Met 55 jaar ervaring geldt Cor van Zadelhoff (Nieuwer-Amstel, 1938) als de onbetwiste nestor van de Nederlandse vastgoedwereld. Sinds enkele jaren ligt zijn focus op Amsterdam. Hoe ziet hij de toekomst van de hoofdstad? MASTERS spreekt hem op zijn kantoor aan de Zuidas.
Groot denken in Groot Amsterdam
We treffen de oprichter van Zadelhoff, ‘vastgoedonderneming sinds 1970’, achter een koffie op de zonovergoten patio van zijn nieuwe onderkomen aan de Zuidas. Na decennia van internationale investeringen – met de focus op Amerika, Engeland, Nederland en, in de jaren negentig, Oost-Europese landen als Polen, Rusland en Oekraïne, toen die zich wilden verwesteren – concentreert hij zich tegenwoordig volledig op Groot Amsterdam. Zadelhoff is gespecialiseerd in het bezit en herontwikkeling van karakteristiek vastgoed: van statige kantoorvilla’s aan het Museumplein tot het monumentale Havengebouw, het Burgerweeshuis en de Diamantbeurs.
Monumentale gift aan de stad
Zadelhoff draagt de stad een warm hart toe. Ter gelegenheid van het 750-jarig jubileum schonken de Zadelhoff-fondsen maar liefst één miljoen euro aan de gemeente Amsterdam. Een kwart daarvan komt uit het Zadelhoff Cultuurfonds, ter ondersteuning van culturele initiatieven van Amsterdam 750 in dit feestelijke jaar. De grootste bijdrage vanuit het Zadelhoff Fonds is echter een gedetailleerde maquette van de stad – ter waarde van ten minste 750.000 euro – die later dit jaar in de hal van het WTC Amsterdam wordt geplaatst. In een speciaal ingerichte vleugel van zijn kantoor krijgen we een indruk van het project: met behulp van achttien 3D-printers en één lasercutter werken vijf à zes man namens MVSA Architects – aangestuurd door een speciaal in het leven geroepen Directeur Maquette, Charles Durlacher, die namens het Zadelhoff Fonds deze actie coördineert – fulltime aan het nabouwen van de stad op een schaal van 1:2000, met een totaaloppervlakte van ongeveer 70 vierkante meter. Elk gebouw wordt minutieus gereproduceerd. Via interactieve technologie kunnen bezoekers straks met een simpele aanraking wijken, grachten en gebouwen laten oplichten. Een uniek eerbetoon aan de stad – meesterlijk in opzet, groots in uitvoering.
Amsterdam, hét merk van Nederland
Iemand die niet alleen zijn zaken maar ook zijn hart zo aan de stad heeft verpand als Cor van Zadelhoff, is bij uitstek de persoon die visie heeft op hoe Amsterdam zich zou moeten ontwikkelen. Terug op de patio deelt hij die visie met ons. Volgens hem moet Amsterdam zich internationaal profileren als dé vestigingsplaats voor kennis, innovatie en kapitaal. “Amsterdam is hét merk van Nederland. Voor velen ís Amsterdam zelfs Nederland. Die positie moeten we versterken en uitbuiten. Niet door te concurreren met andere steden, maar door bewust te kiezen voor eigen specialismen.” Hij pleit voor een thematische benadering. “Laat Rotterdam de havenstad blijven. Natuurlijk moet Amsterdam reparatiewerkplaatsen voor schepen bieden, zoals Damen Shiprepair, voor lokale activiteiten. Maar laat die bedrijfstak verder aan Rotterdam, zodat wij het havengebied niet hoeven uit te breiden. Want daar hebben we geen ruimte voor; die hebben we hard nodig voor woningbouw. Rotterdam moet op haar beurt niet proberen het hoofdkantoor van een, bij wijze van spreken, Morgan Stanley binnen te halen: laat Amsterdam zich toeleggen op financiële dienstverlening. Zo benut je elkaars kracht.” Het onderscheid in thema’s moet zich verder voortzetten binnen de stad zelf, vindt Van Zadelhoff. “Elke wijk een eigen thema, een eigen specialisme: zo zie ik het Amsterdam van de toekomst voor me.”
