Omringd door de iconische zwart-witbeelden van Bastiaan Woudt werd op zijn stijlvolle stand zijn nieuwste werk onthuld. Dat werd tijdens MASTERS EXPO voor het eerst aan het publiek getoond, al sprak hoofdredacteur Bart-Jan Brouwer de fotograaf eerder al in zijn 1.200 m² grote studio in Alkmaar.

Fotograaf Bastiaan Woudt (1987) brak internationaal door met zijn grafische zwart-witbeelden vol contrast en stilte. Vanuit zijn 1.200 vierkante meter grote studio in Alkmaar runt hij niet alleen zijn eigen galerie, maar ook uitgeverij 1605 Collective. Een kunstenaar met het brein van een ondernemer. Over autonomie, de kracht van eenvoud en het verkennen van de zwart-witwereld.
Je begon ooit in een kleine studio in Alkmaar. Wanneer dacht je voor het eerst: dit wordt groter dan ik ooit had durven dromen?
“Dat is heel organisch gegaan, er is niet één moment geweest. Ik had eigenlijk meteen een vliegende start. In 2016 begon ik met niets, en in 2020 werd ik al vertegenwoordigd door vier galeries. Datzelfde jaar richtte ik mijn eigen uitgeverij op, 1605 Collective, en groeiden we niet alleen in ruimte, maar ook in mensen.”
Had je dit voor ogen toen je je eerste camera kocht?
“Nee, absoluut niet. Sterker nog: het was helemaal niet de bedoeling dat ik überhaupt iets met fotografie zou doen. Ik wilde de horeca in, het hotelwezen. Tijdens mijn opleiding Event Management werd mijn eerste zoon geboren. Ik kocht een camera om hem te fotograferen. Niet lang daarna kwam mijn tweede zoon en besloot ik dat ik geen honderd uur per week in een restaurant of hotel wilde werken. Een carrière is belangrijk, maar een gezin nog belangrijker. Ondertussen was ik verliefd geworden op fotografie, op het maken van beelden. Ik heb mijn studie nog wel afgemaakt, maar daarna ben ik me meteen gaan verdiepen in de vraag: kan ik hier mijn werk van maken?”
Als je niet zo jong vader was geworden, had je nu misschien in de horeca gewerkt…
“Ja, waarschijnlijk wel. Maar zo loopt het leven, toch? Als A niet gebeurt, dan wordt het B. De keuzes die je maakt, brengen je waar je nu bent. Ik heb ook geen moment spijt van mijn opleiding Event Management. Daar heb ik geleerd hoe je een bedrijf runt, naar cijfers kijkt, marketing inzet, een merk bouwt… Die kennis gecombineerd met mijn creativiteit is de perfecte mix. Veel kunstenaars missen dat zakelijke; ze zijn alleen goed in het creatieve.”
Wat was de moeilijkste beslissing die je tot nu toe hebt genomen in je carrière?
“Die heb ik dit jaar genomen: stoppen met vertegenwoordiging in mijn eigen land. Ik heb nog steeds een uitstekende relatie met Bildhalle, die mij in Zwitserland blijft vertegenwoordigen, maar mijn kijk op het hedendaagse galeriesysteem is veranderd. En daarmee ook op de manier waarop kunstenaars zich kunnen manifesteren. Een galerie kan mij niet de mogelijkheid bieden om permanent een tentoonstelling te runnen. De aandacht moet worden verdeeld over de tientallen kunstenaars die het portfolio vormen. Logisch, want een galerie is in de kern sales-gedreven – en daar profiteer je als kunstenaar natuurlijk ook van. Maar zodra je werk even wat minder verkoopt, verschuift de aandacht snel naar de volgende. Want er is altijd de druk om meer te produceren, meer te tonen en sneller te verkopen. Ik ben van nature ondernemend, wil de regie graag zelf in handen hebben. Bovendien heb ik hier de ruimte – maar liefst 1.200 vierkante meter. Alles bij elkaar leidde dat tot het besluit om een eigen galerieruimte te openen, waar ik mijn werk permanent kan tonen. Het was geen makkelijke beslissing; het is een tegendraadse stap in de kunstwereld. En er zullen ongetwijfeld mensen zijn met een mening daarover. Maar ik vond simpelweg dat het beter kon.”
Verkoop jij zelf meer dan Bildhalle deed?
“Ik ben pas net begonnen, we zitten nog in de opstartfase. Van oktober 2024 tot februari 2025 liep mijn tentoonstelling Champions bij Bildhalle – een serie die ik in Zambia maakte ter ere van 25 jaar Orange Babies. Na afloop ben ik met de oprichter, Mirjam Cavegn, in gesprek gegaan. Zij is een heel begripvol en meegaand persoon, en ze begreep mijn keuze volledig. Sinds 1 juli doen we de verkoop zelf.”
