure panden huren, terwijl de directeur komt aanrijden in een Porsche die bekostigd wordt via die organisatie. Daar gaan mijn haren recht van overeind staan. Intussen zit ik hier te piekeren over hoe lang ik dit nog vol kan houden. Vandaar dat nieuwe plan met ambassadeurs om de volgende fase weer op een gezonde manier in te gaan. Je komt vanuit de sport, je weet wat je daarvoor hebt moeten doen en dat probeer je nu een vervolg te geven.”
Hoe zien je activiteiten bij de Amstel Gold Race er dit jaar uit?
“Ik ben bezig om voor de Staatsloterij, één van onze sponsors, mee te denken met hun project waarin dromen centraal staan. We gaan nu een Droom Challenge organiseren. Ik vind het sowieso heel leuk om niet alleen de koers te doen, maar ook na te denken over hoe we de Amstel Gold Race gedurende het jaar meer kunnen laten leven. Nu willen we met de Droom Challenge mensen laten ervaren hoe het is om de Cauberg op te gaan op dezelfde dag dat de beroepsrenners dat doen. In een soort van tijdritachtige setting. Verder heb ik op zaterdag de toertocht en de bespreking met alle ploegleiders. Zondag zit ik in de auto van de vrouwenkoers en na de finish ga ik als een speer naar onderaan de Cauberg om de Droom Challenge uit te voeren. Iedereen kan zich inschrijven om zelf te ervaren hoe het is om de Cauberg op te klimmen met al die mensen aan de kant. De Droom Challenge wordt binnen 45 minuten, tussen de finish van de vrouwen en start van de mannen, afgewerkt met vrouwen- en mannenkoppels. In totaal twintig deelnemers. Die gaan zich net zo’n held voelen als een Matthieu van der Poel of een Demi Vollering. De toertocht staat, de koers staat, maar dit soort dingen geven me ook energie.”
In hoeverre train je zelf nog?
“Ik train nog best veel. Omdat ik in de zomermaanden veel fietsclinics geef, is niet fit zijn niet handig. Je bent veel meer dan alleen degene die een clinic geeft, je bent ook gastvrouw. Als je conditioneel niet in orde bent, ben je ook niet gezellig. Daarom train ik minimaal zeven uur per week. Een uur per dag en in de zomer meer, omdat ik dan gemakkelijker de fiets pak. Zo doe ik iedere dag wel wat en daar word ik nog steeds heel blij van.”
”Jaarlijks is er 600.000 euro nodig voor het Leontienhuis”
Je zit in Shownieuws, wat toch vaak over het privéleven van sporters gaat. Kom je nooit in een spagaat terecht?
“Ik trek daarin mijn eigen grens en probeer het altijd zo netjes mogelijk te houden. Het voelt met andere sporters nog altijd alsof het collega’s zijn. Het is mijn ding en dat wordt geaccepteerd. Gelukkig heb ik allemaal heel lieve collega’s, met wie ik het enorm getroffen heb. Bart Ettekoven, die schat van een Patty Brard en presentatrice Dyantha Brooks. Sommige avonden zijn een feestje. Dan heb ik totaal niet het idee dat ik aan het werk ben. De camera staat erop, maar het voelt alsof we een avond met elkaar in de kroeg zitten. Ik mag over sport mag praten, hoe ik dat zelf heb beleefd… en dan is het nog leuk en gezellig ook!”
Heb je nog ambities?
“Mijn drive is, als ik over tien jaar stop, dat het Leontienhuis er nog steeds staat. Dat we met elkaar iets hebben bedacht waardoor het niet meer kwetsbaar is. Verder wil ik iedere dag een lieve mama zijn voor mijn dochter Indy. Dat zij uiteindelijk ook haar hart gaat volgen met net zoveel passie en energie als haar vader en moeder in het leven staan. Dat doet ze nu en dat vind ik heel mooi. De gedrevenheid die wij hebben, zie ik ook terug bij onze dochter. Ze studeert nu bedrijfskunde aan de Hogeschool Rotterdam en haalt alleen maar achten en negens. Dan ben ik zo trots, zo trots. Denk ik: oh schat, wat doe je het goed! Dan voel ik me ook ongelooflijk gelukkig.”


