9 juli 2020 – De beurs MASTERS EXPO 2020 gaat door in december. Het voormalige Masters of LXRY heeft gekozen voor een naamswijziging en oprichter en CEO Yves Gijrath heeft groen licht gegeven voor de beurs in RAI Amsterdam.

Gijrath licht toe: ‘Ik denk dat het voor zich spreekt dat dit een uitdagende beslissing is. De afgelopen maanden zijn we met al onze grote partners in overleg gegaan en de gezamenlijke conclusie is: we gaan ervoor. In de media domineren de berichten over beurzen en evenementen die geen doorgang vinden. Ik begrijp dat volledig, maar aan de andere kant constateren wij ook een grote behoefte om te exposeren, elkaar te treffen en vooral zaken te doen. Dit heeft er bij ons ook toe geleid dat onze internationale beurs zich volledig dient te richten op vakmanschap in de meest brede zin van het woord en een diepe focus op ondernemerschap. We gaan ons uiterste best doen om een onvergetelijke en exclusieve zakenbeurs neer te zetten. We willen graag een bijdrage leveren aan een kantelpunt voor de Nederlandse economie, samen met alle honderden exposanten. Mouwen opstropen en laten zien dat we samen alles en iedereen kunnen verslaan; het virus, de economie, de verdeeldheid en vooral het optimisme weer terugbrengen!  Zie het maar als een liefdesverklaring aan het ondernemerschap’.

MASTERS EXPO zal een oppervlakte beslaan van 50.000m2 en de verwachting is dat honderden exposanten uit ongeveer 15 verschillende branches zullen participeren. Van Nederlandse botenbouwers tot de uitblinkers op het gebied van duurzaamheid. Van de beste horlogemakers tot de grote projectontwikkelaars. In tegenstelling tot eerdere jaren zal de beurs donderochtend van start gaan met HET GROTE ZAKENONTBIJT.

Gijrath: ‘de dresscode voor de donderdagochtend is opgestroopte mouwen. We bouwen hiervoor het grootste pop-up zakenrestaurant van ons land. We willen dat de complete top van de zakenwereld, maar ook de politiek, aanschuift. We zullen het samen moeten doen’.

De fameuze VIP-avond wordt verplaatst naar de zaterdagavond en zal een verrassende opzet krijgen. Gijrath zal de plannen hierover later in het jaar onthullen. De organisatie verwacht gedurende vijf dagen ongeveer 40.000 relaties te ontvangen. Alles volledig coronaproof, alleen op uitnodiging, registratie vooraf en volgens de richtlijnen van de overheid.

Gijrath: ‘de overheid verdient een grote pluim. Uit de vele gesprekken die ik de afgelopen maanden met ondernemers over de hele wereld heb gevoerd is er respect voor de Nederlandse aanpak. Ook als de wind tegenzit zullen we er in december met z’n allen staan. MASTERS EXPO is een expositie van bijzonder ondernemerschap en wil meedoen met de ambities van de BV Nederland.’

MASTERS EXPO VINDT PLAATS VAN 10 – 14 DECEMBER 2020 IN RAI AMSTERDAM.

WWW.MASTERSEXPO.COM

Voor meer informatie en interviewverzoeken met oprichter Yves Gijrath, gelieve contact op te nemen met Leonie Pamboer | Masters HQ. | T: 020 85 11 450

John Heitinga (Alphen aan de Rijn, 15 november 1983) heeft het ver geschopt: prijzen gepakt met Ajax, uitgeroepen tot Voetballer van het Jaar, gespeeld in drie grote voetballanden, meegedaan aan vijf eindtoernooien, en met 87 caps en 7.031 speelminuten staat hij in de top tien van Oranjespelers met de meeste interlands.  Nu timmert hij aan de weg als trainer. Met Ajax O19 won hij vorig jaar de dubbel en drong hij afgelopen seizoen in de Youth League door tot de kwartfinale. Hij was drie wedstrijden van goud verwijderd, maar corona gooide roet in het eten – het toernooi krijgt nu een vervolg in augustus. Ook maakte het virus de totstandkoming van dit artikel er niet makkelijker op. Voor de shoot werd afgezien van visagie en het interview ging per telefoon.

Tekst & productie: Bart-Jan Brouwer
Fotografie & styling: Rahi Rezvani

DE EERSTE VOETBALSTAPJES

Uit wat voor gezin kom je? “Een liefdevol, warm gezin. We hadden het niet breed, maar waren wel tevreden met wat we hadden. In het weekend mochten mijn zus, Natasja, en ik een fles prik en een zak chips uitzoeken en dan gingen we een film kijken – dat was onze filmavond. Mijn moeder heeft heel veel baantjes gehad, zij zorgde voor de inkomsten. Mijn vader was vooral met mij op pad: ik zat al vanaf mijn zevende bij Ajax en hij reed me steeds van Alphen aan den Rijn naar Amsterdam en weer terug.”

Wat zijn je vroegste herinneringen? “Dat we in de weekends altijd naar mijn opa en oma in Ter Aar gingen. Zij komen uit Indonesië. Mijn vader is daar ook geboren, in 1957, in Jakarta. Ik ben er één keer geweest, toen ik met Oranje een vriendschappelijke wedstrijd tegen Indonesië speelde. In 1958 is het hele gezin van opa en oma naar Nederland gekomen. Mijn vader heeft vijf broers, dus ik heb een grote familie. In de weekends en op feestdagen kwam iedereen altijd samen bij mijn grootouders. Op verjaardagen maakte mijn oma steevast een Indische rijsttafel klaar. Verder herinner ik me dat ik altijd een bal onder de arm had. Toen ik mijn eerste bal kreeg van mijn ouders, ging ik er zelfs mee naar bed. Mijn bal en ik waren onafscheidelijk. Ik was alleen maar aan het voetballen. Dat had ik van mijn vader. Hij voetbalde in het eerste van ARC. Hij kon goed spelen, maar vooral als het mooi weer was – hij was een echte mooiweervoetballer. Hij was ook jeugdtrainer bij ARC. Niet van mijn elftal, maar ik mocht ook met het zijne meetrainen. Ik trainde echt heel veel, was de hele dag op het voetbalveld te vinden. En als ik niet aan het voetballen was, dan was ik aan het slootje springen, boompje klimmen, ’s winters aan het ravotten op het ijs… Ik was altijd buiten.”

Waar brachten jullie de vakanties door? “Bij mijn opa en oma, daar logeerde ik dan zes weken. We hadden geen geld om naar het buitenland te gaan. Vaak kwam er ook nog een neefje logeren. Prima vakanties, hoor.”

Wat voor leerling was je? “Een gemiddelde leerling, vrij gedisciplineerd, geen moeilijke jongen. Ik heb mijn mavodiploma gehaald. Volgens mij had ik wel een hoger niveau aangekund, maar ik was in alles op voetbal gericht. Als kind al wist ik: ik wil profvoetballer worden.”

Had je vroeger idolen, posters boven je bed hangen? “Nee, dat niet. Wel herinner ik me dat het Nederlands elftal op 21 mei 1990, in de aanloop naar het WK in Italië, een oefenwedstrijd tegen ARC speelde (3-0 winst voor Oranje; red.). En dat ik daar rondliep met zo’n Gullit-pruik op.”

