MASTERS STORIES

Pijlers van de Amsterdamse economie

In de loop der jaren is Amsterdam uitgegroeid tot een van ’s werelds succesvolste haven- en handelssteden. Sommige bedrijven bestaan al lang en zijn nog altijd actief én succesvol. Amsterdamkenner Bas Kok schetst een tijdlijn van deze pijlers van de hoofdstedelijke economie.

Het is geen toeval dat in het jubileumjaar een handelsdocument centraal staat. Het tolprivilege dat graaf Floris de Vijfde 750 jaar geleden gaf aan de handelslieden rond de Dam wordt beschouwd als de geboorte van de stad. Vanuit verschillende ambachten ontstonden beroepsgroepen die zich gingen organiseren in gilden. Er waren smeden, kuipers, broodbakkers, boeren, molenaars, schoenmakers, pottenbakkers, wevers en ga zo maar door. Vanaf de 14e eeuw waren de gilden in Amsterdam de ambachtelijke ruggengraat van de stad. Binnen het gildestelsel organiseerden clubjes mensen zich naar ambacht of type handel. Ze speelden een sleutelrol in de regulering van kwaliteit en prijzen van goederen en diensten, en waren tevens een sociaal netwerk voor ambachtslieden. Ook verzorgden ze opleidingen om vakmanschap te bevorderen. Voor handelaars met ondernemersbloed voelde het gildestelsel wel als een keurslijf, en het werd in de 19e eeuw opgeheven. Het is in die eeuw dat steeds meer individuele ondernemers de kans roken om hun nering om te vormen tot een nog succesvollere aangelegenheid. Sommige van die bedrijven en merken floreren nu nog steeds.

BOLS – drank

Bols zou al rond 1575 zijn begonnen in Stokerij ’t Lootsje vlak achter de Dam. De in de zeventiende eeuw geboren kleinzoon van oprichter Lucas Bols geldt als degene die het merk wereldwijd op de kaart zette. Als grootaandeelhouder van de VOC had hij als eerste toegang tot kruiden en specerijen, waarmee hij vele likeurrecepten kon ontwikkelen. Aan de Rozengracht begon Bols in 1664 met het produceren van jenever. In zijn recept werden rogge, graan en tarwe langdurig gefermenteerd en driemaal gedistilleerd. In het inmiddels zo kenmerkende bruinoranje kruiksteen werd de jenever naar alle uithoeken van de wereld getransporteerd. In 1816 overleed de laatste mannelijke Bols. In 2000 is Bols overgenomen door het Franse Cointreau, maar de naam Bols bleef. Tegenwoordig bestaat de productrange uit meer dan veertig likeuren, jenevers en andere dranken. In het hoofdstedelijk Museumkwartier combineert Bols z’n HQ met de Bols Bartending Academy en de Cocktail Experience.

NDSM | DAMEN AMSTERDAM – scheepsbouw- en reparatie

Al vroeg in haar bestaan begon Amsterdam schepen te bouwen. Dit nam grote vormen aan bij de in 1602 opgerichte VOC: de ‘eerste multinational van de wereld’ bouwde in het Amsterdamse havengebied zelf haar machtige zeeschepen, waarmee de wereld letterlijk en figuurlijk werd veroverd. Nadat de VOC begin negentiende eeuw failliet was gegaan, maakte scheepswerf NSM in 1894 een doorstart in deze dokken. Na enkele decennia werd de VOC-werf in het oostelijk havengebied te klein en verhuisde in 1922 naar Amsterdam-Noord. Het met klinknagels vastgemaakte hoofdgebouw werd als een tent opgepakt en naar de noordelijke IJ-oever gevaren en aldaar in twee gebouwen opgebouwd. De Timmerfabriek en Smederij staan daar nog altijd, maar zijn tegenwoordig televisiestudio en hotel. In Noord groeide de scheepswerf uit tot de grootste van Europa. Ze bouwde er de machtigste zeereuzen van de wereld. Na de fusie met reparatiewerf NDM heette de scheepswerf NDSM. De werf floreerde, maar in de jaren zestig en zeventig kwam de crisis in de Nederlandse scheepsbouw. Goedkope Aziaten ontwikkelden een industriële efficiency waarmee ze later ook de automobielbranche en televisie- en audiowereld verrasten. In 1984 ging NDSM als naam failliet. De NDSM-werf Oost is al jaren buiten gebruik, het is nu het Pompeii van de Amsterdamse scheepsbouw. De oude Hensen kraan 13 is omgebouwd tot fancy hotel (Crane Hotel Faralda), de hellingen zijn kantoren en de grote loodsen vormen de grootste kunstenaarsbroedplaats van Europa. De reparatiedokken aan de westkant van de vroegere NDSM-werf opereren echter nog altijd op volle kracht. Onder de naam Damen Shiprepair Amsterdam richt de werf zich, net als NDSM vroeger, op grote reparatieorders. Ze doen dat met prachtige kranen die nog voor de NDSM hebben gewerkt. Deze nog functionerende NDSM-werf is onlangs door provincie en rijk uitgeroepen tot nationaal belang – en als onmisbaar voor de defensie van het land bestempeld.