De galerie van Bildhalle Amsterdam zit midden in de grachtengordel. Denk je niet dat dat makkelijker is aan te vliegen dan een galerie op een industrieterrein in Alkmaar?
“Als je niet de moeite wilt nemen om naar Alkmaar te komen om een kunstwerk te bekijken, dan ben je waarschijnlijk niet mijn klant. Bovendien heeft een eigen galerie ook voordelen voor bezoekers. In een traditionele galerie vind je meestal slechts een selectie van het werk. De kans is groot dat juist dat ene portret dat jij op het oog hebt, daar niet hangt. Dan moet je hopen dat het ergens in de opslag staat, en anders kun je het alleen op een iPad bekijken. Hier hangt veel meer werk. En ik ben er zelf, ik kan vertellen over het proces, de achtergrond, de verhalen. In een galerie spreek je met iemand die mijn werk goed kent, maar het niet heeft gemaakt. Hier krijg je de maker zelf. Bezoekers vinden het daarnaast vaak leuk om even een kijkje te nemen in de studio, waar veel van de beelden ontstaan. Het is persoonlijker, intiemer en je krijgt een beter gevoel bij wat je ziet. We merken dat mensen dat enorm waarderen. Verzamelaars willen meer dan alleen een transactie; ze willen iets voelen. Ze willen het verhaal achter het werk kennen en zich verbonden voelen met het proces, niet alleen met de prijs.”

Hoe bewaar jij de balans tussen kunstenaar en ondernemer?
“Ik kan goed schakelen en veel tegelijk doen: een boek ontwerpen, een shoot plannen, contact houden met internationale galeries… Dat lukt omdat ik daar goede systemen voor heb ontwikkeld. Maar de kunstenaar in mij is de laatste tijd een beetje ondergesneeuwd. Voor 95 procent run ik een bedrijf en voor 5 procent maak ik kunst – ook al lijkt dat misschien niet zo, omdat er nog steeds veel werk ontstaat. Creatief zou ik veel meer willen doen. Daarom ben ik de afgelopen maanden volop bezig geweest met hoe we dat beter kunnen organiseren: efficiënter werken, meer automatiseren, meer outsourcen. Geen gedoe meer met pakketjes versturen of logistiek; dat hebben we nu allemaal uitbesteed. Zo creëren we ruimte om te focussen op waar het echt om draait: nieuwe dingen maken. Want uiteindelijk is dat het allerleukste wat er is.”
Ben jij ook een eigen uitgeverij begonnen omdat je vond dat het beter kon?
“Ik wil niet alle uitgeverijen over één kam scheren, maar mijn ervaring is: je levert een volledig uitgewerkt boekontwerp aan, je hele creatieve hebben en houwen, zij drukken het, en vervolgens krijg je twee doosjes met je eigen boeken. ‘Super dat je nu een eigen boek hebt, hè?’, zeggen ze dan. En ja, als beginnend kunstenaar ís dat natuurlijk fantastisch. Maar na je tweede of derde boek begin je te denken: lekker dan, ik verdien er helemaal niets aan. Toen ik een keer door mijn voorraad heen was, mailde ik mijn uitgever met de vraag of hij die kon aanvullen. Kreeg ik doodleuk een kortingscode voor de aankoop van mijn eigen boeken. Dat was het moment dat ik dacht: ik ga het zelf doen. Ik had de contacten, de middelen – en bovendien vind ik het geweldig om boeken te ontwerpen. Van het bedenken van een idee en concept tot de volgorde van beelden bepalen. En met creative director Janneke Schrey, die hier al vijf jaar werkt en is opgeleid als grafisch vormgever, kunnen we alles in eigen huis afmaken.”
Hoe regel jij de distributie?
“Online, via onze eigen webshop. Daarnaast werken we samen met een heleboel boekwinkels die onze boeken rechtstreeks bij ons inkopen. Natuurlijk hebben we niet het enorme distributienetwerk van een grote uitgeverij, dus ja, je mist bepaalde afzetkanalen. Maar als je ziet hoe dat systeem in elkaar zit – hoeveel korting er wordt gegeven, hoe weinig er overblijft voor de maker – dan kán dat gewoon geen rendabele business zijn.”
Met 1605 Collective publiceer je niet alleen je eigen boeken, maar ook die van andere kunstenaars.
“We kregen daar zó veel energie van dat we het met plezier ook voor anderen zijn gaan doen. En dan niet met twee doosjes boeken en een schouderklopje. Als wij interesse hebben om jouw boek uit te geven, betalen wij alles. Zodra we break-even draaien, delen we de opbrengst. Zo simpel is het.”
Wat is jullie harde greenlight-criterium voor externe projecten?