Wat waren jouw eerste voetbalstapjes? “Ik heb van 1987 tot 1990 bij ARC gespeeld. Omdat ik erboven uitstak, belde mijn moeder naar Ajax. Ze kreeg jeugdleider Henk van Teunenbroek aan de telefoon. Die bewonderde haar initiatief, maar zei dat ik toch echt gescout moest worden en anders moest proberen me via de talentendagen in de kijker te spelen. ‘Maar hij kan heel goed voetballen. Kan hij niet als verjaardagscadeau een keer meetrainen?’ In eerste instantie bleef het bij nee, nee, nee. Maar mijn moeder is een volhouder. Uiteindelijk zei meneer Van Teunenbroek: ‘Nou okay, kom maar langs dan.’ Ik heb twee trainingen meegedaan en toen mocht ik blijven. Ik vond het helemaal geweldig, alleen moest ik nu vier keer in de week naar De Meer in Amsterdam. Tot drie uur had ik school, om een uur of vijf begon de training, tegen Goede Tijden, Slechte Tijden kwam ik weer thuis – zat ik met mijn bordje op schoot. Ik het begin moest ik eraan wennen dat ik weg was van de vertrouwde omgeving, van al mijn vriendjes. Maar uiteindelijk maakte ik bij Ajax ook snel vrienden.”

Toen jij dertien was, gingen je ouders scheiden. “Achteraf was dat het beste voor iedereen. Maar op dat moment vond ik het verschrikkelijk. Ik wilde natuurlijk het liefst dat ze bij elkaar bleven. Voetbal was mijn uitlaatklep. Het was zo geregeld dat ik doordeweeks bij mijn moeder was en in de weekends bij mijn opa en oma. Voor de trainingen maakte ik gebruik van de Ajax-bus, mijn vader bracht me naar de wedstrijden. Ik zag hem best veel, want we speelden ook vaak doordeweeks en bovendien zat ik op een gegeven moment bij de vertegenwoordigende jeugdelftallen van Oranje.”

Hoe heb jij de jeugdopleiding van Ajax ervaren van 1990 tot 2001? “Heel professioneel en zelfstandig. Bij ARC werd je na een wedstrijd nog afgedroogd door je ouders, die meegingen de kleedkamer in. Bij Ajax gaat dat niet zo, hoor. Je ouders kom je in de kantine wel weer tegen. Tijdens mijn jeugdopleiding was Ajax het beste team ter wereld. In 1992 hadden ze de UEFA Cup gewonnen, in 1995 de Champions League, in 1996 hadden ze de finale van de Champions League gehaald. Overal waar je kwam, keken ze tegen je op.”

Wie van jouw lichting hebben het gered? “Van de E2, waar ik begon, hebben alleen Wesley Sneijder en ik het gered. In principe is het al veel als één per elftal het haalt. Het topvoetbal is een piramide, en de top is niet voor iedereen weggelegd. Sommigen komen er met een omweg. Kijk maar naar Virgil van Dijk, die heeft nooit bij een Nederlandse topclub gespeeld. Of Quincy Promes, die na zes jaar werd weggestuurd uit de jeugdopleiding van Ajax. Ook Pablo Rosario werd te licht bevonden. Uiteindelijk is hij via Almere City bij PSV uitgekomen.”

Wat betekende Ajax in die tijd voor jou, was jij supporter? “Ja. En niet alleen ik, maar de hele familie. Met mijn vader ging ik af en toe naar een wedstrijd in De Meer, Vak H, of in het Olympisch Stadion. Ik heb ook wel voorwedstrijdjes gespeeld. Mijn opa was mijn grootste supporter. Elk krantenknipsel waarin ik sta, heeft hij bewaard. Plakboeken vol. Alles heeft hij van mij verzameld.”

Hoe heb jij het winnen van de Champions League in 1995 beleefd? “Ja, geweldig. Ik heb de wedstrijd thuis gezien, in de Tolstraat. Ik had mijn Ajax-shirtje aan, shawl om. Fantastisch! Trots! Na de huldiging op het Museumplein kreeg ik de kans om met de beker op de foto te gaan. Super!”

Dat was in de tijd van Marc Overmars, Edwin van der Sar, Ronald de Boer, Michael Reiziger, Winston Bogarde… Tegenwoordig zijn zij collega’s van je. Is dat niet gek? “Ronald maakt als individueel trainer deel uit van de staf van Ajax O19. In het begin was dat wel wennen. Hij was een van de jongens tegen wie ik opkeek. Zij hadden de Champions League gewonnen, zij waren Ajax 1.”

Zij zitten er mede door de fluwelen revolutie die Johan Cruijff in 2010 heeft geïnitieerd. Hoe keek jij destijds tegen die ontwikkeling aan? “Op dat moment speelde ik bij Everton, ik maakte het van een afstand mee, weet niet precies wat zich op de werkvloer afspeelde. Wel heb ik Cruijff in die tijd ontmoet. Ik was met mijn gezin in Barcelona, een paar daagjes ertussenuit. Toen wij ons van het hotel naar de luchthaven lieten brengen, kwamen we erachter dat de oppas onze paspoorten was vergeten. Vrienden van ons die in hetzelfde hotel zaten en een latere vlucht hadden, zijn meteen achter ons aan gereden om de paspoorten te brengen. Iedereen zat al in dat vliegtuig, het wachten was op de familie Heitinga. En wie zat ook op die vlucht? Johan Cruijff. Of hij het had gehoord van de KLM-crew, weet ik niet, maar toen wij hollend bij de gate aankwamen, stond hij ons daar op te wachten: ‘Je moet wel op tijd zijn, Heitinga!’ Het toeval wilde dat ik ook nog eens naast hem zat. Hij vertelde mij dat hij naar Amsterdam ging voor de fluwelen revolutie. Ik had hem van alles willen vragen, maar vooral hij voerde het woord. En Cruijff ga je niet zomaar onderbreken.”

Een andere speler van het Gouden Ajax was jouw begeleider vanaf je vijftiende. Wat voor rol heeft Sjaak Swart in jouw carrière gespeeld? “Ik had altijd een heel warme band met hem, en nog steeds. Hij had het beste met me voor, deelde zijn kennis, stond altijd voor me klaar. Kom niet aan mijn jongens, dat is Sjaak. Hij was er ook voor me wanneer ik geblesseerd was. Het gaat in het voetbal altijd om presteren. Als je speelt, heb je aandacht. Ben je geblesseerd, dan word je al snel vergeten. Maar niet door Sjaak, die vergat je echt niet. Was ik in Zeist aan het revalideren, dan kwam hij langs. Om een broodje te eten, even met me te praten, kijken hoe het met me ging. Ik heb hem nooit gezien als zaakwaarnemer. Sjaak is gewoon Sjaak.”

En Ruud Krol zou jij als assistent-trainer van Ronald Koeman meemaken. Wat heb jij van hem als verdediger geleerd? “Ik heb veel zwart-wit beelden van het Gouden Ajax gezien. Krol was kneiterhard en heel goed in inzichtelijk verdedigen – hoe moet je staan? Daar hadden wij het over. Met inspraak van hem maakte Koeman mij op 21-jarige leeftijd aanvoerder van Ajax. In het begin van mijn carrière heb ik veel aan Krol gehad.”