HEINEKEN – bier

In 1317 al werd bepaald dat in Hollandse wateren varende schepen met buitenlands bier (veelal uit Hamburg) verplicht de haven van Amsterdam moesten aandoen. Het biertolrecht zorgde ervoor dat het Noord-Duitse hopbier massaal via Amsterdam verhandeld werd. Pas na een tijdje bedachten Amsterdammers dat ze ook zelf de grondstoffen konden importeren. In de stad kwamen brouwerijen die bier gingen brouwen. Best een klus, want er was niets in de omgeving van Amsterdam om mee te brouwen. Geen graan, geen hop en geen schoon water. Met geïmporteerde ingrediënten – water met waterschepen uit de Vecht, graan uit het Oostzeegebied – begon de stad zelf bier te produceren. Eerst mondjesmaat, maar al snel kwamen er meer brouwerijen. Op een gegeven moment was aan de Oudezijds Voorburgwal een hele kade voor de bierhandel ingericht – de Bierkaai. Amsterdam heeft nog altijd vele brouwerijen, maar de bekendste oude bierbrouwer is natuurlijk Heineken. Oprichter Gerard Adriaan Heineken kocht in 1864 brouwerij De Hooiberg en in 1873 zette hij zijn eigen naam op de brouwerij en zijn bierflesjes. Hij richt zich op het brouwen van een verfrissende pilsener. Bierbrouwen was bij hem bijna een wetenschappelijk gecontroleerd proces, compleet met laboratorium. Al in 1875 won hij met Heinekens bier de Franse medaillon d’or, waarna hij de grootste bierimporteur van Frankrijk werd. De brouwerij aan de Stadhouderskade was lange tijd de belangrijkste van het land. Tegenwoordig wordt het bier gebrouwen in Zoeterwoude en ’s-Hertogenbosch. In Amsterdam is de brouwerij omgebouwd tot Heineken Experience. Buiten Nederland wordt deze pilsener met 300 andere biermerken in 38 landen gebrouwen door in totaal ongeveer 39.000 medewerkers. De jaaromzet van het concern gaat richting 36 miljard euro.

GUNTERS EN MEUSER – ijzerwaren

De geschiedenis van ijzerwarenwinkel Gunters en Meuser voert terug naar 1826. In dat jaar viel metselaar Gunters met fatale gevolgen van een steiger. Door zijn overlijden werd de 20-jarige Jan kostwinner. De knaap ging als marskramer in de Jordaan ijzeren schoenbeslag en schoenmakersgereedschappen venten. Op den duur kwam er een winkeltje aan de Prinsengracht waar zijn moeder, de weduwe Gunters, achter de toonbank stond. Zo ontwikkelde zich een winkel in ijzerwaren, sinds 1875 op de hoek Prinsengracht/ Egelantiersgracht. De zaak draaide goed en het pand werd in 1917 vervangen door een nieuw gebouw in Amsterdamse School-stijl. Boven de houten winkelpui lezen we ook anno 2025 nog altijd de bedrijfsnaam in opvallende ijzeren sierletters: ‘Handel in IJzerwaren.’ In de twintigste eeuw werd de handel een van de meest gerenommeerde ijzerwarenwinkels van de stad. Er kwamen winkels bij en begin van deze eeuw werd Gunters en Meuser, met behoud van de naam, onderdeel van het landelijke Isero-netwerk.