“Dat is puur een kwestie van smaak en onze inschatting van kwaliteit. Tot nu toe hebben we vooral eerste boeken van andere kunstenaars uitgegeven – vaak mensen die nog niet bekend zijn, maar wel in ons netwerk zitten. Soms zien we werk waarvan we denken: ongelooflijk dat daar nog geen boek van bestaat. Dan zeggen we: kom bij ons, dan gaan we dat doen. Zo zijn onder meer Plastic Ocean van Thirza Schaap, After Beauty van Maura Sullivan, Event Horizon van Kacper Kowalski en Reveal van Tim Verhallen ontstaan.”
Je geeft ook 1605 Magazine uit.
“Voor mij is dat een kans om in gesprek te gaan met kunstenaars die wij te gek vinden. En soms leidt dat uiteindelijk weer tot boekpublicaties. In het begin deelden we de content via social media, maar dat voelde verkeerd. We zijn fysieke producten aan het maken, en dan zouden we online al die content weggeven? Dat klopte niet. Dus besloot ik alles te bundelen in een jaarlijks magazine, met – naast fotografie – een focus op architectuur, kunst en design. In het eerste nummer staat een groot interview met Axel Vervoordt. Hij doet maar een handvol interviews per jaar, maar vond wat wij doen zó interessant dat hij ja zei. Dat gesprek opende weer andere deuren, onder meer naar Vincent Van Duysen en Mark Manders, die tot 18 januari een grote overzichtstentoonstelling heeft in Museum Voorlinden. Wie ik nog heel graag eens zou willen spreken is Daniel Arsham. Ik vind het waanzinnig hoe hij met sculptuur, architectuur, tekenkunst en film een soort fictieve archeologie creëert, wat hij zelf ‘toekomstige relieken van het heden’ noemt. 1605 Magazine laat precies zien wat mij inspireert.”
Wat zijn typische kenmerken van een Bastiaan Woudt-foto?
“De focus ligt altijd op één enkel onderwerp. Een egale achtergrond. Korrel. Hoog contrast. Perfect, maar met een vleugje imperfectie – het hoeft niet helemaal symmetrisch te zijn. En onherkenbaarheid: ik wil dat een beeld meer vragen oproept dan het beantwoordt. Silhouetten spelen ook een grote rol in mijn werk. En natuurlijk zwart-wit. Daarmee haal ik een stukje realiteit weg, waardoor je automatisch meer gaat letten op compositie, lijnen, structuren en texturen. De kracht van mijn foto’s zit in hun eenvoud. En juist dat maakt het moeilijk. Een eenvoudig beeld laten spreken, vergt precisie.”
Zie je die kenmerken ook terug in jouw tattoos?
“Ja. Ik heb bewust gezocht naar een tatoeëerder die qua stijl het dichtst bij mijn werk komt: minimalistisch, met een grove korrel. De beelden op mijn lichaam zijn een weerspiegeling van belangrijke gebeurtenissen in mijn leven, maar altijd op een manier die niet direct herkenbaar is voor anderen. Mijn vrouw en kinderen staan op mijn arm vereeuwigd, net als mijn reis naar Mount Kilimanjaro in 2015, samen met mijn twee broers. Die reis heeft mijn leven echt veranderd. Daarvoor leefde ik ongezond – veel feesten, geen sport. Tijdens de training voor de beklimming van de Kilimanjaro realiseerde ik me dat ik fysiek niet in goede vorm was. Dat was een keerpunt. Sindsdien heb ik mijn levensstijl volledig omgegooid. Sport is nu een vaste pijler in mijn leven. Met een gezin en een bedrijf is structuur heilig voor mij.”
Ben je nooit bang dat jouw stijl een gevangenis wordt waar je niet meer uit kunt breken?
“Nee, helemaal niet. Er is nog zó veel te ontdekken binnen zwart-wit. En bovendien denk ik niet alleen in fotografie. Ik werk nu aan een experimenteel zijproject met AI, Echo from Beyond. Mijn fotografie vormt daarbij de basis – dat blijft mijn oorsprong – maar met AI als tool kom ik, vanuit, onder andere, psychedelische ervaringen, tot nieuwe beelden. Daarnaast ben ik bezig mijn foto’s driedimensionaal te maken. Een foto is in wezen een 3D-omgeving die wordt samengeperst tot een 2D-object. Nu wil ik dat omkeren: vanuit het platte beeld terug naar 3D. Daar experimenteer ik al een paar jaar mee. Het is een beetje de dark side of the moon – je wéét dat die andere kant er is, maar je ziet hem nooit. Zo weet je ook niet hoe de achterkant van een model of object eruitziet. In dat proces moet je die onbekende kant opnieuw uitvinden, en zo ontstaat een sculptuur die voortkomt uit een foto. Niet elke foto leent zich daarvoor, zeker niet als de ‘onbekende kant’ bijvoorbeeld een gezicht zou moeten worden. Maar het is een fascinerende zoektocht.”
