In februari barst het winterspektakel los in Milaan en Cortina d’Ampezzo. Sportjournalist Jaap de Groot stofte zijn glazen bol af en waagt zich aan een voorspelling: hoeveel keer klinkt het Wilhelmus straks in de Italiaanse sneeuw? Als het aan hem ligt, keren we rijkelijk beloond terug naar ons kikkerlandje…
Nederland komt in actie in zes van de zestien olympische disciplines, maar als het om medailles gaat, kijkt De Groot vooral naar het ijs. “Skeleton, bobslee, kunstschaatsen, snowboarden, leuk dat we meedoen, maar medailles? Dan moet er een klein wonder gebeuren.” Alleen Kimberly Bos, die al eerder brons pakte en nu regerend wereldkampioen is, maakt volgens hem serieuze kans in het skeleton.
De echte oogst moet komen van shorttrack en langebaanschaatsen. “Dat zijn onze paradepaardjes. Technisch directeur Remy de Wit van de KNSB zet in op minimaal tien medailles voor de schaatsers, waarvan vier goud. Maar als het eenmaal begint te lopen, kan het er zomaar achttien worden. Die flow is goud waard.”
Wie die gouden plakken dan moeten binnenrijden? Femke Kok steekt er met kop en schouders bovenuit. “Zij gaat de 500 meter winnen, en waarschijnlijk ook de 1000. Maar stel dat ze óók nog de 1500 pakt… dan schrijft ze historie. Dat heeft nog geen vrouw ooit gedaan op één Spelen.”

”Zij gaat de 500 meter winnen, en waarschijnlijk ook de 1000. Maar stel dat ze óók nog de 1500 pakt…”
Shorttrack biedt eveneens spektakel: “Xandra Velzeboer is wereldkampioen, die móét gewoon scoren. En Suzanne Schulting: ja, ondanks een rommelige voorbereiding heeft ze zich op het nippertje geplaatst. Maar de besten gaan, en zij is de beste.”
Een van de verhalen die De Groot typeert als een “mooi jongensboekverhaal” is dat van bobsleeër Dave Wesselink. “Die deed er in de laatste World Cup echt alles aan om zich te plaatsen,” vertelt hij. “Het Nederlandse voertuig was gewoon niet goed genoeg, dus heeft hij een bobslee moeten lenen van Australië, dat op dat moment niet meedeed. En hij plaatste zich alsnog.”
De Groot verwacht in totaal tussen de twintig en vijfentwintig medailles voor Nederland, met tien keer goud. Zijn top drie? “Femke Kok, Xandra Velzeboer en Merel Conijn.” En hét moment van de Spelen? “Als Kok ook de 1500 meter wint. Dan is ze niet alleen koningin van Milaan, maar van de schaatsgeschiedenis.”