Ze is nog altijd hét boegbeeld van de gehandicaptensport in Nederland. Als rolstoeltennisster bleef Esther Vergeer van 2003 tot 2012 liefst 470 partijen op rij ongeslagen, won zeven keer goud tijdens de Paralympische Spelen en werd opgenomen in de Tennis Hall of Fame. Inmiddels 43 jaar is ze nog altijd actief op het hoogste niveau in de sport. Jaap de Groot sprak Esther Vergeer uitgebreid over haar huidige activiteiten en ambities.
Hoe verdien je momenteel je brood?
“Het betreft allemaal opdrachten vanuit mijn bv. Eén daarvan is sinds 2009 mijn directeurschap bij het ABN AMRO Open Wheelchair-toernooi, het grootste indoor rolstoeltennistoernooi van Europa. Ook ben ik chef de mission van de paralympische ploeg, waarmee ik naar vier Zomer- en Winterspelen ben geweest. Verder doe ik via Sportspeakers presentaties bij bedrijven en heb ik ambassadeurschappen bij onder meer de Postcode Loterij en Adidas. Sinds kort doe ik ook iets heel anders en ben actief bij &Samhoud Consultancy. Zo hoop ik mijn horizon te kunnen verbreden, wat aansluit bij mijn behoefte om niet alleen gezien te worden als dat boegbeeld van de gehandicaptensport. Het is daarom ook een goede manier om mezelf tegen het licht te houden. Een beetje weg van de sport om te onderzoeken waar ik verder iets in kan betekenen en wat ik verder nog meer leuk vind.”
Betaal jij als toernooidirectrice bij het ABN AMRO Tennistoernooi de rolstoeltennissers?
“Iedere deelnemer krijgt geen startgeld, wel prijzengeld. Daarvoor is een prijzenpot van circa 70.000 dollar beschikbaar.”
Zouden op termijn rolstoeltennissers van hun sport kunnen leven?
“Die zijn er nu al. Ik denk dat wereldwijd er een stuk of acht tot tien zijn die van rolstoeltennis hun beroep hebben gemaakt. Niet alleen mannen, ook vrouwen.”
In hoeverre ben jij ook hierin een pionier geweest?
“Toen ik begon was het rolstoeltennis nog niet geïntegreerd. Ik heb meegemaakt dat dit binnen de grand slams gebeurde en dat daardoor ook het prijzengeld hoger werd. Toen ik tenniste, verdiende ik zo’n 10.000 tot 15.000 euro per gewonnen grand slam. Diede de Groot verdient nu een ton. Dus in tien jaar tijd is het prijzengeld vertienvoudigd. We zijn op het punt beland dat het ook bij andere toernooien als een toevoeging aan het evenement wordt gezien. Dus niet alleen bij de grand slams, ook bij de ATP- en WTA-toernooien. Daardoor zullen de inkomsten nog verder gaan stijgen.”
Waarom neemt de interesse zo toe?
“Veel organisaties zijn op zoek naar verbreding van het evenement. Bovendien kost het in principe weinig moeite. Het evenement staat al, de banen zijn vaak uren vrij, dus waarom niet opvullen met andere wedstrijden? Daarnaast is het voor een hoofdsponsor heel fijn om uit te dragen dat ze ook bezig zijn met andere maatschappelijke waarden. Deze tone of voice wordt steeds belangrijker. De toevoeging van vrouwen bij het rolstoeltennis tijdens het ABN AMRO-toernooi is ook om aan te geven dat kansengelijkheid voor vrouwen wordt ondersteund. Zo wordt naar buiten toe een bepaalde kleur aan dit deel van hun filosofie gegeven.”
Zie je dit proces ook bij andere sporten?
“Jazeker. Ook roeien, triathlon en wielrennen hebben allemaal geïntegreerde evenementen bij EK’s en WK’s. Toch loopt een evenement als het ABN AMRO Open wel voorop als het gaat om communicatie en gelijkwaardigheid. Bij ons hebben rolstoeltennissers exact dezelfde faciliteiten als de valide spelers. Bij andere sporten is dat weleens anders. Niet hetzelfde hotel, niet hetzelfde vervoer of eetmogelijkheden. Dan ben je toch een soort van side event. Wat dat betreft zijn er nog stappen te zetten. Maar de ontwikkeling op zich verloopt natuurlijk wel positief.”
In hoeverre verschilt deze emancipatie van paralympische sporten per continent?
“Er wordt nog veel vanuit Europa bepaald. Ook omdat veel internationale sportorganisaties er gevestigd zijn. Als die aangeven dat er tijdens een WK geïntegreerd moet worden, dan dient dat te gebeuren. Waar dan ook. Het verschil met vooral Nederland en veel andere landen is dat wij het inmiddels als normaal beschouwen. Zeker buiten Europa wordt gehandicaptensport her en der toch als confronterend gezien.”
Op welk continent is nog veel werk te doen?
“Vind ik moeilijk om aan te geven. Laatst waren er de Next Gen ATP Finals in Dubai, met rolstoeltennis op het programma. Dus ze willen echt wel, maar ik heb het idee dat ze moeite hebben hoe ermee om te gaan. Daar op straat zie je ze niet, waardoor er geen algemeen beeld is van mensen met een handicap in de maatschappij. Het is dus geen onwil, maar een beetje onhandigheid. Wat moeten we nou met die groep?”
Hoe heb je dat tijdens de Paralympische Spelen van 2008 in Peking ervaren, toen China een slechte reputatie had richting gehandicapten?
“Wij waren toen een soort van freakshow. Dat was echt wel gek. Als we op straat waren, schoten altijd mensen te hulp, omdat ze dachten dat we niks konden. Zo werd dat blijkbaar in China gezien. Het zal daar nu wel verbeterd zijn, maar het is zeker nog geen vanzelfsprekendheid.”
Hieruit blijkt dus hoe belangrijk de koppeling van de Olympische Spelen aan de Paralympische Spelen is. In Londen en Parijs zaten ook bij de Paralympische Spelen de tribunes vol.
“Dat was in Peking ook het geval, maar dan wel vanuit een soort van verplichting nadat mensen een ticket in de bus hadden gekregen met de boodschap ‘jij moet op 6 september daar zitten’. Er was geen interesse, het werd verplicht gesteld. Niet te vergelijken met Parijs, dat totaal anders werd gepositioneerd en gepromoot. Mensen wilden daar onderdeel zijn van die olympische vibe. Zo worden ook de echte fans gecreëerd. Aan de andere kant merk ik nog wel hoe lastig het is om specifiek voor gehandicaptensport mensen naar het stadion te krijgen. Daarom is de integratie op een regulier sportevenement, zoals bij de grand slams en de ABN AMRO Open, nog steeds heel belangrijk. Afgelopen november waren de Wheelchair Tennis Masters in Arnhem. Buiten wat familie en vrienden kwam daar niemand op af. Dus moet het nog gecombineerd worden, zoals de afgelopen zeventien jaar in Ahoy. Dan ontstaat er betrokkenheid, komen de mensen elk jaar terug en maken er steeds meer een gewoonte van om ook naar het rolstoeltennis te gaan kijken. Dan voegt het uiteindelijk ook concreet iets toe aan het evenement. Zoals dit jaar weer het geval is geweest.”