AJAX (2001 – 2008)

Op zeventienjarige leeftijd, op 26 augustus 2001, maakte jij je debuut in Ajax 1 uit tegen Feyenoord. Een jaar daarvoor was je nog ballenjongen… “Tijdens een jeugdtoernooi in Toulon ontving ik in het spelershotel een fax van Ajax, waarin stond dat ik in het seizoen 2001-2002 A-selectiespeler zou zijn. Die zomer speelde ik onder leiding van bondscoach Louis van Gaal het WK voetbal onder 20 in Argentinië, waar we de kwartfinale haalden. De hele voorbereiding op het nieuwe seizoen was ik erbij. Speelde ik plotseling met jongens als Richard Witschge, Cristian Chivu, Nikos Machlas… Ging het in de jeugd nog om ontwikkelen, nu moest je presteren. En in plaats van een paar honderd man, zaten er 50.000 man op de tribune. Voor de wedstrijd tegen Feyenoord, speelronde drie, zat ik bij de selectie. In de 68e minuut kreeg Hatem Trabelsi een rode kaart. Vlak daarvoor had ik nog nieuwe schoenen voor André Bergdolmo uit de kleedkamer gehaald, omdat een nop was afgebroken. Ik nam net weer plaats in de dug-out, toen Co Adriaanse zei: ‘Warmlopen.’ Ik heb drie keer heen en weer gelopen, toen kwam ik erin. Een volle Kuip, een mooier debuut kun je je niet wensen. Ontlading, spanning: alles voelde ik tegelijkertijd. Voor de eerste de beste actie kreeg ik geel, toen ik Pierre van Hooijdonk een keekie gaf. We wonnen met 2-1. En ook al de jaren daarna zou ik nooit van Feyenoord verliezen.”

Wat veranderde voor jou sinds die dag? “Mijn status. Ineens stond ik in de spotlights, werd mijn naam genoemd in de krant, op televisie, in de voetbalmagazines. Maar al snel verdween ik weer uit de spotlights: ik raakte geblesseerd. Dat gebeurde tijdens de warming-up voor de wedstrijd tegen NAC, op 18 november. Ik draaide weg en verdraaide mijn rechterknie. Het bleek om een meniscusblessure te gaan. Ik onderging een operatie in het VU. Die was niet helemaal goed verlopen, want ik liep een bacteriële infectie op. Moest ik drie maanden later weer onder het mes, dit keer in het AMC. Mijn knie had toen al redelijk wat schade opgelopen. Ik heb hem nooit meer helemaal kunnen strekken en buigen. Na nog eens drie maanden revalideren maakte ik mijn rentree, op 29 augustus 2002, thuis tegen – weer – NAC. In de rust viel ik in voor Cristian Chivu. Rond de 80e minuut: een aanval van NAC bij de zijlijn. Ik maak een sliding. Eigenlijk moet ik met mijn rechterbeen instappen, maar dat doe ik met mijn andere been. De tegenstander klapt tegen mijn knie aan. Ik wist gelijk: dit is niet goed. Toch heb ik de wedstrijd uitgespeeld – ik wilde er niet aan geloven dat ik weer geblesseerd was. Toen ik in de kleedkamer kwam, zat mijn knie al vol met vocht. En ik zag de dokter, Edwin Goedhart, met zijn hoofd schudden. Ik heb eerst een potje staan huilen samen met Rafael van der Vaart. De volgende dag kwam de bevestiging: de voorste kruisband van mijn linkerknie was afgescheurd.”

Moest je wéér onder het mes… “Ik koos ervoor om me in Colorado te laten opereren door specialist Richard Steadman. Bijna alle grote sporters die hun voorste kruisband hebben afgescheurd, heeft hij geopereerd, onder wie Ronaldo, Ruud van Nistelrooij en Giovanni van Bronckhorst. Na de operatie begon het lange revalidatietraject: er stond een half jaar voor. Ik heb er bewust voor gekozen om dat in Zeist te doen. Als je dat op de club doet, kom je in een omgeving waar iedereen vrolijk is en met elkaar dolt. Terwijl ik mijn ding alleen moest doen. In Zeist was ik tenminste samen met lotgenoten: John Nieuwenburg, Ebi Smolarek…”

Elk nadeel heeft zijn voordeel. Heeft een periode van revalideren dat ook? “Ja, je wordt er mentaal sterker door. En ik kreeg voor het eerst te maken met krachttraining. De jongens van nu zijn daar veel verder in. Ik zat in Zeist vooral in het krachthonk. Het dagelijks werken met die apparaten heeft mijn lichaamskracht en explosiviteit vergroot. Zo heb ik mijn startsnelheid bijvoorbeeld verbeterd. En ik heb aan mijn zwakke been gewerkt – passes met links waren nu veel zuiverder. Ik heb niet alleen gerevalideerd om fit te raken, maar ook om een completere voetballer te worden.”

Hoe heb jij je na vijftien maanden blessureleed teruggeknokt in het eerste? “Dat was nog wel een onzekere periode. Om te beginnen had ik de twijfel of ik wel geschikt was voor topsport. Daarnaast draaide Ajax goed – het had een centrum dat functioneerde en haalde de kwartfinale van de Champions League. Toen ik terugkwam, was er weliswaar plek voor mij in de selectie, maar aan spelen kwam ik niet toe. Ik heb Koeman aangegeven dat het voor iedereen misschien het beste was als ik een jaar verhuurd zou worden. Ik was al min of meer akkoord met Vitesse. Doordeweeks zou ik nog een benefietwedstrijd in Zweden spelen, om me vervolgens twee dagen later in Arnhem te melden. Maar die wedstrijd speelde ik zo goed dat Koeman zei: ‘Jij gaat helemaal niet weg.’ Vanaf dat moment was ik basisspeler. En kort daarna, op 18 februari 2004, vier maanden na terugkeer van mijn revalidatie, debuteerde ik in het Nederlands elftal tijdens een oefenwedstrijd tegen de VS (1-0 winst; red.). Dat jaar heb ik verder alles gespeeld. We werden kampioen van Nederland.”

Zoals je al zei kun jij je rechterbeen niet meer volledig strekken en buigen. Hoe heb je dan toch topsport kunnen beoefenen? “Goeie vraag. Voor voetbal kwam ik er net mee weg, denk ik. Maar ik heb me weleens afgevraagd waar ik terecht zou zijn gekomen als ik die blessures aan mijn knieën niet had gehad. Tijdens de hele jeugdopleiding sloeg ik elftallen over, op mijn zeventiende debuteerde ik in Ajax 1. Maar vanaf mijn achttiende functioneerden mijn knieën niet meer 100 procent.”

Hoe ben jij door alle medische keuringen gekomen? “Ik heb artsen en fysiotherapeuten weleens zien denken: wat ligt hier nou op de behandeltafel? Maar feit is dat ik sinds die drie operaties vrijwel geen training of wedstrijd heb overgeslagen en nooit meer geblesseerd ben geraakt. Dat zal hebben meegespeeld. En ik heb bijna altijd mijn transfer gemaakt op de laatste transferdag. De clubs hadden niet veel tijd meer om een andere speler aan te trekken.”

MASTERS #42

Bestel via onderstaande knop MASTERS met inhoudelijke reportages, geweldige fotografie en unieke merken, trends en plaatsen in de wereld.

Masters #42

Ieder ging de beurs glamoureus van start met de grande opening op de donderdagavond. Tijdens deze spectaculaire VIP Night komt tout bekend Nederland in black tie langs om die ene primeur te aanschouwen.

Geboren op Java, geadopteerd door kolonisten, gevlucht voor Indonesische nationalisten, gevestigd in Nederland als een van de eerste mensen met een donkere huid… Het levensverhaal van Gijsbert Johan Heitinga (19 juli 1927) leest als een jongensboek. De reconstructie van de lotgevallen van Johns opa was mogelijk door diens oom Andy, die zich in de familiegeschiedenis verdiept heeft. “Hier heeft men geen idee van wat er gebeurd is in Nederlands-Indië.”

