Search
Close this search box.
Search
Close this search box.

Absurd design: Katerina Kamprani

Alledaagse gebruiksvoorwerpen ontrafelt ze en geeft ze nieuwe looks, zodat ze niet langer alledaags zijn én onbruikbaar. De Griekse designer Katerina Kamprani laat je anders kijken naar objecten die zo vanzelfsprekend zijn. “Mijn doel is om mensen aan het lachen te krijgen.”

Jij bent opgegroeid in Athene. Wat voor jeugd heb je gehad?

“Een gewone jeugd in een doorsnee middenklasse gezin in de jaren negentig. Veel zomervakanties dicht bij de zee! Als kind was ik creatief en nieuwsgierig. Als tiener deed ik het goed op school, maar ik had een broertje dood aan autoriteit. Onder leraren had ik de reputatie dat ik altijd vragen stelde en ze corrigeerde als ze het verkeerd hadden.”

Waar droomde je van?

“Ik wilde actrice of zangeres worden, en hield ook van dansen. Later, toen ik Architectuur studeerde, droomde ik ervan om grafisch designer te worden. Maar ook een toekomst als komiek of goochelaar leek mij wel wat. Echte helden had ik niet, wel heb ik een zwak voor iedereen met humor.”

Waarom koos jij voor de studie Architectuur?

“Dat was een soort eenrichtingsweg voor mij. Ik kon heel goed leren, had een talent voor wiskunde en natuurkunde, én was creatief en artistiek. In het Griekse studiesysteem van eind jaren negentig waren maar een handvol opties voor een carrière met een creatieve inslag. De architectuuropleiding maakte deel uit van het prestigieuze Polytechnio, de Nationale Technische Universiteit van Athene, en iedereen vond dat ik daarvoor moest gaan. De School of Fine Arts had ook een uitstekende reputatie, alleen was dat voor mijn ouders een ‘no go’. Daar was ik veel te slim voor en bovendien zijn zij van mening dat kunstenaars in armoede sterven.”

In 2006 studeerde je af, maar je bent geen architect geworden. Wat was het kantelpunt?

“In het derde studiejaar borrelde het gevoel naar boven dat dit toch niet de kant was die ik uit wilde gaan. Architectuur voelt voor mij veel te concreet en gaat gepaard met een mate van verantwoordelijkheid die ik nooit heb geambieerd. Ik wilde geen woningen ontwerpen en daarmee iemands privéleven inrichten. En ook geen publieke gebouwen die een prominente plek innemen op een stadsplattegrond. Ik wil creatief en speels kunnen zijn. Alles wat te gedefinieerd en omkaderd is, beangstigt mij.”

Tijdens een presentatie op TEDxPoznań in 2018 omschreef jij je carrière als ‘een pad van mislukkingen, fouten en teleurstellingen’. Licht daar eens een paar dieptepunten uit.

“Mijn grootste fout is dat ik Architectuur ben gaan studeren. Ik was jong en wist niet beter. In 2008 gooide ik het roer om en begon de postdoctorale studie Industriële Vormgeving. Maar ook dat bleek totaal niet bij mij te passen. En waarom zou ik in hemelsnaam industrieel designer willen worden in een land dat destijds in een grote economische crisis verkeerde? Al na één semester stopte ik ermee. Ik vond werk bij een van de grootste marketingbedrijven van het land, maar werd na een paar maanden al ontslagen. Ik voelde me een mislukkeling en wilde ook niets anders meer proberen. En ik voel me nog altijd een mislukkeling. Hoewel mijn project The Uncomfortable een groot succes is, kan ik niet rondkomen als kunstenaar/designer.”

Als designer specialiseer jij je in failures. Hoe is dat zo gekomen?

“Ik denk dat het komt door mijn angst om te mislukken en mijn constante streven om perfect te zijn. Hoewel ik me nooit prettig voel bij een mislukking, kan ik later wel lachen om mijn geblunder. Ik kan de humor ervan inzien en dat geeft me een goed gevoel – ik houd van surrealisme en absurdisme. Voor mij is dat een andere manier van denken, die veel minder strikt is dan logica: het gaat niet om juist of verkeerd, dus de mogelijkheden zijn grenzeloos.”

