Een weekendje Maastricht? Maak daar een láng weekend van, want in de hoofdstad van Limburg klotst de lokale wijn tegen de kades op, zijn de straten geplaveid met vlaaien, schitteren Michelinsterren aan het hemelgewelf… En roep je ‘brand!’, dan komen ze met bladen bier naar buiten gehold. Een feest voor fijnproevers! Naast een uitgebreid culinair aanbod kent de stad een royaal cultureel programma, telt maar liefst 1.667 monumenten én kan, als een van de eerste fabriekssteden van het land, bogen op een rijk industrieel erfgoed. MASTERS gidst je door Mestreech, een verrijkende & verrukkelijke onderneming. “Bránd!”
Maastricht is een stukje buitenland tussen de grenzen. Want met een (lang) weekend in deze vrolijk-bruisende stad ben je er net zo uit als wanneer je op stedentrip in den vreemde bent. Zeg ik stad? Met een kleine 125.000 inwoners voelt het aan als een dorp. En daarvan zitten er 25.000 in de studiebanken, allemaal jongeren die het leven willen ontdekken. Op mijn eerste avond puilen de kroegen uit, zijn de terrassen vol, de glazen snel weer leeg. Er wordt gelachen, geflirt, gelééfd. De hartslag van Maastricht is die van de ontluikende tiener. Hoewel het Vrijthof bekendstaat als het epicentrum van de stad, begin ik mijn ontdekkingstocht in Wyck, een van de zeven centrumbuurten van Maastricht. Daar leg ik een stevige bodem in Bouchon d’en Face, ‘het fijnste Franse restaurant van Nederland’, waar de bestelling wordt opgenomen door een Franssprekende bediende. Het is kiezen tussen klassiekers als Escargots de Bourgogne, Bouillabaisse, Côte à l’Os en Confit de Canard, en desserts als Dame Blanche en Crème Brulée au Grand Marnier. “C’était délicieux, merci beaucoup!” Voor een digestief ga ik naar de honderd meter verderop gelegen, recent geopende, Founders Bar, die deel uitmaakt van Beaumont Hotel Maastricht, dat met vier opeenvolgende generaties een van de oudste onafhankelijke familiehotels van Nederland is. De huidige vierde generatie, Jean-Marc en Christophe Beaumont, verwelkomde Gunay Uslu, voormalig staatssecretaris Cultuur en Media, toen zij hier een suite had geboekt voor de opening van de Nederlandse Dansdagen. In de Founders Bar zelf wordt niet gedanst. Je waant je in een hotelbar in Parijs uit de jaren twintig van de vorige eeuw, met intieme zithoeken verdeeld over verschillende vertrekken. Naast een breed assortiment aan cocktails en sterke dranken vind je hier een unieke wijnkaart met ruim vierhonderd selecties. Een plek waar het zomaar heel erg laat kan worden. Alleen moet ik de tijd in de gaten houden, aangezien ik afhankelijk ben van het OV: mijn weekendtas staat in Buitenplaats Vaeshartelt in het hart van de landgoederenzone, op een half uur rijden met de bus van Maastricht. En de laatste bus terug vertrekt al om half elf. Volgens het spoorboekje dan. De uitdrukking e Mestreechs keteerke, ‘het Maastrichts kwartiertje’, verwijst ernaar dat een vertraging van vijftien minuten sociaal geaccepteerd is. Dát is Maastricht: rustig aan, relaxed, alle tijd. Niet rennen, maar lopen. Of, in mijn geval, de bus nemen.
