Suzanne Swarts laat zich niet begrenzen door de muren van ‘haar’ Voorlinden. Over de hele wereld bezoekt zij bijzondere plekken waar kunst en omgeving samenkomen. In MASTERS deelt de museumdirecteur haar ervaringen van deze reizen – ditmaal vanuit het Zweedse Artipelag.
Af en toe hoor ik het geklets van een klein koor koolmezen in de dennen boven mijn hoofd, maar verder voelt het landschap merkwaardig stil. Misschien komt het doordat ik net van de Gustafsberg VII ben gestapt, een voormalige stoomboot uit 1912 die je in anderhalf uur van de Zweedse hoofdstad naar de archipel van Stockholm brengt. Deze verzameling van 30.000 eilanden, scheren en rotsen in de Oostzee is door National Geographic uitgeroepen tot een van ’s werelds topbestemmingen voor 2025. Deze skärgården, zoals de Zweden het noemen, is dé plek waar de hoofdstedelijke bewoners hun rust zoeken, vakantiehuizen hebben en zomerfeesten vieren. Hun rode houten huizen vind je op de grotere eilanden, de overige zijn verlaten rotseilandjes, waar hooguit een zeehond of kajakvaarder even pauzeert. De idyllische archipel nodigt uit tot allerlei wateractiviteiten, maar je kunt er ook uitgebreid wandelen – via de Stockholm Archipelago Trail kun je zo’n 260 kilometer te voet afleggen langs zo’n twintig eilanden.
Op een windstille herfstochtend volg ik een deel van dat pad langs de scherenkust van Stockholm. Net daarvoor ben ik verwelkomd door Boy van Lars Nilsson aan de stoombootpier van Artipelag op het eiland Värmdö. Deze sculptuur van een jongen in korte broek staart smachtend naar de zee, alsof aan de horizon elk moment iemand per boot kan verschijnen. Ik laat de afwachtende jongen achter mij en kies bewust voor een omweg naar het museum, zodat ik in het ochtendgloren kan genieten van de permanente buitententoonstelling die dit prachtig gelegen museum omringt.
Van babymerk naar museum
Wanneer ik het pad volg over houten wandelbruggen, bospaden en grijze rotsen zie ik plotseling iets glinsteren in de verte: Solar Egg van Bigert & Bergström. Dit enigmatische, eivormige sculptuur is hét herkenningspunt voor wie naar Artipelag afreist. Het staat geplaatst op een klif, waar het de weidse omgeving weerspiegelt: het water, de rotsen, de zon, de hemel en de bossen – precies het natuurschoon dat de archipel kenmerkt. Mijn wandeling vervolgt langs Ainsa IV van Jaume Plensa, een zittend figuur van letters en cijfers dat de baai van Baggensfjärden overkijkt. Boven een grasland zie ik verderop drie figuren op elf meter hoogte gehurkt zitten. Het is een van de drie werken waarmee Maria Miesenberger haar stempel drukt op Artipelag. Wanneer ik even later de dennenbomen passeer die het museum omringen, zie ik op een hoekige punt van het dak eenzelfde gehurkt figuur en later een die leunt tegen een naaldboom bij het terras. Eenmaal binnen raak ik opnieuw betoverd. Dit keer door de stille presentatie, de lichte zalen waar glas en beton de natuur omhelzen. De kunstwerken lijken ook hier het gesprek met het Zweedse landschap aan te gaan. Het museum is het laatste meesterwerk van architect Johan Nyrén en in 2012 opgericht door Björn Jakobson, de man achter het Zweedse babymerk BabyBjörn. Aanvankelijk belandden veel natuurliefhebbers in Artipelag. Hier kun je immers vanuit het prachtige restaurant en dito terras genieten van een weids uitzicht op de omliggende natuur. Maar inmiddels weet het museum steeds meer kunstliefhebbers naar zich toe te trekken, onder andere door boeiende solotentoonstellingen van bijvoorbeeld Anselm Kiefer en Berlinde De Bruyckere.
Als ik later terugloop naar de pier, hoor ik het koortje koolmezen weer in de verte. Het landschap glinstert zachtjes in het licht van de lage zon; de rotsen, de zee, de dennen, alles lijkt even stil te staan. Voor een kort moment voel ik mij geen passant meer, maar een onderdeel van dit verstilde, adembenemende eilandenrijk.