AJAX – voetbal

Ajax mag in deze beschrijving niet ontbreken – de naamsbekendheid van de club is vermoedelijk even groot als die van Heineken en Shell. Op 18 maart 1900 werd de voetbalvereniging opgericht. De club speelde de eerste zeven seizoenen in Amsterdam-Noord waar het twee velden heeft gehad. Een wonderlijke toevalligheid is dat Ajax’ eerste veld in Noord aan de Middenweg lag. In 1907 verhuisde de club naar de gelijknamige weg in buurgemeente Watergraafsmeer, die in 1921 werd geannexeerd door Amsterdam. Al vrij snel hoorde Ajax tot de landelijke top, maar pas eind jaren zestig – onder leiding van trainer Rinus Michels en sterspeler Johan Cruijff – werd de vereniging wereldberoemd. Spelend met nummer 14 was Cruijff de belichaming van moderniteit, eigenzinnigheid en Amsterdamse bluf. Samen met Rinus Michels en andere topspelers introduceerde Ajax het ‘totaalvoetbal’. De essentie ervan was tactisch raffinement, gekoppeld aan verfijnd balgevoel en ongenaakbare duelkracht. In plaats van het oude Engelse kick-and-rushvoetbal, waarbij het team met de beste spitsen wint, werden middenvelders en verdedigers net zo belangrijk. Het kwam goed uit dat Ajax een genie had, maar buitenspelers en snelle vleugelverdedigers leidden net zo vaak de aanval en gaven voorzetten op een presenteerblaadje. Een werker met een ongekend loopvermogen, Johan Neeskens, werd een vedette. De brutale uitstraling van de langharige Ajax-hippies die begin jaren zeventig de zegereeks van de club realiseerden, was ongeëvenaard (3x winnaar Europa Cup 1, 1x winnaar Wereldbeker, 1x UEFA Super Cup). In dit overzicht is Ajax het enige bedrijf dat begon als vereniging.

KETJEN – chemie

In 1835 begon Gerard Tileman Ketjen een zwavelzuurfabriek bij het Leidseplein. Dit was in die jaren de zuidelijke stadsgrens, die vol stond met windmolens. Deze werden geleidelijk vervangen door stoomfabrieken met rokende en riekende schoorstenen. Het huidige Amsterdam-Zuid was in die jaren de industriële achterkant van de stad. Maar het op particulier initiatief tussen de fabrieken in gerealiseerde Nieuwe Park (al snel hernoemd tot Vondelpark) bracht een grote kanteling te weeg tussen de noord- en zuidkant van de stad. Het eeuwenlange gezicht aan het IJ werd, mede door de oplevering van het Centraal Station in 1889, een grauwe achterkant. De industriële achterkant aan de zuidzijde werd door het park en de vele cultuurpaleizen, waaronder het Concertgebouw en het Rijksmuseum, omgevormd tot een statige voorkant. De Amsterdamse elite onder leiding van prominente en machtige notabelen als Samuel Sarphati, Christiaan Pieter van Eeghen en Joseph Alberdingk Thijm zette al zijn kaarten (en geld) op de ontwikkeling van dit gebied met de omliggende wijken. Ze begrepen evenwel dat hun Vondelparkbuurt niet aantrekkelijk was voor rijke binnenstadbewoners zolang de fabrieken alom tegenwoordig waren. Ketjen was vermoedelijk de meest gehate fabriek – met enige regelmaat ontplofte er een ketel en hingen de zwaveldampen tot op het Leidseplein. De chique ontwikkelaars kregen in 1901 voor elkaar dat de fabriek moest verhuizen naar Amsterdam-Noord. Op deze plek aan de noordelijke IJ-oever zit Ketjen nog steeds. Het groeide er van zwavelzuurproducent uit tot een allround chemisch bedrijf. In 1937 kreeg Ketjen het predicaat ‘koninklijk’ toegekend. In de twintigste eeuw was de fabriek enige tijd onderdeel van AkzoNobel. In die jaren verdween de naam Ketjen van de schoorsteen. Thans is het eigendom van het Amerikaanse Albemarle en heet het weer Ketjen. In Amsterdam-Noord staat de fabriek bekend als de ‘wolkenfabriek’, vanwege de witte wolken. Met de productie van zwavelzuur is Ketjen gestopt, het richt zich inmiddels op het maken van katalysatoren. Het ontploffingsgevaar is een stuk minder, maar recentelijk raakte de fabriek toch weer in conflict met de gemeente, die op deze toplocatie aan het IJ een woonwijk met 6.500 woningen wil bouwen, het Hamerkwartier. Omdat de gemeente geen goed zicht zou hebben op de risico’s rond de chemische fabriek, vernietigde de Raad van State het bestemmingsplan voor een deel van de woonwijk.