Pottekeuning
De volgende ochtend hult de zon het landgoed in een warme gloed. Het landgoed waar koningen hebben gejaagd, belangrijke militairen zijn verbleven, welvarende families hebben gewoond. Een van de meest illustere bewoners van Buitenplaats Vaeshartelt was Petrus Regout (1801-1878). Hij geldt als de pater familias van de Maastrichtse ondernemersfamilie Regout en was de grondlegger van de kristal-, glas- en aardewerkfabriek Sphinx, wat hem de bijnaam ‘pottekeuning’ opleverde. In 1851 kocht deze grootindustrieel het buitenverblijf van koning Willem II. In de jaren die volgden liet hij er onder meer een rooksalon bouwen en een Engels landschapspark aanleggen, compleet met bomenlanen, binnentuinen, waterpartijen, fruitgaarden, een bijenpaviljoen en een theekoepel – een soort mini-Versailles. Tot op de dag van vandaag is het park intact gebleven. Vaeshartelt bleef meer dan een eeuw eigendom van de familie. Tegenwoordig wordt het 21 hectare omvattende buitenverblijf geëxploiteerd als locatie om te overnachten, eten, drinken, vergaderen en feesten. Volgens Managing Director Paul Janmaat komen hier jaarlijks tegen de 300.000 mensen over de vloer, die een omzet genereren van 7,5 à 8 miljoen euro. Daarvan gaat bijna een miljoen per jaar op aan onderhoud. “Duurzaamheid is een van onze doelstellingen, want we hebben iets te doen in de wereld van nu.” Daarom heeft hij hier Dutch Cuisine geïntroduceerd. “We maken onze eigen wijn, oogsten onze eigen groenten, brouwen ons eigen bier en kweken oesterzwammen.” Deze oesterzwammen vormen het hoofdingrediënt van de plantaardige bitterbal die hier ’s avonds op de borrelplank ligt. En het stopt niet met de ‘zwambal’: in de boerderij op het landgoed komt een boetiekhotel met botanisch restaurant onder leiding van Luc Kusters van Bolenius*, grondlegger van de Dutch Cuisine. De plannen zijn groot, de missie lofwaardig. Die wordt mooi verwoord in de opening van de spijskaart van het inpandige restaurant: ‘Wat je nu in handen hebt is niet zomaar een menukaart: dit is een stapje in de goede richting naar een betere wereld.’
Historisch logement
Duurzaam ondernemen maakt ook deel uit van de strategie en bedrijfscultuur van Oostwegel Collection, dat het goede voorbeeld geeft door jaarlijks initiatieven zoals World Environmental Day of Build Back Biodiversity te lanceren. Tot het portfolio van het familiebedrijf behoort Restaurant Château Neercanne*, dat gesitueerd is in het gelijknamige, prachtig gerestaureerde 17e-eeuwse landgoed. Bij lekker weer – en dat is het! – is het daar paradijselijk lunchen op het terras, met uitzicht over de Jekervallei en de UNESCO-baroktuinen van het kasteel. Voorafgaand laat ik me door restaurantmanager Maarten van Vliet rondleiden door de eigen kleur-, geur- en smaaktuin. 20 procent van de groenten die het restaurant serveert komt hier vandaan, de rest wordt geleverd door lokale boeren. Maarten was voorheen barmanager bij The Dylan in Amsterdam. “Toen ik hier voor het eerst naar het restaurant fietste, moest ik gewoon huilen: de schoonheid, de natuur, de rust – zó mooi! Dit is wel even andere koek dan de Keizersgracht, haha.” In de schaduw van een parasol geniet ik even later van een koel biertje, Brand Heritage Blond. Het verkwikkende gerstenat is exclusief gemaakt in samenwerking met Brand, dat het kasteel vroeger bezat, met toevoeging van eigen appels uit het fruitarboretum van Château St. Gerlach, dat ook tot de Oostwegel Collection behoort. Vervolgens word ik verwend met ‘Gepocheerd ei uit het Jekerdal met gestoofde spinazie uit de moestuin, mousse van oude kaas en zomertruffel’, ‘Roodbaars met seizoengroenten’ en ‘Crème brûlée van dragon, met vers zomerfruit en yoghurtijs van de IJsbaas uit Margraten’. De gerechten worden begeleid door Hommage – Camille en Hommage – Judith, volfruitige wijnen van St. Martinus, een domein uit het nabijgelegen bergdorpje Vijlen dat met regelmaat is uitgeroepen tot beste wijngaard van de Lage Landen. De etiketten op beide flessen, een eerbetoon aan de oprichters van Oostwegel Collection, zijn ontworpen door Françoise, de kleindochter van Camille sr. en Judith. Zij tekende ook voor het design van de kroonluchters in de zeven door interieurarchitect Roelfien Vos ontworpen suites van Château Neercanne, die zijn gehuisvest in het historische logement en sinds het eerste kwartaal van 2024 te boeken zijn. Aanrader: de Superior Garden Suite, die met 69 vierkante meter de grootste is. Het verblijf heeft een open slaapkamer met een super kingsize bed in de authentieke kasteeltoren, met een privétuinterras en uitzicht op het platteland.