Zuidas als financiële kern
“Ik vind dat de Zuidas zich helemaal moet specialiseren in financiële dienstverlening”, stelt hij ferm. “Banken, vermogensbeheerders, advocaten – die moeten hier samenkomen. Het werkt heel goed om in dezelfde omgeving gevestigd te zijn en met elkaar een borrel te drinken. Fysieke nabijheid stimuleert samenwerking. Ik ben een groot aanbidder van H.P. Berlage, die in zijn architectuur wonen, werken en recreatie samenbracht, en een fantastische straten lay-out heeft gemaakt, met brede lanen zoals Minervalaan en Apollolaan. Je móét elkaar zien. Zaken ontstaan door ontmoetingen, niet door thuiswerken op vrijdag.” Dat de gemeente het Erotisch Centrum aan de zuidkant van station RAI wil neerzetten, vindt hij een complete mismatch. En bovendien een volkomen zinloos en achterhaald initiatief: “Ten eerste willen de sekswerkers op de Wallen zo’n centrum helemaal niet. Ten tweede ontbreekt de noodzaak. Niet dat ik deskundige ben, maar ik begrijp dat wat buiten het centrum gebeurt, zich al in hotels afspeelt – dat is de praktijk. Kortom: dat hele Erotisch Centrum is een farce. Streep erdoor! Ik hoop van harte dat de burgemeester terugkeert op haar schreden en bij nader inzien dit in heroverweging wil nemen: het is een niet-noodzakelijke investering, die bovendien moeilijk rendabel te maken is als je ziet wat het allemaal gaat kosten.” Bij de gemeente vonden wij nog geen enkele serieuze begroting. Wel zou volgens VVD-fractievoorzitter Daan Wijnants het project al kampen met een ongedekte overschrijding van 600 tot 800 miljoen euro.
Medisch Centrum West
Van Zadelhoff ziet in West de perfecte locatie voor de zorgsector, mede door de nabijheid van Schiphol, want: “Zorg is internationaal aan het worden. Kijk maar naar Acibadem International Medical Center. Dit Turkse zorgbedrijf doet het hartstikke goed, waardoor de wachttijden worden verlicht en hiaten opgevuld. In Slotervaart zitten een boel bedrijven die tussen ziekenhuis en private inzitten, die springen in op de krapte in deze sector. Want het bedrijfsleven wacht niet op wachttijden. Dr. Igor Tulevski met zijn Cardiologie Centra Nederland ontlast het Amsterdam UMC, Lassus Tandartsen doet dat met het vastgelopen tandartsennetwerk in de stad. Dus alle zorg naar West en laten we proberen de werknemers daar te huisvesten volgens het systeem van de vroegere ‘arbeidershuisjes’. Zoals je de zogenaamde ‘kruithuizen’ had bij de voormalige kruitfabriek in Ouderkerk aan de Amstel en de glashuisjes bij fabriek de Glashut in Loenen aan de Vecht.” In Slotervaart ontwikkelt zijn bedrijf, in samenwerking met zijn buren – het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, zorgorganisatie Cordaan en bloedbank Sanquin –, een ambitieuze zorgcluster met honderden woningen, waaronder een ‘Zusterhuis’. De bouw van dit Zusterhuis, voor huisvesting van onder anderen zorgpersoneel van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, begint volgend jaar, en maakt deel uit van De Plantijn: een plek die Amsterdam een nieuwe impuls geeft met een moderne, hoogwaardige en betaalbare zorg-werk-woon bestemming. “Fantastisch toch?”
Metervreters
Amsterdam-Noord lijkt hem vooral geschikt voor administratieve grootgebruikers, ‘metervreters’ zoals hij de verzekeraars, pensioenfondsen en backoffices noemt. En bovendien, samen met het relatief nieuwe IJburg, een uitstekende woonwijk. Amsterdam heeft tenslotte veel woningen nodig. Zuidoost ziet hij als het centrum van entertainment. “Als President-Commissaris heb ik aan de wieg van de bouw van de Johan Cruijff ArenA mogen staan, een multifunctioneel stadion dat als een magneet werkt op de entertainmentindustrie. Ziggo Dome, AFAS Live en Pathé Arena hebben zich naast het stadion gevestigd, omdat men weet dat die elkaar bevruchten – en ik ben een groot voorstander van kruisbestuiving.” Tot slot benadrukt Van Zadelhoff het belang van historisch besef in de binnenstad. “Behoud culturele instellingen, kleinschaligheid en servicegericht ondernemerschap, vasthoudend aan de historie, met podia als Koninklijke Theater Carré, de Stadsschouwburg, De Kleine Komedie en de Oude Kerk. Autoluwte komt vanzelf. Wie wil er nu met de auto de ontoegankelijke binnenstad ingaan, waar je maar 30 km/h mag rijden en je je scheel betaalt aan parkeerkosten, áls je al een parkeerplek vindt? Nee, dat lost zich vanzelf op. Als ik in de binnenstad moet zijn, neem ik een taxi met een tramrailvergunning – dat scheelt echt twintig minuten.” Zijn slotvisie is even helder als inspirerend: “Amsterdam moet zich organiseren als een mozaïek van krachtwijken. Elk met een eigen profiel, gericht op de toekomst maar geworteld in historie. Wij dragen daaraan bij met duurzame herontwikkeling van betekenisvolle gebouwen met onvoldoende economisch draagvlak. Dat is ons erfgoed – én onze missie.”