Tekst: Bart-Jan Brouwer
Beeld: John van Helvert

Met dank aan Ellen Verkaaik-Van Meerkerk (voor de inzage van stukken over en brieven van Richard James Sutherland), Bart Verkaaik (scriptie ‘Onafhankelijkheid Indonesië’), Henk Notté (jongste broer van Gijsbert Johan)

Negentien jaar geleden vierden mijn ouders hun vijftigjarige huwelijksfeest. Dat wilde ik omhullen in de sfeer van de sentimenten, dus besloot ik me te gaan verdiepen in de familiegeschiedenis”,legt Andy Heitinga uit, de jongste van zes zoons. “Er werd bij ons nooit zo veel gesproken over het koloniale verleden en de oorlog. Tijdens familiefeestjes hoorde je hooguit flarden van die tijd, maar je stond er nooit zo bij stil. Ik kwam erachter dat het in de Oost minstens zo ernstig moet zijn geweest als in Nederland. Want daar had je niet alleen de oorlog, maar ook de gewelddadige periode nadat Soekarno de onafhankelijkheid had uitgeroepen.”

Het uitgraven van de roots begint aan de kant van Johns grootmoeder, Andy’s moeder. “Die tak van de familie heeft zijn oorsprong in Overijssel”, begint Andy de familiegeschiedenis. “Johns overgrootmoeder, Christina Wilhelmina Lugten (1906, Java – 1992, Voorburg), trouwt in 1927 in Batavia, het huidige Jakarta, met Charles Eduard Sutherland (1902, Celebes – vermist sinds 17 februari 1942). Deze Sutherland komt van origine uit Schotland. In de zeventiende eeuw waren er vier broers Sutherland, van wie er drie uitwaaierden naar de verschillende windstreken: één naar Duitsland, één naar Indië en één naar Amerika. Van die Amerikaanse tak is filmster Donald Sutherland een afstammeling. Charles is in dienst van de Billitonmaatschappij, als hoofd van het elektrisch district. Hij en Christina stichten een gezin op het eiland Billiton en krijgen vier kinderen: John Eduard (1928), naar wie Johnny later vernoemd is, Richard James (1930), Suzanna Carolina (1932) – mijn latere moeder – en Mildred Geraldine (1934). Eind 1941, als Nederland de oorlog heeft verklaard aan Japan, na de aanslag op Pearl Harbour, wordt Charles gemilitariseerd en bij een vernielingsbrigade ingedeeld. Hij heeft de taak alle energiebedrijven op Billiton te saboteren, zodat de oprukkende Japanners daar geen gebruik van kunnen maken. Op 17 februari 1942 gaat Charles in Tandjong Pandan, de hoofdstad van Billiton, samen met collega’s en militairen aan boord van de MS Sloet van de Beele om naar Batavia te worden geëvacueerd, onder escorte van torpedobootjager Hr.Ms. Van Nes.

Een half uur na vertrek wordt een Japans verkenningstoestel gesignaleerd. Dat wordt onder vuur genomen door de Hr.Ms. Van Nes, maar weet te ontkomen. Ongeveer twee uur later verschijnen zo’n twintig Japanse vliegtuigen aan de horizon, die beide schepen bombarderen en tot zinken brengen in de Javazee. 249 opvarenden van de Sloet van de Beele komen om, 203 worden door reddingsboten opgepikt. Charles wordt als vermist opgegeven.”

“Ook Christina en de kinderen worden uit voorzorg geëvacueerd. Zij laten huis en haard achter – alleen een klein rugzakje met kleding mag mee – en worden met een amfi bievliegtuig naar Java gebracht. Een kist met maatpakken van Charles en zilverwerk is dan al per schip onderweg naar Java. Met de verkoop van deze spullen is Christina verzekerd van geld om aan eten te komen. Via de Billitonmaatschappij worden ze eerst twee weken ondergebracht in hotel Sans Sourçi en vervolgens in boerderij Cramer in West-Java, net buiten Soekaboemi, op de berghelling van de vulkaan Gunung Gedeh.

Als de oorlog echt aan de gang is, wordt dat gebied geannexeerd door Japanners als buitenpost. Om ze te vriend te houden, kookt Christina voor ze. Zij heeft het geluk dat zij en haar kinderen niet in een kamp worden gestopt, wat andere familieleden wel overkomt, onder wie haar opa en oma. Daar barst het van de ziektes, waaronder beriberi. Veel van haar verwanten overleven het niet. Vanaf de berghelling zien Christina en de kinderen de bombardementen op het lager gelegen Soekaboemi. Tijdens hun verblijf op de boerderij worden ze op de hoogte gebracht van het bombardement op de Sloet van de Beele en de vermissing van Charles. Christina raakt voor lange tijd in shock. Zij zou de rest van haar leven nooit meer een relatie aangaan, overtuigd als ze is dat Charles ooit zal terugkeren. Vriendinnen van haar ontfermen zich over de kinderen. Familie in Bandung, dat inmiddels ook bezet is door de Japanners, zorgt dat het gezin daarheen kan verhuizen.”

“Na ruim drie jaar oorlog dwingen de Amerikanen Japan op 15 augustus 1945 op de knieën na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Twee dagen later roept Soekarno de onafhankelijke staat Indonesië uit. Merdeka! luidt de strijdkreet: vrij! Radicale jongeren, nationalisten, openen de jacht op niet-inlanders – Indische Nederlanders, Europeanen, Molukkers… Bij de zuiveringsacties tijdens deze zogeheten Bersiap-periode, van oktober 1945 tot begin 1946, komen maar liefst 15.000 tot 30.000 mensen om het leven. Om te ontkomen aan de razzia’s moeten Christina en haar kinderen vluchten, al hun bezittingen achterlatend.

De bussen waarmee zij proberen te ontkomen, vermoedelijk naar een ander stadsgedeelte, worden beschoten en ingesloten. Op het nippertje worden ze bevrijd door kapitein G.S. Vrijburg. Na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 besluiten ze, net als veel andere Nederlanders, Indonesië te verlaten. Maar dat is nog niet zo eenvoudig, want de overtocht moeten ze zelf bekostigen – de regering doet niets voor ze. De twee oudste zoons maken als eersten de oversteek.

Op 26 augustus 1952 komen zij in Nederland aan. Een paar maanden later gevolgd door hun moeder en jongste zus. Zij vestigen zich in Den Haag. Christina wilde al eerder vertrekken, maar bleef omdat haar oudste dochter Suzanna Carolina zwanger werd. En meteen daarna werd ze weer zwanger, en wéér. Na de zoveelste zwangerschap had Christina zoiets van: nu is het genoeg, ik ga. Suzanna Carolina en de kinderen zouden later komen, met hun man en vader: Gijsbert Johan Heitinga.”

Een mooi bruggetje naar de roots van Johns grootvader, Andy’s vader: “Diens biologische ouders zijn Johannes Hubertus Notté (1889, Limburg) en de Javaanse Sabaria (achternaam niet te achterhalen, overleden in 1993, Java). Net als veel andere Nederlanders heeft Johannes Hubertus een minnares in de Oost. Elke keer weer als hij zijn gezin in Limburg achterlaat en naar Indië gaat, zoekt hij Sabaria op, met wie hij drie zoons en één dochter krijgt. Sabaria is niet in staat om zelfstandig vier kinderen op te voeden. Hun dochter heeft ze al weggegeven, maar drie kinderen is ook nog altijd veel.

De beste vriend van Johannes Hubertus, Gijsbert Berends Heitinga (overleden 1945, Jakarta), en zijn vrouw Theodora Heitinga-Vermeer (overleden ±1962, Ter Aar) hebben een kinderwens, maar kunnen die zelf niet in vervulling laten gaan. Johannes Hubertus stelt voor dat zij een van zijn Indische zoons adopteren: Gijsbert Johan, geboren 19 juli 1927. Zo is mijn vader een Heitinga geworden. Zijn zus heeft hij nooit gezien, en hebben we ook nooit meer kunnen traceren. Terwijl zijn biologische moeder en broers Jan (de oudste) en Henk Notté (de jongste) in het armenhuis zitten, komt Gijsbert Johan niets tekort: zijn pleegvader is rijksambtenaar op het gebied van financiën en woont in de zeer welgestelde ‘Arabische straat’ in Jakarta.