110.000 stokjes
De druiven van de wijn die de roodbaars vergezelt, De Apostelhoeve Cuvée XII 2023, stammen letterlijk van de heuvel next door. Net als Oostwegel Collection is De Apostelhoeve een familiebedrijf. In 1970 legde fruitteler Hugo Hulst een wijngaard aan op de Louwberg, die met een bodem bestaande uit kalk, kiezel en mergel met daaroverheen een laag löss, uitermate geschikt is voor het verbouwen van druiven. Daartoe werd hij gestimuleerd door zijn moeder, die zei: ‘Als ik een fles opentrek, moeten er twee nieuwe bij.’ Drie jaar later leverde de eerste oogst 1.400 flessen wijn op. Tegenwoordig produceert De Apostelhoeve jaarlijks gemiddeld 180.000 flessen, met vorig jaar als uitschieter 220.000 exemplaren. ’s Lands oudste wijndomein wordt momenteel gerund door Hugo’s zoon Mathieu en de derde generatie Gilbert en Robin, terwijl hun moeder Jilka de administratie voor haar rekening neemt. Het verschil tussen de generaties? “Ik ben als een boer opgevoed”, aldus Mathieu. “Mijn zoons voelen zich makkelijker tussen de mensen en zijn thuis in social media.” De groei van zijn bedrijf heeft volgens hem mede met de huidige klimaatverandering te maken. “Vroeger begonnen we niet voor 10 oktober met plukken, nu doen we dat al begin september omdat de wijn anders te alcoholisch wordt en suiker moet worden toegevoegd.” Het domein beslaat 30 hectare, waar vijf verschillende druivensoorten zijn aangeplant: Müller-Thurgau, Auxerrois, Riesling, Pinot Gris en Viognier. Werd vroeger met de hand geplukt, nu gaat dat machinaal. “Had je eerst vijfentwintig mensen nodig om één pers te vullen, nu doet een oogstmachine dat in een uur. Mede daarom hebben we kunnen uitbreiden van 700 naar 110.000 stokjes.” De ambitie ligt echter niet in toenemende getallen, meent Mathieu. “Het gaat om kwaliteit. Alles wat we doen, moet bijdragen aan de kwaliteit. Dat is leidend. En dan zien we wel waar het naartoe gaat.” Tijdens een proeverij met onder meer een Pinot Gris 2022, een Viognier 2023 en een Riesling 2021 (“de aristocraat onder de witte wijnen. Net als rode wijn kun je Riesling twintig jaar lang op smaak laten komen”) vertelt Mathieu dat De Apostelhoeve ontdekt is door twee champagnehuizen die met hem willen samenwerken. “De vraag naar champagne blijft toenemen, dus zoeken ze nieuwe gronden. En de grond hier is perfect, want die bestaat voor 98 procent uit kalk.”
Arabische piraten
Tot de intrede van de baksteen in 1880 was kalksteen een gewild bouwmateriaal en dat verklaart de kalksteengroeven in Zuid-Limburg. Tussen 1860 en 1960 trokken scholastieken en theologanten van de Jezuïetenorde op hun vrije woensdag ter ontspanning de groeve van de Cannerberg in, iets ten zuiden van Maastricht. Zij maakten er tekeningen, schilderijen, sculpturen en beelden, wat resulteerde in een unieke verzameling kunstwerken. Met een temperatuur van slechts 10 graden is het in de berg een stuk koeler dan erop, en dus luidt de dresscode voor de mergelgrot in de zogeheten Jezuïetenberg ‘een dikke jas’. Voordat we de grot betreden, corrigeert gids Henk: “Het is geen mergel, geen grot en geen berg: het is pure kalksteen, een groeve en een berg moet per definitie driehonderd meter boven zijn omgeving uitsteken en dat doet deze niet.” De Jezuïeten hebben hier maar liefst 330 kunstwerken aangebracht, wat het maakt tot een buitenaards onderaards museum. Street Art avant la lettre! Met een grote variatie: van een nijlpaard tot een kerststal, van een Ollie B. Bommel-achtig tafereel