GASSAN – diamanten en juwelen

Spinoza was niet alleen een baanbrekend filosoof, maar ook een uitmuntende lenzenslijper. In de Joodse geschiedenis is het opvallend dat bepaalde beroepen en branches sterk vertegenwoordigd zijn. Lenzen slijpen bijvoorbeeld, maar ook de diamantindustrie. Dit laatste komt doordat Sefardische joden internationale handelscontacten hadden in gebieden waar diamant gevonden werd. Maar ook omdat het gildestelsel Joden uitsloot van veel ambachten. In Joods Amsterdam floreerde dit ingewikkelde specialisme. Door de Tweede Wereldoorlog werd de diamantindustrie hard getroffen. Door de moord op het grootste deel van de Joodse diamantslijpers was veel kennis en kunde na de oorlog niet meer beschikbaar. Amsterdam werd als diamantstad voorbij gestreefd door steden als Antwerpen. Het is te danken aan de inspanningen van enkele overgebleven diamanthandelaars dat Amsterdam een sterke positie behield. Direct na de oorlog, in oktober 1945, richtte Samuel Gassan zijn diamantslijperij op. Gassan Diamonds was tegelijkertijd groothandel en detaillist. In 1950 had men al 23 mensen in dienst. De afgelopen 75 jaar is het uitgegroeid tot een van de belangrijkste diamant- en juwelenhandelaars in Nederland. Het familiebedrijf wordt al jaren geleid door Benno Leeser, de ongekroonde diamantkoning van Nederland.

SHELL – energie

Amsterdam was al vanaf het vroege begin slim en innovatief, maar qua energievoorziening was de in het Hollandse veenweidegebied gelegen stad, net als de rest van Nederland, tot diep in de negentiende eeuw afhankelijk van de fossiele brandstof turf. In het steeds kaler wordende Noord-Hollandse landschap was het hout van bomen niet oneindig op voorraad, terwijl klassieke windmolens in de loop van de negentiende eeuw uit de gratie raakten. In de stoomtijd schakelde de industriële wereld over op energiewinning uit verbranding van kolen. Amsterdam en de rest van het land dreigden zo afhankelijk te worden van buitenlandse brandstof. Het is geen toeval dat de opkomst van een nieuwe wereldwijde energiebron, die de stoomtijd snel naar het verleden verwees, zijn beslag kreeg in Amsterdam. In de toenmalige Nederlandse kolonie Indonesië ontdekten ze de nog vrijwel onbekende aardvloeistof olie. Dit werd getransporteerd naar Amsterdam. In 1905 startte aan de noordelijke IJ-oever een paraffinefabriek die in 1914 het Laboratorium van de Bataafsche Petroleum Maatschappij werd, niet veel later omgedoopt tot Shell. De Shell-laboratoria wisten de ruwe olie zo te bewerken dat het wereldwijd de belangrijkste brandstof werd. In de loop van de twintigste eeuw ontwikkelde Shell een waaier aan bijkomende olieproducten, zoals de plastic bierkratten van Heineken. Hoewel het wereldwijde hoofdkwartier van het olieconcern is getransformeerd tot A’DAM Toren, staat Shells nieuwe Energy Transition Centre Amsterdam (ETCA) op een steenworp afstand van waar het 120 jaar geleden allemaal begon. Willem-Alexander, toen nog prins, opende het nieuwe gebouw in 2009. Shells belangrijkste researchcentrum heeft de opzet van een bedrijvencampus. Het richt zich steeds meer op schone energie en de energietransitie. Het oogt eerder als een hoofdkantoor dan als een industrieel laboratoriumcomplex.

KESBEKE – tafelzuren

“Uitjes en zuur erbij?”, luidt steevast de vraag van elke Amsterdamse haringverkoper. Deze Amsterdamse traditie is mede te danken aan C.J.R. Kesbeke Fijne Tafelzuren, een Amsterdams familiebedrijf op het gebied van augurken en uien en zilveruitjes. Charles Kesbeke begon in 1948 in een kelder aan het Waterlooplein met een inleggerij van tafelzuur. Augurken en uien werden gewassen, gepekeld, in glazen potten verpakt en gepasteuriseerd. Via ambulante handel en in kroegen en fabrieken werden de zuurwaren als lekkernij verkocht. Het familiebedrijf wordt momenteel gerund door Oos Kesbeke (derde generatie) en zijn zoons. In 2015 won het bedrijf de Amsterdam Business Award. En twee jaar later won Oos Kesbeke de Amsterdamse Ondernemersprijs, want: ‘een creatieve en innovatieve ondernemer die de lat steeds hoger legt en zijn medewerkers dagelijks weet te motiveren.’