Zijn pleegouders hebben altijd goed contact met Sabaria gehouden, Gijsbert Johan heeft haar en zijn twee broers gekend, en in Nederland zouden hij, Jan en Henk elkaar weer vinden. Als de Japanners Nederlands-Indië bezetten, komt de adoptiezoon in een Jappenkamp terecht. Gijsbert Berends Heitinga, een invloedrijk man, weet de Japanners ervan te overtuigen dat de biologische vader van zijn pleegzoon ook Duits bloed heeft. Omdat Duitsland een bondgenoot van de Japanners is, wordt mijn vader betrekkelijk met rust gelaten. Hij mag het kamp in en uit wanneer hij maar wil. Zijn pleegvader komt vlak voor het einde van de oorlog op natuurlijke wijze te overlijden.”

MASTERS #42

Bestel via onderstaande knop MASTERS met inhoudelijke reportages, geweldige fotografie en unieke merken, trends en plaatsen in de wereld.

Masters #42

Arturo Dalhuisen van the White Room houdt van Hollandse glorie. Een ogenschijnlijk eenvoudig gerechtje, met een Michelin waardig gouden randje.

Recept: Arturo Dalhuisen

Dit heb je nodig:

  • 30 gram krenten
  • Plakjes zuurdesem brood
  • Olijfolie
  • Maldonzout
  • 20 gram hazelnoten
  • 20 gram walnoten
  • 200 gram gepelde garnalen
  • Bleekselderij
  • 1 appel (Jonagold)
  • 1 kiwi
  • Trosje druiven
  • Enkele takjes dille
  • Krulpeterselie
  • Crème fraîche
  • Sushi azijn
  • 1 limoen

Croutons en Noten

Zorg de avond van te voren dat je 30 gram krenten welt onder ruim koud water en dek dit af met vershoudfolie in de koeling. Snijd flinterdunne plakken zuurdesem brood en leg de plakken los van elkaar op vetvrij papier. Besprenkel het brood met olijfolie en met grof maldonzout. Als je dit hebt gedaan bak je in een voorverwarmde oven van 180 graden de broodsneden af. Zet de timer op ongeveer 4 á 5 minuten voor een goed resultaat. Hierna besprenkel je 20 gram hazelnoten en 20 gram walnoten met olijfolie. Dit bak je mee voor 4 minuten op 180 graden.

Salade Hollandse garnalen

Voor de salade heb je 200 gram gepelde Hollandse garnalen nodig. Snijd één stengel bleekselderij in kleine stukjes en laat de stukjes daarna 1 minuut afkoken. Schil de appel en snijd deze in hele fijne blokjes. Hierna schil je 1 kiwi net zoals de appel. Druiven mogen niet ontbreken: snijd 10 druifjes in plakken. Hetzelfde doe je met de dille en met de krulpeterselie. Weer terug naar de toast: Verdeel twee eetlepels crème fraîcheover de toast. De garnalen maak je op smaak met: 3 eetlepels olijfolie, 2 eetlepels sushi-azijn van de toko, een snufje zout, 4 draaien verse peper en het sap van een limoen. De aangemaakte garnalen mengen met de hazelnoot, walnoot, bleekselderij, appel, kiwi, druiven, krulpeterselie en dille. Eet smakelijk!

Iedere week delen bekende sterrenchefs hun recepten zodat jij thuis de sterren van de hemel kunt koken. Zo tover je zelf een Michelin waardig gerecht op tafel. Deze week kookt Mario Ridder van Joelia eenvoudig, doch heerlijk recept waar je je bord bij aflikt.

Recept: Mario Ridder

Dit heb je nodig:

  • 300 gram aardappelen
  • 300 gram gerookte paling
  • 4 keer 120 gram schol
  • 1 eetlepel mosterd
  • 150 gram roomboter
  • 1 sjalot
  • ¼ bosje bieslook
  • 4 eetlepels mayonnaise

Aardappelsalade

We beginnen met de aardappelsalade. Snijd de aardappelbrunoise en kook deze in zout water totdat ze gaar zijn. Laat de aardappels iets afkoelen en maak de piepers daarna aan met mayonaise, mosterd, sjalot, bieslook en de gerookte palingblokjes die je hebt gesneden.

Roer op het vuur de boter voortdurend rond totdat de boter lichtbruin wordt. Als je dit hebt bereikt laat je de pan een beetje in water afkoelen zodat de boter niet doorkleurt.

Het visje

De volgende stap is het bereiden van het lekkere scholletje. Doe licht wat peper en zout op de school, waarna je de vis aan twee zijden bakt. Als de schol gaar is druip je de beurre noisette eroverheen. Je denkt nu waarschijnlijk: beurre noisette? Dit is simpel gezegd bruin gebakken boter. Het betekent letterlijk in het Frans: hazelnootboter. Er worden geen noten gebruikt, maar de naam slaat op de nootachtige smaak die de boter krijgt wanneer het bruin wordt.

Het moment suprême: de opmaak. Dresseer de aardappelsalade op het bord en plaats voor de salade de schol. De gerookte blokjes paling leg je mooi neer op de schol. Een beetje van de beurre noissette op het bord en het gerecht is klaar om opgegeten te worden.

Eet smakelijk!

Iedere week delen bekende sterrenchefs hun recepten zodat jij thuis de sterren van de hemel kunt koken. Zo tover je zelf een Michelin waardig gerecht op tafel. Vandaag een klassieker die iedereen kan maken. En zeg nou zelf: there is always room for dessert.

Recept: Martin Kruithof

Dit heb je nodig:

  • Roomboter
  • Suiker
  • Vanillestokje
  • Honing
  • Witte wijn
  • Appel
  • Peer
  • Ananas
  • Mango
  • Kiwi
  • Aardbeien
  • Frambozen
  • Blauwe bessen
  • of welke vruchten voorradig zijn

Laat een bakpan met boter en suiker karamelliseren. Hierna doe je eerst het harde fruit erin, zoals de appel en peer.

Blus het af met witte wijn, waarna je er honing en vanille bij doet en het zachte fruit als laatst. Als laatst doe je er een dikke bol vanille ijs op. Een kind kan de was doen. Eet smakelijk!

Iedere week delen bekende sterrenchefs hun recepten zodat jij thuis de sterren van de hemel kunt koken. Zo tover je zelf een Michelin waardig gerecht op tafel. François Geurds van FG Restaurant heeft een prachtig kleurrijk recept voor ons bedacht.

Recept: François Geurds

Dit heb je nodig (voor 4 personen):

  • Jasmijnthee
  • Kombuu
  • Azijn
  • Extra vierge olijfolie
  • Chardonnay-azijn
  • Limoen
  • Kimchi
  • Kervel
  • Dragon
  • Mosselen
  • Geelvintonijn (30 gram per persoon)
  • Wilde zeebaars (20 gram per persoon)
  • Japanse mayonaise
  • Pittige tomatencoulis
  • Atsina cress
  • Witte truffel (2 gram per persoon)
  • Kaviaar (5 gram per persoon)

Verder heb je nodig:

  • Spuitzak
  • Gasbrander

Let op: omdat de vis niet gaart door verhitting maar door zuur, is het belangrijk dat de vis echt vers is. Haal je vis daarom altijd bij een specialist en geef aan dat je vis wilt voor de bereiding van ceviche.