tot Romeo & Julia, van sprookjestaferelen tot Christusfiguren. Boven de grond is ook veel kunst te vinden. Het aanbod van musea in Maastricht is enorm: Galerie MOA, het Natuurhistorisch Museum, het Museum of Illusions… en niet te vergeten Bonnefanten. Met de raketvormige toren aan de Maas is het museum voor beeldende kunst, gelegen aan Avenue Céramique (de hele wijk was vroeger één grote keramiekfabriek), een van de moderne landmarks van de stad. Het imposante gebouw – met als blikvangers de met zink beklede koepeltoren en de Treppenstraße die naar de tentoonstellingsruimten leidt – herbergt verschillende expositieruimtes. Zo loop ik langs Maps of the New World van Stanley Donwood en voormalig Radiohead-voorman Thom Yorke, die zich voor hun kunst hebben laten inspireren door 15e-eeuwse zeekaarten van Arabische piraten en topografische onderzoeken van het Amerikaanse leger uit de jaren veertig. Een andere tentoonstelling die indruk maakt is Dream On, kunst die ondanks de huidige grimmige staat van de wereld hoop geeft door een plek te claimen voor gemarginaliseerde groepen en verdwenen culturen. Over gemarginaliseerde groepen gesproken: Matgorzata Mirga-Tas, een Poolse kunstenares die behoort tot de Roma, geeft met haar wandvullende textiele werken een intieme weergave van de geschiedenis en cultuur van dit nomadische volk. Tot 4 mei vormt Met behoud van karakter het hoofdaffiche van Bonnefanten: een eerbetoon aan het verzamelaarschap van Marlies en Jo Eyck. Het is voor het eerst dat de collectie (147 werken, 60 kunstenaars) van dit Limburgse echtpaar in zijn volle omvang wordt tentoongesteld.
Limburg Biënnale
Marres, Huis voor Hedendaagse Cultuur, besteedt aandacht aan lokale kunst, en wel middels de Limburg Biënnale. Elke twee jaar mag iedere Limburger een kunstwerk insturen dat wordt gejureerd. In 2024 waren er maar liefst 1.600 inzendingen. Elk jurylid vult een van de kamers van dit voormalige pand van bierbrouwersfamilie Marres met de kunstwerken die hij of zij uitkiest. “Het idee achter dit initiatief is om Limburgse kunst een boost te geven”, legt medewerker Julie Cordewener uit. Marres is veel kleiner en huiselijker dan een Bonnefanten en heeft nog klassieke elementen als een trap en een schouw. Het voelt alsof je door iemands woonhuis loopt, van kamer naar kamer, langs 360 geselecteerde kunstwerken. Achter het monumentale herenhuis ligt de grootste openbare tuin van Maastricht: duizend vierkante meter met fruitbomen, een moestuin, een kas, een ijshuis (een soort prehistorische koelkast) en heel veel tafels waaraan het in het zonnetje goed smullen is van de mediterrane en Midden-Oosterse gerechten die er worden geserveerd (van babaganush tot gerookte aubergine met yoghurt en falafel tot tortellini gevuld met gorgonzola). Marres is méér dan Art, het is ook Garden en Kitchen. “We willen echt een thuis zijn, een ontmoetingsplaats.” Ook het Fotomuseum aan het Vrijthof is gesitueerd in een voormalig woonhuis, het Spaans Gouvernement. Naar verluidt is dit het oudst bewaard gebleven woonhuis van Maastricht (de eerste vermelding dateert uit 1333). Het gebouw dankt zijn naam aan keizer Karel V, die vanuit hier als koning van Spanje regeerde. Nu zwaait fotografie de scepter in de woning, van fotografen als Humberto Tan, Soren Solkjaer, Terry O’Neill en Alison Jackson, die er onlangs hebben geëxposeerd. In maart is het de beurt aan Jimmy Nelson met zijn rondreizende tentoonstelling Ode aan Nederland.
Eve è drenkske doen?
