Zeven minuten, meer hadden vier gemaskerde dieven niet nodig om het Louvre binnen te dringen en met een buit van onschatbare waarde te verdwijnen. Parijs staat op z’n kop en de kunstwereld kijkt gespannen mee. Maar hoe brutaal deze roof ook is, de geschiedenis kent (helaas) nóg grotere…
Afgelopen zondag 19 oktober werd Parijs opgeschrikt door een spectaculaire kunstroof. Vier gemaskerde inbrekers slaagden er op wonderbaarlijke wijze in om binnen enkele minuten juwelen van onschatbare waarde te stelen uit het wereldberoemde Louvre Museum.
De daders vernielden een raam op de eerste verdieping en kwamen zo terecht in de beroemde Galerie d’Apollon, waar de kroonjuwelen van Napoleon en de Franse koningen worden bewaard. Daar doorboorden zij vitrines en verdwenen binnen zeven minuten met hun buit. Volgens het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken gaat het om negen sieraden van “onschatbare waarde”, waaronder een broche, halsketting en diadeem. Twee van de juwelen zijn inmiddels teruggevonden, vermoedelijk achtergelaten tijdens hun vlucht, waaronder de beschadigde kroon van keizerin Eugénie, de echtgenote van Napoleon III.
De overige stukken blijven spoorloos. Het ministerie erkent tekortkomingen in de beveiliging en benadrukt dat het er alles aan zal doen om de kostbare stukken terug te brengen naar het Louvre.
Geschiedenis herhaalt zich
Het is niet de eerste keer dat het Louvre onderwerp is van een spraakmakende diefstal. Op 21 augustus 1911 vond een van de meest legendarische kunstdiefstallen ooit plaats. De Italiaanse museumwerker Vincenzo Peruggia wist toen de Mona Lisa uit het museum te smokkelen en hield het schilderij twee jaar lang verborgen in zijn appartement, op slechts een kilometer van het Louvre.
Bijzonder genoeg was het juist deze roof die de Mona Lisa transformeerde tot het wereldicoon dat het vandaag is.
Onopgelost mysterie
De grootste kunstroof in de geschiedenis blijft die van het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston in 1990. Twee mannen, vermomd als politieagenten, wisten in één nacht dertien meesterwerken te stelen met een geschatte waarde van ruim 500 miljoen dollar. Onder de buit bevonden zich werken van Rembrandt, Degas en Vermeer.
Tot op de dag van vandaag is de zaak onopgelost. De lege lijsten hangen nog steeds aan de muren van het museum, als herinnering aan een mysterie dat de kunstwereld blijft fascineren, en als symbool van hoop op hun terugkeer.
Geen schilderij, geen misdaad
Ook Nederland kent zijn eigen spraakmakende kunstroven. In 2012 werd de Kunsthal Rotterdam wereldnieuws toen Roemeense dieven in slechts enkele minuten zeven schilderijen wisten mee te nemen, waaronder werken van Pablo Picasso en Claude Monet. De daders werden later gearresteerd in Roemenië en kregen een gevangenisstraf van vijf jaar. De schilderijen, met een gezamenlijke waarde van zo’n 18 miljoen euro, werden echter nooit teruggevonden. De moeder van een van de daders verklaarde zelfs dat ze de doeken had verbrand, met de woorden: “Geen schilderijen, geen misdaad.”