Voor de bouillon

Trek een bouillon van jasmijnthee, kombu en azijn op 60 graden. Laat de bouillon afkoelen en vervolgens 24 uur doortrekken. Haal de kombu eruit en voeg vervolgens aan de bouillon 1 deciliter olijfolie, 50 milliliter Chardonnay-azijn, halve eetlepel verse limoensap, beetje limoenzeste, 4 eetlepels kimchivocht, fijngesneden kervel en dragon toe.

Maak de vinaigrette lauwwarm door ‘m heel even op te warmen op laag vuur.

Dan de vis

Hierna kook je de mosselen (3 tot 4 mosselen per persoon) in bouquet. Leg de geelvintonijn circa 10 minuten in de vinaigrette. Toast vervolgens de wilde zeebaars (20 gram per persoon) met een gasbrander en leg deze circa 10 minuten in de vinaigrette. Haal daarna de mosselen uit de schelp en leg deze in de vinaigrette.

Opmaken

Verspreid over het gerecht door middel van een spuitzak een paar topjes Japanse mayonaise en een paar topjes spicy tomatencoulis. Maak de ceviche af met atsina cress, geschaafde witte truffel en een lepeltje kaviaar.

Niets heerlijker dan een sterrendiner op tafel toveren. Om je te inspireren en je een beetje op weg te helpen geeft elke week een sterrenchef het recept van een van zijn signature dishes prijs. Alain Alders, van restaurant De Vrienden van Jacob* gevestigd op Landgoed Duin en Kruidberg bijt het spits af met rode poon om van te watertanden.

Recept: Alain Alders

Dit heb je nodig (voor 4 personen)…:

… voor de rode poon en Hollandse garnalen:

  • 4 rode ponen à 70 gram (ook wel knor- of zeehanen genoemd)
  • 40 gram Hollandse garnalen

… voor de vinaigrette van dashi en pinda:

  • 500 ml water
  • 10 gram kombu (bruinwier)
  • 15 gram bonitovlokken (gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort)
  • 5 gram sereh (citroengras)
  • 10 ml sushi-azijn
  • 2 dl pindaolie, koude persing

… voor de pindacrème:

  • 100 gram pinda’s
  • 20 ml gevogeltebouillon
  • 20 gram boter
  • peper
  • zout

… voor de knolselderijcrème:

  • 300 gram knolselderij, geschild
  • 1dl water
  • 120 gram boter
  • 20 gram zout

… voor de flan van amandel, dille en basilicum:

  • ½ bosje dille
  • ½ bosje basilicumblaadjes
  • 60 gram verse amandelen
  • 250 ml water
  • 4 gram iota poeder
  • thermoblender
  • ronde uitsteker

… voor de schaaldierensaus:

  • 250 ml schaaldierenfond
  • 50 ml room
  • cayennepeper
  • 50 gr boter

… voor de garnering:

  • 2 takjes Griekse basilicum
  • 36 sojaboontjes

Vinaigrette van dashi en pinda

Breng voor de dashi het water, de kombu en de sereh aan de kook. Verwijder tijdens de bereiding het schuim met een schuimspaan. Haal de dashi van het vuur als het geheel kookt en laat dit trekken op het aanrecht. Verwijder na 30 minuten de kombu en voeg bij een temperatuur van 60 graden Celsius de bonitovlokken toe. Laat het 10 minuten trekken en zeef de dashi vervolgens. Voeg sushi-azijn toe en laat de dashi afkoelen. Tot slot voeg je pindaolie toe en mix je het met een staafmixer tot een mooie egale emulsie.

Pindacrème en knolselderijcrème

Rooster de pinda’s en blend de pinda’s vervolgens met de gevogeltebouillon, de boter en het zout in de thermoblender tot een gladde crème.

Snijd de geschilde knolselderij in stukken. Doe de knolselderij in een vacuümzak en voeg het water, het zout en de boter toe. Vacumeer de knolselderij en gaar 30 minuten op 80 graden Celsius in de sous-vide. Blend vervolgens tot een gladde crème in de thermoblender. Hierna meng je 100 gram pindacrème met 30 gram knolselderijcrème en breng je dit op smaak met peper en zout. De resterende pindacrème bewaar je in een spuitzak.

Flan van amandel, dille en basilicum

Rooster de amandelen goudbruin. Blancheer de dille en de basilicum en dompel deze direct onder in ijswater. Maak in de thermoblender een coulis van de dille en basilicum en zet apart. Doe de geroosterde amandelen en het water in de thermoblender en blend tot een gladde puree. Als je dit hebt gedaan verwarm je voor de flan de puree in de thermoblender tot 80 graden Celsius en voeg het iota poeder en de coulis van dille en basilicum toe. Zet de flan apart.

Schaaldierensaus en – schuim

Meng de schaaldierenfond met de room en breng op smaak met de cognac, de boter en een snufje cayennepeper. Schuim net voor de bereiding van de rode poon een gedeelte van de saus op met een staafmixer of een kidde.

Rode poon

Vervolgens bak je de rode poon goudbruin en medium rare. Ondertussen verwarm je op laag vuur de garnaaltjes in het schaaldierensaus totdat ze lauwwarm zijn.

Opmaak

Steek de flan uit met een ronde uitsteker. Leg de uitgestoken lauwwarme kruidenflan op het bord. Spuit 2 dotjes pindacrème per bord en leg de gebakken poon ernaast. Verdeel de Hollandse garnaaltjes, de sojabontjes en één eetlepel vinaigrette over de vier borden. Dresseer elk gerecht met twee eetlepels schaaldierenschuim en garneer af met Griekse basilicum. Eet smakelijk!

Je kan hier een tafeltje reserveren bij Alain.

Niets heerlijker dan een sterrendiner op tafel toveren. Om je te inspireren en je een beetje op weg te helpen geeft elke week een sterrenchef het recept van een van zijn signature dishes prijs. Deze week een exotisch hoogstandje van Soenil Bahadoer, hij zwaait al 25 jaar de scepter in restaurant De Lindehof** in Nuenen: kokos massala, heilbot en chutney mango papaya.

Recept: Soenil Bahadoer

Dit heb je nodig voor de kokos masala soep…:

  • 2 uien
  • gember (5cm)
  • 4 teentjes knoflook
  • 1 rode peper
  • ½ tl. kurkuma
  • 1 ½ el. masala
  • -/+ 1 dl. zonnebloemolie
  • 2 stengels citroengras
  • ½ l. kokosmelk
  • 3 l.  gevogeltebouillon
  • 100 gr koude boter
  • gembersiroop

…voor de Chutney:

  • 1 onrijpe papaya
  • 2 stuks onrijpe mango
  • 2 stuks bakbanaan
  • 2 dl saké
  • 1 dl mirin
  • 1 scheut azijn
  • Scheutje gembersiroop
  • 1 teentje knoflook
  • 2 stuks banaansjalot
  • 1 cm verse gember
  • 1 rode peper

Tot slot:

  • 50 gram heilbot per persoon

De Kokos masala soep

Maal de uien, gember, knoflook, rode peper, kurkuma en masala fijn met zonnebloemolie in een blender. Dit weet je aan in een pan met de sereh totdat het gaat schiften. Daarna blus je het af met kokosmelk en gevogeltebouillon. Laat alles trekken, blender daarna alles en breng op smaak met peper en zout en een scheutje gembersiroop.

Chutney van onrijpe mango en bakbanaan

Snijd de mango, bakbanaan en papaya in fijne brunoise en snipper de banaansjalot en peper fijn. Snijd daarna de gember en knoflook fijn. De sjalot, knoflook en gember zweet je aan, dan voeg je de bakbanaan toe en als laatste voeg je papaya en mango toe. Vervolgens blus je dit af met saké en mirin en laat je dit op laag vuur garen. Dek dit af met bakpapier zodat het vocht minder snel verdampt. Breng verder op smaak met peper, zout en gembersiroop en een scheutje azijn.