Deze ode aan Maastricht krijgt een vervolg in een van de bekendste cafés van Nederland: In den Ouden Vogelstruys, op een (kalk)steenworp van het Fotomuseum. Het uit 1730 stammende drinklokaal staat bekend als de hoeskamer vaan Mestreech. In het knusse bruine café ruik je de geschiedenis, naast de geur van verschaald bier. Eve nao de Struys hoort erbij wanneer je in Maastricht bent. Maar voor wie het niet zo bruin hoeft, is Café Zondag aan de Wijckerbrugstraat een fijn alternatief. Een intieme chill spot met vooral vaste klanten en een unieke kaart met onder meer kersensap uit Limburg, huisgemaakte limonades, Bijdehand Honingbier uit Heerlen, Maneblusser uit Mechelen en allemaal zelf gemaakt heerlijkheden: panini’s, croissantjes, bagels, brezels, scones, muffins… Alleen de vlaaien worden aangeleverd, door bakkerij Mathieu Hermans. “Dit is de leukste kroeg van de stad”, onderstreept medewerkster Hannah, terwijl ze een dubbele espresso voor mij maakt. “Ik kwam hier als student altijd ontbijten. En nu sta ik zelf achter de bar.” Ze heeft net haar studie Psychologie afgerond en bezint zich nu op de volgende stap. Haar collega Rebecca kwam ook voor een studie naar Maastricht, Liberal Art and Sciences. “Wat ik ooit zou willen? Mijn eigen restaurant met zelfgemaakte groenten, zoals Landgoed Heerdeberg in Cadier en Keer, met een moestuin, kruidentuin en eigen runderen en varkens. En respect voor de kringloop van het leven: de natuur zorgt voor ons, wij zorgen voor de dieren en de aarde om ons heen.”
Heel Maastricht bakt!
In de negentiende eeuw was Maastricht de eerste echte industriestad van Nederland, met dank aan het groeiende aardewerkimperium van Petrus Regout. In 1860 is ruim 35 procent van de Maastrichtse bevolking werkzaam in de industrie. Tot halverwege de twintigste eeuw is Sphinx de grootste werkgever van Maastricht. Daar komt een einde aan na eerst een fusie en vervolgens de overname door het Finse Sanitec, waarna een paar jaar later Koninklijke Sphinx (in 1959 kreeg het dit predicaat) de deuren sluit. Vanaf 2020 verdwijnt ook de merknaam en wordt deze vervangen door de naam van de nieuwe eigenaar: Geberit. Waar vroeger de fabrieken stonden, is nu het Sphinxkwartier verrezen. Daar gaan industrieel en cultureel erfgoed hand in hand met innovatie en vernieuwing. De voormalige fabrieken zijn nu het decor voor creatieve en culturele ondernemers en verrassende projecten. In het oude Sphinx-magazijn bevindt zich de Muziekgieterij, zeg maar het Maastrichtse Paradiso, een fabriek is omgetoverd tot The Student Hotel, in de oude energiecentrale zit Lumière Cinema, je hebt er designparadijs Loods 5, in de opgeknapte werfkelders vind je restaurants, galerietjes en terrassen… Ondanks een nieuwe eigentijdse invulling zijn de sporen van het industriële erfgoed in de meeste Sphinx-panden duidelijk zichtbaar gebleven. Zo ook in de toonzaal van de voormalige fabriek, waar Bureau Europa nu is gevestigd. Directeur-bestuurder Floor van Spaendonck roemt de enorme ondernemingsgeest van Sphinx: “Serviezen en wc-potten gingen vanuit hier de hele wereld over.” Haar bureau is een platform voor architectuur en design dat zich met exposities, lezingen en wandelingen richt op het ontwerp van de ruimte. “De grote bouwopgaves, impact van de klimaatveranderingen en verduurzaming stellen ons voor veel ontwerpuitdagingen. Meer dan ooit is het noodzakelijk de ruimte om ons heen goed te begrijpen”, definieert zij het uitgangspunt. Geschiedenis, cultuur, waanzinnige oplossingen en fascinerende verhalen: deze achtergronden worden verteld bij Bureau Europa, dat 2024 afsluit met Heel Maastricht Bakt!, een architectonische bakwedstrijd waarbij inwoners worden uitgedaagd om de huizen en gebouwen van Maastricht na te bakken en daarmee de discussie over architectuur aan te wakkeren.
