In een serene baai aan de rand van Monaco herrees in de jaren dertig een villa waar eenvoud en elegantie elkaar vonden. La Pausa, het mediterrane toevluchtsoord van Gabrielle ‘Coco’ Chanel, is na decennia van stilte in ere hersteld, met behoud van haar ziel én onmiskenbare stijl.
De Franse Rivièra in de jaren twintig was het toneel van artistieke geesten en wereldberoemde schrijvers. Te midden van deze bonte enclave vond Coco Chanel haar toevlucht in Roquebrune-Cap-Martin. Ze kocht er een roze bungalow op een vijf hectare groot domein vol lavendel en olijfbomen. Haar villa, La Pausa, werd een subtiele ode aan haar jeugd in het sobere klooster van Aubazine.
Minimalisme met gouden randje
Geen uitbundige ballrooms dus: Chanel koos voor kale muren, symmetrische lijnen en een gedempt palet dat haar minimalistische visie ademde. De grote hal met kroonluchter en Venetiaanse spiegel was slechts één van de stille statement pieces.
Chanel ontving er Salvador Dalí, Pierre Reverdy en Luchino Visconti. Dansavonden eindigden pas als de zon weer boven Menton opkwam. Maar na de oorlog liet ze La Pausa achter zich. In 1953 verkocht ze het huis, inclusief inboedel, aan uitgever Emery Reves. Pas tien jaar geleden kwam het weer terug bij het modehuis Chanel.
Architect Peter Marino, al decennia verantwoordelijk voor Chanels boetieks, blies de villa nieuw leven in, zonder de geest van 1935 uit het oog te verliezen. Meubels werden opgespoord op veilingen of gereproduceerd. De badkamers kregen spiegels van vloer tot plafond, de bibliotheek herwon haar eiken lambrisering.