Heilbot

Marineer de heilbot in kerrie olie en gaar deze 4 minuten op 58 graden. Daarna brand je deze nog kort met een brander.

Serveren

Het mooiste is om dit gerecht in een warme vijzel te serveren (even opwarmen in de oven en uitkijken dat je je handen niet verbrandt). Eet smakelijk!

 

Je kan hier een tafeltje reserveren bij Soenil.

Niets heerlijker dan een sterrendiner op tafel toveren. Om je te inspireren en je een beetje op weg te helpen geeft elke week een sterrenchef het recept van een van zijn signature dishes prijs. Deze week Dennis Kuipers, chef bij restaurant Vinkeles, met zijn geglaceerde tarbot. Een uitdagend recept wat enige voorbereiding vergt, maar dan heb je ook een geweldig gerecht op tafel. Succes!

Recept: Dennis Kuipers

Dit heb je nodig:

  • 4 x 90 gr / 120 gr met voorkeur dikke Tarbotfilet
  • 2 knolselderijen
  • 20 gram umeboshi (Japanse ingelegde pruimen)
  • 100 gram zeekraal
  • Olijfolie / Arachide olie
  • 40 gram roomboter
  • 1 kilo Cevenne uienringen
  • Groene klaverzuring/1 bakje oxalis
  • Zout en peper uit de molen

24 uur van te voren

Voor dit gerecht moet je eerst wat voorbereidingen treffen, doe dit 24 uur van te voren.

Schil allebei de knolselderijen met een mes rondom. Snij van 1 knol, 3 dikke plakken van ongeveer 1 cm dik. Daarna leg je deze apart tussen vochtig keukenpapier. Snij de rest van de knolselderij in grove blokken van ongeveer 1 a 2 cm.

Bedek de bodem van de ovenschaal met stukken knol. Besprenkel deze met de olijf of arachide-olie en zout en masseer dit goed in. Zet de schaal met knolselderij voor 45 min in een oven van 200 graden tot de knolselderij zwart geblakerd is. Hierna houd je de gebrande knolselderij net aan onder de kraan met koud water en laat je het voor 24 uur in de koelkast trekken.

Het residu van de knol is een “bouillon” en haal deze door een passeerde of hele fijne zeef. Dit is de basis voor het gerecht: de saus en voor het glaceren van de vis.

Smelt voor de uiencrème de boter in een pan en bruis deze goed uit zodat de boter mooi bruin wordt. Daarna draai je het vuur laag en gooi je de uien met 3 gram zout in de pan erbij. Bak of stoof de uien op laag vuur zodat ze mooi gaan karameliseren. Laat dit zo lang op het vuur staan totdat de uien helemaal gaar en bruin gekleurd zijn van de eigen suikers. Draai dan de gare ui in een kleine keukenmachine helemaal glad met de Umeboshi voor de frisheid. De crème kan je eventueel door een fijne zeef wrijven voor een zalvige structuur.

Je kan hier een tafeltje reserveren bij Dennis.

Niets heerlijker dan een sterrendiner op tafel toveren. Om je te inspireren en je een beetje op weg te helpen geeft elke week een sterrenchef het recept van een van zijn signature dishes prijs. Deze week Erik van Loo van Restaurant Parkheuvel**, hij maakt van een doodgewoon kwartelei, een uitzonderlijk gerecht.

Recept: Erik van Loo

Dit heb je nodig (voor 6 tot 8 personen):

…voor de tartaar:

  • 5 eidooiers

  • 1 eetlepel dijonmosterd

  • 2 eetlepels ketchup

  • 50 gram fijngesnipperde sjalot

  • 25 gram kappertjes

  • Paar fijngesneden sprietjes bieslook

  • Paprikapoeder

  • Worcestersaus

  • Paar druppels tabasco

  • 500 gram vers gedraaide tartaar

  • 3 eetlepels Picual olijfolie

De overige ingrediënten:

  • 6 – 8 zachtgekookte kwarteleitjes

  • Kaviaar

  • Kleine blaadjes sla

  • Tatsoi *

  • Radijs in reepjes

  • Shisocress

  • Daikoncress

  • Geroosterde pijnboompitten

  • Kappertjes

 

*Tatsoi is een bladgroente uit Azië, waarvan je de jonge variant moet gebruiken als sla. Vraag hiernaar bij een goede groenteboer of toko!

Croutons

Om de croutons te maken, heb je het zuurdesembrood en olijfolie nodig. Verwarm de oven voor op 180 graden. Snijd het zuurdesembrood zonder korst in heel dunne plakjes. Als je dat hebt gedaan, besprenkel je de plakjes met olijfolie en bestrooi je deze met zout. Daarna bak je het brood in de oven in ongeveer 8 minuten droog en goudbruin.

Tartaar

Meng de eidooiers, mosterd, ketchup, sjalot, kappertjes, bieslook, een snufje paprikapoeder, worcestersaus, Picual olijfolie en de tabasco. Voeg bij het mengsel zout toe, gebruik zo’n 15 gram per kilo bij de tartaar en meng deze. Daarna voeg je de peper naar smaak toe!

Verdeel de tartaar over de bordjes, het is aan te raden om een (rechthoekige) steker te gebruiken. Snijd het kopje van de kwarteleitjes en druk de onderkant in de tartaar. Garneer daarna met kaviaar. Als je dit hebt gedaan zet je er kleine blaadjes sla, tatsoi, radijsreepjes, cress en croutons in. Last but not least: garneer met pijnboompitten en kappertjes.

Eet smakelijk!

Je kan hier een tafeltje reserveren bij Erik.

Niets heerlijker dan een sterrendiner op tafel toveren. Om je te inspireren en je een beetje op weg te helpen geeft elke week een sterrenchef het recept van een van zijn signature dishes prijs. Deze week een toegankelijk gerecht, met veel luxueuze ingrediënten van chef Fred Mustert van restaurant Fred**.

Recept: Fred Mustert

Dit heb je nodig (voor 4 personen)

  • 8 stuks verse coquilles
  • 12 bolletjes gemarineerde appel (yuzu-azijn)
  • 2 rijpe avocado’s
  • 350 gram eendenlever paté
  • 100 gram blokjes herfsttruffel
  • 1 deciliter extra vergine olijfolie
  • 100 gram crème fraîche
  • Versgemalen peper
  • Grof zeezout

 

Materiaal:

  • Uitsteek ring
  • Spuitzak

Pureer het vruchtvlees van de avocado’s samen met een halve uitgeknepen citroen, crème fraîche, peper en zout tot een gladde puree in de keukenmachine. Zoek thuis een ring met een doorsnede van 10 centimeter en plaats deze op het bord.

Spuit de avocadopuree in de ring rond tot 1 centimeter dikte. Nadat je dat hebt gedaan, bedek je dit met de paté van eendenlever. Bestrooi de creatie met grof zeezout en versgemalen peper. Vervolgens ga je verder naar de coquilles. Snijd deze in dunne plakjes en bedek de eendenlever met de gesneden plakjes coquille. Bestrooi weer met het zout en de peper.

Daarna komt er nog een laag op: bedenk dit met de appelbolletjes en herfsttruffel (dit heb je aangemaakt in de olijfolie). Pak de olijfolie weer en trek vervolgens de ring van het bord.

Garneer met jonge blaadjes sla naar keuze om het af te maken. Bon appetit!

Je kan hier een tafeltje reserveren bij Fred.