Van industriestad naar kennisstad
Geschiedenis en cultuur komen ook samen in de Sphinxpassage, waar de rijke historie van Sphinx en de Maastrichtse keramiekindustrie is uitgebeeld: in deze 120 meter lange overdekte passage brengen bijna 30.000 tegels het verleden van het bedrijf in woord, beeld en objecten tot leven. Niet alleen de afname van werkgelegenheid binnen Sphinx, maar ook de mijnsluitingen in Limburg in de jaren zestig en zeventig zorgen voor economische achteruitgang. Daarop besluit de regering dat Maastricht als een vorm van vervangende werkgelegenheid een universiteit krijgt. In 1974 gaat de Rijksuniversiteit Limburg (sinds 1996 Universiteit Maastricht) van start. De komst van de universiteit leidt tot een grotere diversificatie van de lokale bevolking en een toenemende internationalisering. Geleidelijk aan vindt een transformatie plaats van industriestad naar kennisstad. Ook de komst van het MECC en een aantal Europese instituten draagt daaraan bij. Met het academisch ziekenhuis van Maastricht is de universiteit anno nu de grootste werkgever van Limburg. Wat opvalt bij een wandeling door de stad is dat menig faculteit in een monumentaal pand is gevestigd. Het hoofdbestuur van de universiteit is gezeteld in het Tweede Minderbroedersklooster, de Faculteit der Rechtsgeleerdheid in wat voorheen het Gouvernementsgebouw was, het Studenten Service Centrum in het Bonnefantenklooster, de campus in de Tapijnkazerne van de oud-garnizoensstad en de Toneelacademie is gevestigd in een gebouw aan de Lenculenstraat dat ooit was opgericht als weeshuis: ouders konden hun ongewenste borelingen daar door een luik kwijt. Over drama gesproken…
Zwevend restaurant
Niet alle kerken en kloosters in Maastricht hebben een universitaire bestemming gekregen. In de eeuwenoude Dominicanenkerk zetelt boekhandel Dominicanen, met de leestafel passend in de vorm van een groot kruis. En het 15e-eeuwse Kruisherenklooster biedt onderdak aan het met vijf sterren geclassificeerde Kruisherenhotel (ook van Oostwegel Collection). Samen met de monumentale gotische kerk is dit complex getransformeerd tot designhotel. De architectonische contrasten tussen verleden en heden komen overal in het hotel tot leven. Via een spectaculaire koperen gang kom je de voormalige kloosterkerk binnen, waar je blik meteen naar de hoge gewelfde plafonds wordt getrokken. Moderne kunst siert de uit mergelblokken opgetrokken wanden, het lichtspel met moderne kroonluchters is een ontwerp van Ingo Maurer. De hoogte van de kerk is optimaal gebruikt: op de begane grond vind je de wijnbar, tussen de eeuwenoude buitenmuren een prachtige pandhof, midden in de ruimte zwevend restaurant Spencer’s, en een lift brengt je nog een verdieping hoger, waar je een geweldig zicht hebt over de hele kerk. Je vergaapt je aan de kunst en kunt ook zelf creatief aan de slag: in samenwerking met atelier De Glazerij biedt het hotel gasten de mogelijkheid om deel te nemen aan exclusieve glas-in-loodworkshops, terwijl ze zich ook kunnen aanmelden voor aquarellessen van Françoise Oostwegel. De zestig suites zijn geïnspireerd op de voormalige kloostercellen. Het samenspel van geschiedenis, design, muziek, kunst, gastvrijheid en expertise is indrukwekkend. Dit is een hotel waar je wilt verblijven, niet in de laatste plaats vanwege de ligging: midden in het centrum. Wil je liever buiten Maastricht verblijven, dan kun je vanaf maart ook kiezen voor het gloednieuwe Van Oys Maastricht Retreat. Net als Kruisherenhotel gewaardeerd met vijf sterren en gevestigd in een monumentaal gebouw, Kasteel Oost in Eijsden. De duiding ‘Green luxury and hospitality’ geeft aan welke richting is gekozen. Met het concept willen de eigenaren Michel en Léon Maes aansluiten bij het Cìttaslow-concept, waarin duurzaamheid een grote rol speelt. Pascal Jalhay, bij restaurant Vermeer ooit de jongste tweesterrenchef van Nederland, wordt Culinary Director bij Van Oys. En in het fine dining restaurant worden de gasten ontvangen door Guido Braeken, die Julemont naar twee sterren heeft gekookt. Het interieur van crEATe is ontworpen door de gerenommeerde architect Paul Linse. Een andere leuke optie om te overnachten is Cousins Boutique Hotel in het rustige Statenkwartier, een initiatief van de twintigers Joe Pereboom en Jean van der Heijden, neven van elkaar. “We hebben met elkaar in de zandbak gespeeld, op dezelfde scholen gezeten, zijn onafscheidelijk van elkaar opgegroeid. Toen we een jaar of dertien waren, kwamen we op het idee om ooit samen een hotel te openen. Tien jaar later al was het zover.” Omstreeks de jaren veertig van de vorige eeuw was hier de hoedenfabriek gevestigd van de Schotse familie Campbell. Dat verhaal hebben ze centraal gezet in de hele storytelling. De zeven hotelkamers zijn vernoemd naar de Schotse familieleden van toen – Arthur, Jack, Grace, Rose… – en de interieurstijl is vertaald naar de industriële look van een kleine eeuw geleden. Het hotel is nu twee jaar open en werd in 2023 uitgeroepen tot beste nieuwe boetiekhotel NL. Petje af!