VAN DOBBEN – kroketten

Eetsalon Van Dobben is het verhaal van Eugenie Laaper en Aat van Dobben. Eugenie werkte als jonge vrouw in een Amsterdamse broodjeszaak waar een zekere Aat het vlees leverde. Ze werden verliefd en Aat kon een pand huren aan de Korte Regulierdwarsstraat. Ze trouwden op 28 juni 1945, de dag van de officiële opening van Eetsalon Van Dobben. De ‘croquet’ stond al vanaf het begin centraal en deze werd snel een begrip in Amsterdam. Evenals de eetsalon zelf, die steeds meer kunstenaars, bekende voetballers en diverse Amsterdammers aantrok. De bereiding van de kroketten vond plaats in de Kerkstraat. Via een fietsenmakerij tegenover de eetsalon, die telefoon had, werden bestellingen aan de keuken in de Kerkstraat doorgegeven. Warm gehouden met houtskool kwamen de in paneermeel gerolde vleesgerechten naar de broodjeszaak. Anno 2025 heeft eetsalon Van Dobben inmiddels een eigen telefoon en is het in Amsterdam (en ook daarbuiten) wereldberoemd.

Amsterdam dankt succes aan gogme

Onze hoofdstad werd in de zeventiende eeuw de belangrijkste stad van de wereld. Dat was vooral te danken aan koopmannen met gogme. Deze slimheid kun je zien als een combinatie van intelligentie, durf en het aanvoelen van andere mensen. Gogme is een Jiddisch begrip dat ontleend is aan het Hebreeuwse woord ‘chochma’. Net als veel andere Jiddische woorden is het in de Amsterdamse stadstaal terechtgekomen. Eerste helft van de 20e eeuw staat het begrip vooral in een context van slimme handel. Maar ook de straatjongenswijsheid om te weten waar je wanneer moet zijn, wat je in welke situatie moet doen. Eind 20e eeuw, als Louis van Gaal het in verband brengt met Ajax, wordt de betekenis van (spel)inzicht eraan toegevoegd.

Elke succesvolle Amsterdamse ondernemer bezit in hoge mate gogme, anders kom je met je handel niet bovendrijven op de hectische en harde markten van Amsterdam. Al in de late middeleeuwen trok de markt op de Dam, gunstig gelegen aan het IJ, handelaren en kooplieden van heinde en verre aan. Ze legden bijzonder veel gerichtheid op handel aan de dag. Met slimme manoeuvres wisten de Amsterdam koopmannen een extra gunstige economische positie te veroveren. Je kunt het tolprivilege van 1275 – dat we als de verjaardag van de stad  vieren – beschouwen als de eerste slimme handelsovereenkomst. Amsterdamse handelaars hoefden van graaf Floris de Vijfde geen belasting te betalen als ze hun goederen door het graafschap Holland wilden vervoeren. Gunstig voor de marge. Deze slimme zet werd gevolgd door een reeks van andere handige stappen. Beroemd is het mirakel van 1345. In de veertiende eeuw was Amsterdam nog altijd minder druk bezocht dan steden als Gouda, Dordrecht en Utrecht. De Amsterdamse koopmannen konden een wonder gebruiken. Even later vond ‘het mirakel van Amsterdam’ plaats. Op 15 maart 1345 ontving een stervende visser die aan de Kalverstraat woonde, van een priester een hostie. Later braakte hij die hostie uit en het braaksel werd in het vuur gegooid. De volgende dag zweefde die hostie ongeschonden boven het vuur. De getuigenverklaringen zaten zo goed in elkaar dat het wonder bisschoppelijke erkenning kreeg. Riskant, want wie vals getuigde riskeerde de doodstraf. Maar zie: na 1345 werd Amsterdam een internationaal bedevaartsoord voor rijke reizigers die verlichting van hun lijden en vergeving van zonden verlangden. Een grote impuls voor de handelsstad.