Doodstille stadstuinen, zijden behang, persoonlijke services… Wie luxe zoekt, die luxe vindt. Wil je in een antiek stadspaleis, een voormalig klooster, of een gewezen stadhuis overnachten? Bekijk dan zeker onderstaande adressen.

Tekst: Ivo Weyel
Redactie: Nathalie Wittendorp

De Orangerie

Zwanen zwemmen voorbij in de gracht terwijl je in de kamer bent omgeven door bloemetjesbehang, verse bloemen en zacht in de wind wapperende vitrage. Gehuisvest in een 15e eeuws klooster is dit kleine hotel nu wereldvermaard als dé romantische plek in het bijna over de top romantische Brugge. Amerikaanse toeristen zijn dol op de Heritage Rooms, maar wij raden liever een kamer aan met zicht op het water.

hotelorangerie.be

Hotel 717

Veel hotels hanteren ten onrechte de slogan ‘home away from home’, maar bij 717 is dat geheel terecht, tenminste, als je in een antiek stadspaleis woont. 717 heeft een gesloten deur en slechts een glimmend gepoetst koperen bord naast de bel met de naam erop. Suites hebben illustere kunstenaarsnamen als Dickens, Mahler en Shakespeare. Onze favoriet is Picasso, met vijf ramen aan de gracht. Het hotel heeft een intieme en doodstille stadstuin waar je gezellig kan borrelen of ontbijten. Deze tuin is een ware oase midden in het drukke centrum van Amsterdam.

717hotel.nl

Sofitel Legend the Grand Amsterdam

Willem van Oranje heeft er verbleven, Beatrix is er getrouwd, maar op zich is dat niet zo vreemd, aangezien het ooit het stadhuis was en de admiraliteit van Amsterdam. De historie is af te lezen aan de verschillende stijlen van het gebouw. De zalen met prachtige muur- en plafond schilderingen en de unieke glas-in-loodramen maken dat het een rijksmonument is. Onlangs geheel vernieuwd, voldoet het aan alle moderne comforteisen van de veeleisende mens. Tevens bevindt restaurant Bridges (*) zich in hetzelfde gebouw.

sofitel-legend-thegrand.com

Naast Standaard, Junior en Deluxe kennen veel hotels een buitencategorie, hun paradepaardje. Hoe exclusief wil je het hebben: Een suite verdeeld over twee etages? Met privébioscoop, volop fluweel, gouden kranen en een jacuzzi met onderwater verlichting? Dit zijn de grootste, de meest majestueuze en de mooiste hotelsuites van de Benelux. Allen groter dan 250 vierkante meter.

Tekst: Ivo Weyel

Hotel Okura, Amsterdam, Nederland

De Imperial Suite is de grootste suite van de Benelux, 485 vierkante meter, verdeeld over twee etages, de 17de en de 18de, dus met wijde uitzichten over Amsterdam en ver daarbuiten. Het heeft meerdere slaapkamers, vrijstaande badkuipen met watervalkranen, fitnessapparatuur, een privébioscoop voor twaalf personen en je kunt als individu geheel anoniem naar boven (heb je ook altijd zo’n last van paparazzi?). Daarbij is de beleving van de hoogste graad, dus ook als je staatshoofd bent is het er veilig toeven.

okura.nl

Le Plaza, Brussel, België

Namen van duurste suites zijn nooit bijster bijzonder, ze variëren van Presidential tot Royal tot Imperial. Deze heet Presidentieel, is een joekel van 340 vierkante meter en is chick klassiek ingericht. Er is natuurlijk conciërge- (lees: butler-) service en – wat zijn die Belgen toch grappig – de suite (zo vermeldt het hotel trots) heeft de beschikking over een bureau een föhn en, jawel!, bij aankomst staat er een gratis fles water en wat fruit klaar. Natuurlijk is dat standaard voor alle kamers en zijn er nog tig onvermelde (geheime) extra’s die bij deze suite horen. Zoals in- en uitchecktijden waneer je wenst.

leplaza-brossels.be

Warwick, Brussel, België

The Penthouse Grand Palace, de naam is net zo majestueus als de suite: 250 vierkante meter (zitkamer, kleedkamer, eetkamer, bureau en bar) met privélift en privébutler plus een megagroot terras (zie foto) met rondom uitzicht over het Brusselse centrum en natuurlijk de Grand-Place. Inclusief terras kom je uit op een forse 400 vierkante meter. De inrichting is net zo grand als de afmetingen en de badkamer ‘met een vleugje marmer’, heeft bijkans lichtgevende goudmozaïeken tegen de wanden.

warwickhotels.com

Tekst gaat verder onder afbeelding.

De meesten hebben al lang en breed een zomervakantie geboekt, maar hoe heerlijk is het om alvast te dromen over de volgende bestemming. Studio Drift deelde voor LXRY Magazine 100 (!) luxe bestemmingen, hotspots, festivals en locaties. Zoals het een echt luxepaardje betaamt, heeft LXRY alle favoriete luxe hotels van Studio Drift voor jou op een rijtje gezet.

Tekst: Susan Poeder

Bisate Lodge, Ruhengeri, Rwanda

Ralph: “Aangrenzend aan Volcanoes National park ligt deze uit zes villa’s bestaande ecolodge. Je hebt mooi zicht op de piek van twee vulkanen, maar nog spannender is dat het park het leefgebied van de gorilla’s is. Vanaf de lodge kun je er makkelijk heen rijden en daar meedoen aan een gorilla tracking.”

wilderness-safaris.com

Iniala Beach House, Khok Kloi, Thailand

Lonneke: “Ten tijde van de tsunami was het een oud Thais huis. De bewoner vluchtte het dak op voor het water en is daar gered. Hij besloot om die plek om te bouwen tot een super-de-luxe hotel en nodigde allemaal ontwerpers uit om kamers te bedenken. Wij hebben daar in de beginfase aan meegewerkt. Het is een uniek hotel geworden met zes kamers, stuk voor stuk met een eigen visie ontworpen, verdeeld over twee villa’s.”

iniala.com

Azulik, Tulum, Mexico

Ralph: “Dit resort bestaat uit 48 houten huisjes, ingeklemd tussen jungle en zee. Het draait allemaal om de natuur: er is geen televisie, geen douche, geen elektrisch licht. ’s Avonds is alles met kaarsen verlicht – je stoot constant je hoofd, haha. Het resort is zelfs om de natuur heen gebouwd, er zijn geen bomen gekapt om het aan te leggen. Alles is rond, er zijn geen rechte hoeken. En eten doe je op een soort nesten die boven de bomen uitstijgen, zodat je perfect zicht hebt op de Caribische zonsondergang.”

azulik.com

The Abu Dhabi EDITION, Abu Dhabi, VAE

Ralph: “Dit hotel is vorig jaar geopend. Waanzinnige architectuur, fraai gelegen aan het water. En niet onbelangrijk: met een vette gym en spa.”

editionhotels.com/abu-dhabi

Faena, Miami Beach, VS

Ralph: “Prachtig luxehotel, heel extravagant, heel theatraal. Met een Damien Hirst in de tuin: het vergulde geraamte van een mammoet in een glazen kist, Gone but not forgotten.” Lonneke: “De Australische filmregisseur Baz Luhrmann, bekend van onder meer Moulin Rouge, en zijn vrouw tekenden mede voor het design. Misschien dat er daarom ook een theater bij het hotel zit.” Ralph: “Faena gaf ons toestemming om op het strand voor het hotel de drones te laten opstijgen. Of we daar de nacht hebben doorgebracht? Nee joh, we sliepen in een Airbnb.”

faena.com/miami-beach