Een mooie print maken kost geld, maar een sculptuur lijkt me nog prijziger. Hoe ga je dat terugverdienen?
“Door, net als bij mijn foto’s, in edities te werken. Die plannen zijn we nu aan het uitrollen. Wat het extra interessant maakt, is dat er vanuit Dubai, waar ik onlangs een galerie heb bezocht, al belangstelling is.”
Dubai, Zambia, Tanzania, Nepal, Marokko… Reizen speelt duidelijk een grote rol in jouw werk.
“Klopt. En vorig jaar ben ik met mijn broer in Japan geweest. Voor een nieuw project, maar ook om de Shikoku-pelgrimsroute te doen: een tocht langs 88 heilige tempels over het hele eiland. Ik houd ervan om een fysieke uitdaging te koppelen aan mijn projecten. Normaal gesproken doe je die route in twee maanden, maar die tijd hadden we niet. Dus hebben we hem, heel Hollands, in één maand op de fiets afgelegd. Onderweg wilde ik portretten maken, maar niemand wilde op de foto. Ik had zelfs een geplastificeerd kaartje laten maken met in het Japans de uitleg van mijn project, maar het antwoord bleef overal nee. Na een week wist ik: dit gaat ’m niet worden. Toch kon ik niet met lege handen terugkomen. Er zat dus wel wat druk achter. Toen besloot ik terug te keren naar de basis: de tijd waarin ik mijn camera kocht om mijn zoon te fotograferen, puur uit nieuwsgierigheid. Ik ben gewoon gaan kijken, mijn camera op alles gericht wat me raakte of intrigeerde. De hele reis heb ik geen enkel beeld teruggekeken. Pas thuis heb ik alles naast elkaar gelegd.”
En?
“Het zijn foto’s geworden met een heel andere visuele signatuur. Veel poëtischer, ook doordat er beweging in zit. Het zijn eerder herinneringen dan registraties. Ik ben überhaupt geen fotograaf die de wereld documenteert. Hoewel het afwijkt van mijn gebruikelijke stijl, zeggen mensen aan wie ik alvast een sneak preview heb laten zien: ‘Oh, maar dit is zó jij.’ Ik laat de serie op Japans papier drukken en de prints worden kleiner dan normaal. Dat past veel beter bij de sfeer van Japan. Intiemer, zachter.”
Naast reizen ben je ook gek op deejayen. Vertel.
“Muziek was mijn eerste liefde. Op de basisschool begon ik met drummen, dat heb ik jarenlang gedaan. Maar toen ik in een platenzaak in Alkmaar in aanraking kwam met dance, was ik verkocht. Wat die deejays deden, vond ik fascinerend. Dat wilde ik ook. Op mijn vijftiende begon ik ermee, eerst met vinyl, later met cd’s. En ik werd er vrij snel goed in. Ik heb op heel wat feesten in de regio gedraaid. En ik doe het nog steeds! Afgelopen oktober stond ik bijvoorbeeld op ADE in het Conservatorium Hotel, onder mijn artiestennaam DJ Bawba, een afgeleide van mijn bijnaam op school vroeger.”
Momenteel heb je een tentoonstelling in Leica Gallery Amsterdam, waarvoor je bekende techno-deejays hebt gefotografeerd.
“Ik wilde echt dicht bij die muzikanten komen. Dus ben ik een project gestart om ze te fotograferen – Joris Voorn, Amelie Lens, noem maar op. Muziek is sowieso een enorme factor in mijn kunst. Dat zie je misschien niet direct terug in mijn beelden, maar als ik fotografeer, en vooral tijdens het editen, staat er altijd muziek op. Ik kan me daar compleet in verliezen. Net als achter de draaitafels trouwens. Als ik hier in de studio in mijn eentje draai, vergeet ik de tijd volledig. Voor ik het weet, zijn er uren voorbij.”
Maak je ook zelf muziek?
“Nee, maar dat zou ik wel de ultieme vorm van creativiteit vinden: gewoon achter de knoppen zitten en vanuit niets muziek maken. Als fotograaf heb ik altijd ingrediënten nodig: een model, lampen, een achtergrond. Alles moet worden georganiseerd. Muziek ontstaat puur uit jezelf, dat fascineert me enorm. Maar ik weet ook dat als ik me dáár volledig op zou storten, ik andere dingen zou verwaarlozen. Dat pad bewandel ik dus bewust niet. Wel denk ik steeds meer na over manieren om kunstvormen te laten samensmelten – fotografie, sculpturen, licht, geluid. Een multidisciplinaire tentoonstelling, waarin alles samenkomt: werk aan de wand, installaties, soundscapes. Dat zou zomaar een nieuwe ervaring kunnen worden om in onze eigen galerie te beleven.”