Hoe kwam je op het idee om onbruikbare gebruiksobjecten te ontwerpen?

“Tijdens mijn korte flirt met Industriële Vormgeving was ik onder de indruk geraakt van de rol die gebruikersbehoeften in het ontwerpproces spelen. Zo leerde ik omgaan met termen als ‘user experience’ en ‘user interaction’. Een jaar later, nadat ik tot de conclusie was gekomen dat ik een mislukkeling was en me verveelde op mijn werk, maakte ik een grappige schets van een toilet die je alleen per ladder kon bereiken. Niet te doen als je echt heel nodig moest. Ik lachte hardop om mijn eigen creatie! Dat bracht mij op het idee om daadwerkelijk objecten te gaan ontwerpen voor een slechte user experience, gebruiksvoorwerpen die met opzet oncomfortabel zijn. Dat was mijn eurekamoment! De ontwerpen moesten vooral niet praktisch en gebruikersvriendelijk zijn. Ik had daar zoveel plezier in, ik kon niet meer stoppen!”

Hoe bedenkt jij items als oncomfortabele champagneglazen, een betonnen paraplu en zout- en peperzandlopers?

“Hoe ideeën ontstaan is gedurende de jaren veranderd. Toen ik het project startte, verbaasde het me hoe moeilijk het was om op een andere manier over gebruiksobjecten te denken. Daarom volgde ik een methode om ideeën te delven. Die methode hield onder meer in dat ik de interactie van gebruikers met een voorwerp analyseerde. Naderhand koos ik ervoor om één van de stappen in die interactie te saboteren. Neem een paraplu: onderdeel van de interactie is dat die met één hand wordt vastgehouden. Maar is de paraplu van beton, dan kan dat niet meer.”

Waar moet een ontwerp aan voldoen om tot jouw collectie te kunnen worden toegelaten?

“Het moet je herinneren aan het originele object en moeilijk maar niet onmogelijk zijn om te gebruiken. En ik wil dat mijn ontwerpen vriendelijk overkomen en niet agressief: ze moeten de gebruiker aanzetten om erover na te denken hoe het voorwerp te hanteren.”

Wat is jouw doel met The Uncomfortable?

“Ik ben dit project begonnen voor de lol, dus mijn doel is om mensen aan het lachen te krijgen, te amuseren. En ik wil dat ze voor heel even verward zijn, totdat het brein doorheeft dat er iets mankeert aan het ontwerp.”

MASTERS MAGAZINE #54

Benieuwd naar de rest van het interview? De zomereditie is een frisse cocktail van ondernemerschap en sport. In deze editie passeren enkele ondernemers uit de Champions League van het zakendoen de revue. Onder wie Freddy Heineken en hospitality tycoon Richard Caring, wiens uitdijende imperium het ‘restaurant-equivalent van LVMH’ wordt genoemd. Zakendoen is topsport, maar topsport is ook zakendoen. Neem de Formule 1: de sport ontwikkelt zich steeds meer tot een octopus met armen die alle aspecten binnen onze samenleving raken. Jaap de Groot onderzocht hoe miljoenen in miljarden worden omgezet. Verder interviews met turnster Sanne Wevers, tweesterrenchef Guido Braeken, hotellier Robert-Jan Woltering, designer Maarten Baas en Rico dus, samen met zijn Naomy. Ook de ‘King of Kickboxing’ ontpopt zich als octopus (met héél sterke armen): als ondernemer is hij in verschillende branches actief. “Als ik later terugkijk, wil ik niet denken ‘had ik maar dit of dat’. Ik wil gewoon, boem, gasgeven, leuke dingen doen, genieten.” Boem, de nieuwe MASTERS: geniet ervan!

Bestel hier MASTERS Magazine #54