Zo legden verhalenvertellers en koopmannen uit het middeleeuwse Amsterdam de basis voor de ‘Gouden Eeuw’. Eén probleem leek echter bijna onoplosbaar: het opdringende water dat bij stormvloeden de dijken dreigde te verzwelgen. Er moest iets slims bedacht worden om die overvloed aan water te lozen. Men dacht aan grote kanalen om de stad, die het overtollig water konden afvoeren. Maar wat moet je met onoverbrugbare kanalen om je stad? Amsterdam maakte even later met verbluffende slimheid van de nood een deugd. In 1613 werd besloten tot het bouwen van de grachtengordel. De grachten kregen de vorm van een halfrond bastion. De huizen aan het water waren een magneet voor rijke koopmannen die hun herenhuizen graag bouwden nabij hun pakhuizen. De grachten waren de perfecte transportmogelijkheid naar de haven in het IJ.

Na dit geniale bouwplan bleef Amsterdam ook in latere eeuwen slim, gewiekst en innovatief. Gogme moet je overigens niet zien als academische of intellectuele slimheid, eerder als intuïtieve intelligentie. Slimheid, verstand en (spel)inzicht. Er komt ook daadkracht bij kijken. De eigenschap komt tot uiting in situaties waarin een zeker doel bereikt kan worden, bijvoorbeeld het sluiten van een deal of het spelen van een wedstrijd. Het laatste, niet geheel onbelangrijke, aspect van gogme ligt in empathie. Dit heeft bij gogme doorgaans een wat instrumenteel of opportunistisch karakter – te lief zijn hoort niet bij gogme.

And the Most Brilliant Player is… GASSAN zet uitblinkers in de spotlight
Met GASSAN als officiële celebration partner kreeg de KNVB Futsal Cup ook dit jaar een verfijnde glans. Tijdens The Finals in Rotterdam, speelde het Amsterdamse familiebedrijf een dubbele rol: als official timekeeper én als naamgever van de ‘Most Brilliant Player’-awards.
MASTERS Travel: Check in met Ivo Weyel
Twee dingen doet hij het liefst: reizen én zich in de watten laten leggen. Als geen ander weet Ivo waar je een kamer of suite moet boeken. Van een privé-eiland omringd door schildpadden tot tot afgelegen Vipp-guesthouses: dit zijn plekken waar luxe zich steeds subtieler verstopt.

Meer

And the Most Brilliant Player is… GASSAN zet uitblinkers in de spotlight
Met GASSAN als officiële celebration partner kreeg de KNVB Futsal Cup ook dit jaar een verfijnde glans. Tijdens The Finals in Rotterdam, speelde het Amsterdamse familiebedrijf een dubbele rol: als official timekeeper én als naamgever van de ‘Most Brilliant Player’-awards.
MASTERS Travel: Check in met Ivo Weyel
Twee dingen doet hij het liefst: reizen én zich in de watten laten leggen. Als geen ander weet Ivo waar je een kamer of suite moet boeken. Van een privé-eiland omringd door schildpadden tot tot afgelegen Vipp-guesthouses: dit zijn plekken waar luxe zich steeds subtieler verstopt.
Henri Tibosch van B&O over wat je wél (en juist niet) wil horen deze zomer
In aanloop naar MASTERS SUMMER EXPO spreekt MASTERS met bijzondere exposanten die deze zomer van 11 tot en met 14 juni samenkomen in Nistelrode. Deze week: Henri Tibosch van Bang & Olufsen Tibosch, het Brabantse familiebedrijf. Hij vertelt waarom gebruiksgemak de nieuwe standaard is, personalisatie belangrijker wordt en technologie deze zomer vooral níét mag opvallen.
Deze fles wijn brak alle records
Sommige flessen bewaar je voor een bijzonder moment. Andere verdwijnen linea recta in een kluis met klimaatregeling en een indrukwekkend prijskaartje. In New York werd onlangs zo’n fles geveild die eerder in de categorie ‘mythe’ thuishoorde dan in een wijnrek.
Hoog tafelen is dé tuintrend van dit moment
De zon laat zich weer zien, agenda’s vullen zich spontaan met borrels en lange avonden en ineens kijk je nét iets kritischer naar je tuin. Kan dat niet wat stijlvoller? Goed nieuws: dit zijn de trends die je tuin dit seizoen precies de juiste uitstraling geven.
Coachella 2026: wat kost een weekend festivalwalhalla in woestijn?
Aanstaand weekend staat je Instagram-feed waarschijnlijk op het punt volledig overgenomen te worden. Het eerste weekend van ’s werelds meest besproken festival, Coachella, staat voor de deur. Maar hoeveel betaal je anno 2026 eigenlijk voor zo’n weekendje woestijn en muziek?