Vagevuur
Samen met Nijmegen behoort Maastricht tot de oudste steden van het land. Uit opgravingen is af te leiden dat de stad al vóór de Romeinse bezetting van de Lage Landen bewoond was. Maastricht, dat kan bogen op maar liefst 1.667 monumenten, is als een opengeslagen geschiedenisboek. Neem de beide stadswallen. De eerste werd in de dertiende eeuw gebouwd. Van deze 2,4 kilometer lang muur resteren nog aanzienlijke delen, waaronder de Helpoort (de oudste stadspoort van Nederland), een complete waltoren en een tiental fragmenten met een totale lengte van circa 750 meter. De oude ommuring loopt langs de Jeker. Wandelend over een pad op de muur heb je een fraai uitzicht over de stad aan de ene en het stadspark aan de andere kant. De tweede stadswal werd twee eeuwen later gebouwd om de rijke stedelingen te beschermen die buiten de eerste wal gingen wonen om meer ruimte te hebben. In de middeleeuwen was Maastricht een trekpleister voor pelgrims die het graf van Sint Servaas wilden bezoeken, de eerste, historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden en de patroonheilige van Maastricht. Het silhouet van de stad werd gedomineerd door de torens van de vele kloosters, kapellen, basilieken en parochiekerken. En later ook door fabrieksschoorstenen: een spannende mix van monumentaal en industrieel. Ook spannend: de ligging van de protestante Sint Janskerk pal naast ’s lands oudst bestaande kerk, de katholieke St. Servaas basiliek (met opvallend rode verflaag – de kleur van het St. Servaas kerkbestuur – om de zachte mergelstenen enigszins tegen weersinvloeden te beschermen). De twee geloofsbolwerken worden slechts gescheiden door een weg, die met gevoel voor humor Het Vagevuur wordt genoemd. Zoals de naam Helpoort lijkt afgeleid van het feit dat in het straatje achter de poort eertijds de rosse buurt gelegen was, waar men ‘hel en verdoemenis’ over zich afriep. En de Heksenstraat? Die ontleent haar naam niet aan heksen, maar aan de familie Hex die daar woonde. De Zakstraat was een doodlopende straat in de tijd dat de Fransen de straten een naam gingen geven. Cul de Sac (‘doodlopende straat’) werd door de Maastrichtenaar verbasterd tot Kuuldezakstraot, later Zakstraat. De naam Stokstraat, tot slot, is afgeleid van truncus, stok of boom in het Latijn. Dit verwijst naar de boom die ter plekke heeft gestaan en waaronder recht werd gesproken. Tegenwoordig staat de Stokstraat bekend als de P.C. Hooft van Maastricht. In de monumentale gebouwen hier vind je internationale designers, traditionele edelsmeden, luxe lingerie, een ambachtelijke chocolatier… Ook is het leuk winkelen in de Wolfstraat, waar je zeker even moet binnenstappen bij Blanche Dael, dat daar sinds 1878 gevestigd is. Hier vind je de lekkerste theemelanges en koffiesoorten (probeer de Mestreechter Mocca). En ga zeker, via het gezellige Onze Lieve Vrouwenplein en de Koestraat, langs Bakkerij & Smaaklokaal De Bisschopsmolen, dé plek om een vlaai te halen, die daar ambachtelijk gemaakt wordt van lokale ingrediënten. Maastricht is de perfecte plek om te genieten van het goede leven, een walhalla voor fijnproevers, een openluchtmuseum voor cultuurliefhebbers, een bedevaartsoord voor de moderne industrieel. Een lekker lang weekend of juist doordeweeks, wanneer de stad bruist met locals en het Vrijthof niet is ingenomen door toeristen. Net voor sluitingstijd haal ik bij De Bisschopsmolen een kruisbessen- en appel-notenvlaai. En neem een klein stukje Maastricht mee naar huis.



